Algemene informatie over malaria

Malaria is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door de parasiet Plasmodium. De ziekte lijdt tot erge koorts en kan een fatale afloop hebben. Het is een van de meest verwoestende mondiale ziekten. Per jaar zijn er zo'n 350 miljoen gevallen van malaria bekend. Elk jaar sterven er n miljoen tot 3 miljoen mensen aan malaria, waarvan de meeste kinderen jonger zijn dan 5 jaar. Zo gaat er elke 30 seconde een kind aan ten gronde en sterven er meer dan 3000 kinderen aan malaria per dag, aldus de World Health Organisation(WHO). In de landen van Afrika onder de Sahara is het doodsoorzaak nummer n voor kinderen onder de vijf jaar. Op elk moment hebben in 109 verschillende landen meer dan 3 miljard mensen kans op infectie met de malariaparasiet. Het is een mondiaal probleem, hoewel meer dan 80% van de slachtoffers in de Afrikaanse landen vallen. Het erge hieraan is dat het eigenlijk alleen een gevolg is van armoede en ontbrekende gezondheidszorg, hoewel er jaarlijks al 12 miljard dollar aan verloren gaat. Malaria is goed te behandelen en te voorkomen met de juiste middelen alleen is het grote probleem dat dit niet aanwezig is op de goede plek. Er is nog geen goed vaccin ontwikkeld tegen malaria. Daarom is er nog heel veel onderzoek nodig naar d oplossing voor de bestrijding van malaria.

Hoe ontstaat malaria?

Malaria wordt veroorzaakt door de parasiet Plasmodium die wordt overgedragen door muggen uit verschillende geslachten. Bij de mens wordt de ziekte overgebracht door muggen van het geslacht Anopheles. We gaan nu eerst in op de parasiet en de levenscyclus van de parasiet.

Eukaryote Parasiet

De parasiet die malaria veroorzaakt is een eukaryote parasiet. Eukaryoten zijn organismen waarvan de cellen een celkern, membraan en organellen hebben. Ze bezitten verder een cytoskelet, die zorgt voor de beweeglijkheid, de vorm en stevigheid. Ze bevatten ook een uitwendig membraan waarin het cytoplasma ligt. Het DNA ligt in de celkern en is verdeeld in chromosomen. Om de kern is een dubbel membraam met porin, waar doorheen stoffen vervoerd kunnen worden. Het membraan wordt omringd door het endoplasmatisch reticulum en het golgi-systeem. Voedsel wordt door endocytose opgenomen door eukaryoten.

Een parasiet is een organisme dat om te ontwikkelen en te overleven gebruik maakt van een ander levend organisme, de gastheer. Een parasiet leeft tijdelijk of permanent in of op zijn gastheer en onttrekt zijn voedsel hieraan. Parasieten vormen een aparte groep organismen, naast virussen, bacterin en schimmels.

Parasieten zijn in te delen in drie soorten:

  • Protozoa. Protozoieten zijn microscopische organismen die niet zichtbaar zijn voor het blote oog. Ze bestaan uit maar 1 cel en planten zich snel voort. Veel soorten kunnen het spijsverteringskanaal overnemen en vervolgens naar andere organen en weefsels gaan via het bloed. Ze worden wel endoparasieten genoemd, omdat ze n andere wezens leven.
  • Rond- en Platwormen(Phylum Nematoda en Phylum trematoda). Deze parasieten zijn groter dan de protozoa en zijn met het blote oog waar te nemen. Verder bestaan ze uit meerdere cellen en planten zich voort door eitjes te leggen.
  • Lintwormen (Phylum cestoda ). Dit is de grootse parasiet die een mens kan hebben. Ze zijn in staat hun kop vast te hechten aan de darmwand, en het is noodzakelijk dat de kop vernietigd wordt, de kop alleen kan namelijk nog groeien.
  • Levenscyclus van de parasiet

    De parasiet heeft eigenlijk twee cyclussen: een aseksule en seksuele cyclus. De aseksuele cyclus speelt zich af in de gastheer, de seksuele cyclus in de mug, de vector. De aseksuele fase kent twee grote fasen. Eerst de exo-erytrocytaire fase, daarna volgt de erytrocytaire fase.

    De exo-erytrocytaire fase begint wanneer de mug de sporozoeten, die aanwezig zijn in haar speekselklieren, door haar steek bij het slachtoffer naar binnen brengt. De sporozoeten gaan naar de levercellen, de leverparenchymcellen. In deze hepatocyten vermeerderen de sporozoeten zich door mitose. Na vijf tot tien dagen ontstaan er duizenden merozoeten. De hepatocyten barsten open en zo komen er duizenden merozoeten vrij.

    De merozoeten verplaatsen zich naar de rode bloedcellen, de erytrocyten. Wanneer deze de erytrocyt binnendringen, begint de erytrocytaire fase. In deze fase ontstaan door een ongeslachtelijke deling trofozoeten. Deze ontwikkelen en vermeerderen zich door mitose. Aan het einde van de mitose wordt de gerijpte trofozoet een schizont genoemd. Deze worden ook weer vermenigvuldigd (schizogonie) en er worden weer merozoeten gevormd.

    Tijdens deze fase wordt de hemoglobine in de rode bloedcel door de zure voedselvacuole van de parasiet afgebroken tot essentile aminozuren voor de parasiet. Dit doet de parasiet om te groeien en te vermenigvuldigen. Wanneer dit gebeurt komt er een heemgroep vrij, die geoxideerd wordt tot hematine. De hematine is giftig is voor de parasiet. De parasiet zorgt ervoor dat dit molecuul gepolymeriseerd wordt tot hemozone, wat wordt opgeslagen in het lysosoom als onoplosbare kristallen. Ook deze erytrocyt zal openbarsten en zo komen de merozoeten vrij in de bloedstroom van de gastheer met de giftige kristallen. Dit veroorzaakt de symptomen van malaria. Steeds wanneer er merozoeten vrijkomen, krijgt de patint een koortsaanval. Dit gebeurt ongeveer om de 48 uur of 72 uur, afhankelijk van het Plasmodiumsoort.

    Vandaar de naam wisselkoorts, wat duidt op koorts- aanvallen, afgewisseld met periodes zonder koorts.

    De merozoeten dringen nieuwe rode bloedcellen binnen en zo wordt er opnieuw een erytrocytaire fase gestart. Bij het binnendringen van de rode bloedcel verandert een deel van de merozoeten in gameten. Nu zijn er dus mannelijke en vrouwelijke vormen van de parasiet en deze maken deel uit van de seksuele cyclus. De cyclus kan voltooid worden wanneer ze door een mug worden opgenomen. Dus wanneer een mug een persoon prikt en dit bloed opneemt.

    Wanneer ze door de mug zijn opgenomen, smelten de gameten samen in de maag van de mug en ontwikkelen zich verder tot sporocyst. Als de sporocyst openbarst komen er weer sporozoeten vrij die zich verplaatsen naar de speekselklieren van de mug. En zo begint de fase opnieuw.

    Na een sporozoeten-infectie is er een negatieve fase. Het bloed is dan ongeveer vierentwintig uur niet besmettelijk. De lever, milt, long en hersenen zijn wel infectieus. Bij malaria tropica is vastgesteld dat het bloed binnen zeven dagen infectieus is, bij malaria teritana bedroeg deze periode negen dagen. Enkele dagen later kan men de parasieten in het bloed aantonen en kan de klinische aanval ontstaan. Door verschillende onderzoekers is er aangetoond dat de sporozoieten een half uur na het binnendringen in de gastheer de cellen van het immuunsysteem binnendringen.

    De mug Anopheles

    Er zijn 5 geslachten met muggen die plasmodiumparasieten over kunnen brengen: Culex, Anopheles, Culiceta, Mansonia en Aedes. Het overbrengen van malariaparasieten die mensen kunnen infecteren gebeurt door muggen van het geslacht Anopheles.

    Er zijn 400 verschillende Anopheles-soorten waarvan er 30 tot 40 gastheer kunnen zijn bij de verspreiding van de parasieten van het geslacht Plasmodium.

