De oprichting van de VOC

Inleiding:

ik heb voor de VOC gekozen omdat het me een leuk en interessant onderwerp leek en ik er al best veel van af wist. Voor mijn VOC onderwerp had ik eerst de bourgondiers als onderwerp, maar dat was echt super moeilijk en ik begreep er niks van. Voor dit werkstuk heb ik amper internet gebruikt ik heb vooral veel uit mijn boeken gehaald die ik uit de bieb geleend had.

Mijn werkstuk gaat over de hoofdvraag: hoezo werd de VOC opgericht en wat was de reden van zijn ondergang? Deze hoofdvraag heb ik uitgewerkt door uitleg te geven bij verschillende hoofdstukken. ik heb een aantal voetnoten maar de meeste tekst heb ik zelf samengevat en in mijn eigen woorden gezet.

1. De oprichting van de VOC

Amsterdamse bewindhebbers in vergadering met stadhouder Willem V, 1771het was een mooie lente dag in 1594, in het wijnhuis in Amsterdam kwamen die dag 9 kooplieden bij elkaar. Ze waren niet zo blij. Peper was in die tijd volledig in de handen van de Portugezen Maar de Portugezen waren nogal onhandig het lukte ze niet om voldoende specerijen via de route langs Kaap De Goede Hoop in het huidige Zuid-Afrika naar Europa te brengen. Hierdoor werden de specerijen duurder. Het zat de Amsterdammers erg dwars dat de Portugezen ongelofelijke winsten maakten. Want door al die concurrentie konden zij weinig aan hun eigen peper verdienen. Uit al de frustratie van de 9 kooplieden kwam een gewaagd plan: hun idee was om een handelsexpeditie op te zetten naar Azië, waar toen die tijd alle specerijen vandaan kwamen.

Amerika werd in 1492 ontdekt door Columbes. in 1498 dat is dus 6 jaar later, ontdekten de Portugezen een zeeroute naar Azië. De Spanjaarden en de Portugezen zorgde Vanaf dat moment voor de aanvoer van Aziatische en Amerikaanse producten: specerijen, porselein, zijde en andere stoffen, goud en zilver. Ze verdiende daar veel geld mee en maakte grote winsten , als mensen in europa die producten ook wouden hebben, MOESTEN ze het wel van hun kopen omdat hun de enige waren die het verhandelde. En specerijen had men nodig. Mensen gebruikte vroeger de specerijen om hun eten op smaak te brengen. Maar dat was niet het enigste de specerijen werden ook gebruikt als medicijn. Als je kiespijn had kon je bijvoorbeeld kruidnagel in de kies stoppen en dat vermindert de pijn.

in de 16e waren er heel veel Nederlandse vrachtschepen die goederen door heel europa vervoerde. Nederlanders zagen dat De handel met Amerika en Azië heel veel geld opleverde daarom wilden ze daar wat aan doen. Dit was dus de oorzaak waarom de 9 kooplieden rond de tafel gingen in 1594. Een jaarna da de zitting kwam de wens van de kooplieden uit. De droom was dat Nederland met schepen naar oost-indië zou gaan varen en vandaar specerijen mee te nemen naar europa. Dat is ook uiteindelijk gelukt: in 1595 vaarde de eerste Nederlandse schepen naar Oost-indië. De negen kooplieden werden erg rijk omdat de specerijen erg duur verkocht werden, andere mensen zagen dat ook en ze gingen ook in specerijen handelen. Op een gegeven moment kochten alle kooplieden samen een schip, ze huurde een bemanning en betaalde die met geld en goud. Wanneer het schip volgelade was met goederen uit Azië kwamen ze weer terug om het in europa te kunnen verkopen. De uiteindelijke winst verdeelde ze onder de kooplieden.

Rond 1600 was er veel concurrentie omdat er veel kleine compagnieën waren. Door al deze concurrentie werden de specerijen erg duur in Azië en juist weer goedkoop in Nederland. Er werd dus niet meer zoveel verdient als eerst. De overheid maakte zich erge zorgen ze waren bang dat de kooplieden niet meer naar Azië zouden willen gaan omdat er bijna geen winst meer te maken was of juist veel verlies leden.

En dat was de grootste angst van de Nederlandse regering want de handel was erg belangrijk voor de toekomst van Nederland zoals: veel handel betekend veel werkgelegenheid en daardoor zou Nederland rijker en rijker worden. Nederlandsen kooplieden verkochten niet alleen in europa hun specerijen maar in heel europa door al deze handel werd Nederland rijker en veel machtiger. Want hoe meer geld de koopliede verdiende, hoe meer geïnvesteerd kon worden in ondernemingen.
Er kwam veel druk vanuit de regering waardoor kleine compagnieën samen een grote compagnie werd: de verenigde Oost-Indische compagnie (VOC).

Het werd een heel groot bedrijf: er waren 6 steden waar de VOC een afdeling had doe ook wel kamers genoemd werden. Het hoofdkantoor van de VOC zat in Amsterdam. De taken waren goed verdeeld Elke kamer van de VOC zorgde voor haar eigen bemanning en schepen.

De heren zeventien zijn van de zeventien directeuren binnen de VOC, hun vergaderingenvonden altijd plaats in het hoofdkantoor. De heren 17 bepaalde hoeveel geld er mee moest, de hoeveelheid schepen die mee moesten en welke spullen er precies in Oost-Indië gekocht moesten worden. maar hun grootste doel was zorgen dat de goederen verkocht werden.

