Landbouwvrijstelling

Landbouwvrijstelling

Voorwoord

Dit rapport wordt geschreven als afsluiting van mijn studie Bedrijfskunde en Agribusiness, met als Major Agrotechniek en Management.

Met het schrijven van dit rapport wil ik in kaart brengen wat de gevolgen zijn als de landbouwvrijstelling wordt afgeschaft en wat dan de eventuele alternatieven zijn.

Graag wil ik als vierdejaars student aan de Christelijke Agrarisch Hogeschool te Dronten van deze gelegenheid gebruik maken om diegenen te bedanken die mij ondersteund hebben bij de totstandkoming van dit rapport. Met name wil ik daar graag dhr P.W. Smeenk van de ABN Amro N.V., dhr A. Verduin van Countus, dhr P.H.M. Ceelen van Gibo Groep en dhr A.F.M. Michielsen van LTO Noord bedanken voor hun betrokkenheid en medewerking bij de tot standkoming van dit rapport. Vanuit de Christelijke Agrarische Hogeschool ben ik door dhr B.P. Bontjer begeleid. Ook hiervoor mijn hartelijke dank bij deze uitstekende begeleiding.

Arjan Reitsema

Samenvatting

Cultuurgrond is binnen de landbouw een zeer belangrijk productiemiddel, daardoor neemt het ook een belangrijke plaats in. Want zonder deze grond is de bedrijfsuitoefening als agrarisch ondernemer ondenkbaar. In dit productiemiddel heeft de agrarisch ondernemer een zeer groot vermogen zitten, vaak ook nog als stille reserves. In de Miljoenennota van 2010 is de discussie over de afschaffing van de landbouwvrijstelling weer aangewakkerd. Over de mogelijke gevolgen van deze afschaffing gaat dit rapport.

De achtergrond van de landbouwvrijstelling gaat ver in de geschiedenis terug, tot aan een wet uit 1893. In deze wet is de belasting op bedrijfs- en andere inkomsten ingevoerd. Het doel van deze belasting was om een dubbele belasting te voorkomen van het eigen vermogen. De landbouwvrijstelling werd ingevoerd om zo het verschil in belasting tussen een eigenaar van de grond en een verpachter van de grond op te heffen. In de loop der jaren is de landbouwvrijstelling een aantal keer gewijzigd. Zo werd er in april 1986 de verschillende landbouwtoepassingen verder uitgebreid. Niet alleen het traditioneel landbouwbedrijf viel er onder maar ook de modernere vormen van de landbouw vielen toen onder de landbouwvrijstelling. Ook werd er toen besloten om de bestemmingswijzigingswinsten, waarbij de agrarische grond buiten de agrarische sfeer wordt gebruikt, te schrappen. Deze vielen niet meer onder de landbouwvrijstelling.

Op 27 juni 2000 is er een andere beperking ingevoerd op de landbouwvrijstelling. Er werden verschillende onderdelen geschrapt die niet meer onder de landbouwvrijstelling vielen. Want in de praktijk is gebleken dat er verschillende methodes werden gebruikt om de winsten behaald op landbouwgrond buiten de belastingheffing te houden. Er is toen in de wet duidelijk beschreven wat wel binnen de landbouwvrijstelling valt, in plaats van wat er niet binnen viel.

Bij het toepassen van de landbouwvrijstelling moet het bedrijf wel aan een aantal criteria voldoen. Een criterium voor het toepassen is dat de grond dezelfde bestemming houdt; dat het na verkoop geen andere bestemming krijgt dan agrarisch. Verder blijft de winst op een agrarisch stuk grond altijd tot aan de WEVAB ( Waarde Economisch Verkeer Agrarische Bestemming) binnen de landbouwvrijstelling, alles daarboven moet worden opgegeven bij de belastingdienst. Indien de grond die de ondernemer wil verkopen een aantal jaar verhuurd is, niet ten dienste van de vruchtwisseling, vallen deze verhuurde jaren niet binnen de landbouwvrijstelling. De mogelijke waardestijging in deze jaren is wel belast.

Bij verkoop van het bedrijf moet de ondernemer afrekenen over de winsten die hoger zijn dan de WEVAB-waarde. De ondernemer kan er ook, in overleg met de opvolger, voor kiezen om de belastingclaim door te schuiven naar de opvolger. Indien de opvolger dit niet wil dan staat de verkoper voor een dilemma, omdat de mogelijke winst voor zijn onderneming richting de belastingdienst gaat. Wil de ondernemer dit voorkomen, dan kan er ook een herwaardering van de balans worden doorgevoerd, zodat de cultuurgrond tegen de huidige WEVAB-waarde op de balans wordt geplaatst. Hierdoor wordt de mogelijk boekwinst veiliggesteld indien de landbouwvrijstelling zou worden afgeschaft.