    Anopheles muggen leggen hun eitjes in schoon, het liefst brak water, zoals regenplassen, water reservoirs en irrigatieslootjes. Clulex muggen daarentegen kunnen ze leggen in vies water en kunnen tegen vervuilende omstandigheden. De eitjes van de Aedes kunnen lange tijd tegen uitdroging, soms wel enkele maanden, tot er weer regen of voedsel aanwezig is op de plaats waar ze gelegd zijn.

    Op mensen wordt de parasiet overgedragen door muggen behorend tot het geslacht Anopheles. Vrouwelijke muggen van dit geslacht hebben bloed nodig voor de ontwikkeling van de eitjes die ze bij zich dragen. De mannelijke muggen steken niet en voeden zich met nectar. Vrouwelijke muggen zijn redelijke goed te onderscheiden van mannetjes. De mannetjes bezitten namelijk grote, harige antennen. In Afrika is de soort A. Gambiae de belangrijkste vector van de parasiet P. falciparum. Echter ook andere soorten zoals A. Arabiensis, A. Funestus en A. Merus kunnen de parasiet overbrengen.

    Tussen zonsondergang en zonsopgang zijn de muggen het meest actief. Verder hangt de activiteit af van de temperatuur. Er worden alleen parasieten overgebracht tussen de 16C en de 33C. Van overdracht tussen mensen is bijna nooit sprake. In sommige gevallen kan het worden overgedragen door bloedtransfusie met het bloed van een malariapatint. Verder wordt het wel overgebracht van moeder op kind. Parasieten leven buiten het lichaam en bloed van mensen heel kort, zelfs minder dan een uur. De meeste Anopheles soorten zijn niet in staat Plasmodium parasieten over te dragen, slechts een beperkt aantal.

    Soorten malaria

    Plasmodium falciparum is de veroorzaker van Malaria tropica. Deze vorm is de gevaarlijkste en meest kwaadaardige. Wanneer iemand genfecteerd is met deze parasiet, leidt dat zonder medicijnen binnen een paar weken tot de dood. Een kenmerk is dat koortsaanvallen heel grillig verlopen. Malaria tropica is de malariavorm die het meest voorkomt. Vooral in tropische delen van Afrika, Zuidoost Azi en in delen van Zuid-Amerika komt het voor. Malaria tropica veroorzaakt de meeste doden van de ziekte, elk jaar sterven er tussen de 1 en 2 miljoen mensen aan een infectie met Plasmodium falciparum. In Afrika zijn dit bijna allemaal kinderen. Maar gelukkig leiden niet alle (onbehandelde) infecties bij kinderen tot de dood in Afrika. Het is namelijk zo dat gedeeltelijke immuniteit tegen de parasiet opgebouwd wordt wanneer men vaker geprikt wordt. Ongeveer twee procent van de infecties heeft direct een dodelijke afloop.

    De infectie verloopt heel kwaadaardig omdat rode bloedcellen die genfecteerd zijn met P. falciparum heel gemakkelijk vast gaan zitten aan bloedvaatjes van organen, bijvoorbeeld de hersenen. Zo kunnen bloedvaatjes verstopt raken en zuurstof en voedingstoffen bereiken de organen niet. Hierdoor komen beschadigingen aan de vaten en de organen. Verder beschadigen de rode bloedcellen ook nog door afweerreacties tegen de parasieten door het immuunsysteem van de mens zelf. Dit kan zelfs zo ver gaan dat vitale organen uitvallen.

    Plasmodium vivax en/of Plasmodium ovale veroorzaken Malaria tertiana. Dit is een 'goedaardige' vorm van malaria en de koortsaanvallen verlopen rustiger dan bij Malaria tropicana. Om de 48 uur zijn er koortspieken en verder lijkt het een alledaagse koorts. Deze vorm van malaria is wel heel verraderlijk: De parasieten van P. vivax en P. ovale kunnen in de lever achterblijven en zo na heel lange tijd, zelfs tot vier jaar na de infectie, nog een aanval veroorzaken, een recidief. Malaria tertiana komt voornamelijk voor in Zuidoost Azi, Midden- en Zuid-Amerika en Ethiopi. P. ovale komt vooral voor in West- en Centraal-Afrika.

    Plasmodium malariae is de oorzaak van Malaria quartana. Deze vorm lijkt veel op malaria tertiana, de koortsaanvallen zijn alleen anders, hierbij zijn er om de vier dagen pieken. Deze vorm van malaria komt niet zo vaak voor. Geschiedenis van malaria

    Geschiedenis van malaria

    De naam 'malaria' komt van de Italiaanse woorden 'mala' en 'aria, dit betekent slechte of stinkende lucht. De ziekte komt aan deze naam omdat malariamuggen vooral op natte, moerassige plaatsen voorkomen. De moerassen stonken vaak heel erg, men dacht dat de muggen hiervoor verantwoordelijk waren, vandaar de naam.

    Wanneer malaria is ontstaan is ons niet bekend. Waarschijnlijk ligt de oorsprong in Afrika. Daar zijn namelijk fossielen van muggen gevonden waarvan duidelijk was dat de malaria vector aanwezig was. (volgens wetenschappers 30 miljoen jaar oud)

    Hippocrates, de 'vader van de geneeskunde' die 500 voor Christus leefde, is de eerste die de ziekte beschreven heeft. De oorzaak van de ziekte onderzocht hij niet, hij verklaarde het met een bovennatuurlijke schuld.

    De associatie met moerassen en stilstaande wateren waar de muggen leven, legden de Romeinen eeuwen later, en zij begonnen daarom drainage programma's, een preventie tegen malaria. De eerste beschreven behandeling van de ziekte komt uit 1600, de bittere bast van de boom Cinchona uit Peru werd gebruikt als medicijn door indianen. In 1650 kwam de bast in Engeland onder de naam 'jezueten poeder'.

    Pas in 1889 werd de echte oorzaak, de protozoiet (eencellige parasiet) van malaria ontdekt door Laveran in Algerije. Het onderzoek begon nu op gang te komen en in 1897 werd de Anopheles mug aangetoond als de vector voor de ziekte door Ronald Ross.

    Alphonse Laveran

    Alphonse Laveran begon zijn onderzoek in een militair hospitaal in Algerije. Hij zocht een verklaring voor de zwarte deeltjes in het bloed van mensen met malaria. Na 1850, toen deze deeltjes, genaamd melanins, werden ontdekt, waren verschillende methoden besproken om te bepalen of ze alleen te vinden waren bij patinten met malaria of dat ze ook aanwezig waren bij andere ziekten. Laverans eerste reeks over het oplossen van dit probleem, was vooral belangrijk om de diagnose van malaria te kunnen stellen. Tijdens dit onderzoek vond hij niet alleen de deeltjes die hij zocht: hij vond ook onbekende levende organismen met kenmerken die hem deden veronderstellen dat er parasieten bij betrokken waren.

    Hij voerde zijn onderzoeken uit op vers bloed en slaagde erin deze 'nieuwe' organismen te beschrijven op hun belangrijkste kenmerken. Om meer onderzoek te kunnen doen ging hij naar moerassige gebieden in Itali. Hier vond hij dezelfde organismen in het bloed van mensen die leden aan moeraskoorts: al snel was hij de ontdekker van de malariaparasiet.

    Zijn ontdekkingen schreef hij in Traite des fivres palustres. Dit werd het fundament waarop volgende onderzoeken gedaan werden. Hij beschreef hoe parasieten tijdens hun ontwikkeling rode bloedlichaampjes vernietigden en hoe pigment in rode bloedlichaampjes werd veranderd in melaline (de zwarte pigmentdeeltjes).

    Hij ging verder met onderzoek naar het leven van de parasieten buiten het lichaam. Het onderzoek had niet veel resultaat, hoewel het wel tot verder onderzoek geleid heeft.

    Zo maakte hij bekend op een hyginecongres in Boedapest in 1894, dat de moeraskoortsparasiet een fase van ontwikkeling in muggen moest ondergaan. En dat deze daarna door muggenbeten in de mens gebracht kon worden. Hij verklaarde dus dat de mug de vector was voor de parasiet. Dit idee werd door veel wetenschappers als ongeloofwaardig gezien en hij moest stoppen met zijn onderzoek.