De enigste die nog mochten handen in Oost-Indië was de VOC. Andere Nederlandse kooplieden hadden dat recht niet meer. Want wanneer er geen concurrentie is blijven de winsten hoog. Door al deze voorrechten groeide de voc uit tot een groot en erg machtig bedrijg.

2. De handel in Oost Indië

in het begin handelde de Nederlandse kooplieden vooral met specerijen. de bewoners van de eilanden beloofde In 1602 de specerijen alleen maar aan de Nederlanders te leveren. De bewonders zouden dan kleding en voedsel van de Nederlanders krijgen maar dat lukte niet. De eilandbewonerd vonden dit niet erg leuk en deden er alles aan om de overeenkomsten te ontlopen. De bandezen moesten wel zaken blijven doen met de Spaanse, Engelse, Portugezen of Aziatische kooplieden, want ze moesten in leven blijven.

in 1621 maakte Jan Pieterszoon Coen op een ongelofelijk verschrikkelijke wijze een einde aan deze ‘smokkelhandel'. De belangrijkste bandanezen executeerde, en een groot deel van de bevolking deporteerde of executeerde hij. De rest van de bevolking vluchtte naar de bergen omdat ze daar veilig waren, maar merendeel van de bevolking kwam om van de honger.

de kruidnagelhandel ging moeilijk in zijn werking. Eerst groeide de kruidnagel alleen in het wild op het eiland Makian dat bevind zich in de noordelijke Molukken. Omdat er zoveel vraag was onder de bevolking naar kruidnagel stimuleerde dat de bevolking om kruidnagel zelf te gaan kweken. De mensen brachten kleine plantjes in aarde naar Ambon en andere eilanden op de molukken. 1607 beloofden inwoners van Ambon en Ternate hun kruidnagelen alleen aan de Nederlanders te leveren. Wanneer de bewoners van Ambon en Ternate hun woord belofte niet na kwamen dwong de VOC dat af met maatregelen. Lokale vorsten waren erg slim en speelden de Nederlanders, Portugezen, Spanjaarden en Engelsen tegen elkaar uit. Op het enige eiland waar de VOC de controle had (ambon) probeerde de VOC in 1625 de kruidnagelteelt te concentreren. Ze hadden elk ambonees gezinshoofd verplicht tien kruidnagelboompjes te planten en te onderhouden.

De VOC dwong de Ambonezen tot zogenaamde ‘hongitochten'. Dit waren lange gevaarlijke tochten met vaartuigen uit Indonesië, de tochten werden gehouden onder leiding van belangrijke mensen van de VOC. de Ambonezen moesten naar andere eilanden toe om daar de kruidnagel bomen te verbranden. Het was een erg goede maatregel, want bij kruidnagelbomen komen pas de vruchten na 7 jaar. Dit was een erg valse oplossing want zo konden andere landen niet meer handelen in kruidnagel alleen Nederland. De VOC nam de forten van de Portugezen over nadat ze ze hadden verdreven. De Spanjaarden waren ook best bang voor de VOC en trokken zich terug in de Filippijnen. De Engelse (East India Company) zijn ook weg gegaan nadat tientallen Engelsen werden opgepakt voor verdenking van een samenzwering tegen de VOC.

Rond 1650 had de VOC genoeg grip op de kruidnagelhandel om heel veel europese markten van te voorzien.

Eindelijk in 1667 viel na een lange en hevige strijd ook de grootste Aziatische specerijenhaven Makassar op Celebes in Nederlandse handen. De VOC bezat vanaf dat moment grote handelsmonopolie.

de Andere grote militaire acties waren op het belangrijke kaneeleiland in de wereld, in Malabar op de zuidwestkust van India. De VOC tegen de Portugezen op Ceylon. Na veel langdurige expedities en andere vallen viel dan toch eindelijk het gebied in Nederlandse handen. Nadat ze dit eiland hadden veroverd kreeg de VOC een kaneelmonopolie, dat betekende dus een groter aandeel in de peperhandel. De VOC kreeg ook het toezicht op een De compagnie kon zichzelf ook zonder geweld ergen vestigen bijvoorbeel op Sumatra daar sloot de VOC een exclusieve Pepercontracten met de vorsten in Jambi, Palembang en Atjeh. Ze konden jammer genoeg geen pepermonopolie krijgen omdat dingen zoals kruidnagel, foelie, nootmuskaat en kaneel al op een groot gebied in Azië verbouwd werd.

De VOC had in de loop der jaren al zo veel specerijen vervoerd dat er veel van die specerijen opgeslagen lagen in pakhuizen. Nederland was een rijk land geworden en men had ook vraag naar andere dingen, dus begonnen de Nederlanders ook in andere dingen te handelen zoals Aziatische porselein en mooie stoffen. De heren 17 was een goed team ze hielden goed bij hoeveel vraag er was naar bepaalde producten dat gaven ze dan door aan de kooplieden die in India zaten. Maar een hele andere vraag was of de Nederlanders nog steeds dezelfde spullen wilden als de schepen met het goed pad 3 of 4 jaar later aankwamen.

koffie was een product dat altijd goed verkocht werd. Daarom is de VOC op Java een koffieplantage begonnen. Op die manier kon er meer koffie naar Nederland vervoerd worden en was de prijs dus goedkoper.

