Actuele en maatschappelijke benadering

Inleiding

Op een vrijdagavond voel je opeens een sterke drang om te gaan zuipen. Je belt wat matties en vraagt hun of ze zin hebben om te feesten. Na een lange fietstocht door de snerpende kou, kom je op de plek van bestemming aan. Je knoopt je fiets aan een hek en loopt met de groep naar de ingang. De beveiliging weigert je omdat je nog geen 18 bent. Als het voorstel van minister Hoogervorst, om de leeftijdsgrens voor alcoholgebruik te verhogen naar 18 jaar, wordt ingevoerd, kan deze situatie werkelijkheid worden. Volgens de VVD-minister Hoogervorst 'is de Nederlandse jongere de zuipschuit van Europa'. Uit onderzoek blijkt dat de jeugd in Nederland veel meer drinkt dan elders in Europa. Ruim 20 procent van jongeren tussen 16 en 24 jaar behoort tot de categorie 'probleemdrinker'. Het alcoholgebruik onder jongeren in zorgwekkend. Er wordt te vroeg, te vaak en teveel gedronken. Steeds meer kinderen drinken voor hun twaalfde hun eerste glas bier, wijn of mixdrankje. De helft van de 15-jarigen drinkt wekelijks alcohol. 11% van de jongens en 3% van de meisjes van twaalf tot zeventien jaar, behoort tot de zware drinkers. Dit houdt in dat ze minstens n keer per week minstens zes glazen alcohol drinken. 11 van de 25 lidstaten in de Europese Unie hebben op dit moment een eenduidige grens van 18 jaar voor het verkopen van alcoholische dranken. Bijvoorbeeld in Polen, Hongarije, Engeland en Ierland. In Finland en Zweden ligt de grens voor sterke drank zelfs op 20 jaar. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid wil dat de leeftijdsgrens voor het kopen van bier, wijn en mixdrankjes omhoog gaat van zestien naar achttien jaar. Jongeren die zich hier niet aan houden en toch drank kopen, zijn strafbaar en krijgen een boete. Nu is de vraag: Is het optrekken van de leeftijdsgrens voor alcoholgebruik naar 18 jaar wel de juiste oplossing voor dit probleem?

Middenstuk

Voor

Volgens minister Hoogervorst is de verhoging van de leeftijdsgrens noodzakelijk omdat er grote toename is van alcoholmisbruik onder jongeren in ons land. Zo'n 25 procent van de jongeren drinkt n keer in de drie dagen alcohol. 28 procent drinkt meer dan vijf glazen alcohol in de week. Nederlandse jongeren behoren daarmee tot de grootste drinkers van Europa. Te veel alcohol leidt tot gezondheidsproblemen, agressie en slechtere schoolprestaties. 'Ik heb mij laten vertellen dat op maandagochtend menige leraar tegenwoordig te maken heeft met leerlingen die met een kater in de schoolbanken zitten, hun huiswerk niet hebben gemaakt of er helemaal niet zijn', aldus Hoogervorst op een congres over alcoholgebruik.

In het voorjaar van 2005, heeft minister Hoogervorst al geprobeerd maatregelen te treffen door de accijns op mixdrankjes zoals breezers te verhogen met 60 cent per flesje. Door verzet vanuit de alcoholindustrie en van de regeringspartijen is dit plan niet geslaagd. De accijns zijn hierdoor zelfs verlaagd. Verder wil de minister van Volksgezondheid Breezers en andere mixdrankjes uit de supermarkt halen en deze drankjes alleen nog laten verkopen door slijterijen. Volgens Hoogervorst is de drempel voor iemand van onder de achttien hoger om een slijterij binnen te lopen dan om in de supermarkt een drankje te kopen. Mixdranken zoals breezers zouden moeten verdwijnen uit de supermarkten, omdat vooral jonge meisjes ze drinken. Dat zegt woordvoerder Bas Kuik van het ministerie van Volksgezondheid. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat meisjes vaker dronken zijn dan jongens. Bij slijterijen wordt de leeftijd van klanten volgens het ministerie beter gecontroleerd. Het ministerie van Volksgezondheid denkt dat het een goede stap is om de leeftijdsgrens te verhogen naar 18 jaar. Door een lijn te trekken bij 18 moet het voor verkopers makkelijker worden een onderscheid te maken tussen de klanten. Het verschil tussen een 14- en een 18-jarige is gemakkelijker te zien dan het verschil tussen een 14- en een 16-jarige, zegt woordvoerder Kuik van het ministerie. Dat jongeren in schuren drinken, is volgens hem een probleem van de lokale overheid. Als de controle bij verkooppunten strenger is, zou het probleem bij de wortel worden aangepakt.De Stichting Alcohol Preventie, STAP, is ook voor de plannen om de leeftijdsgrens te verhogen. Directeur Wim van Dalen zegt dat jongeren zich in eerste instantie zullen afzetten tegen de regelgeving, maar dat op de lange termijn het gewenste effect wordt bereikt.

STAP ziet 18 jaar als meest logische leeftijdsgrens voor alcoholverkoop. Dit voor zowel zwakalcoholhoudende drank (bier en wijn) als sterke drank. Allereerst kan een verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 leiden tot afname van het alcoholgebruik onder minderjarigen. En dat is gunstig, gelet op het feit dat steeds meer jongeren te jong beginnen te drinken.Verder schept het duidelijkheid. Verstrekkers hebben maar met n soort alcohol en met n leeftijdsgrens te maken. Dit vereenvoudigt het naleven van de wet en hierdoor zijn verkopers niet meer verantwoordelijk voor het verkopen van alcohol aan minderjarigen. Bovendien is een eenduidige leeftijdsgrens van 18 jaar niet uniek in Europa. In de Europese Unie hanteren momenteel 11 van de 25 lidstaten een eenduidige grens van 18 jaar voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. Voorbeelden zijn Engeland, Ierland, Polen en Hongarije. In Zweden en Finland ligt de grens voor het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank op 18 jaar en van sterke drank zelfs op 20 jaar. De grens van 18 jaar zorgt er ook voor dat de ouders niet meer verantwoordelijk zijn voor toezicht op het drinken door minderjarigen. De gebruikers zijn dan immers meerderjarig en dus zelf verantwoordelijk.

Alcohol en jongeren is voor veel horecaondernemers een lastig punt. Je probeert je te houden aan de drank- en horecawet. Deze wet heeft een duidelijke wetgeving als het gaat om het schenken van zwakalcoholische dranken vanaf 16 jaar en sterke dranken vanaf 18 jaar. Een ondernemer is strafbaar als hij zich niet aan deze grens houdt en er hangt een zware boete boven zijn hoofd. Hij is verantwoordelijk. Maar als er een jeugdige bezoeker aan de bar staat, is hij dan de enige verantwoordelijke? Weten de ouders van deze minderjarige niet wat hun zoon of dochters uitspookt of besteld aan een bar? Zijn zij niet in de eerste plaats degene die hun oogappeltjes moeten beschermen en controleren?