    Een collega van hem, legerchirurg Ronald Ross, beloofde verder te gaan met onderzoek. Toen hij in India dienst deed, ontdekte hij nieuwe dingen. Zo kon hij de hypothese over de mug onderstrepen en bewijzen. Deze ontdekkingen deed hij door muggen malariapatinten te laten steken, en daarna de parasiet in de mug proberen te volgen.

    Door omstandigheden kon hij niet verder met onderzoek doen met mensen en daarom ging hij verder met onderzoek naar malaria op vogels. Ook hier kon hij zijn ontdekking bevestigen en kon hij de ontwikkeling van de parasiet bestuderen. Op zijn ontdekkingen reageerden andere onderzoekers. Giovanni Battista Grassi, Robert Koch en anderen publiceerden namelijk waardevolle werken die niet alleen het inzicht in malaria vergrootten, maar ook kennis en inzicht gaf in de strijd tegen en de preventie van de ziekte.

    Ontdekking van werkende Insecticiden

    In 1942 werd een belangrijke ontdekking gedaan: het insecticide DDT werd ontwikkeld. Paul Mller kreeg hiervoor de Nobelprijs en na het eerste gebruik van DDT in Itali in 1944, leek het idee van de wereldwijde uitroeiing van malaria uitvoerbaar. Vervolgens werden overal grootschalige maatregelen genomen, zoals het spuiten met DDT, het behandelen van moerassen met paraffine zodat de muggen daar stierven en stilstaand water werd weggehaald. Ook werden gebruik van netten en goedkope, effectieve medicijnen gestimuleerd, zoals chloroquine. Al deze maatregelen hadden indrukwekkende resultaten. Helaas was dit van korte duur. Ondanks het aanvankelijke succes, was het een mislukking om malaria uit te roeien in veel landen. Dit kwam door verschillende factoren. Hoewel de technische problemen, zoals de resistentie van de muggen en parasieten tegen bestrijdingsmiddelen, een rol hebben gespeeld, is het waarschijnlijk voornamelijk te wijten aan sociale en politieke factoren, vooral het gebrek aan toepassing van de controlemaatregelen.

    Geschiedenis van de medicijnen tegen malaria

    Het eerste middel tegen malaria was kinabast. Hieruit vervaardigde men kinine. Men was op zoek naar een ander geneesmiddel, omdat het te duur werd. In 1925 werd door I.G Farben plasmochine vervaardigd, maar dit had maar een klein gebied waarvoor het gebruikt kon worden. In 1932 bood atebrine betere perspectieven. Toen in 1941 Java in handen van de Japanners viel was dit een groot probleem voor de geallieerden. Java was nameliljk de grootste kinaproducent. Daardoor gingen de geallieerden atebrine produceren. In die tijd zijn er door verschillende landen andere stoffen ontdekt zoals resochin, nivaquine en pentaquine.

    In 1970 leek malaria overwonnen te zijn. In plaats van 3 miljoen slachtoffers per jaar werden het er 1. Dit kwam door de introductie van DDT en chloroquine.

    In de rode bloedcel is de malariaparasiet gekomen, en hier gaat hij het hemoglobine van de cel afbreken om daar zijn eigen essentiele aminozuren te maken, met de eiwitten van de bloedcel. Dit doet hij om te groeien en zich te kunnen vermenigvuldigen. Wanneer dit gebeurt komt een verbinding vrij die giftig is voor de parasiet, heem. (Fe(II)-protoporfyrine IX (FP)). De parasiet zorgt ervoor dat dit molecuul gepolymeriseerd wordt tot hemozoin, wat wordt opgeslagen in het lysosoom als onoplosbare kristallen.

    Chloroquine komt ook via de rode bloedcel binnen en gaat door difussie het lysosoom van de parasiet binnen. In de maag is het eerst door dat het een zure omgeving is in protonen gesplitst tot ander andere CQ2+. Ze zorgen ervoor als ze in de bloedcel zijn, dat de parasiet geen polymerisatie meer kan doen en chloroquine bindt de heem. De heem is giftig voor de parasiet en uiteindelijk sterft de parasietcel af.

    In 1970 werd chloroquine veel gebruikt, het plan was om malaria ermee te doen verdwijnen. In het begin leek dit te slagen, maar de de effectiviteit al snelerg verminderd doordat sommige resistente vormen van de parasiet in staat zijn gebleken chloroquine uit het lysosoom te verwijderen. De resistentie ontstond door een mutatie die chloroquine de cel uit kon pompen.

    Sinds 2000 ligt het aantal slachtoffers van malaria weer boven de 1 miljoen. Sindsdien doen zijn grootschalige onderzoeken en organisatie's ingezet voor nieuw onderzoek.

    Er zijn wel een aantal goede medicijnen tegen malaria gevonden, waardoor in landen waar die beschikbaar zijn, de Westerse, malaria zelden meer voorkomt. Het grote probleem blijven de ontwikkelingslanden, er wordt nog hard gezocht naar een oplossing hoe malaria daar uitgemoord kan worden.

    Het voorkomen en bestrijden van malaria

    Malaria is een ziekte die goed te bestrijden is, maar ook goed te voorkomen met de juiste voorzorgsmaatregelen en medicijnen.

    Relatief is het risico voor terugkomende reizigers vanuit Afrika hoger dan reizigers uit Azi en Amerika. Meer dan de helft van de gemelde gevallen worden veroorzaakt door de parasiet P. falciparum, de meest strenge vorm van malaria. Deze vorm is binnen een aantal uren levensbedreigend en is geassocieerd met wijdverspreide immuniteit voor de medicijnen.

    Al de malariavormen moeten bestreden worden. De andere vormen, P. vivax, P. malariae en P. knowlesi zijn vaak niet levensbedreigend. De meeste chemoprophylaxis kuren, medicijnen die infectie en ziekte voorkomen, voorkomen wel de eerste aanval van malaria, maar voorkomen niet de latere aanval die kan voorkomen bij P. vivax en P. ovale.

    Voorkomen bij reizigers

    Het risico van het oplopen van malaria hangt af van verschillende factoren, bijvoorbeeld naar welk gebied je gaat en wat voor type reiziger je bent.

    • Voor mensen die vaak teruggaan om familie op te zoeken in hun geboorteland is het risico hoger om malaria op te lopen. De immuniteit die ze hadden toen ze nog in het land woonde, zal afnemen wanneer ze uit zulke gebieden weg trekken. Zij zullen niet goed beschermd zijn en zijn daarbij ze minder voorzichtig omdat ze niet weten dat hun immuniteit sterk is afgenomen.
    • Zwangere vrouwen zijn een belangrijke risicogroep. Het kan levensbedreigend zijn voor de moeder en het kind. Het risico van doodgeboorte, spontane abortus en andere vijandige dingen voor de zwangerschap zal toenemen.

    Reizigers moeten zich realiseren dat malaria een serieuze infectie is, die levensbedreigend kan zijn. De medicijnen garanderen geen complete bescherming. Koorts tijdens of na de reis vraagt om medische oplettendheid. De meeste reizigers die malaria oplopen gebruiken vaak geen effectieve medicijnen. Daarbij falen ze vaak in het gebruiken van persoonlijke beschermingsmaatregelen om een muggenbeet te voorkomen.

    Wanneer men terugkomt uit een land met malaria moet men het komende jaar oplettend zijn. De meeste medicijnen roeien namelijk niet de slapende hypnozoeten uit van P. vivax en P. ovale. Deze infecties kunnen pas maanden later zichtbaar worden.

    De bestrijding

    Voor een passende behandeling van malaria is een vlugge en een nauwkeurige diagnose van malaria belangrijk. Voor deze diagnose zijn nog geen goede tests ontwikkeld.

    Malaria kan ontdekt worden door microscopie en RDTs (rapid diagnostic tests). De traditionele methode voor de diagnose is onderzoek door een microscoop. Hierbij onderzoeken ze het bloed van de patint. Men kan zo zien of het om falciparum of non-falciparum malaria gaat. Wel is het een nadeel dat de gevoeligheid verminderd als de dichtheid van de parasieten klein is.