De VOC haalde de thee uit China. Dat werd in die tijd ook heel veel gedronken en daar was dus ook heel veel vraag naar. De VOC haalde zijn goederen uit alle delen van Azië. Door die reden man de VOC kooplieden in dienst. De heren zeventien waren al heel snel achtergekomen dat het niet handig was om de bemannig van het desbetreffende schip zelf handel te laten drijven. Ze hadden er meestal hellemaal geen verstand van en de mensen die in Azië woonden hadden dat heel snel door en maakte daar dus gebruik van. Ze lieten de bemanning dan heel veel geld betalen voor producten van een erg slechte kwaliteit. Daarom vestigde veel VOC kooplieden zichzelf overal in Azië. Die kooplieden kregen de opdracht om goed op te letten of de handelaren wel betrouwbaar waren. En ook een opdracht was het uitzoeken wie de goedkoopste producten had.

3. de Routes

De schepen vertrokken vanuit Texel, Rammekens of Goeree. Van daaruit voeren ze via het Kanaal langs de Portugese kusten en de Kaapverdische eilanden naar het zuiden toe. Het hing grotendeels van de wind af hoe er precies gevaren werd.

De problemen kwamen vaak rond de evenaar. Er waren daar namelijk meerdere sterke stromingen die de schepen bijvoorbeeld in de richting van het Caribisch gebied dreven. Om te grote risico's te omzeilen, besloot het bestuur van de V.O.C. dat de schippers vanaf 1627 verplicht een wageweg moesten volgen.

Ze voeren een stuk langs de kust van Brazilie. Op 30 graden ZB veranderde de koers richting kaap de goede hoop. Dit was een verplichte aanlegplaats. Hier werden o.a. vers water, vlees en andere voedingsmiddelen ingeslagen. Verder werden hier ook reparaties aan het schip uitgevoerd en de zieken verzorgd.

Dit was de enige stop die er werd gemaakt, en daarmee voor de gezonde zeelieden een leuke onderbreking van het eentonige leven op zee.

Van Kaap de Goede Hoop voer men nog een klein stukje richting het zuiden tot aan 35-40 ZB. Van daaruit weer noordelijker. Vanwege de westenwinden in deze streek konden de schepen, over de Indische oceaan, snel naar Indonesie varen. Deze route was koeler en minder gevaarlijk dan de route langs de Afrikaanse kust. Hier waren namelijk veel vijandige vestigingen en ongunstige winden. Er zat ook een nadeel aan deze nieuwe route. De schipper moest zeer goed berekenen waar ze zaten

4. De schepen van de VOC

De schepen van de VOC waren de grootste schepen die gebouwd werden in Nederland. De schepen waren ongeveer 40 meter lang en 8 meter breed. Ze waren er op gebouwd dat er zoveel mogelijk lading mee kon.

Elke kamer had zijn eigen scheepswerf, een eigen bouwmeester met een groep scheepstimmerlieden, touwslagers en zeilmakers. Het duurde ongeveer een jaar om een schip te maken.

De Heren Zeventien bepaalde hoeveel schepen elke kamer moest leveren en hoe groot ze moesten zijn. De grootste schepen (retourschepen) voeren heen en weer tussen Azië en Nederland. De kleinere schepen voeren tussen de vestingen in Azië heen en weer.

Veel mensen wilden naar Oost-indië gaan na de oprichting van de VOC. de mensen waren erg nieuwsgierig naar andere landen en ze wilden ook meer avontuur beleven. Maar op een gegeven moment vonden de mensen het niet meer leuk om naar Azie te gaan omdat ze er achter waren gekomen hoe verschrikkelijk het was om zoo een lange reis op een schip zitten. Er kon veel gevaarlijks op zo een boot gebeuren daarom waren er niet veel mensen die zich aanmelde. Maar toch moest er wel genoeg bemanning zijn. Dus gingen de mensen van het schip de avond voordat het schip vertrok naar cafe's en lieten daar dronken mannen de papieren tekenen, want dronken mensen tekenen nou eenmaal sneller. Ze moesten gelijk na het tekenen mee naar de boot, pas wanneer het middag werd werden ze een beetje nuchter en zagen ze dat ze op een boot zaten. Dus konden ze niet meer terug en zaten ze vast op de boot en behoorde tot de bemanning.

Ook ging men naar zogenoemde rasphuizen (soort gevangenissen) en haalde daar mensen weg die al bijna hun straf hadden uitgezeten. Ze kwamen die mannen niet meer op straat lopen dus ook niet meer moorden en/of stelen. Op het schip golden strenge regels en hele erge straffen wanneer je iets deed wat niet mocht dus dat liet je dan ook wel uit je hoofd.

De mensen die ze ook ze ook als hun bemanning maakte waren bedelaars ene wezen die op deze manier de kost konden verdienen. Er waren ook heel veel arme en werkloze mensen die heel graag op een schip wouden werken om zo hun gezin te of zichzelf te kunnen onderhouden. Maar de meesten mannen werden niet zo goed betaald en verdrongen dat weer door te drinken. Drank koste op de boot ook geld dus aan het einde van de reis hadden ze amper wat geld over. Dus was die hele reis voor niks geweest.