Bij een eventuele verkoop waarbij de ondernemer de belastingclaim door middel van een hogere vraagprijs denkt terug te krijgen, is er een mogelijke verwachting dat er dan óf een prijsstijging óf prijsdaling is van de grondprijs plaatsvindt. Het langjarig gemiddelde van de grondprijs (1998-2008) is € 35.000 per hectare. Tijdens de krediet crisis is de prijs voor een hectare landbouwgrond gedaald. Natuurlijk spelen bij de taxatie van een perceel cultuurgrond ook belangrijke factoren als ligging, ontwatering en het opbrengend vermogen een grote rol. Verder zijn ook de mogelijke alternatieven als vervanging voor de landbouwvrijstelling bekeken. De gevolgen voor de landbouw na de afschaffing zijn verschillend en is zonder een verder gedegen onderzoek moeilijk te zeggen.

Summary

In the farming agricultural land is a very important asset, it has taken a very prominent place.

Because without the land the farmer cannot practice his business. This means that the agricultural entrepreneur has a substantial property, often even as hidden reserves. In the National Budget of 2010, the debate on the abolition of the agricultural exemption is being discussed again. This report is written to look at the possible consequences of this elimination.

The background of the agricultural exemption goes far back, to a law dating from 1893. It governs the taxation of business income. The purpose of this tax was to prevent double taxation of equity. The agricultural exemption was introduced to cancel the tax difference between an owner and lease holder of the land. Over the years, the agricultural exemption made a change several times. For example, in April 1986 the various agricultural uses were expanded. It did not just include the traditional farms, but also the more modern forms of agriculture were then under the agricultural exemptions placed.

On June 27, 2000, another restriction was imported at the agricultural exemption. Several items were removed from the agricultural exemption because real life cases showed that different methods were used to keep made on farmland out of the books. Then the law clearly described what is within the agricultural exemption instead of what was excluded.

In applying the agricultural exemption, the company must meet a number of criteria. One is whether the use remains the same as before, after the sale use is nothing else than agricultural. Furthermore, the profit on an agricultural plot is limited to the Wevab within the agricultural exemption, overrunning should be reported to the IRS. If the land that the entrepreneur wishes to sell, has been let for a few years, these years do not form a part of the agricultural exemption. The possible increase in value these years is taxed.

On disposal of the company must pay the entrepreneur the profits exceed above the value of Wevab, the entrepreneur can also, in consultation with the successor, to choose the tax claim to pass on to its successor. If the successor doesn't want, then the seller has a dilemma because the potential profits for his company towards the tax goes. The entrepreneur this wants to prevent can there also a realignment of the ground being carried out, that the culture ground is placed against the current WEVAB value on the assessment. Because of this is it possible to secure the book profit, if the agriculture exemption would be abolished.

In any sale of a company where the entrepreneur the tax claim by a higher asking price expect to cover, there is an expectation that potential than either a rise or fall in prices of land takes place. The average land price (1998-2008) is € 35,000 per hectare. During the credit crisis, the price for a hectare of farmland has decreased. Obviously play in the valuation of an agricultural plot also important factors as location, drainage and yielding ability a major role.

Inleiding

De landbouwvrijstelling komt al sinds 1893 voor. In de Miljoenennota 2006 is al aangegeven dat de belastinguitgaven geëvalueerd gingen worden. Nu de Miljoenennota 2010 er is worden deze geluiden sterker, er is nu misschien sprake van dat de landbouwvrijstelling verdwijnen moet, in het kader van de bezuinigingen.

Hoewel de meeste agrariërs de landbouwvrijstelling wel kennen, is er nergens een document waar de gevolgen van de afschaffing staan genoteerd. Deze individuele verdieping streeft als doel na om de gevolgen van de afschaffing van de landbouwvrijstelling in kaart te brengen. Om dit te kunnen is de hoofdvraag in verschillende deelvragen uitgesplitst om het in verschillende hoofdstukken te kunnen behandelen.

Naar aanleiding hiervan is de volgende hoofdvraag geformuleerd:

Wat zijn de gevolgen voor de agrarische sector bij het afschaffen van de landbouwvrijstelling?

Hiervoor zijn de volgende deelvragen geformuleerd:

- Wat is de landbouwvrijstelling?

- Wat is de huidige status van de landbouwvrijstelling?