    Men moet het bloed onderzoeken op de dichtheid van parasieten elke acht tot twaalf uur in de eerste twee dagen. Verder moet men een compleet onderzoek doen in het bloed. Als er sprake is van malaria is er in het bloed meer bilirubine dan 1.3 milligram per deciliter aanwezig. Dit komt doordat bilirubine vrijkomt bij de afbraak van de hemoglobine. Verder kan men een leverfunctietest doen, om te controleren op een vergrote mild en een basale stofwisselingstest.

    Verschillende medicijnen

    Medicijnen worden gebruikt ter voorkoming en voor de behandeling van malaria. De meeste medicijnen hebben als doel de erythrocytaire periode van de malaria-infectie te behandelen. Dit is de fase die de symptomen van de ziekte veroorzaakt. Behandeling van de acute symptomen van malaria doordat er een erytrocyt openbarst, is noodzakelijk voor alle malariasoorten. Bij de infectie door Plasmodium ovale of Plasmodium vivax is terminale profylaxis nodig in combinate met een medicijn die actief is tegen hypnozoeten(deze kunnen maanden, soms zelfs jaren, slapend in de lever verblijven na de eigenlijke infectie). Profylaxis is een medicijn die een recidief voorkomt.

    Quinoline derivaten zijn chloroquine, amodiaquine, quinine, quinidine, mefloquine, primaquine, lumefrantine en halofrantine. Deze medicijnen zijn werkzaam tegen de erytrocytaire fase (wanneer de parasiet in de bloedcellen gaat zitten) van de infectie. Het medicijn werkt door op te hopen in de voedselvacuole van de parasiet. Het vormt een geheel met hematine, zodat deze niet meer gepolymeriseerd kan worden. Het hematine is dodelijk voor de parasiet.

    Een combinatie van een malariamedicijn met artemisinin wordt aanbevolen door de World Health Organisation (WHO). Zij zijn werkzaam tegen alle stadia van de aseksuele vormen van malaria. Het medicijn werkt heel snel, heeft weinig bijwerkingen en er ontstaat geen cinchonism, een bijwerking van quinine. Het is nog niet duidelijk wat het bij zwangerschap tot gevolg heeft, dus het mag niet gebruikt worden in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Het moet in combinatie met andere medicijnen gegeven worden om resistentie te voorkomen. Soms kunnen niet alle combinaties gebruikt worden. In Cambodja bijvoorbeeld kan mefloquine niet als partner voldoen. Na onderzoek onder 151 patinten bleek dat bij 47 procent de parasieten niet verminderden.

    Atovaquone- proguanil werkt tegen chloroquine-gevoelige en chloroquine-immune P. falciparum, maar ook tegen de andere malariasoorten. De werkzaamheid is gelijk aan dat van mefloquine. Atovaquone-proguanil is niet werkzaam tegen de hypnozoet-vorming van P. vivax of P. ovale. Het moet twee dagen voordat je aankomt, tijdens je verblijf en een week na je verblijf worden ingenomen. Het wordt door het lichaam goed opgenomen en heeft verder geen hele erge bijwerkingen. Het is niet aanbevolen voor zwangere vrouwen om dit te gebruiken. Atovaquone zorgt ervoor dat er geen energietransport voor de parasiet kan plaatsvinden.

    Mefloquine is effectief ter voorkoming en voor de bestrijding van chloroquine-gevoelige en chloroquine-immune P. falciparum, maar ook voor de ander soorten van menselijke malaria. In een onderzoek van bijna 140.000 reizigers naar Oost- Afrika was de werkzaamheid van mefloquine 91 procent. Mefloquine moet men wekelijks innemen. Men moet er twee weken van tevoren mee beginnen. Tijdens je verblijf en vier werken na je verblijf moet men het blijven gebruiken. De meeste bijwerkingen van dit medicijn zijn mild. Omdat de meeste bijwerkingen zich binnen de eerste drie doses vertonen, moet je er vier weken van te voren mee beginnen om te kijken of je lichaam het medicijn verdraagt. Voor mensen met hartklachten moet het met voorzichtigheid ingenomen worden.

    De WHO vindt mefloquine de beste optie. Deze geneest 90 tot 95 procent van de P. falciparum gevallen,

    Doxycycline is even krachtdadig als mefloquine. Doxycycline kan bescherming geven tegen andere infecties, zoals tyfus. Het voorkomt niet de ontwikkeling in de lever van hypnozoeten van P. viax en P. ovale. Als je lange tijd in een gebied met malaria leeft, kan het dan ook nodig zijn primaquine te gebruiken. Je moet beginnen twee dagen voor vertrek met het gebruik van doxycycline. Tijdens het verblijf en vier weken na het verblijf moet je dit blijven gebruiken. Het wordt door het lichaam goed verdragen. Voor zwangere vrouwen kinderen onder de acht jaar wordt het afgeraden dit medicijn te gebruiken.

    Chloroquine was het eerste medicijn die op grote schaal geproduceerd werd voor de behandeling en ter voorkoming van malaria-infectie. Chloroquine dringt de meeste weefsels binnen en zo wordt het wijdverspreid in het lichaam. Daardoor blijven de anti-stoffen twee maandenin je bloed zitten.

    Als de malariaparasiet in de rode bloedcel is gekomen, breekt het de hemoglobine van de cel af om daar zijn eigen essentile aminozuren van te maken. Dit doet hij om te groeien en zich te kunnen vermenigvuldigen. Wanneer dit gebeurt komt een verbinding vrij die giftig is voor de parasiet, heem. (Fe(II)-protoporfyrine IX (FP)). De parasiet zorgt ervoor dat dit molecuul gepolymeriseerd wordt tot hemozoin, wat wordt opgeslagen in het lysosoom als onoplosbare kristallen.

    Chloroquine komt ook via de rode bloedcel binnen en gaat door difussie het lysosoom van de parasiet binnen. In de maag is het door de zure omgeving, in protonen gesplitst tot ander andere soort chloroquine. De chloroquine bindt de heem en zorgt ervoor dat de parasiet geen polymerisatie meer kan doen in de bloedcel. De heem is giftig voor de parasiet en uiteindelijk sterft de parasietcel af.

    Chloroquine kan gebruikt worden in gebieden zonder chloroquine resistentie. Het is werkzaam tegen alle plasmodium soorten die menselijke malaria veroorzaken, met uitzondering van de chloroquine-resistente P. falciparum en ongewone soorten van P. vivax in Oceani en Azi

    Primaquine is werkzaam tegen de vele periodes van de malariaparasiet. Tegen de schizonten, gametocyten en de aseksuele bloedvormen van P. vivax. Het helpt tegen recidieven bij de vormen P. vivax en P. ovale. Het is ook werkzaam tegen de chloroquine-resistente soort P. falciparum. De werkzaamheid van primaquine tegen P. falciparum en P. vivax is 74 tot 95 procent en 85 tot 92 procent. Primaquine moet dagelijks worden ingenomen. Je moet er twee dagen van tevoren mee beginnen en tijdens het verblijf het dagelijks innemen. Na terugkomst uit het land moet je het nog zeven dagen innemen. Primaquine kan bloedarmoede veroorzaken door een tekort aan glucose-6-fosfaat dehydrogenase (G6PD). Daarom moet men eerst het niveau van G6PD bepalen voor de toediening van primaquine. Men moet het niet gebruiken tijdens zwangerschap of als je borstvoeding geeft.

    Malaria in Nederland

    Malaria is een groot probleem geweest in Nederland. Toen men meer en meer kennis kreeg van de ziekte en over de levenscyclus van de parasiet verminderde de malaria in Europa snel. Alleen in het waterrijke en het laaggelegen Nederland was het moeilijker om de ziekte uit te roeien. In 1938 schreef Swellengrebel en de Buck dat Nederland het enige land in Noordwest Europa was dat nog te kampen had met malaria. Het was weliswaar sterk aan het verminderen, maar het was nog steeds een serieus probleem, zeker voor kinderen in de besmette gebieden. De epidemiologie van malaria in Nederland verschilde ook van de rest van Europa. Bijvoorbeeld dat de bekende mug Anopheles maculipennis wijdverbreid was, maar dat malaria zich alleen maar deed in bepaalde turf- en kleigebieden van Nederland. In Noord-Holland was de ziekte het ergst en in Zuid-Holland kwam de parasiet eigenlijk niet voor. Een ander probleem was dat de meeste malariagevallen in mei en juni verschenen, voor de periode wanneer de meeste muggen actief waren. P.C Korteweg dacht dan ook dat de incubatieperiode van deze soort malaria langer zou kunnen zijn dan die van de tropische vorm. Later werd ontdekt dat dit waar was. De meeste malaria werd veroorzaakt door de parasiet Plasmodium vivax. Soms deed zich een enkel geval voor van de parasiet Plasmodium malariae.