4. De straffen op een VOC schip

Er waren twee soorten straffen: geldboete en lijfstraf. De straffen werden in het algemeen door de Scheepsraad, de Brede Raad of de Krijgsraad uitgedeeld. De lichte lijfstraffen en geldboetes werden meestal uitgedeelt door de scheepsraad. Ernstige straffen zoals kapitale of criminele vergrijpen werden beoordeeld door de brede raad, deze raad werd gevormd door de scheepsraad en de gezamelijke schippers, onderkooplieden en opperstuurlieden van de vloot. [2]Vergrijpen die waren gepleegd door soldaten werden door de Krijgsraad behandeld. Geldboeten werden meestal opgelegd via verbeurdverklaring van één of meer maandgelden. De lijfstraffen verschilden naar de aard van het vergrijp. Zo kende men opsluiting op water en brood, kastijding, geseling of het vastnagelen van de hand aan de mast met een mes. Het aan de ra lopen hield in dat men de gestrafte met een touw aan de ra bond, hem met lood verzwaarde en hem dan twee tot drie maal vanaf dit hoge punt in het water liet storten. Meestal werd dit gevolgd door het laarzen : het slaan van de veroordeelde met een knots of een dik touw. Bij ernstige misdrijven ging men over to het kielhalen van de betreffende persoon; waarbij deze drie maal onder de kiel van het schip werd getrokken. In andere gevallen kwam het voor dat de opvarende met wat voedsel en water op de eerste de beste kust aan land werd gezet en aan zijn lot werd overgelaten. Op muiterij (werkweigering of een machtsgreep) stond de doodstraf door ophanging aan de mast of door fusillering.

5. de kantoren in Azië

De VOC had in Azie ongeveer 30 vestigingen. In sommige belangrijke handelssteden had de VOC alleen maar een kantoor met een paar pakhuizen. Ze hadden ook veel plaatsen forten, ze bouwden en veroverde er ook een paar van de portugezen. Er zijn ook een paar kleine stadjes die zijn gaan groeien rondom een fort. In zo een stadje was een kerk, een ziekenhuis, een school en huizen van kooplieden en andere mensen die voor de VOC werkten. Zo een vestiging werd een paar keer per jaar bezocht door een VOC-schip uit batavia. De schepen haalde de ingekochte goederen op en bracht ze vervolgens naar de grote pakhuizen in Batavia.

5. Batavia

De hoofdstad van de VOC in Azië was Java. Op West-Java lag de Batavia. De gouverneur-generaal woonde en werkte daar. De gouverneur-generaal was de belangrijkste VOC man in heel Azië. Samen met de raadsheren bepaalde hij wat er in de vestigingen moest gebeuren. De VOC had Batavia helemaal gebouwd. De VOC had een fort gebouwd om de stad tegen vijandelijke aanslagen te beschermen en ze hadden ook een grote stad gemaakt. De goederen werden vanuit Batavia naar Nederland vervoerd.

Ze wouden eenvoudiger producten voor europa verzamelen dus stichtte de compagnie eigen Kantoren op verschillende plaatsen langs de grote Aziatische handelsroutes.

Specerijen kopen was erg moeilijk omdat de VOC weinig ruilmiddelen had. Dat kwam vooral omdat Europese goederen niet gewild waren op Aziatische markten en omdat Europese goederen vaak erg duur waren. Daarom verkocht de VOC zilver die ze uit europa aanvoerde in China. Van de obrengsten die ze verdiende bij het verkopen van dat zilver kochten de VOC koopmannen Chinese zijde die ze dan naar Japan brachten. Naar India brachten ze vervolgens de spullen die ze vanuit Japan haalden, toen ze in India kwamen veruilde ze vervolgens het goud en koper voor textielproducten. In mollukken verhandelde ze deze textielwaren vervolgens tegen kruidnagel, nootmuskaat en foelie. Het was dan wel een lange en moeilijke toch maar ook zeker een goedkope manier om aan aziatische producten te komen en om ze vervolgens voor hoge prijzen in europa te kunnen verkopen. Met deze manier maakte de VOC erg veel winst. De erg kleine investeringen die ze stopte in zilver verdubbeld zicht in de waarde door koper, zijde, goud en textiel. Je krijgt met deze goederen erg veel winst door ze ergens anders in azië te verkopen, waar de mensen ze erg graag wilden hebben.

Jan pieterzoon Coen vestigde in 1619 een kasteel Batavia op Jakarta. Het was zoo een groot fort dat het was uitgegroeid tot een Nederlandse stad in de tropen. Het was een zoo een vies en ongezond fort dat er zieke zeelieden na een lange reis uit Nederland zelfs bezweken in het hotel. Rond 1700 woonde er ongeveer 70.000 mensen op Batavia. Aan het eind van de 18e een was de bevolking verdubbeld. Binnen deze bevolking waren er ongeveer 6000 nederlandse inwoners en 1200 manschappen die de stad verdedigden.

De hoge regering van Indië was gevestigd in Batavia. De voorzitter van de raad was de gouverneur-generaal die alléén verantwoording schuldig was aan de heren zeventien. Het gene wat de hoge regering deed was het uitstippelen van alle routes in Azië en de bestuurlijk handelszaken van de VOC in Azië. De ontwikkelingen die er dan ontstonden gaven ze meteen door aan de Heren Zeventien. Dat schreven ze dan op in een “General missive” oftewel een jaarverslag. Wat de hoge regering ook deed was elk haar de ‘generale eis ‘ opstellen. De generale eis bestond uit een bestellijst van geld en goederen de aziatische kantoren graag wouden ontvangen van de compagnie. Er waren allemaal ringen binnen elk Aziatisch kantoor: aan het hoofd stond een gouverneur. De gouverneur regelde niet alles zelf dat deed hij samen met een raad van politie. De hoge regering bestond uit een opperkoopman, bevelhebber, boekhouder en een fiscaal.