- Wat zijn de gevolgen bij het afschaffen van de landbouwvrijstelling?

- Is er een alternatief voor de landbouwvrijstelling?

Hieronder wordt per deelvraag uitgelegd hoe de deelvraag beantwoord wordt.

In het tweede hoofdstuk zal de geschiedenis van de landbouwvrijstelling worden toegelicht, waarbij de deelvragen gericht zijn op wat de landbouwvrijstelling inhoudt en het ontstaan daarvan.

In het derde hoofdstuk wordt beschreven wat de huidige status van de landbouwvrijstelling is, wat de definitie van een landbouwbedrijf is, en hoe deskundigen erover denken. Er is een aantal deskundigen geïnterviewd die veel met de landbouwvrijstelling in aanraking zijn gekomen en die er ook veel over weten.

De inhoud van het vierde hoofdstuk heeft betrekking op de mogelijke gevolgen van de afschaffing. Hierin wordt dan een onderscheid gemaakt wat de gevolgen voor de verkoper zal zijn en wat voor gevolgen de afschaffing zal hebben op de grondprijs. Verder zal er aandacht worden besteed aan de mogelijke invloed op een overname in de agrarische sector.

In het vijfde hoofdstuk wordt gekeken of er een mogelijk alternatief is voor de landbouwvrijstelling mocht er tot afschaffing over worden gegaan. Hier wordt ook gekeken waarom er een vorm van landbouwvrijstelling wenselijk is, wat de voorwaarden zijn voor een alternatief en wat dan het alternatief zou kunnen zijn.

De deelvragen worden in de volgende hoofdstukken besproken. Hieruit worden de conclusies getrokken waarmee het rapport wordt afgesloten.

2. Wat is de landbouwvrijstelling?

In dit hoofdstuk wordt geschetst wat de landbouwvrijstelling inhoudt, wat hiervan de geschiedenis van is en waarom er een landbouwvrijstelling is. De landbouwvrijstelling is een regel in de inkomstenbelasting die de agrarische ondernemers mogen benutten om waardeveranderingen, van in het bedrijf gebruikte grond, niet tot de belaste winst te laten behoren. De waarde van de te verkopen grond moet wel binnen de waarde economische verkeer agrarische bestemming vallen (WEVAB). De landbouwvrijstelling is hierin één van de belangrijke fiscale pijlers waar de agrarische sector in Nederland op steunt. De landbouwvrijstelling is in 1964 ingevoerd om de ongelijke behandeling van grondeigenaar en verpachter te compenseren. De verpachter mag bij verkoop van de grond de volledige winst in privé bijschrijven zonder hier belasting over te betalen, bij een grondeigenaar mag dit niet. De eigenaar die de grond zelf gebruikt zal eerst belasting moeten betalen voordat het naar privé mag worden geboekt.

2.1 Wat houdt de landbouwvrijstelling in?

De landbouwvrijstelling houdt in dat de agrarische ondernemer bij het staken van zijn onderneming de boekwinst die hij maakt op de grond van het bedrijf niet bij de belaste winst hoeft op te tellen. Dit geldt ook voor een tussentijdse verkoop, mits de agrarische bestemming op het bedrijf blijft. De koper van het bedrijf moet het dus voortzetten met een agrarische bestemming. Voor een agrarisch bedrijf is deze regel/vrijstelling dus een zeer groot voordeel want de belastingdruk is lager. De toepassing van de landbouwvrijstelling is helaas alleen geldig op cultuurgronden[1], niet op gronden die zich onder de bedrijfsgebouwen bevinden. Onder het eigendom van deze cultuurgronden wordt verstaan: als de ondernemer het juridische eigendom van de grond heeft, het erfpachtrecht in de landbouw en het vruchtgebruik van dergelijke gronden. De cultuurgronden moeten nagenoeg helemaal in gebruik zijn in de uitoefening van het landbouwbedrijf. Doordat de landbouwvrijstelling alleen voor de grond geldt moet er bij verkoop van grond en opstallen (kassen en dergelijke) voor één gezamenlijk bedrag een splitsing gemaakt worden, voor de grond en de gebouwen. Dit moet apart worden gepresenteerd in de boekhouding.

Zoals hierboven al is opgemerkt mag de grond die verkocht wordt met een ander doel dan een agrarische bestemming niet onder de landbouwvrijstelling vallen. Tot 27 Juni 2000[2] bleef de waardeverandering van de grond die verkocht werd onder de werking van de landbouwvrijstelling, mits de koper de grond nog minimaal zes jaar voor de uitoefening van een landbouwbedrijf zou gebruiken. In de praktijk is gebleken dat de termijn van zes jaar als voorwaarde in de verkoopovereenkomst werd opgenomen waardoor de landbouwvrijstelling toch van toepassing werd op bestemmingswijzigingswinsten.