    Het probleem van malaria in enkele delen van het vaste land werd opgelost toen men ontdekte dat de soort A. maculipennisi bestond uit twee ondersoorten: Anopheles maculipennis messeae en Anopheles maculipennis atroparvus. De laatste had een voorkeur voor brak water terwijl de soort messeae een voorkeur had voor vers water. Malaria kwam vooral veel voor in de gebieden waar het water in de sloten tussen het land brak was. Hierdoor kwamen ze erachter dat de Anopheles maculipennis messeae de parasiet niet overbracht en de Anopheles maculipennis atroparvus wel.

    De meeste gevallen van malaria deden zich voor in grote gezinnen met kinderen in de schoolleeftijd. Ze onderzochten de kinderen of ze een vergrote lever hadden en ze onderzochten het bloed op malariaparasieten. Als bij een kind een vergrote lever was ontdekt onderzochten ze ook het bloed van de rest van het gezin en de buren.

    Een andere methode die gebruikt werd was te vragen of er in het gezin sprake was geweest van koorts in het afgelopen jaar. Als men hierdoor mensen ontdekten die misschien aan malaria leden onderzochten ze het bloed van de rest van de familie. Alle ontdekte gevallen van malaria moesten gerapporteerd worden aan de dokter, aan de malariacommissie en aan verschillende gezondheidsinstanties. De patinten met malaria werden gelijk behandeld, zodat ze de ziekte niet verder konden verspreiden doordat ze gestoken werden door een andere mug.

    Nadat op grote schaal insecticiden waren ingevoerd, spoot de Malaria Commissie de huizen van malariapatinten met DDT. Dit gebeurde van 1946 tot 1961. Men deed dit drie jaar lang om verspreiding van malaria te voorkomen.

    Ook andere onbewuste factoren droegen bij aan de vermindering van aantal Anopheles larven:

    • Doordat men intensief gebruik maakte van kunstmest konden de larven niet goed blijven leven in de broedplaatsen. Ze hebben die onderzocht door monsters te nemen van het water van malariagebieden. Ze vervuilden dit met het kunstmest en binnen 480 uur waren eigenlijk alle larven dood.
    • Door dit kunstmest in de sloten vermeerderde het eendenkroos. Hierdoor hadden de larven eigenlijk geen goede broedplaats. Hierdoor hadden ze nog minder overlevingskans.
    • Vroeger maakten men de sloten schoon met de hand, nu ging men mechanisch de sloten schoonmaken, waardoor het veel grondiger gebeurde.
    • Door de verstedelijking van het platteland zijn er ook veel broedplaatsen verdwenen. Doordat er nieuwe opspuitingen en bebouwingen werden gedaan verdwenen plaatselijk de broedplaatsen.

    Door deze directe behandeling en samenwerking van instanties was het laatste geval van malaria gemeld door een autochtoon in 1958.

    Bloedarmoede en sikkelcelanemie

    Bloedarmoede

    Ernstige bloedarmoede(anemie) komt veel voor bij jonge kinderen en zwangere vrouwen met malaria. Het aantal gevallen varieert van 31 tot 91 procent bij kinderen en 60 tot 80 procent bij zwangere vrouwen. In een onderzoek naar kinderen met malaria in Cameroen, met en zonder symptomatische malaria, bleek dat anemie het hoogst was in de leeftijdsgroep van baby's van zes maanden oud: wel 47 procent had bloedarmoede. Bij kinderen van zes maanden tot drie jaar oud was dat 42 procent en bij drie tot vijf jaar 21 procent.

    Het is moeilijk te bepalen wanneer het precies om bloedarmoede gaat, omdat de definitie daarvan heel strikt is. De concentratie van Hemoglobine moet minder dan 5 gram per deciliter zijn of de hematocriet minder dan vijftien procent. Verder moet het aantal parasieten aanwezig zijn met meer dan 10.000 parasieten per microliter bloed. De precieze oorzaak van anemie is ingewikkeld in endemische gebieden omdat veel factoren van invloed zijn op de gezondheid zoals voedsel tekortkomingen en genetische kenmerken, maar uit onderzoeken is gebleken dat malaria wel de grootste oorzaak is.

    Sikkelcelanemie

    Ons bloed bestaat voor een groot deel uit rode bloedcellen met hemoglobine A (erythrocyten). De functie van deze rode bloedcellen is het transport van zuurstof en koolstofdioxide door het lichaam. Bij mensen die sikkelcelanemie hebben is de hemoglobine anders dan bij gezonde mensen: een aminozuurgroep is vervangen door valine. 'Normaal' hemoglobine heeft dit niet. Hierdoor ontstaat in plaats van het normale hemoglobine A (Adult), een vorm die hemoglobine S wordt genoemd. Een vervorming van de rode bloedcellen wordt dus veroorzaakt door een verschillende eiwitketen. De vormverandering kan eerst nog teruggedraaid worden, maar op den duur nemen de rode bloedcellen permanent een sikkelvorm aan. Een gevolg hiervan is dat ze moeilijker hun weg vinden door de kleinere bloedvaten van het lichaam. Het gevaar hierin is dat kleine bloedvaten verstopt kunnen raken zodat er geen of weinig bloedtoevoer naar weefsel is. De bloedcellen worden sneller afgebroken of klonteren soms spontaan samen waardoor propjes kunnen ontstaan, die kan soms leiden tot infarcten. Het weefsel raakt beschadigd en is daardoor vatbaarder voor infecties. De sikkelvormige rode bloedcellen worden verder sneller vernietigd in de milt. Hierdoor is er een geringer aantal rode bloedcellen beschikbaar (hemolytische anemie).

    De ziekte komt vooral voor in landen waar veel mensen genfecteerd zijn met malaria. Dus vooral negrode mensen of het nageslacht van negrode mensen hebben de ziekte. Maar ook komt het voor bij mensen uit het Midden-Oosten en van Indiase afkomst.

    Het is opmerkelijk dat degenen met sikkelcelanemie een grotere overlevingskans hebben in malaria-gebieden. Dit komt omdat de malariaparasiet, die zich in de erytrocytaire fase in rode bloedcellen vermenigvuldigt, zich in bloedcellen met hemoglobine S minder makkelijk kan handhaven. Er is enige tijd geleden dan een onderzoek gestart door een paar Nederlandse studenten die de afweer van sikkelcellen tegen malariaparasieten hebben vastgelegd en geanalyseerd. Uit het onderzoek bleek dat het een reactie is van de malariaparasiet op de oplosbaarheid van het sikkelcelanemie hemoglobine S, de malariaparasiet kan zich erg moeilijk hechten aan het S hemoglobine, en daardoor niet de rode bloedcel binnendringen. Hierdoor zijn mensen met sikkelcelanemie zo goed als immuun voor malaria. Dit verklaart ook waarom er veel mensen sikkelcelanemie hebben in Afrika, de overlevingskans is groter dan zonder, het is een soort natuurlijke selectie.

    Problemen met de bestrijding

    Vaccin

    Gelukkig komt de laatste tijd steeds meer onderzoek op gang, en is men bezig een vaccin tegen Plasmodium te ontwikkelen. Het doel van een vaccin is dat het de parasieten herkent als ze het lichaam binnendringen en ze vernietigt als ze in de bloedbaan komen.