Door de lange reizen hadden de boten vaak veel schade aan allerlei onderdelen. Een groot probleem waren diertjes en schelpjes die vastzaten aan/in de boot. Daarom werden ze ook altijd zoo vaak mogelijk verwijden om zo nog meer ergere schades te kunnen voorkomen.

Er werden veel scheepswerven ingericht op verschillende eilandjes door de compagnie. Op eilanden zoals Onrust, edam lag een smederij, scheepshellingen, zaagmolen, een touwslagerij en lijnbanen. Op dat eiland deden vooral gevangenen het werk. Tot ver in de 19e eeuw had Batavia de beste reparatiewerf in Azië. Een erg groot probleem was dat veel scheepsmaterialen vanuit europa kwamen en dat ze door die barre reis vaak in slechte staat verkeerde, ze waren dus meestal al kapot bij aankomst. Dit was niet het enigste probleem de compagnie had ook te maken met een te kort aan gespecialiseerde, ervaren en goede ambachtslieden.

In de 17e eeuw was de machtigste koopman in Azië de VOC, ze waren tegelijk ook nog eens het grootste handelsbedrijf in de wereld. De VOC had ook nog eens het grootst uigestrekte handelsnetwerk van de vele kantoren

In de 18e eeuw werd het de compagnie steeds zwaarder gemaakt door het grote Aziatische bedrijf. Ze moesten sterk blijven in hun schoenen blijven staan en hun handelspositie goed tegenover de Europese concurrentie, ze moesten ook hun bezittingen goed verdedigen tegenover de Aziatische vorsten. Daarom stuurde de VOC soldaten en ambtenaren. Rond 1625 waren er ongeveer 2500 mensen in dienst die werkten door de VOC in Azië. Dat aantal steeg aan het einde van de 17 eeuw naar 13.000. Het werden steeds meer in 1750 was het aantal al 20.000. het was moeilijk voor de VOC om deze mensen goed te kunnen betalen want de inkomsten daaldon omdat Japan de buitenlandse handel beperkte. Het ging niet zo goed want de VOC verloor zijn geldbronnen die afkomstig waren uit Azië. De specerijenhandel bracht veel minder geld op, omdat de Europeanen te veel andere dingen kochten. Ze kochten bijvoorbeeld meer Indiase textielgoederen dan bijvoorbeeld: nootmuskaat, foelie, thee, kaneel, kruidnagel en peper. Er word door de Engelse kooplieden meer gehandeld in de VOC dan in China en India. Heel veel grond werd ook ingepikt. De VOC legde daarom ergens anders hun koffie- en suikerplantages aan zoals bijv. op Ommelanden en Oost-java. De VOC trok zich terug op de eilanden in Indonesië wat later Nederlands-indië werd.

6. Vijanden van de VOC

De VOC had drie vijanden:

Engelsen:

de grootste concurrenten van de VOC waren de Engelsen. Hun doel was ook zoveel mogen specerijen inkopen in azië en er dan winst mee maken in europa. Wat ze vooral ook deden was mekaar zoveel mogelijk verjagen uit gebieden die veel te bieden hadden. In sommige gebieden maakte ze zelfs kanonnen voor Batavia. Dat deden ze om vijanden af te weren.

Portugezen:

natuurlijk waren de Portugezen ook niet echt blij met de VOC ze waren vooral erg boos. Want de VOC had hun handelsmonopolie kapot gemaakt. De Portugezen verdienden er niet meer zoveel aan als wat ze ervoor aan hadden verdient. Ook veel eilanden waar de Portugezen mee handelden was ingepikt door de VOC. de Portugezen zaten al veel langer in Azië dan de VOC. dat was vooral een grote oorzaak van al die gevechten.

Aziaten:

de Aziatische legers en vorsten vochten ook veel met de VOC. Veel van de vorsten moesten helemaal niks hebben van die vervelende Nederlandse indringres. Dat was een reden dat de Aziaten de forten en de vestigingen van de VOC aanvielen. Veel van de keren begon ook de VOC met vechten. Als een vorst bijvoorbeeld geen handel wou drijven dwóngen ze hem wel om mee te werken, door ze bijvoorbeeld te vermoorden.

sommige vorsten moesten niets van de ‘Nederlandse indringers' weten. Daarom vielen ze de forten en vestigingen aan. Hierdoor braken er wel eens oorlogen uit. Deze oorlogen waren erg ongelijk. De Aziaten hadden een groter leger maar de Nederlanders hadden véél beter wapens. Om te kunnen vechten en te verdedigen had de VOC duizenden soldaten in dienst. De VOC kreeg ook toestemming van de regering om te vechten waar dat nodig was.