Wanneer de leeftijdsgrens wordt verhoogd naar 18 jaar, is dit probleem niet meer aan de orde. De horecaondernemers worden dan niet meer aansprakelijk gesteld. Aangezien het alcoholgebruik onder jongeren zo zorgwekkend is, ondersteunt de GGD ( de Gemeentelijke Gezondheidsdienst) dan ook de brede aanpak van overmatig alcoholgebruik van jongeren. Deze aanpak bevat beperkende maatregelen n voorlichting. Alleen een verkoopverbod onder de 18 jaar is niet genoeg. Kinderen weten toch wel hoe ze aan alcohol kunnen komen. Bovendien bieden veel ouders zelf jongeren onder de 16 alcohol aan. Daarom is het ook van belang dat iedereen in de maatschappij inziet dat deze trend, van op steeds jongere leeftijd steeds vaker en steeds meer alcohol drinken, gestopt moet worden. Bij voorlichting kun je denken aan voorlichtingscampagnes gericht op jongeren en op ouders, aan lessen op school over het effect van alcohol en het bieden van weerstand aan groepsdruk. Op dit moment geeft de GGD aan ouders van jongeren uit groep 7 ( elfjarigen) al voorlichting over het belang van praten over alcoholgebruik met je kind en de eigen voorbeeldfunctie hierbij. Het is de hoogste tijd om ouders en jongeren te informeren over de ernstige en schadelijke effecten van alcohol op jonge leeftijd. De schadelijke gevolgen van overmatig alcoholgebruik zijn talrijk. Wekelijks alcoholgebruik is op een leeftijd van vijftien jaar schadelijk voor de lichamelijke ontwikkeling. Alcohol staat bekend om het effect op de lever maar het effect op de hersenen is groter. Alcohol verdooft de hersenen waardoor de remming wegvalt en iemand zich vrijer en vrolijker voelt, maar ook trager gaat reageren. Een keer te veel drinken kan voor een black-out zorgen, een tijdelijke stoornis in de hersenen. Maar vaak te veel drinken kan voor permanente beschadiging van de hersenen zorgen. Onder de zestien jaar heeft alcohol een heftiger effect op de hersenen, dan bij oudere jongeren. Dit kan tot directe beschadiging leiden maar ook een belemmering van de groei van de hersenen opleveren, die zich nog tot je 20ste ontwikkelen. Hierdoor kunnen gedrags- en schoolproblemen ontstaan. Jongeren van deze leeftijd die wekelijks meer dan zes glazen alcohol nuttigen, hebben meer gezondheidsklachten, maar ook angst en depressie komen meer voor bij deze groep jongeren en soms worden zelf leverbeschadigingen waargenomen. Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat de kans op alcoholverslaving groter is naarmate er op jongere leeftijd al alcohol gedronken wordt. Vooral wanneer er gedronken wordt om problemen te vergeten blijkt dit het geval. Doordat het lichaam van een jongere vaak ook nog niet volgroeid is en dus gewoon kleiner is dan dat van een volwassene, kunnen jongeren ook snel te veel drinken waardoor ze vaker betrokken zijn bij ongelukken of ruzies/ gewelddadig gedrag. Er is dus wetenschappelijk bewezen dat overmatig alcoholgebruik vooral op jonge leeftijd erg schadelijk kan zijn. Om deze gevolgen te beperken, is het voorstel gekomen om de leeftijdsgrens te verhogen naar achttien jaar.

Tegen

Maar lang niet iedereen is het eens met het voorstel van minister Hoogervorst. Slecht n op de vijf jongeren zou het terecht vinden als de leeftijd waarop alcohol mag worden verkocht, verhoogd wordt van zestien naar achttien jaar. Dit blijkt uit een peiling van een jongerensite. Ook veel andere politieke partijen stemmen niet in met het voorstel. VVD-Kamerlid Schippers noemt het zorgelijk dat 'steeds meer 12- en 13-jarigen zich met steeds grotere hoeveelheden drank laten vollopen'. Maar een verbod op de verkoop van drank tot 18 jaar acht zij overdreven. 'Laten we eerst de leeftijdsgrens van 16 jaar maar eens handhaven voordat we met nieuwe, betuttelende maatregelen komen.' CDA, D66, PvdA, GroenLinks en SP delen die mening. Coalitiepartij CDA is het wel eens met de minister dat alcoholmisbruik onder jongeren aangepakt moet worden. De partij ziet echter niet veel in een wettelijke leeftijdsverhoging voor de aanschaf van alcohol. D66 vindt, zo sprak Kamerlid Van der Ham, dat de minister met hagel" schiet. Er is een grote groep van 16 jaar waarbij het alcoholgebruik goed gaat, terwijl maar een kleine groep de problemen maakt. Wij dringen aan op een assertievere jeugdzorg die alcoholmisbruik tegen moet gaan." Kamerlid Timmer (PvdA) vindt de voorstellen veel te mager. Wij zijn voor accijnsverhoging en voor veel meer voorlichting over de gevaren van alcohol in het onderwijs. De leeftijdsgrens verhogen steunen wij nu niet." De politieke partijen delen de zorg van Hoogervorst over het soms buitensporige drinkgedrag van jongeren, maar verwachten geen heil van meer en strengere regels. Volgens CDA, VVD, PvdA en D66 zijn gesprekken tussen deskundigen, scholieren en hun ouders over de gevaren van alcohol effectiever. Ook de Koninklijk Horeca Nederland is tegen het plan van Hoogervorst de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol te verhogen. Volgens directeur J. Claes heeft deze maatregel juist een averechtse werking. 'Een verhoging van de leeftijdsgrens bevordert juist de illegaliteit, omdat jongeren dan niet meer in de horeca terechtkunnen. Daardoor neemt drankmisbruik alleen maar toe', voorspelt de horecavoorman. Als jongeren door invoering van het nieuwe wetsvoorstel niet meer legaal aan alcohol kunnen komen in cafs, is de kans groot dat ze dit ergens anders illegaal gaan doen. Drinken in schuurtjes zou worden bevorderd, waardoor het drankmisbruik zou toenemen.