2.2 De geschiedenis van de landbouwvrijstelling

Het ontstaan van de landbouwvrijstelling komt voort uit een wet uit 1893 waarin de belasting op bedrijfs- en andere inkomsten wordt ingevoerd. Een jaar eerder was er een wet tot stand gekomen waarin belasting op het vermogen werd geheven. Om dubbele belasting te voorkomen werd in de bedrijfsbelastingwet bepaald, dat de voor belasting in aanmerking komende bedrijfsopbrengst werd verminderd met 4% van het huidige eigen vermogen. De reden hiervoor was dat er over dit kapitaal reeds vermogensbelasting werd geheven. Voor de agrarische bedrijven en enkele gerelateerde bedrijven werd dit anders gedaan. De bedrijfsopbrengst werd gefixeerd op 4% van het kapitaal, zodat de agrarische ondernemer alleen maar inkomstenbelasting betaalde. Hier werd de eerste basis gelegd voor de huidige landbouwvrijstelling. Helaas was in de Wet op Inkomstenbelasting van 1914 de landbouwvrijstelling alweer verdwenen. In de jaren zeventig waren er nog meer ontwikkelingen; er waren verscheidende rechtspraken die duidelijk maakten dat niet elk verschil wat er is tussen boekwaarde en opbrengst bij verkoop onder de landbouwvrijstelling gebracht kon worden. Er werd splitsing gemaakt tussen het door de ondernemer als grondeigenaar behaalde vermogenswinst en de door hem behaalde resultaten als landbouw exploitant. Slechts de eerste kan onder de landbouwvrijstelling gebracht worden[3].

2.3 Waarom is de landbouwvrijstelling er?

De vrijstelling is in het leven geroepen om de ongelijke behandeling van grondeigenaar en pachter te compenseren. De landbouwvrijstelling is in het verleden gebaseerd op de gedachte dat de agrariër die op zijn eigen grond zijn bedrijf uitoefent ten aanzien van die grond twee functies heeft, hij is niet alleen gebruiker maar ook eigenaar van de grond. Een grondeigenaar die zijn grond in privé verpacht, maakt, wanneer hij de grond verkoopt, een onbelaste vermogenswinst. Een agrariër die de grond in zijn bedrijf gebruikt en deze met winst verkoopt moet over deze winst belasting betalen. De winst door verkoop verkregen blijft, ten gevolge van de landbouwvrijstelling, onbelast bij voorgezette agrarische bestemming.

2.4 Definitie WEV

De Waarde in het Economisch Verkeer, afgekort WEV wordt veel gebruikt in de economische wereld. In deze paragraaf wordt geprobeerd om dit duidelijk te maken. De WEV is de vermoedelijke prijs die bij een verkoop door de beste koper betaald zou worden. Dit moet wel gebeuren onder normale omstandigheden en op de gebruikelijke wijze. Het bod moet redelijk zijn, en binnen de in het gebied geldende prijzen liggen. [4]

2.5 Definitie WEVAB

De Waarde in het Economisch Verkeer bij Agrarische Bestemming, afgekort WEVAB wordt veelal gebruikt in de agrarische economie. In deze paragraaf wordt de definitie van dit begrip duidelijk gemaakt. Onder de WEVAB wordt verstaan; De waarde die de grond in het economisch verkeer heeft bij een agrarische bestemming. Dit wordt expliciet zo genoemd omdat de waarde van een agrarisch stuk grond lager is, dan hetzelfde stuk grond dat als bestemming industrie zou hebben.[5]

3. Wat is de huidige status van de landbouwvrijstelling?

In dit hoofdstuk wordt er gekeken naar de huidige status van de landbouwvrijstelling en worden de verschillende voorwaarden uitgelegd. Verder zijn er verschillende interviewen ingevoegd. Allereerst wordt er een inleidend verhaal geschetst.