7. De retourvloten

binnen de Batavia en op de eilandjes voor de kust verzamelde de VOC de goederen in haar pakhuizen. Op de haven werden de schepen geladen. De goederen hadden allemaal hun eigen plek in de boot. Grote en zware goederen lagen onder aan in de boot meestal afgedekt met matten; dan kwamen er wat lagen peper in wat zakken, die waren ook afgedekt. Op de onderlaag zaten balen textiel. De eenvoudige lagen voor onder de de duurdere en winstopbrengende spullen boven. Tussen al de balen goederen strooide de bemanning losse pepers of allemaal kleine stukjes hout. Ruwe zijden en andere durren spullen stonden op het achterdek. Elke avond voordat ze opreis gingen met het schip gingen de schipper en officieren dineren. De mensen die de oost-indievaarders genoemd werden konden Batavia elk seizoen verlaten. In de 17e eeuw vertrokken de schepen gelijk wanneer ze helemaal volgeladen waren. Maar doordat er een oorlog in europa was uitgebroken moesten de retourschepen wachten zodat ze met meerdere boten tegelijk konden varen. Dat vonden ze toen veel veiliger want zo was er minder kans om aangevallen te worden en de verdediging is natuurlijk veel sterker als je met meerdere boten bent. Dat je met meerdere boten op zee was dat was niet alleen handig omdat het veiliger was maar het was ook handiger omdat als er iets aan de hand was met een ander schip, de andere mensen op de andere boten gelijk konden helpen. Bij de terugweg naar batavia vaarde ze ook samen. Dan roepte de commandeur vanaf het dek keihard: Adieu Batavia, wij varen nu naar patria!!!! Dat was een soort afscheidgroet van de VOC.

Door de straat Sunda naar het zuiden zeilden de schepen. De kortste route om over de indische ocenaat naar de kaap te gaan was via de zuidoost-passaat. De wervelstormen bij het eiland mautitius vormden tussen januari en maart een groot gevaar. Er zonken tussen 1720 en 1740 negentien VOC schepen tijden die wervelwinden. Daarom verbood de Heren Zeventien de schepen in die maanden noch terug te laten varen. De kaap was de stop van de compagnieschepen op de terugweg. Daar gingen ze bij de kust op me kaar wachten tot de vloot weer compleet was want bij de een storm konden ze weer ver uit mekaar drijven. Andere retourschepen uit andere delen van azië voegden zicht bij de boten toe om zo de reis veilig te kunnen vervolgen.

Na de verovering van ceylon op de portugezen hield de VOC een nieuwe route vast. Ze vaarden vanaf het eiland rechtstreeks naar Nederland om indiase producten en vooral de kaneel sneller en veiliger naar europa te brengen.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­In Azië verzwakte de Batavia heftig daar verzette zij zich hevig tegen. Want ze zouden daar niet meer nodig en belangrijk zijn. Er was te weinig scheepsmateriaal en reparatiemogelijkheden voor Ceylon. Er gingen ook geruchten dat de VOC-gouverneur van Ceylon onvoldoende toezicht heeft kunnen houden op de gang van zaken. De bewindhebbers opende in de 18e de rechtstreekse vaar op bengalen, Ceylon, Canton en Coromandel omdat Indiase textiel en Chinese thee de belangrijkste handels producten werden. De goederen kwamen veel sneller en met een betere kwaliteit aan op de Europese markt. Voor de traject naar Nederland wachten de schepen bij de kaap op de instructies van de heren zeventien. Want het was nog een hele langen reis vanaf kaap naar Nederland. Ze vaarde om Schotland heen of ze vaarden naar de ingang van Het Kanaal. Op dat punt werden de oost-indiers opgewacht door oorlogsschepen om ze te begeleiden met het laatste stukje van de reis want de compagnieschepen keerde terug naar huis waar het niet zoo veilig was.

Na een reis van 14.300 mijl die ongeveer 7 en een halve maand heeft geduurd legden de schepen aan bij de thuishaven. Het was meestal in de zomer dat ze aanlegde in de haven bij: rammekens, Texel en Goeree. Het schip werd op het einde goed gecontroleerd door de bewindhebbers van de commissie van de Equipage. Als alles in orde was ontsloegen zij de bemanning van het schip. De bemanning liep met een handje vol kleding van het schip af. De rest van de kleding die in de scheepskisten lagen konden ze later op komen halen want die moest eerst nog onderzocht worden door het Oost-Indisch huis. Ze mochten ook pas hun loon en hun opbrengsten van de goederen die de VOC veilde later ophalen. Er werd ook verslag uitgebracht aan de presiderende kamer Amsterdam of zeeland door een commandeur van de retourvloot. Toen de commandeur klaar was met ze verslag bij de presiderende kamer moest hij ook nog naar de Staten-Generaal in den haag om daar ook nog eens verslag te doen van zijn verhaal. Wanneer hij klaar was met zijn verhaal kreeg hij als verering een gouden of zilveren ketteing. Deze ketting had die tijd ongeveer de waarde van 500 tot 1000 gulden.