Veel gezondheidsorganisaties wijzen jongeren erop hoe sluipend het gevaar is van al jong vertrouwd raken met alcohol. Ze willen dat de jongeren zich daar bewust van worden door middel van voorlichting en maatregelen. Opvallend is dat jongeren zelf ook vragen om strengere controles, maar veel beseffen zelf ook dat dat niet de oplossing is voor dit probleem. "Als we willen, drinken we toch wel." Jongeren zouden niet van plan zijn zich te laten remmen. De horeca wijst erop dat de regels al streng genoeg zijn en dat ze die momenteel ook zelf nauwlettend volgt. Maar jongeren zelf beweren dat kroegen vaak voor meer dan de helft gevuld zijn met jeugd onder de 16. Dit geeft aan dat het geen nut heeft om de leeftijdsgrens te verhogen, maar men de jongeren en hun omgeving op de hoogte moet stellen van het probleem. 'Verbieden' heeft een negatieve uitstraling. Want zeg nou zelf, als je iets niet mag, ben je sneller geneigd om dit juist wel te doen. Het is beter om de jongeren te laten inzien wat de gevolgen zijn van het vele drinken en de beslissing zelf kunnen nemen. Veel jongeren zelf zijn ook tegen het invoeren van deze nieuwe maatregel. Zij vinden dat je zelf verantwoordelijk bent voor hoeveel je drink op een avond. Wanneer de overheid toch de maatregel wil gaan invoeren, gaat dat ten koste van de jongeren die wel hun lichaam kennen en weten hoe ver ze kunnen gaan. Iedereen weet dat er in veel kroegen jongeren onder de 16 jaar komen, kijk maar naar de kraan. De meeste jongeren zien dus wel in dat alcoholmisbruik een probleem is, maar zij denken dat je het beter aangepakt kan worden door strengere controles en straffen. Hierdoor beperkt je het alcoholmisbruik van jongeren onder de 16.

Haske van der Vorst, psycholoog aan de Radboud Universiteit, presenteerde op het Nationaal Alcohol Congres, haar resultaten van het onderzoek: 'Zo vader, zo zoon.' Daarin bestudeerde ze de rol van de ouders in het alcoholgebruik van opgroeiende kinderen. Uit dit onderzoek bleek dat ouders een grote rol spelen met betrekking tot het drinkgedrag van hun kinderen. En van de uitkomsten is dat ouders vaak helemaal niet weten hoeveel hun kinderen drinken. Ook maken ouders zich minder snel zorgen over het alcoholgebruik dan om het gebruik van hasj of wiet. Dit komt gedeeltelijk door het feit dat alcoholgebruik veel meer geaccepteerd is, de meeste ouders drinken zelf ook wel eens een glaasje. Ook speelt weinig kennis van de schadelijke gevolgen van alcohol een rol in de houding van de ouders. Veel ouders beschouwen het uitproberen van alcohol ook als een onderdeel van de puberteit en vertrouwen er te veel op dat het eigen kind wel controle heeft over zijn of haar alcoholgebruik. Hieruit blijkt dat de ouders het probleem erg onderschatten. Volgens Haske van der Vorst zijn de ouders juist de eerste verantwoordelijke voor het drinkgedrag van hun kinderen. Toezicht werkt, zegt Van der Vorst: hoe meer toezicht, hoe minder de jongeren drinken. Het is dus niet de taak van de overheid om alcoholmisbruik tegen te gaan door de leeftijdsgrens te verhogen, maar de taak ligt bij de ouders. Volgens Van der Vorst kan de overheid beter geld steken in voorlichting voor ouders.

Slot

We hebben gezien dat dit wetsvoorstel veel voordelen maar ook vele nadelen met zich mee brengt. Aan de ene kant is de maatregel effectief omdat verkopers zo makkelijker onderscheidt kunnen maken tussen klanten van verschillende leeftijden. Ook zijn de gevolgen van veel drank op jonge leeftijd schadelijker dan op oudere leeftijd. Daarnaast geldt deze regel al in vele andere Europese landen en zodra het wetsvoorstel ook hier wordt ingevoerd schept dit een duidelijke leeftijdsgrens in Europa. Daar tegenover staat dat de verantwoordelijkheid voor alcoholgebruik bij de ouders ligt. Het heeft dus geen nut om de leeftijdsgrens te verhogen. Ten tweede zullen veel jongeren die wel weten hoeveel ze kunnen drinken, de dupe zijn. Zij mogen dan geen alcohol meer drinken terwijl een die grote groep er nooit misbruik van heeft gemaakt. Verbieden van alcohol onder de 18 zou averechts werken. Dit bevorderd volgens sommigen juist de illegaliteit.

Inleiding

Stel... Op een vrijdagavond voel je opeens een sterke drang om te gaan drinken. Je belt wat vrienden van je en vraagt of ze zin hebben om uit te gaan. Na een lange fietstocht door de snerpende kou, kom je op de plek van bestemming aan. Je knoopt je fiets aan een hek en loopt met de groep naar de ingang. Een boom van een vent kijkt je met toegeknepen ogen argwanend aan. 'Zijn jullie wel 18?' Een schamper lachje komt uit je mond. '18?! Waar slaat dt nou weer op?!' Als het voorstel van minister Hoogervorst, om de leeftijdsgrens voor alcoholgebruik te verhogen naar 18 jaar, wordt ingevoerd, kan deze situatie werkelijkheid worden.

Volgens de VVD-minister Hoogervorst 'is de Nederlandse jongere de zuipschuit van Europa'. Uit onderzoek blijkt dat de jeugd in Nederland veel meer drinkt dan elders in Europa. Ruim 20 procent van jongeren tussen 16 en 24 jaar behoort tot de categorie 'probleemdrinker'. Het alcoholgebruik onder jongeren in zorgwekkend. Er wordt te vroeg, te vaak en teveel gedronken. Steeds meer kinderen drinken voor hun twaalfde hun eerste glas bier, wijn of mixdrankje. De helft van de 15-jarigen drinkt wekelijks alcohol. 11% van de jongens en 3% van de meisjes van twaalf tot zeventien jaar, behoort tot de zware drinkers. Dit houdt in dat ze minstens n keer per week minstens zes glazen alcohol drinken.

11 van de 25 lidstaten in de Europese Unie hebben op dit moment een eenduidige grens van 18 jaar voor het verkopen van alcoholische dranken. Bijvoorbeeld in Polen, Hongarije, Engeland en Ierland. In Finland en Zweden ligt de grens voor sterke drank zelfs op 20 jaar. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid wil dat de leeftijdsgrens voor het kopen van bier, wijn en mixdrankjes omhoog gaat van zestien naar achttien jaar. Jongeren die zich hier niet aan houden en toch drank kopen, zijn strafbaar en krijgen een boete. Nu is de vraag: Is het optrekken van de leeftijdsgrens voor alcoholgebruik naar 18 jaar wel de juiste oplossing voor dit probleem?