3.1 Inleiding

De landbouwvrijstelling, zoals die bekend is in art. 3.12 Wet IB 2001[6] vormt een inbreuk op de totaalwinstgedachte die aan de winstbepaling van de Wet IB 2001 ten grondslag ligt. Waardeveranderingen van landbouwgrond, ongeacht of die positief of negatief zijn, vallen buiten de winst. [7] Dit geldt alleen als de waardeverandering niet plaats vindt in het uitoefenen van het bedrijf. De waardestijgingen die ontstaan door het land te draineren of door ruilverkaveling, waardoor de productiviteit en begaanbaarheid verbeterd worden, vallen wel onder de belaste winst. Ook zijn waardeveranderingen als gevolg van verkoop aan een andere partij, die er geen agrarische bestemming aan geeft, hiervan niet vrijgesteld. Landbouwgronden die worden aangewend als industriegrond of woningbouw vallen niet onder de werking van de landbouwvrijstelling. Mochten er nu percelen zijn die voor de helft aan industrie en de andere helft aan een landbouwkundige functie worden vervreemdt, dan dient de waardeverandering te worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de agrarische grond en op het deel dat er geen betrekking op heeft. Slechts het eerste deel valt onder de landbouwvrijstelling.

3.2 Definitie landbouwbedrijf

Om de definitie van het landbouwbedrijf duidelijk te maken is er door de auteur gekozen voor een ruime omschrijving. Hierdoor vallen ook meer alternatieve vormen van landbouw onder de landbouwvrijstelling, zoals het kweken van tot het plantenrijk behorende producten. Verder vallen ook rietvelden en grienden onder de vrijstelling. Om binnen de vrijstelling te vallen hoeft er niet per definitie onder de open lucht gewerkt te worden; de bedrijven die een andere voedingsbodem hebben als bouwland vallen er ook onder. Bijvoorbeeld bedrijven die gebruik maken van kweektabletten.

In de veehouderij gaat het om bedrijven die zich bezig houden met het fokken, mesten of het houden van dieren. Hier gaat het niet alleen om bedrijven die alleen eigen voer gebruiken maar ook de zogenoemde intensieve veehouderij. Bedrijven die op de aankoop van voer zijn aangewezen vallen onder dit begrip. Dit houdt ook in dat niet alleen de hierboven genoemde bedrijven binnen de landbouwvrijstelling vallen, maar ook het runnen van een station voor kunstmatige inseminatie voor de veehouderij.

Het begrip ‘landbouwbedrijf' heeft geen betrekking op de volgende bedrijven/instellingen: maneges, dierentuinen, dierenasielen, circussen en dergelijke, aangezien deze dieren niet worden gehouden voor consumptie.

Voor de grond is het van belang dat het voor de landbouw wordt gebruikt, het moet daarom niet alleen het eigendom zijn van een agrarisch bedrijf maar er moet ook daadwerkelijk gebruikt worden in het eigen landbouwbedrijf. Mocht de grond verpacht zijn dan kan het niet onder de landbouwvrijstelling vallen. Bovendien moet de grond voor tenminste 90% worden gebruikt binnen het landbouwbedrijf. Verder geldt er dat de landbouwvrijstelling ook nog onderscheid maakt tussen agrarische bedrijven die onder de inkomstenbelasting vallen en bedrijven die onder de vennootschapsbelasting vallen.[8] In dit laatste geval geldt de landbouwvrijstelling wel op de winstbepaling voor de vennootschapsbelasting; op de winstreserve van een nv of bv rust echter een aanmerkelijkbelang claim.

Bij verhuur moet er wel opgelet worden dat bij verhuur van de cultuurgrond de jaren die de grond verhuurd is, buiten de landbouwvrijstelling vallen. In de praktijk wordt dit vaak vergeten en wordt de grond gewoon verhuurd. Hierin schuilt wel een potentieel gevaar dat bij de verkoop van het bedrijf, de waardestijging in deze jaren valt buiten de landbouwvrijstelling, er zal moeten worden afgerekend over de jaren waarin de grond verhuurt is. De ‘verhuur' voor vruchtwisseling is wel geoorloofd, want hier wordt ook grond voor teruggegeven.

3.3 Voorwaarden ondernemer

De landbouwvrijstelling mag niet zomaar voor elk agrarisch bedrijf gebruikt worden. Het bedrijf dient aan een aantal voorwaarden te voldoen; bijvoorbeeld, de grond die bij de boerderij moet wel dezelfde bestemming houden, het mag dus niet industriegrond worden of iets dergelijks. Helaas gebeurt dit regelmatig, vaak bij steden die willen uitbreiden. Hierdoor moet er over de winst boven de WEVAB worden afgerekend.