    Vaak leken antistoffen veelbelovend, maar dan veranderde de parasiet net zo, waardoor hij niet meer werkte. Hierbij spelen de volgende factoren (mogelijk) een rol: de parasiet zit in het lichaam van de mens 'veilig' in levercellen of rode bloedcellen. Ze zitten zo verborgen dat ze moeilijk te bereiken zijn voor het afweersysteem. Ook kunnen de eiwitten op de oppervlakte van parasieten, snel veranderen (antigene variatie en diversiteit). Hierdoor is het herkennen van de parasiet erg moeilijk voor het afweersysteem.

    Ook de immuniteit van de mens zelf is een probleem. Het blijkt lastig een specifieke, sterke immuniteit op te wekken tegen de parasiet door middel van vaccinatie met eiwitten van de parasiet. Zelfs natuurlijke infecties in de mens hebben geen sterke, specifieke reactie van het afweersysteem tot gevolg, zodat parasieten effectief opgeruimd worden. Mensen die in malaria-gebieden leven, moeten echt meerdere malaria infecties doorlopen hebben voordat ze een beetje immuniteit hebben opgebouwd tegen de parasiet.

    Ondermaatse pillen

    In Afrika komen veel ondermaatse pillen voor. Dit zijn pillen die onvoldoende werkzame stoffen bevatten. Pharmacopeia is een organisatie in de VS die de kwaliteit van medicijnen bewaakt. De organisatie kocht in Afrika pillen in ziekenhuizen en winkeltjes in Afrika. In veel landen bleek 25 tot 45 procent van de pillen ondermaats te zijn.

    Het gevolg daarvan is dat patinten de pillen wel slikken, maar dat niet alle parasieten uitgeschakeld worden. Sommige parasieten overleven de medicijnen en kunnen er zo immuun voor worden. Helaas worden deze pillen vaak illegaal gemaakt en op de markt gebracht.

    Ook blijkt dat er gezondheidswerkers op het platteland zijn die de pillen per stuk verkopen, waarvoor veel patinten hun kuur niet afmaken. Ook hier overleven parasieten in hun bloed, waardoor immuniteit voor de medicijnen snel op kan treden.

    Resistentie

    Doordat de ziekte wordt overgedragen door een mug, van mens op mens, worden ook de resistente parasieten sneller overgedragen. Dit gaat veel sneller dan bij bijvoorbeeld HIV. In een onderzoek is aangetoond dat al meer dan de helft van de parasieten genetische kenmerken vertoond van resistentie.

    In veel gebieden zijn de parasieten immuun geworden voor de medicijnen. Door mutaties blijven de parasieten in leven. In het het Thai-Myanmar-Cambodja gebied is 60 procent immuun gebleken tegen mefloquine. Resistentie voor mefloquine komt ook voor in Thailand. Dit ontstaat doordat er minder protenen zijn in het membraan van de spijsverterings vacuole die een rol speelt in het regelen van het vervoer door het membraan.

    In veel gebieden van Afrika, Azi en Oceani is de P. falciparum vorm immuun voor chloroquine. Na 1970 werd chloroquine veel gebruikt. De effectiviteit daarna is heel erg verminderd doordat sommige immune vormen van de parasiet in staat zijn gebleken chloroquine uit het lysosoom te verwijderen. De ophoping van dit medicijn in de voedselvacuole is verminderd. Men denkt dat dit komt door een mutatie in de transportprotene, die in de voedselvacuole zit.

    Resistentie van medicijnen kan opgelost worden door een combinatie van medicijnen te gebruiken. De parasiet heeft dan in een keer meerder mutaties nodig om resistent te worden en te overleven. Maar er zijn ook al parasieten die inderdaad immuun zijn geworden voor de behandeling met een combinatie van medicijnen. Wanneer een parasiet die resistent is tegen mefloquine, wordt overgevlogen door een mug naar een ander land, heeft de combinatietherapie waarschijnlijk geen zin meer. Wanneer die parasiet bij iemand naar binnen dringt en die wordt behandeld met een combinatie van mefloquine en een andere soort, heeft de parasiet nog maar een mutatie nodig. Als deze muggen zich weer verspreiden zal er iets nieuws ontdekt moeten worden.

    Immuniteit van P. falciparum voor chloroquine, mefloquine en sulfonamides zijn zeldzaam maar komen voor in de gebieden van Thailand, Burma, Cambodja, China.

    Maatschappelijke problemen in verband met malaria

    Er zijn vele maatschappelijke problemen die de uitroeiing van malaria tegenstaan.

    Westerse landen geven weinig aandacht aan malariaonderzoek, ze hebben zelf immers nauwelijks last van de ziekte. Daarom besteedt de medicijnenindustrie er weinig onderzoek aan, en zo komen er weinig nieuwe, goedkope middelen op de markt. Er werd een organisatie ingesteld door de grootste landen van de wereld, de G8, om naar het Afrikaanse volk te luisteren. Het begin is er en er zou nu actie genomen moeten worden, anders verandert er niets wezenlijks.

    Malaria vormt een endemisch probleem in grote delen van Zuid-Azie en Zuid-Amerika. In Afrika is het risico om malaria te krijgen 160 keer hoger dan elders in de wereld. De Afrikaanse ecologie, het klimaat, de manier van landbouw en het gebrek aan afvalwaterverwerking maken de overlevingskansen van malariamuggen groot.

    In west Afrika is het normaal rond de duizend muggenbeten per jaar op te lopen, terwijl dat bij ons ongeveer honderd is. Verder worden veel mensen gedwongen door malariagebieden te reizen door oorlog, honger en droogte.

    Maar het grote probleem is dit: effectieve geneesmiddelen bestaan, de ziekte kan bestreden worden, maar de efficinte geneesmiddelen bereiken de bevolkingsgroepen die ze het meest nodig hebben niet of nauwelijks! En juist arme boeren, mensen in krottenwijken, vluchtelingen en kinderen zijn het slachtoffer van malaria. Daarom wordt er gezocht naar een middel wat voor hen gebruikt kan worden en waarmee de ziekte uitgeroeid kan worden.

    Gezondheidszorg in Afrika

    De regering van de Afrikaanse landen speelt een grote rol in de terughouding van de medicijnen. Infrastructuur bijvoorbeeld is er in veel delen van Afrika niet. Om ze aan te is nergens geld en materialen. Voor een goed, werkend zorgsysteem is geen aandacht, waardoor medicijnen niet op de goede plek terecht kunnen komen.

    Een ernstig probleem, wat de oorzaak en maar ook een gevolg is, is de braindrain uit Afrika. Jaarlijks vertrekken naar schatting tienduizenden gezondheidszorgwerkers vanuit Afrika naar andere landen. Hierdoor wordt de kwaliteit van de zorg alleen maar slechter. In Kenia bijvoorbeeld blijven slechts tien procent van de opgeleide artsen. Heel belangrijk is dus om te kijken wat de reden is dat zoveel opgeleide artsen en verpleegkundigen Afrika willen verlaten wanneer ze zijn afgestudeerd. Een enthousiaste arts die net afgestudeerd is en klaar is voor carrire in de zorg, wil geen aanstelling in een slecht beheerde, vieze kliniek, zonder contactmogelijkheden zoals telefoonverbinding en zonder de juiste instrumenten en medicijnen. Er is veel minder mogelijk bij hen, dan bij ons in de goed georganiseerde gezondheidszorg. Ze kunnen minder collega's raadplegen, geen bijscholing volgen en zo geen kennis opfrissen. Zo wordt de medische kennis die artsen hebben snel achterhaald en vergaat veel van hun kennis. Het is daarom begrijpelijk dat zulke artsen naar het buitenland trekken. Rijke landen dragen bij aan deze ontwikkeling door actief op zoek te gaan naar werknemers uit armere landen. Ze bieden hen een goed salaris, opgeleide collega's en onderzoekplekken. Daarom zouden Westerse landen met elkaar een stop moeten zetten op de braindrain uit Afrika, en juist n Afrika verder moeten gaan met onderzoek en zorg.