Volgens minister Hoogervorst is de verhoging van de leeftijdsgrens noodzakelijk omdat er grote toename is van alcoholmisbruik onder jongeren in ons land. Zo'n 25 procent van de jongeren drinkt n keer in de drie dagen alcohol. 28 procent drinkt meer dan vijf glazen alcohol in de week. Nederlandse jongeren behoren daarmee tot de grootste drinkers van Europa.Te veel alcohol leidt tot gezondheidsproblemen, agressie en slechtere schoolprestaties. 'Ik heb mij laten vertellen dat op maandagochtend menige leraar tegenwoordig te maken heeft met leerlingen die met een kater in de schoolbanken zitten, hun huiswerk niet hebben gemaakt of er helemaal niet zijn', aldus Hoogervorst op een congres over alcoholgebruik.

In het voorjaar van 2005, heeft minister Hoogervorst al geprobeerd maatregelen te treffen door de accijns op mixdrankjes zoals breezers te verhogen met 60 cent per flesje. Door verzet vanuit de alcoholindustrie en van de regeringspartijen is dit plan niet geslaagd. De accijns zijn hierdoor zelfs verlaagd. Verder wil de minister van Volksgezondheid Breezers en andere mixdrankjes uit de supermarkt halen en deze drankjes alleen nog laten verkopen door slijterijen. Volgens Hoogervorst is de drempel voor iemand van onder de achttien hoger om een slijterij binnen te lopen dan om in de supermarkt een drankje te kopen. Mixdranken zoals breezers zouden moeten verdwijnen uit de supermarkten, omdat vooral jonge meisjes ze drinken. Dat zegt woordvoerder Bas Kuik van het ministerie van Volksgezondheid. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat meisjes vaker dronken zijn dan jongens. Bij slijterijen wordt de leeftijd van klanten volgens het ministerie beter gecontroleerd. Het ministerie van Volksgezondheid denkt dat het een goede stap is om de leeftijdsgrens te verhogen naar 18 jaar. Door een lijn te trekken bij 18 moet het voor verkopers makkelijker worden een onderscheid te maken tussen de klanten. Het verschil tussen een 14- en een 18-jarige is gemakkelijker te zien dan het verschil tussen een 14- en een 16-jarige, zegt woordvoerder Kuik van het ministerie. Dat jongeren in schuren drinken, is volgens hem een probleem van de lokale overheid. Als de controle bij verkooppunten strenger is, zou het probleem bij de wortel worden aangepakt. De Stichting Alcohol Preventie, STAP, is ook voor de plannen om de leeftijdsgrens te verhogen. Directeur Wim van Dalen zegt dat jongeren zich in eerste instantie zullen afzetten tegen de regelgeving, maar dat op de lange termijn het gewenste effect wordt bereikt. STAP ziet 18 jaar als meest logische leeftijdsgrens voor alcoholverkoop. Dit voor zowel zwakalcoholhoudende drank (bier en wijn) als sterke drank. Allereerst kan een verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 leiden tot afname van het alcoholgebruik onder minderjarigen. En dat is gunstig, gelet op het feit dat steeds meer jongeren te jong beginnen te drinken.

Verder schept het duidelijkheid. Verstrekkers hebben maar met n soort alcohol en met n leeftijdsgrens te maken. Dit vereenvoudigt het naleven van de wet en hierdoor zijn verkopers niet meer verantwoordelijk voor het verkopen van alcohol aan minderjarigen. Bovendien is een eenduidige leeftijdsgrens van 18 jaar niet uniek in Europa. In de Europese Unie hanteren momenteel 11 van de 25 lidstaten een eenduidige grens van 18 jaar voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. Voorbeelden zijn Engeland, Ierland, Polen en Hongarije. In Zweden en Finland ligt de grens voor het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank op 18 jaar en van sterke drank zelfs op 20 jaar. De grens van 18 jaar zorgt er ook voor dat de ouders niet meer verantwoordelijk zijn voor toezicht op het drinken door minderjarigen. De gebruikers zijn dan immers meerderjarig en dus zelf verantwoordelijk.

Alcohol en jongeren is voor veel horecaondernemers een lastig punt. Je probeert je te houden aan de drank- en horecawet. Deze wet heeft een duidelijke wetgeving als het gaat om het schenken van zwakalcoholische dranken vanaf 16 jaar en sterke dranken vanaf 18 jaar. Een ondernemer is strafbaar als hij zich niet aan deze grens houdt en er hangt een zware boete boven zijn hoofd. Hij is verantwoordelijk. Maar als er een jeugdige bezoeker aan de bar staat, is hij dan de enige verantwoordelijke? Weten de ouders van deze minderjarige niet wat hun zoon of dochters uitspookt of besteld aan een bar? Zijn zij niet in de eerste plaats degene die hun oogappeltjes moeten beschermen en controleren? Wanneer de leeftijdsgrens wordt verhoogd naar 18 jaar, is dit probleem niet meer aan de orde. De horecaondernemers worden dan niet meer aansprakelijk gesteld.

Aangezien het alcoholgebruik onder jongeren zo zorgwekkend is, ondersteunt de GGD ( de Gemeentelijke Gezondheidsdienst) dan ook de brede aanpak van overmatig alcoholgebruik van jongeren. Deze aanpak bevat beperkende maatregelen n voorlichting. Alleen een verkoopverbod onder de 18 jaar is niet genoeg. Kinderen weten toch wel hoe ze aan alcohol kunnen komen. Bovendien bieden veel ouders zelf jongeren onder de 16 alcohol aan. Daarom is het ook van belang dat iedereen in de maatschappij inziet dat deze trend, van op steeds jongere leeftijd steeds vaker en steeds meer alcohol drinken, gestopt moet worden. Bij voorlichting kun je denken aan voorlichtingscampagnes gericht op jongeren en op ouders, aan lessen op school over het effect van alcohol en het bieden van weerstand aan groepsdruk. Op dit moment geeft de GGD aan ouders van jongeren uit groep 7 ( elfjarigen) al voorlichting over het belang van praten over alcoholgebruik met je kind en de eigen voorbeeldfunctie hierbij.