8. De schepen en de lading in Nederland

wanneer de schepen gelost waren gingen ze naar de werf, waar zij vervolgens onttakeld en gerepareerd werden. De ingevoerde Aziatische goederen en producten werden zorgvuldig in compagniehuizen gesorteerd. Elke kamer had zijn eigen verlanglijst met producten die zeg graag wouden hebben. De meeste producten werden uiteindelijk op de najaarsveiling op de markt verkocht

In het voorjaar verkocht de compagnie de specerijen. In de 17e eeuw werden de goederen per contract aan de kooplieden verkocht want dat was veiliger. De producten werden niet door de compagnie naar de markt gebracht, zodat de kooplieden profiteerde van de monopoliepositie van de VOC. De veilingen werden vanaf 1642 openbaar maar ook internationaal. Een week voor de veiling mochten de kopers monsters van de producten keuren in de pakhuizen. De producten werden met kavelnummers door de makelaars gekeurd op kwaliteit. De VOC had een catalogus ontworpen met specifieke gegevens over afmetingen, kwaliteit en de motieven van de Indiase textiel deze catalogen werden vervolgden verspreid onder de handelaren en makelaars. Om 9 uur s'ochtends begon de veiling van de goederen. De veiling was niet alleen onder de vendumeester maar ook onder de aanwezigheid van een paar bewindhebbers, de secretaris van de stad en een paar klerken. In het Oost-Indische veilinghuis verzamelde zich ook nog eens dertig tot veertig makelaars en grote handelaren.

De rekening werd vervolgens na de veiling zelf gemaakt door de kopers en die hebben ze dan laten controleren door de bewindhebbers van de commissie van het pakhuis. Ze kregen korting als ze gelijk betaalde. Als de koper te laat betaalde kwam er een rente op. Er was 1 afspraak die alle kopers hadden en dat was dat ze één pro mille van het totale bedrag moesten afstaan aan de plaatselijk armenzorg. Na de betaling van de goederen kreeg de koer een bewijs waarmee hij zijn spullen bij het VOC pakhuis kon ophalen.

In 1515 werd Willem Barentsz geboren in Terschelling. Hij is opgegroeid in het plaatsje Formerum. Hij hield heel erg van zeekaarten bestuderen dat kon hij dan ook de hele dag doen. Later heeft hij ook uiteindelijk bijna al die routes gevaren. Willem heeft zelf ook vele zeekaarten gemaakt jammergenoeg zijn die kaarten nooit terug gevonden.

De eerste reis om de noord (verkennen)

Het plan van Willem was om een nieuwe vaarroute te ontdekken naar Azië, hij wilde dat via het noorden proberen. De eerste reid die hij maakte via het noorden was als verkenningtocht bedoel. Op 5 juni 1594 vertrokken de schepen vanaf Texel. Op de reis naar het eiland kilduin gingen 4 schepen mee. Dat eiland bevond zich voor de rusische kust bij Moermansk. Daar splitsten de boten om zo allemaal hun eigen weg te gaan. [3]Barentsz wilde een route langs de Noordkust van Nova Zembla vinden. Barentsz kwam tijdens deze tocht voor het eerst in contact met een ijsbeer, waar hij niet leuk kennis mee maakte, er werden twee zeelieden gedood. Twee van de andere schepen hoorde van de bevolking in dat gebied, dat de Karische zee heel gauw zou dichtvriezen. Ze gingen terug omdat ze geen risico wouden lopen. Met het idee om het volgend jaar nog gewoon een keer over te doen. Aan de zuidkust kwamen de boten mekaar weer tegen en vaarden ze gezamenlijk weer terug naar Nederland, waar ze ongeveer naar 3 maanden en 10 dagen aankwamen.

De tweede reis om de Noord (ontmoedigend):

Deze reis was bedoeld als handelsreis. Er gingen een stuk of 7 schepen meer. Deze boten vertrokken vanaf Texel. Er werden veel dure en kostbare goederen meegenomen om te verhandelen. En ze hadden ook een voedselvoorraad van 2 jaar aangeschaft omdat het de bedoeling was om te overwinteren en om in het voorjaar weer hun reis voort te zetten. [4]Bij de tweede tocht werd gekozen voor de route door de Karische zee dat wou Willem Barentsz. Dat was geen goed idee. men zuiden van het eiland Waigatsj liepen de schepen vast in het drijfijs. De schepen werden gedwongen terug te varen. En ze besloten niet te overwinteren. De expeditieleider Cornelisz Nay gaf opdracht terug te varen. Zo'n reis kostte veel geld en omdat het niet met succes was besloot de overheid zulke reizen niet meer te financieren. Wel gaven ze 25.000 gulden als beloning aan hen die er in slaagde een weg via het Noord te vinden. iedereen dacht dat er geen derde tocht via het Noord zou komen want kooplieden wilden het ook niet betalen.

De derde reis om de Noord (rampzalig)

[5]Het verhaal van de derde tocht van Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck om de noord is waarschijnlijk een van de bekendste uit de Nederlandse geschiedenis. Dankzij het dagboek van een van de bemanningsleden (Gerrit de Veer) zijn de gebeurtenissen op deze reis opgeschreven en bewaard gebleven. Op 10 mei 1596 vertrok een uit twee schepen bestaand

10. de ondergang van de VOC

in de 17e en 18e eeuw beleefde de compagnie gouden tijden. Ze waren ongeveer in het bezit van duizenden werknemers en ze bezaten ongeveer 30 kantoren in Azië, zo een 6 kamers in de republiek en 100 schepen. Op het einde van de 18e raakte het bedrijf in grote financiële moeilijkheden, het was zoo erg dat zelfs geld lenen geen oplossing meer was. Dit probleem was niet makkelijk op te lossen en al helemaal niet met 6 boekhoudingen en de 6 afdelingen in de republiek. De VOC moest haar voordelige handelspositie en bezittingen goed verdedigen tegen de Europese concurrenten en Aziatische vorsten. [6]De verandering in de lading (thee, suiker, peper en tin, deze goederen waren winstgevender) voor Europa was nadelig voor de Compagnie. De VOC raakten in diepe schulden en alleen met forse overheidssteun kon zij hopen de problemen de baas te worden. Zowel de Staten-Generaal als de Staten van Holland wilden de VOC geld lenen gezien de economische belangen die op het spel stonden. Ondergang van de Compagnie zou een ramp betekenen voor de steden waar de kamers gevestigd waren. Maar de VOC zat in een vicieuze cirkel. Ondanks de grote financiële steun was er te weinig geld om voldoende schepen en personeel naar Azië te sturen.