    Alvast is dus duidelijk dat er middelen moeten komen om zorgstelsels te verbeteren, even als bijscholingsmogelijkheden. Malawi heeft gemiddeld maar 2,2 artsen beschikbaar voor iedere 100.000 inwoners. In andere landen zijn dat er 4-7, maar het blijft veel te weinig. Het aantal verpleegkundigen is nog erger. Vaak zijn er maar 1 2 verpleegkundige beschikbaar per 200.000 inwoners. Dit probleem moet aangepakt worden door de regering. Een gevolg van het gebrek aan personeel is dat buiten steden in Afrika nergens uitgebreide medische zorg te vinden is. Het personeel wat beschikbaar is, werkt in de steden. De bevolking op het platteland en in de sloppenwijken, die samen de meerderheid vormen van de bevolking, heeft bijna geen toegang tot gezondheidszorg.

    Er worden wel actieplannen gemaakt voor de vooruitgang van Afrika maar dat zijn vooral plannen die gericht zijn op de middelen die nodig zijn. Eigenlijk lossen ze niet het probleem op wat er achter zit.

    Verder is het opvallend dat regeringen die arm en corrupt zijn zich weinig inzetten voor een verbetering van de zorg. Ze doen geen moeite een goed salaris aan te bieden, evenals een goede opleiding. De opleiding die artsen krijgen is dan ook gebaseerd op kennis uit het Westen. Dit leidt ertoe dat artsen die afgestudeerd zijn merken dat ze hun kennis in het Westen veel beter toe kunnen passen. En zo is het kringetje voor braindrain weer rond.

    Regeringen zetten zich weinig in omdat er andere, voor hen belangrijkere problemen zijn. Helaas zijn er vaak oorlogen en conflicten die zorg verzwakken en een goede besturing in de weg staan.

    Een andere reden waardoor zorg blijft 'hangen' is het feit dat het geld wat er is vaak besteed wordt aan geneesmiddelen in plaats van aan preventie. Ziektes die de meeste doden veroorzaken, HIV en malaria kosten Afrika $ 12.000.000.000 per jaar in gemist BNP en kunnen tot 25 procent van familie-inkomens en tot 40% van de overheidsuitgaven voor de gezondheidszorg kosten. Dit geld zou niet uitgegeven hoeven te worden wanneer er goed onderwijs voor de bevolking is, er goede klinieken zouden zijn en een goed bestuur over de zorg en de klinieken.

    Om dit aan te pakken is het belangrijk dat Afrika een eigen onderwijsprogramma ontwikkelt. Het onderwijs wat er nu is, is vaak irrelevant en verouderd, en het heeft eigenlijk geen verband heeft met de eigen cultuur. De problemen en ziektes die er zijn op lokaal gebied kunnen niet behandeld worden met de kennis die artsen kregen bij hun opleiding, waar verwezen werd naar technieken en medicijnen die niet beschikbaar zijn op veel gezondheidsposten in Afrika.

    Gelukkig zetten verschillende organisaties zich in om onderwijsprogramma's geschikt te maken voor lokale gebieden. AMREF ontwikkelt en verzorgt bijvoorbeeld bijscholingscursussen, die ervoor zorgen dat goed opgeleid medisch personeel gemotiveerd en bij de tijd blijft. Ook zorgen ze voor boeken en basisinstrumenten voor artsen die alleen en in moeilijk bereikbare gebieden werken en die praktische medische informatie hard nodig hebben.

    Een heel goede opzet was verder de opleiding voor 'algemene verpleegkundige'. Geen gespecialiseerde mensen, maar juist mensen die de basiszaken van veel ziektes weten. De algemene verpleegkundige heeft nu een sleutelpositie in duizenden Oegandese dorpen.

    Ook het aansluiten van telemedicine, geneeskunde via telecommunicatie, is een vernieuwing die grote verbetering kan zijn voor artsen die gesoleerd moeten werken. Telemedicine is initiatief van AMREF en Vodafone UK waarmee artsen 'live' het hoofdlaboratorium van AMREF in Nairobi kunnen bereiken om te communiceren over moeilijke gevallen. Het uiteindelijke doel is om artsen in heel Afrika met elkaar te laten communiceren om elkaar uitleg en hulp te geven bij moeilijke behandelingen, wat zelfs mogelijk is met videoschermen. Dit is op zich geen dure, ontoepasbare 'Westerse' technologie. Er is namelijk geen goede infrastructuur voor nodig, evenals zorgvoorzieningen.

    Het is opmerkelijk dat dit systeem bedacht en ontworpen is door Afrikanen die zelf leven in een ontwikkelingsland. Via het nieuwe systeem kan het misschien zelfs zover komen dat Afrikaanse medische kennis kan worden verzameld, gepubliceerd en gedeeld.

    Experiment Wageningen

    Hoe een mug een koe vangt

    - Muggenattractie -

    Samenvatting

    In deze workshop werd met behulp van de mug Anopheles atroparvus bepaalde aspecten van de aantrekkelijkheid van personen onderzocht. Er werd ingegaan op de morfologie van de mug en we leerden hoe we een mannetje van een vrouwtje konden onderscheiden.

    Wij bekeken eerst de mug met een microscoop en konden zo duidelijk het verschil tussen het mannetje en het vrouwtje zien, bij het mannetje zag je harige grote antennes.

    We maten de activiteit van het steekgedrag van de mug bij verschillende sokken. Sommige sokken waren door proefpersonen gedragen. Zo konden we onderzoeken welk persoon het meest aantrekkelijk was. Ook konden we zo verschillende mugafwerende middelen testen.

    De universiteit Wageningen doet al jarenlang onderzoek naar de biologie en ecologie van malariamuggen. De ecologie bestudeert de dynamiek van de wisselwerking tussen de mug en biotische factoren en abiotische factoren. Met de opgedane kennis wordt geprobeerd om muggen met een biologisch verantwoorde methode te bestrijden om op die manier de ziekte in te perken. In Wageningen werkt met vooral met de tropische malariamug, omdat deze het meeste slachtoffers brengt. Ter vergelijking wordt er ook gewerkt met de muggensoort Anopheles atroparvus die in de vorige eeuw verantwoordelijk was voor de malaria in Nederland. Wageningen universiteit richt zich vooral op de vraag hoe de mug haar favoriete bloeddonor vindt.

    De bloeddonoren van de vrouwtjesmuggen worden vetebraten genoemd. De vetebraten scheiden geuren af waardoor de mug wordt aangetrokken of juist afgestoten. De samenstelling van deze geur kan benvloedt worden door de leefgewoontes van mens en dier. Muggensoorten kunnen zich specialiseren in het vinden van bepaalde gastheersoorten. De mug Anopheles gambiae steekt in 99 procent van de gevallen mensen. Hierdoor is deze mug dan ook de belangrijkste muggensoort die de malariaparasiet Plasmodium overbrengt op de mens. Andere muggen steken vooral koeien en vogels. Sommige muggen hebben geen voorkeur, deze noemen we generalisten.

    We onderzochten dus wat de favoriete gastheer is van de mug Anopheles atroparvus. Zo konden we onderzoeken wat de aantrekkelijkheid van de mens verminderd of juist vermeerderd.

    De mug Anopheles atroparvus

    Muggen behoren binnen de insecten tot de orde van Diptera, de tweevleugeligen. Deze mug komt voor in de gematigde streken van Europa.

    De mug ondergaat een gedaanteverwisseling tijdens zijn levenscyclus. Ze leggen hun eieren in oppervlaktewater. De larven komen binnen drie tot vijf dagen uit. Deze larven vervellen zich drie keer, voordat ze zich ontwikkelen tot poppen. De larven en poppen leven in het water. Larven voeden zich voornamelijk met bacterin en organisch materiaal, terwijl de poppen zich niet voeden en eigenlijk alleen maar wat rond zwemmen. Na een tijdje veranderen ze in volwassen muggen. Ze paren al vliegend in de lucht of op oppervlakten zoals muren. De mannetjes herkennen de vrouwtjes van hun soort door het geluid van de vrouwelijke vleugelslag. Na het paren gaan de vrouwtjes op zoek naar een bloedmaaltijd. Deze moet de bouwstoffen leveren voor de productie van eieren. Dit zoeken gebeurt meestal rond de schemering en ze komen voornamelijk op koeien en paarden af.

    Koolzuuruitstoot via de adem en de lichaamsgeuren van de huid trekken muggen aan. In het vinden van de gastheer spelen de lichaamswarmte en de lichaamsvochtigheid ook een rol. De geursamenstelling van mensen onderling kan verschillen. Dit kan verschillen door andere leefgewoontes en door bijvoorbeeld andere bacterin op je huid.