Het is de hoogste tijd om ouders en jongeren te informeren over de ernstige en schadelijke effecten van alcohol op jonge leeftijd. De schadelijke gevolgen van overmatig alcoholgebruik zijn talrijk. Wekelijks alcoholgebruik is op een leeftijd van vijftien jaar schadelijk voor de lichamelijke ontwikkeling. Alcohol staat bekend om het effect op de lever maar het effect op de hersenen is groter. Alcohol verdooft de hersenen waardoor de remming wegvalt en iemand zich vrijer en vrolijker voelt, maar ook trager gaat reageren. Een keer te veel drinken kan voor een black-out zorgen, een tijdelijke stoornis in de hersenen. Maar vaak te veel drinken kan voor permanente beschadiging van de hersenen zorgen. Onder de zestien jaar heeft alcohol een heftiger effect op de hersenen, dan bij oudere jongeren. Dit kan tot directe beschadiging leiden maar ook een belemmering van de groei van de hersenen opleveren, die zich nog tot je 20ste ontwikkelen. Hierdoor kunnen gedrags- en schoolproblemen ontstaan. Jongeren van deze leeftijd die wekelijks meer dan zes glazen alcohol nuttigen, hebben meer gezondheidsklachten, maar ook angst en depressie komen meer voor bij deze groep jongeren en soms worden zelf leverbeschadigingen waargenomen. Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat de kans op alcoholverslaving groter is naarmate er op jongere leeftijd al alcohol gedronken wordt. Vooral wanneer er gedronken wordt om problemen te vergeten blijkt dit het geval. Doordat het lichaam van een jongere vaak ook nog niet volgroeid is en dus gewoon kleiner is dan dat van een volwassene, kunnen jongeren ook snel te veel drinken waardoor ze vaker betrokken zijn bij ongelukken of ruzies/ gewelddadig gedrag. Er is dus wetenschappelijk bewezen dat overmatig alcoholgebruik vooral op jonge leeftijd erg schadelijk kan zijn. Om deze gevolgen te beperken, is het voorstel gekomen om de leeftijdsgrens te verhogen naar achttien jaar.

Maar lang niet iedereen is het eens met het voorstel van minister Hoogervorst. Slecht n op de vijf jongeren zou het terecht vinden als de leeftijd waarop alcohol mag worden verkocht, verhoogd wordt van zestien naar achttien jaar. Dit blijkt uit een peiling van een jongerensite.

Ook veel andere politieke partijen stemmen niet in met het voorstel. VVD-Kamerlid Schippers noemt het zorgelijk dat 'steeds meer 12- en 13-jarigen zich met steeds grotere hoeveelheden drank laten vollopen'. Maar een verbod op de verkoop van drank tot 18 jaar acht zij overdreven. 'Laten we eerst de leeftijdsgrens van 16 jaar maar eens handhaven voordat we met nieuwe, betuttelende maatregelen komen.' CDA, D66, PvdA, GroenLinks en SP delen die mening. Coalitiepartij CDA is het wel eens met de minister dat alcoholmisbruik onder jongeren aangepakt moet worden. De partij ziet echter niet veel in een wettelijke leeftijdsverhoging voor de aanschaf van alcohol. D66 vindt, zo sprak Kamerlid Van der Ham, dat de minister met hagel" schiet. Er is een grote groep van 16 jaar waarbij het alcoholgebruik goed gaat, terwijl maar een kleine groep de problemen maakt. Wij dringen aan op een assertievere jeugdzorg die alcoholmisbruik tegen moet gaan." Kamerlid Timmer (PvdA) vindt de voorstellen veel te mager. Wij zijn voor accijnsverhoging en voor veel meer voorlichting over de gevaren van alcohol in het onderwijs. De leeftijdsgrens verhogen steunen wij nu niet." De politieke partijen delen de zorg van Hoogervorst over het soms buitensporige drinkgedrag van jongeren, maar verwachten geen heil van meer en strengere regels. Volgens CDA, VVD, PvdA en D66 zijn gesprekken tussen deskundigen, scholieren en hun ouders over de gevaren van alcohol effectiever.

Ook de Koninklijk Horeca Nederland is tegen het plan van Hoogervorst de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol te verhogen. Volgens directeur J. Claes heeft deze maatregel juist een averechtse werking. 'Een verhoging van de leeftijdsgrens bevordert juist de illegaliteit, omdat jongeren dan niet meer in de horeca terechtkunnen. Daardoor neemt drankmisbruik alleen maar toe', voorspelt de horecavoorman. Als jongeren door invoering van het nieuwe wetsvoorstel niet meer legaal aan alcohol kunnen komen in cafs, is de kans groot dat ze dit ergens anders illegaal gaan doen. Drinken in schuurtjes zou worden bevorderd, waardoor het drankmisbruik zou toenemen. Veel gezondheidsorganisaties wijzen jongeren erop hoe sluipend het gevaar is van al jong vertrouwd raken met alcohol. Ze willen dat de jongeren zich daar bewust van worden door middel van voorlichting en maatregelen. Opvallend is dat jongeren zelf ook vragen om strengere controles, maar veel beseffen zelf ook dat dat niet de oplossing is voor dit probleem. "Als we willen, drinken we toch wel." Jongeren zouden niet van plan zijn zich te laten remmen. De horeca wijst erop dat de regels al streng genoeg zijn en dat ze die momenteel ook zelf nauwlettend volgt. Maar jongeren zelf beweren dat kroegen vaak voor meer dan de helft gevuld zijn met jeugd onder de 16. Dit geeft aan dat het geen nut heeft om de leeftijdsgrens te verhogen, maar men de jongeren en hun omgeving op de hoogte moet stellen van het probleem. 'Verbieden' heeft een negatieve uitstraling. Want zeg nou zelf, als je iets niet mag, ben je sneller geneigd om dit juist wel te doen. Het is beter om de jongeren te laten inzien wat de gevolgen zijn van het vele drinken en de beslissing zelf kunnen nemen. Veel jongeren zelf zijn ook tegen het invoeren van deze nieuwe maatregel. Zij vinden dat je zelf verantwoordelijk bent voor hoeveel je drink op een avond. Wanneer de overheid toch de maatregel wil gaan invoeren, gaat dat ten koste van de jongeren die wel hun lichaam kennen en weten hoe ver ze kunnen gaan. Iedereen weet dat er in veel kroegen jongeren onder de 16 jaar komen, kijk maar naar de kraan. De meeste jongeren zien dus wel in dat alcoholmisbruik een probleem is, maar zij denken dat je het beter aangepakt kan worden door strengere controles en straffen. Hierdoor beperkt je het alcoholmisbruik van jongeren onder de 16.

Haske van der Vorst, psycholoog aan de Radboud Universiteit, presenteerde op het Nationaal Alcohol Congres, haar resultaten van het onderzoek: 'Zo vader, zo zoon.' Daarin bestudeerde ze de rol van de ouders in het alcoholgebruik van opgroeiende kinderen. Uit dit onderzoek bleek dat ouders een grote rol spelen met betrekking tot het drinkgedrag van hun kinderen. En van de uitkomsten is dat ouders vaak helemaal niet weten hoeveel hun kinderen drinken. Ook maken ouders zich minder snel zorgen over het alcoholgebruik dan om het gebruik van hasj of wiet. Dit komt gedeeltelijk door het feit dat alcoholgebruik veel meer geaccepteerd is, de meeste ouders drinken zelf ook wel eens een glaasje. Ook speelt weinig kennis van de schadelijke gevolgen van alcohol een rol in de houding van de ouders.