De landbouwvrijstelling is van toepassing bij elke transactie van landbouwgrond waarbij de verkopende partij een agrariër is. Wordt er door een agrarisch bedrijf een perceel landbouwgrond verkocht dan is de boekwinst tot de WEVAB (waarde in het economisch verkeer bij agrarische bestemming) onbelast op grond van de landbouwvrijstelling. Indien er winst is boven de WEVAB dan moet daar over worden afgedragen. De landbouwvrijstelling wordt vaak toegepast als de ondernemer de onderneming staakt. Door deze gebeurtenis zal er vaak 52% belasting betaald moeten worden indien de landbouwvrijstelling niet zou worden toegepast. Indien de vrijstelling niet is toe te passen kan de ondernemer overwegen om een stakingslijfrente te nemen om daar het bedrag in te laten storten. Op die manier vertraagt en vermindert de ondernemer de belastingheffing, dit komt doordat de lijfrente uitkeringen pas na het behalen van het 65ste levensjaar worden uitgekeerd en waarschijnlijk tegen een lager tarief belast zullen worden. Verder is dit ook nog mogelijk om een fiscale oudedagsreserve te nemen, een ondernemer mag jaarlijks maximaal € 12.000 aan fiscale oudedagsreserve (FOR) opnemen. Over dit bedrag hoeft de ondernemer voorlopig geen belasting te betalen. Dit wordt na het behalen van het 65ste levensjaar wel gewoon belast. Deze belasting is dan vele malen lager omdat dit dan van 52% naar 15% verlaagd wordt. Het voordeel van de FOR is dat er in de periode dat de ondernemer het bedrijf nog runt, een ruimere liquiditeit heeft. Er hoeft 52% van € 12.000 niet betaald worden, een vlug rekensommetje maakt dit ruim € 6.000.

Voordat de ondernemer de landbouwvrijstelling in werking mag laten gaan moet de ondernemer dus voldoen aan een aantal voorwaarden;

- Het moet een agrarisch bedrijf zijn; zoals beschreven in paragraaf 3.2;

- de grond die verkocht wordt moet eigendom zijn van de ondernemer en in zijn onderneming gebruikt zijn; deze grond mag op moment van verkoop niet verpacht zijn;

- alleen de boekwinst tussen boekwaarde en WEVAB valt binnen de landbouwvrijstelling.

3.4 Wat is de stand van zaken anno 2010?

In de Miljoenennota van 2010 is er gesproken over de bezuinigingen die doorgevoerd moeten worden na de financiële crisis van 2009, hierin staat dat de als de landbouwvrijstelling verdwijnt dit een besparing oplevert van € 285 miljoen[9]. Dit is alleen al in 2010, voor de jaren daarop is het bedrag ongeveer gelijk. Er is een studiecommissie naar het belastingstelsel van Nederland in het leven gesteld door de minister van financiën op 22 Oktober 2009 om verschillende scenario's te onderzoeken, scenario's voor een mogelijke herziening van het Nederlandse belastingstelsel.

Er kan wel gesteld worden dat er veel verschillende instanties mee bezig zijn om te kijken hoe het belastingstelsel aan te passen is naar de huidige financiële crisis. De vele miljoenen die dhr Bos in de bankwereld heeft gestopt moeten weer terug naar de staat. Nu er dus een tekort aan geld is, is er sprake van bezuinigen op voorzieningen voor zelfstandigen. Zo is de zelfstandigenaftrek en de MKB winstvrijstelling ter discussie gesteld, in het zelfde rijtje valt dan de landbouwvrijstelling. Mochten deze vrijstellingen komen te vervallen dan levert dat de staatskas een voordeel op van € 1,5 miljard.[10]

Gelukkig is het onderzoek dat de studiecommissie heeft uitgevoerd een voorlopig onderzoek, zodat de regelingen tot op heden kunnen worden gebruikt. De landbouwvrijstelling is niet het enige belastingvoordeel dat ter discussie wordt gesteld; voor de glastuinbouw geldt op dit moment een verlaagd energiebelastingtarief. Deze was ingesteld om zo een beter concurrentiepositie te verkrijgen. Mocht deze voorziening (energiebelasting) worden geschrapt zal het de schatkist € 100 miljoen euro opleveren[11].

Mocht de landbouwvrijstelling nu worden afgeschaft, dan bestaat de kans dat de meeste boerenbedrijven overgaan op een B.V. omdat er dan minder belasting hoeft worden betaald.

3.5 Hoe denken deskundigen hierover?

Voor deze paragraaf is een viertal deskundigen geïnterviewd om hun mening over het bestaan en behoud van de landbouwvrijstelling te geven. Deze deskundigen zijn door de auteur geselecteerd op deskundigheid en op relevantie van de personen bij het onderwerp.