    Muggen ruiken met geurzintuigen die in de sensilla zitten. Dit zijn haarvormige uitstulpingen van de antenne. Deze sensilla hebben porin waardoor de geurmoleculen in contact komen met zenuwcellen. Zo gaat er een signaal naar de hersenen die het vertalen in vlieggedrag, of ze er naar toe gaan of juist vandaan gaan.

    Voorbereiding

    We moesten van tevoren een vier paar nylonkousjes kopen en deze door bepaalde proefpersonen laten dragen. Bij dieren kon je het beste een sok om de enkel doen, omdat het voor een dier niet prettig is een kousje om de voet te hebben. We moesten het kousje bij een dier steeds om dezelfde poot doen, bijvoorbeeld links voor. Deze sok moest je vierentwintig uur laten zitten, zodat de geur er goed ingetrokken was. De tijd van dragen moest bij alle kousjes ongeveer gelijk zijn.

    De proefpersonen mochten maar een keer in een etmaal douchen en moesten de sok 24 uur dragen. Daarna moesten we de sok in een schoon en afgesloten jampotje doen. Wij gebruikten een sok die we op dat moment aan hadden, een sok van een roker en een sok van iemand die de avond daarvoor een paar alcoholische drankjes op had. Wij bekeken dus of het consumptiegedrag van iemand de verschillen in aantrekkelijkheid kan verklaren.

    Benodigdheden

    • Kooi (30 cm- 30cm- 30cm) met twintig vrouwelijke Anopheles atroparvus muggen
    • Stopwatch
    • Verwarmingselement
    • Maatcilinder met water
    • Handschoenen (ter voorkoming van lichamelijk contact met de sokken, kooi en kolom.)
    • 2 pompen om het water in de kolommen te laten circuleren
    • Verschillende nylon kousjes
    • binoculairen
    • petrischaaltje met in elk een dode vrouwelijke en mannelijke Anopheles atroparvus mug
    • Blanco tekenpapier

    Opstelling

    Er is een kooi met twintig vrouwelijke Anopheles Atroparvus muggen erin. Naast de kooi is er een waterkolom die de temperatuur van de huid moest nabootsen. Dit water blijft op dezelfde temperatuur door een verwarmingselement in de kolom. Op de kooi vlak naast de waterkolom met de sok zit een denkbeeldig stukje van 5 bij 5 cm. Er wordt gemeten hoeveel muggen er gedurende een periode daar gaan zitten.

    Uitvoering

    De malaria muggen tijdens dit experiment waren niet besmet, dus er was verder geen gevaar.

    Tijdens dit practicum moesten we handschoenen dragen, ter voorkoming van aanraking van de huid met de sokken, kooi of waterkolom.

    Om de waterkolom bind je een sok. Je meet het aantal landingen gedurende drie minuten op het gebiedje van 5 bij 5 cm. Elke 30 secondes noteer je het aantal landingen. Als de mug direct opvliegt na het landen en weer gaat zitten telt dit als n landing.

    Conclusie

    We ontdekten dat de koe het aantrekkelijkst was voor de muggen. Dit was nog duidelijker in het experiment van november naar voren gekomen.

    Foutendiscussie

    Doordat de sokken al een tijdje oud waren, was de lucht er al gedeeltelijk uit. Door de sokken echt een dag van tevoren te laten dragen door proefpersonen zal de proef betrouwbaarder worden.

    Verder waren de muggen tijdens het experiment dat in november was gedaan beduidend actiever. Dit kan komen doordat er bij ons meer mensen aanwezig waren in de ruimte. Ook kan de luchtdruk verschillen of de temperatuur.

    Dit was een experiment in het klein. In de universiteit Wageningen doen ze dezelfde test alleen dan in het groot.

    Slot

    Na vele uren werk zijn we aan het einde gekomen van ons profielwerkstuk. We zijn veel dingen te weten gekomen. Hier een korte samenvatting van ons profielwerkstuk.

    Malaria is een ziekte die een groot probleem is in de ontwikkelingsgebieden. Het ontstaat door de parasiet van het geslacht Plasmodium en het wordt overgedragen door een mug van het geslacht Anopheles. Het is een eukaryote parasiet met verschillende levensfasen. De erytrocytaire fase veroorzaakt de symptomen van malaria. De patint krijgt hoge koorts doordat er giftige kristallen in het bloed vrijkomen. Als een andere mug vervolgens de patint prikt draagt deze mug de parasiet weer naar het volgende slachtoffer.

    Er zijn verschillende soorten parasieten die allemaal een andere soort malaria veroorzaken. De soort Malaria Tropica is de meest ernstige vorm en deze kan zonder medicijnen binnen een paar weken tot de dood leiden. De soort Malaria Tertiana wordt veroorzaakt door de parasiet Plasmodium Vivax of Plasmodium Ovale. Deze soort is gevaarlijk omdat de parasieten hier in de lever kunnen verblijven zonder dat men het weet. Deze kunnen na enkele tijd weer opspelen en een recidief veroorzaken.

    In Afrika zijn sommige mensen immuun voor malaria door een mutatie van de rode bloedcellen. Zij lijden aan sikkelcelanemie. De rode bloedcellen hebben een vorm van een sikkel. Hierdoor kan de malariaparasiet zich erg moeilijk hechten aan het hemoglobine S.

    Als er malariaparasieten in het bloed geconstateerd zijn, zijn er verschillende medicijnen die het kunnen bestrijden. Vroeger gebruikte men kinabast, maar dit werd te duur. Daardoor zijn er nieuwe medicijnen ontwikkeld zoals Primaquine, Chloroquine en Atovaquone-proguanil.

    Vroeger was malaria een groot probleem in Nederland maar sinds 1958 is Nederland vrij van de parasiet die malaria veroorzaakt. In Nederland is malaria dus ook uitgeroeid. Waarom is het in de ontwikkelingslanden dan nog steeds zo'n groot probleem? Dit komt doordat de effectieve geneesmiddelen niet de bevolkingsgroepen, die ze het meest nodig hebben, bereiken en vaak onbetaalbaar zijn voor de slachtoffers. Doordat het geen westers probleem is, wordt er ook niet veel geld in onderzoek gestoken. Gelukkig zien steeds meer mensen de noodzaak ervan in en wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar een goed en betaalbaar geneesmiddel.

    Een ander probleem is dat veel opgeleide mensen uit gebied vetrekken. Het buitenland is aantrekkelijker voor de artsen omdat ze daar betere voorzieningen hebben, een beter inkomen krijgen en hun kennis beter toepasbaar is. Ze hebben in het westen de beschikking over genoeg instrumenten en onderzoeksruimten. De stichting AMREF zorgt ervoor dat de onderwijsprogramma's actueel en goed blijven en dat er goede basisinstrumenten zijn voor de artsen in hun eigen land. Een nieuwe oplossing is telemedicine. Hiermee hebben artsen de mogelijkheid om rechtstreeks met andere artsen over moeilijke gevallen te praten en elkaar zo te helpen. Zo proberen verschillende organisaties het probleem van malaria bij de oorzaak aan te pakken.

    Bij de bestrijding van malaria zijn nog verschillende problemen. Het blijft lastig een vaccin te ontwikkelen, omdat de parasiet lastig is te bereiken via het afweersysteem. Ook is het moeilijk om een sterke, specifieke immuniteit op te wekken met behulp van een vaccin.

    Parasieten worden resistent tegen de medicijnen, mede doordat mensen hun kuur niet afmaken en ondermaatse pillen gebruiken. Doordat de parasiet overgedragen wordt van mens op mens, worden de resistente parasieten snel verspreidt en zo werken de medicijnen niet.

    Een goede oplossing is om een muggensteek te voorkomen. In Wageningen hebben wij daar onderzoek naar gedaan. Welke dingen zijn nu eigenlijk aantrekkelijk voor een mug?We deden dit experiment met een Anopheles antroparvus mug. We ontdekten dat de koe het aantrekkelijkst is voor de mug.

    Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!