Er vertrok op tweede kerstdag in 1794 ongeveer 200 jaar na het vertrek van de 4 schepen het allerlaatste VOC schip van de haven van Texel. Het laatste handelscontact verliep op 31 december 1799. De VOC had een schuld van 119 miljoen die uiteindelijk de staat over nam.

11. De gevolgen van de VOC in Nederland

De VOC had heel veel geld verdien doordat ze veel handel hadden gedreven. Nederland kwam in een bloeiende periode. Het was een erg rijk land geworden. Er kon veel geïnvesteerd worden in nieuwe bedrijfjes. De andere kleinen bedrijfjes in de NL hadden de mogelijkheid om hele groot te worden. De gouden eeuw brak aan. Dat was niet alleen door de VOC, maar ook door de WIC, een West-Indische compagnie.

Door de VOC en de WIC kwam er die tijd heel veel werkgelegenheid. Mensen moesten zeilen en schepen maken. Maar er was ook veel vraag naar bemanning voor op de schepen. Natuurlijk waren er ook handelaren nodig die de gebrachte goederen uit Azië moesten verkopen. De economische groei in Nederland die tijd ging heel erg goed. Toch waren er nog een heleboel mensen die erg arm waren. Ze hadden geen werk en wanneer ze op een schip gingen werken kregen ze scheepsloon en dat was toen der tijd heel erg weinig. En de meeste mannen hadden dat geld zoo weer op. Ze hadden dat geld dan opgemaakt aan drank. De mannen die nog een beetje geld hadden overgehouden aan de reis was ook zoo weer op, dus moesten ze dan weer opnieuw gaan varen. Dat varen was absoluut geen pretje, veel mensen wouden dat werk ook niet doen. Maar je had heel vaak geen andere keuze want je moest iets doen om aan geld te komen. Bovendien kreeg je op een schip gratis voedsel en onderdak. Je hoefde dus niet meer op straat te leven.

Nog een heel groot voordeel was dat alle wereldzeeën en oceanen waren verkend. Men kom overal heen waar men wilde. Dat was eerst niet zo. Er was dus spraken van een globalisering. Door de contacten met het buitenland leek de wereld veel kleiner. Naar een ander land gaan was veel makkelijker geworden.

CONCLUSIE:

Hoofdvraag: hoezo werd de VOC opgericht en wat was de reden van zijn ondergang?

Hoezo oprichting:

De aanleiding voor het oprichten van de VOC was de stijgende prijs van de peper. Nadat een reis naar Oost Indië met succes was beloond werden er diverse compagnieën opgerciht om meer handel te kunnen drijven. Door al deze verschillende compagnieën ontstond er veel concurrentie en dat was niet goed voor de winst. Dus werden op 20 maart 1602 door de Staten Generaal vele kleine compagnieën samengevoegd tot een grote compagnie, onder de naam: de verenigde Oost-Indische compagnie (VOC). Het doel van de VOC was handel drijven met: oost-indië, India, Ceylon, Korea, Japan, China en de vestigingen van Nederlandse handelsposten en kantoren.

Reden ondergang:

In de loop van de 18e eeur werden nog zeer goeie zaken gedaan met Azië. Jammergenoeg was de tijd van grote winsten op specererijen voorbij. Maar gelukkig had de compagnie zich tijdelijk gefocust op de handen van textiel uit Azië. De oorlog met engeland in 1780 werd uiteindelijk de VOC vataal. Voor de 4e keer binnen een eeuw leide een ruzie met Engeland tot een grote oorlog. De VOC bewindhebbers raakte erg in de problemen doordat Engelse volgeladen schepen kaapte en de lading goederen in hun eigen bezit namen. Hierdoor werd er haast niks meer geveild in Nederland omdat er amper goederen waren. Dat bracht de VOC in erg grootte problemen. Omdat het de normaalste zaak van de wereld was om kredieten op te nemen en de kosten voor de schepen en betalingen vooruit te doen, met als bedoeling het onmiddellijk na de veiling te verrekenen. Op een gegeven moment zat de schuld al in de miljoenen. De overheid hielp de VOC. Ze hielpen hun door uitstel van betaling te geven. Maar jammergenoeg heeft dat niet geholpen, de schulden last was gigantisch hoog. Uiteindelijk ging de VOC failliet.

[1] http://mediatheek.thinkquest.nl/~voc/nl/reizen/routes.html

[2] http://www.scholieren.com/werkstukken/3256

[3] http://www.scholieren.com/werkstukken/27134

[4] http://www.scholieren.com/werkstukken/14582

[5] http://www.scholieren.com/werkstukken/14582

[6] http://mediatheek.thinkquest.nl/~voc/nl/algemeen/ondergang.html

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!