Veel ouders beschouwen het uitproberen van alcohol ook als een onderdeel van de puberteit en vertrouwen er te veel op dat het eigen kind wel controle heeft over zijn of haar alcoholgebruik. Hieruit blijkt dat de ouders het probleem erg onderschatten. Volgens Haske van der Vorst zijn de ouders juist de eerste verantwoordelijke voor het drinkgedrag van hun kinderen. Toezicht werkt, zegt Van der Vorst: hoe meer toezicht, hoe minder de jongeren drinken. Het is dus niet de taak van de overheid om alcoholmisbruik tegen te gaan door de leeftijdsgrens te verhogen, maar de taak ligt bij de ouders. Volgens Van der Vorst kan de overheid beter geld steken in voorlichting voor ouders.

Kortom, we hebben gezien dat dit wetsvoorstel veel voordelen maar ook vele nadelen met zich mee brengt. Aan de ene kant is de maatregel effectief omdat verkopers zo makkelijker onderscheidt kunnen maken tussen klanten van verschillende leeftijden. Ook zijn de gevolgen van veel drank op jonge leeftijd schadelijker dan op oudere leeftijd. Daarnaast geldt deze regel al in vele andere Europese landen en zodra het wetsvoorstel ook hier wordt ingevoerd schept dit een duidelijke leeftijdsgrens in Europa. Daar tegenover staat dat de verantwoordelijkheid voor alcoholgebruik bij de ouders ligt. Het heeft dus geen nut om de leeftijdsgrens te verhogen. Ten tweede zullen veel jongeren die wel weten hoeveel ze kunnen drinken, de dupe zijn. Zij mogen dan geen alcohol meer drinken terwijl een die grote groep er nooit misbruik van heeft gemaakt. Verbieden van alcohol onder de 18 zou averechts werken. Dit bevorderd volgens sommigen juist de illegaliteit.

Inleiding

Een man van 75 jaar komt bijna dagelijks in het caf tegenover zijn huis. Hij gaat er heen om even gezellig te praten met wat mensen of de barman. Ook rookt de man, zijn haar is wit en zijn pony is helemaal geel uitgeslagen van de nicotine net als zijn vingers. Thuis rookt hij niet want dat vindt zijn vrouw niet prettig en daarom gaat hij naar het caf. De barman vraagt wat hij er van vind als het caf rookvrij wordt. De man kijkt de barman aan en zegt belachelijk. Waar moet ik dan mijn sigaretje roken? Moet ik altijd maar buiten gaan staan? De barman zegt: nou het zit er wel aan te komen, ze willen alle horecabedrijven rookvrij maken. De man zegt het wordt ook steeds gekker in dit land. Eerst al op de werkplek en nu ook de hele horeca. Over een aantal jaar is het natuurlijk de bedoeling dat er helemaal niet meer wordt gerookt. Zo ziet het er in ieder geval wel naar uit als het zo gaat. De man vindt dat je zelf moet weten of je rookt of niet, je bent toch immers baas over je eigen lijf? Ik ben het met deze man eens, ik vind het verbod te ver gaan. Zo krijgt de overheid het in de hand dat over een aantal jaar niemand meer rookt. En je moet toch zelf weten wat je doet of niet.

Sinds 2002 zijn er veel punten gewijzigd in de Tabakswet. In 2002 mogen er in overheidsgebouwen geen tabaksartikelen meer worden verkocht. Vanaf 2003 is het verboden om kleine verpakkingen met minder dan 19 stuks te verkopen, ook is tabaksreclame verboden en geldt een reclameverbod voor kranten en tijdschriften. Sponsoring van evenementen door de tabaksindustrie is verboden, tabaksartikelen mogen niet langer gratis worden versterkt bijv. als promotie. Sinds 2004 zijn werkgevers verplicht ervoor te zorgen dat hun werknemers geen hinder of overlast van roken ondervinden. Dus verboden te roken op de werkplek. Het roken in de horeca is nu ook verboden. Ze kunnen beter zeggen wat nog wel mag! De meeste mensen roken voor de gezelligheid in discotheken en cafs maar nu moet iedereen voortaan buiten gaan staan om te roken. Belachelijk toch? Ik vind van wel.

Middenstuk

Ten eerste leidt een rookverbod tot een verlies van banen. Als het rookverbod wordt goedgekeurd denkt men dat er heel veel mensen niet meer naar openbare gelegenheden zoals cafs en discotheken gaan omdat er dan niet meer gerookt mag worden. Het is toch ook niks om buiten te gaan roken. In discotheken is het heen en weer geloop. En er komen steeds minder mensen dus de omzet gaat ook omlaag en kan de eigenaar van het bedrijf het niet meer opbrengen. Doordat er bedrijven failliet gaan gaan er ook veel banen verloren gaan. In een persbericht liet Koninklijk Horeca Nederland weten dat het rookverbod tot het verlies van zeker 50.000 banen zal leiden in cafs en discotheken door een omzetverlies van ongeveer 1,3 miljard euro. Horecabezoekers in de grensstreek gaan naar Duitsland omdat daar geen rookverbod geldt.

Ten tweede zijn er ook hele goede afzuigingen voor in de horeca, die de rook voor het grootste gedeelte wegzuigen. De Tweede Kamer kreeg een aantal weken geleden uitleg over de jongste ventilatietechnieken waarmee 90% van de tabaksrook uit de lucht kan worden gefilterd. De horeca vindt deze ventilatie een betere optie dan het roken helemaal te verbieden. En daar ben ik het zelf helemaal mee eens. Je moet niet meteen alles gaan verbieden als er ook nog andere oplossingen zijn.

Ten derde is er uit een aantal onderzoeken in andere landen gebleken dat het aantal rokers niet afneemt wanneer het rookverbod er is. Rokers zullen dan toch stiekem een sigaretje blijven roken. Een rookverbod leidt niet tot een daling van het aantal mensen dat rookt. Het leidt tot roken op andere plaatsen. En als men gescheiden rook ruimtes zouden maken denken velen dat het probleem opgelost zou zijn, maar dat is niet zo. De rook beperkt zich niet alleen tot die ruimte, maar verspreidt zich over de hele zaal. En het is momenteel ook zo dat de rokers zich niet afzonderen in de rokersafdeling. Meestal gaat het volledige gezelschap van de roker mee naar die ruimte.