3.5.1 dhr P.W. Smeenk

Als eerste is dhr. P.W. Smeek van de ABN Amro bank N.V. geïnterviewd. Dhr Smeenk is Agrarisch Adviseur in Vermogingsplanning, vanuit zijn werk heeft hij veel met agrariërs te maken die stoppen met hun bedrijf en ook met de landbouwvrijstelling in aanraking komen. Omdat dhr Smeenk veel met de landbouwvrijstelling te maken krijgt is zijn deskundige mening over de landbouwvrijstelling gevraagd.

De landbouwvrijstelling is een zeer belangrijk hulpmiddel in de Nederlandse belastingwet. De toenemende politieke druk om deze af te schaffen is beredeneerd naar een soort gelijkheidsprincipe. In de politiek leeft de mening om voor de afschaffing te gaan pleiten, de meest vooraanstaande agro- fiscalisten dhr A. Verduin van accountantsbureau Countus en dhr S. Schenk van accountantsbureau Gibo proberen de politiek warm te draaien voor behoud van de landbouwvrijstelling. Waarbij als mogelijk politiek ruilmiddel kan worden ingezet dat alleen nog de landbouwvrijstelling op cultuurgrond behouden moet worden maar dat de gronden die onder de gebouwen liggen niet meer binnen de landbouwvrijstelling vallen. Immers dan bereik je de gelijkstelling met een MKB bedrijf die een bedrijfspand heeft op een stuk grond. De huidige situatie is als volgt te beschrijven: Gesteld dat een MKB-er in 1990 een stuk grond koopt van € 200.000 en hierop een pand bouwt van € 300.000, totaal € 500.000. De taxatiewaarde in 2010 leert dat de waarde van de grond is gestegen naar € 400.000 en de waarde van het pand naar € 600.000, totaal € 1.000.000. Dan zal er door deze MKB-er over de hele meewaarde/ stille reserve, zowel op het pand en op de grond bij staking moeten worden afgerekend. Dit in tegenstelling tot, waar dezelfde uitgangspunten worden gebruikt, een agrariër waar slechts alleen de pandwaarde belast is, de waarde stijging op erf/ondergrond van het pand is onder voorwaarden onbelast. Één en ander heeft te maken met de waarde economisch verkeer (WEV) en (WEVAB) waarde economisch verkeer agrarische bedrijfsvoering. Indien WEV=WEVAB is bovenstaande uitwerking correct, in de meeste gevallen is dit bij agrarische bedrijven het geval. In feite heeft men het idee dat als er iets moet worden opgegeven, om een gelijkstelling met het MKB te bereiken, dan maar de landbouwvrijstelling op het erf en gronden onder de gebouwen. Wel graag de landbouwvrijstelling op cultuurgrond behouden.

Een volgende mogelijkheid kan ook een vaste datum stellen waarbij tot op moment van invoeren alle grond in de flevopolder wordt vast gesteld op € 70.000 per ha en dat als er een transactie is boven de € 70.000 per ha, deze winst dan buiten de landbouwvrijstelling valt. Het is wel zo dat, als er een boer verkoopt in Flevoland voor € 70.000 per ha inclusief gebouwen, dat daar dan 90% van binnen de vrijstelling valt en 10% niet omdat dat de gebouwen en machines zijn. We kunnen dus zeggen dat de landbouwvrijstelling een ontzettend belangrijke vrijstelling is voor de landbouw in Nederland.[12]

Bovenstaande is een samenvatting van het gesprek dat gevoerd is met dhr Smeenk. Zoals beschreven, is er ook in de politiek veel over vrijstellingen te doen, niet alleen over de landbouwvrijstelling maar juist ook over meerdere zaken die de staatskas geen geld opleveren.

3.5.2 dhr A. Verduin

De als tweede persoon geïnterviewde is dhr A. Verduin fiscalist bij Countus Accountants + Adviseurs te Zwolle. Dhr Verduin is vanuit zijn werk nauw betrokken bij de landbouwvrijstelling, heeft veel met agrarische boekhoudingen te maken. Om die reden weet Dhr Verduin veel te vertellen over het gebruik en toepassing van de landbouwvrijstelling, verder is er naar zijn mening over de landbouwvrijstelling gevraagd.