Ten vierde veel mensen in Nederland zijn verslaafd aan roken. Men rookt met name voor de gezelligheid, wij ook gezelligheidsdieren. Het gaat om gezellig in een discotheek met mensen praten, dansen en dan past een sigaret daar voor sommigen goed bij. Het gezellig samenzijn blijkt in onze cultuur boven de eigen gezondheid te staan. In cafs word je met ongeloof bekeken wanneer je iemand vraagt om niet te roken. Als je niet tegen rook kunt, dan moet je maar niet komen, dat wordt vaak gezegd. Thuis kun je nog vragen of een roker 'alstublieft niet wil roken'. Maar in een caf wordt deze vraag niet gewaardeerd. Het vindt voorlopig nog genoeg rokerige cafs. Ze zeggen dan ook dat de enige oplossing is tabaksrook uit de horeca te weren. Maar waar blijft de gezelligheid dan?

Ten vijfde je kiest er toch echt zelf voor om in de horeca te werken en weet je de gevolgen van de hoeveelheid rook. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid vindt dat het personeel in cafs en restaurants evengoed last heeft van de rook van anderen. De horecabazen reageerden hier woedend op. Ik ben het met de horecabazen eens, ik vind dat mensen er zelf voor kiezen om in de horeca te werken. En dan weet je wat je te wachten staat. Je kunt de horecamedewerkers niet vergelijken met kantoormedewerkers. Horeca is gezelligheid en drinken en roken. Aangezien roken en horeca vooral cafs dan voorlopig nog door velen onlosmakelijk verbonden worden beschouwd, betekent dit ook dat een baan in de horeca gelijk staat aan een blootstelling aan tabaksrook. Die blootstelling varieert van zaak tot zaak, maar vooral in bars en cafs is de rookintensiteit sterk. De horecawerknemer heeft trouwens geen wettelijke poot om op te staan. Problemen met tabaksrook worden doorgaan afgewimpeld met de dooddoener 'dat dit nu eenmaal bij de baan hoort'.

Slot

Kortom, het rookverbod in de horeca is onzin omdat de omzet teveel daalt waardoor er veel banen verloren zullen gaan. Dit is zeer ongunstig voor de economie. Ook neemt de gezelligheid in cafes en discotheken af. Het rookverbod in de horeca zal niet leiden tot een daling van de rokers, maar zal leiden tot roken op andere plaatsen. Er zijn afzuigingen die de rook voor het grootste gedeelte wegzuigt. Ze vinden dat de horecamedewerkers ook recht hebben op een rookvrije werkplek, ik vind dat je er zelf voor hebt gekozen om in de horeca te werken dus je weet de gevolgen ervan. Waarom zou je nu wel een rookvrije werkplek willen hebben? Maar rokers kunnen ook andere mensen longkanker bezorgen. Misschien is het dan beter om te zeggen dat een paar zalen in de discotheek rookvrij zijn en de andere niet. Dan kunnen de mensen zelf kiezen wat ze zelf willen. Gezellig bij de rokers staan of niet. Maar alle mensen moeten gelijk behandeld worden. En er zullen rookruimtes moeten komen dat extra geld kost. Dus een rookverbod lijdt tot een economisch tekort.

Roken (netvsie)

Een man van 75 jaar komt bijna dagelijks in het caf tegenover zijn huis. Hij gaat er heen om even gezellig te praten met wat mensen of de barman. Ook rookt de man, zijn haar is wit en zijn pony is helemaal geel uitgeslagen van de nicotine net als zijn vingers. Thuis rookt hij niet want dat vindt zijn vrouw niet prettig en daarom gaat hij naar het caf. De barman vraagt wat hij er van vind als het caf rookvrij wordt. De man kijkt de barman aan en zegt belachelijk. Waar moet ik dan mijn sigaretje roken? Moet ik altijd maar buiten gaan staan? De barman zegt: nou het zit er wel aan te komen, ze willen alle horecabedrijven rookvrij maken. De man zegt het wordt ook steeds gekker in dit land. Eerst al op de werkplek en nu ook de hele horeca. Over een aantal jaar is het natuurlijk de bedoeling dat er helemaal niet meer wordt gerookt. Zo ziet het er in ieder geval wel naar uit als het zo gaat. De man vindt dat je zelf moet weten of je rookt of niet, je bent toch immers baas over je eigen lijf? Ik ben het met deze man eens, ik vind het verbod te ver gaan. Zo krijgt de overheid het in de hand dat over een aantal jaar niemand meer rookt. En je moet toch zelf weten wat je doet of niet.

Sinds 2002 zijn er veel punten gewijzigd in de Tabakswet. In 2002 mogen er in overheidsgebouwen geen tabaksartikelen meer worden verkocht. Vanaf 2003 is het verboden om kleine verpakkingen met minder dan 19 stuks te verkopen, ook is tabaksreclame verboden en geldt een reclameverbod voor kranten en tijdschriften. Sponsoring van evenementen door de tabaksindustrie is verboden, tabaksartikelen mogen niet langer gratis worden versterkt bijv. als promotie. Sinds 2004 zijn werkgevers verplicht ervoor te zorgen dat hun werknemers geen hinder of overlast van roken ondervinden. Dus verboden te roken op de werkplek. Het roken in de horeca is nu ook verboden. Ze kunnen beter zeggen wat nog wel mag! De meeste mensen roken voor de gezelligheid in discotheken en cafs maar nu moet iedereen voortaan buiten gaan staan om te roken. Belachelijk toch? Ik vind van wel.

Ten eerste leidt een rookverbod tot een verlies van banen. Als het rookverbod wordt goedgekeurd denkt men dat er heel veel mensen niet meer naar openbare gelegenheden zoals cafs en discotheken gaan omdat er dan niet meer gerookt mag worden. Het is toch ook niks om buiten te gaan roken. In discotheken is het heen en weer geloop. En er komen steeds minder mensen dus de omzet gaat ook omlaag en kan de eigenaar van het bedrijf het niet meer opbrengen. Doordat er bedrijven failliet gaan gaan er ook veel banen verloren gaan. In een persbericht liet Koninklijk Horeca Nederland weten dat het rookverbod tot het verlies van zeker 50.000 banen zal leiden in cafs en discotheken door een omzetverlies van ongeveer 1,3 miljard euro. Horecabezoekers in de grensstreek gaan naar Duitsland omdat daar geen rookverbod geldt.

Ten tweede zijn er ook hele goede afzuigingen voor in de horeca, die de rook voor het grootste gedeelte wegzuigen. De Tweede Kamer kreeg een aantal weken geleden uitleg over de jongste ventilatietechnieken waarmee 90% van de tabaksrook uit de lucht kan worden gefilterd. De horeca vindt deze ventilatie een betere optie dan het roken helemaal te verbieden. En daar ben ik het zelf helemaal mee eens. Je moet niet meteen alles gaan verbieden als er ook nog andere oplossingen zijn.

Ten derde is er uit een aantal onderzoeken in andere landen gebleken dat het aantal rokers niet afneemt wanneer het rookverbod er is. Rokers zullen dan toch stiekem een sigaretje blijven roken. Een rookverbod leidt niet tot een daling van het aantal mensen dat rookt. Het leidt tot roken op andere plaatsen. En als men gescheiden rook ruimtes zouden maken denken velen dat het probleem opgelost zou zijn, maar dat is niet zo. De rook beperkt zich niet alleen tot die ruimte, maar verspreidt zich over de hele zaal. En het is momenteel ook zo dat de rokers zich niet afzonderen in de rokersafdeling. Meestal gaat het volledige gezelschap van de roker mee naar die ruimte.

Ten vierde zijn veel mensen in Nederland zijn verslaafd aan roken. Men rookt met name voor de gezelligheid, wij zijn dan ook gezelligheidsdieren. Het gaat om gezellig in een discotheek met mensen praten, dansen en dan past een sigaret daar voor sommigen goed bij. Het gezellig samenzijn blijkt in onze cultuur boven de eigen gezondheid te staan. In cafs word je met ongeloof bekeken wanneer je iemand vraagt om niet te roken. Als je niet tegen rook kunt, dan moet je maar niet komen, dat wordt vaak gezegd. Thuis kun je nog vragen of een roker 'alstublieft niet wil roken'. Maar in een caf wordt deze vraag niet gewaardeerd. Het vindt voorlopig nog genoeg rokerige cafs. Ze zeggen dan ook dat de enige oplossing is tabaksrook uit de horeca te weren. Maar waar blijft de gezelligheid dan?

Ten vijfde je kiest er toch echt zelf voor om in de horeca te werken en weet je de gevolgen van de hoeveelheid rook. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid vindt dat het personeel in cafs en restaurants evengoed last heeft van de rook van anderen. De horecabazen reageerden hier woedend op. Ik ben het met de horecabazen eens, ik vind dat mensen er zelf voor kiezen om in de horeca te werken. En dan weet je wat je te wachten staat. Je kunt de horecamedewerkers niet vergelijken met kantoormedewerkers. Horeca is gezelligheid en drinken en roken. Aangezien roken en horeca vooral cafs dan voorlopig nog door velen onlosmakelijk verbonden worden beschouwd, betekent dit ook dat een baan in de horeca gelijk staat aan een blootstelling aan tabaksrook. Die blootstelling varieert van zaak tot zaak, maar vooral in bars en cafs is de rookintensiteit sterk. De horecawerknemer heeft trouwens geen wettelijke poot om op te staan. Problemen met tabaksrook worden doorgaan afgewimpeld met de dooddoener 'dat dit nu eenmaal bij de baan hoort'.

De overheid heeft nu wel een grote invloed. Want het roken wordt steeds meer belemmerd, eerst niet roken op werkplek nu ook nog roken verbieden in de horeca. En straks over een aantal jaar zal de overheid doordraven en zal het roken helemaal verboden worden. Zo'n maatregel zit er wel aan te komen, doordat de overheid vindt dat er nog teveel word gerookt. Ik vind zelf dat de overheid niet het recht heeft om voor mensen te bepalen of ze roken of niet.

Hoe kijken andere landen tegen het verbod aan? In Itali, Ierland, Malta, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zweden is al een rookverbod in de horeca en op de werkplek. In Belgi gaat het verbod vanaf 2007 in, en in Nederland is het de bedoeling dat we vanaf 2009 niet meer roken in de horeca. Ook in een aantal Amerikaanse steden zoals New York, Los Angeles, San Francisco en Boston is er een rookverbod in de horeca.

Het heeft vooral in Ierland al problemen opgebracht, meer dan 200 pubs in Ierland hebben de deuren moeten sluiten wegens het sinds vorig jaar maart geldende rookverbod. De gasten bleven weg omdat ze geen sigaret mochten opsteken, zo klaagde een organisatie van Ierse pubeigenaren. De gemiddelde omzet in Ierse kroeg liep met 10 tot 15 procent terug en er gingen 7500 banen verloren.

Maar roken is en blijft natuurlijk altijd nog slecht voor je gezondheid. Het verhoogt de kans op longkanker, hart - en vaatziekten, borstkanker, kanker aan de luchtwegen en onvruchtbaarheid. Ook vermindert rook de capaciteit van je bloed om zuurstof op te nemen waardoor je conditie achteruit gaat. Dit komt omdat er een stof in tabaksrook zich beter aan je rode bloedlichaampjes hecht dan. Ook heeft het roken nadeel voor je omgeving, voor mensen die niet roken, zij ademen de rook in en hebben een verhoogd risico op longkanker. Dat gebeurt dus vaak in discotheken, als gezellig naast iemand staat te praten die rookt. Adem je die rook in en heb je zelf kans op longkanker. Op deze manier zou het beter zijn dat rokers niet in de horeca roken, omdat andere mensen er longkanker van kunnen krijgen. Roken is gewoon een aanslag op je lichaam.

Ook moet eigenlijk iedereen gelijk behandeld worden. Nergens op de werkplek mag meer gerookt worden. En is het overal in het land hetzelfde. En maakt men geen onderscheid tussen horeca en andere bedrijven. Maar er zullen dan wel rookruimtes moeten komen want je kunt moeilijk verwachten dat medewerkers buiten gaan staan roken. En rookruimtes gaan weer ten koste van het gemeenschapsgeld en ze vergen veel extra ruimte. En dat gaat ook veel geld kosten. Waardoor het misschien toch beter is om het rookverbod niet in te voeren.

Kortom, het rookverbod in de horeca is onzin omdat de omzet teveel daalt waardoor er veel banen verloren zullen gaan. Dit is zeer ongunstig voor de economie. Ook neemt de gezelligheid in cafes en discotheken af. Het rookverbod in de horeca zal niet leiden tot een daling van de rokers, maar zal leiden tot roken op andere plaatsen. Er zijn afzuigingen die de rook voor het grootste gedeelte wegzuigt. Ze vinden dat de horecamedewerkers ook recht hebben op een rookvrije werkplek, ik vind dat je er zelf voor hebt gekozen om in de horeca te werken dus je weet de gevolgen ervan. Waarom zou je nu wel een rookvrije werkplek willen hebben? Maar rokers kunnen ook andere mensen longkanker bezorgen. Misschien is het dan beter om te zeggen dat een paar zalen in de discotheek rookvrij zijn en de andere niet. Dan kunnen de mensen zelf kiezen wat ze zelf willen. Gezellig bij de rokers staan of niet. Maar alle mensen moeten gelijk behandeld worden. En er zullen rookruimtes moeten komen dat extra geld kost. Dus een rookverbod lijdt tot een economisch tekort.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!