Door de jaren heen is de landbouwvrijstelling al vaak ter discussie gesteld en telkens komt het kabinet erop terug. De landbouwvrijstelling is er gelukkig nog steeds. Helaas is het op lange termijn niet haalbaar om de landbouwvrijstelling in de huidige vorm te handhaven omdat er bezuinigd moet worden en ook omdat de tegenstanders betere argumenten verzamelen om er tegen te kunnen stemmen. De oorsprong van de landbouwvrijstelling ligt bij het gelijkstellen van de verpachter aan de eigenaar van de grond, die de grond op zijn eigen bedrijf gebruikt. Want de verpachter heeft de waardestijging van de grond in privé staan en hoeft hier dus geen belasting over af te dragen. De agrariër die de grond als eigen persoon in eigendom heeft en ook nog ondernemer is op de grond heeft de grond niet onder privé staan en moet dus belasting over de mogelijke boekwinst betalen bij verkoop.

Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om een bijzonder tarief in te voeren ter compensatie van de landbouwvrijstelling. Dit tarief kan dan rond de 25% liggen, deze belasting wordt dan geheven op vermogenswinsten. De 285 miljoen die genoemd wordt in Miljoenennota 2010 is een optelsom, als de regering zou besluiten om per direct de landbouwvrijstelling af te schaffen wordt dit bedrag niet gelijk bespaard, wat wel gesuggereerd wordt in de Miljoenennota 2010. Want er zal eerst een overgangsregeling komen, in de tijd die vanaf moment dat het bekend is en tot het moment van afschaffing, zullen er verscheidende boeren besluiten om de gronden te gaan herwaarderen naar de WEVAB waarde. Hierdoor hoeven de boeren ook naar een aantal jaren niet af te rekenen met de fiscus, omdat de boekwaarde gelijk is aan de WEVAB. Mochten dan in de tussenliggende tijd de grondprijzen gaan stijgen, dan betaalt de agrariër alleen over de meerwaarde boven de WEVAB belasting. Maar mocht de grond om wat voor reden gaan dalen, mogen de agrariërs het verschil opvoeren als verlies. Voor het behoud van de landbouwvrijstelling is het geheel afhankelijk in wat voor politiek klimaat we na de verkiezingen terecht komen.

Mochten deze partijen besluiten om de landbouwvrijstelling af te schaffen dan is er ook nog een vorm van samenwerking mogelijk die dan tussen de verkoper en koper plaatsvindt. Dit kan dan via notariële aktes worden geregeld. Dit heeft als voordeel dat de belastingclaim die op de grond rust geruisloos kan worden doorgeschoven. Het samenwerkingsverband moet dan wel 3 jaar stand houden en de beide parijen moeten het ook willen. Er wordt van de verkopende partij een gunnende factor gevraagd.

Bij een voorzetting, voortvloeiend uit een samenwerkingsverband, is het mogelijk om als nieuwe eigenaar de gronden tegen de WEVAB-waarde of koopsom in de boekhouding te plaatsen. Hierdoor is een mogelijke daling van de grondprijs, die zich zou kunnen voordoen in de eerstvolgende jaren, gedekt, want die mag bij een eventuele verkoop worden opgevoerd als zijnde een verlies.

De voorwaarde hiervoor is wel dat de verkoopwaarde onder de WEVAB ligt en dat de grond eerder is ingebracht dan dat er een overgangsregeling is voor de landbouwvrijstelling.[13]

Voorgaand verslag is een samenvatting van het gesprek met dhr A. Verduin. Zoals beschreven, is er nog voldoende animo om de landbouwvrijstelling te behouden. Mocht de landbouwvrijstelling verdwijnen dan zijn er voldoende mogelijkheden om de agrariërs te behoeden voor een hoge belasting.

3.5.3 dhr P.H.M. Ceelen

De als derde geïnterviewde deskundige is dhr P.H.M. Ceelen geïnterviewd. Dhr P.H.M. Ceelen is werkzaam als fiscalist en adviseur bij de Gibo Groep. Dhr Ceelen is gevraagd omdat hij een specifieke kennis van de landbouwvrijstelling heeft . Er is veel kennis bij dhr Ceelen, vandaar ook dit interview met hem.

Stel dat de landbouwvrijstelling wordt afgeschaft, dan moeten de boeren meer belasting betalen. Om zo weinig mogelijk belasting te betalen gaan ze hun toevlucht nemen tot andere mogelijkheden om dat in te perken. Om een voorbeeld te geven; Het is mogelijk om voordat er verkocht wordt eerst met de potentiële koper een samenwerkingsverband aan te gaan om zo een geruisloze doorschuiving te kunnen realiseren. De belastingclaim die dan op de grond rust wordt zo doorgeschoven. Hieraan kleeft wel een nadeel dat de koper akkoord moet gaan met het feit dat hij later de belasting van de verkoper moet betalen, hierdoor is ook vaak de overnamesom lager. Dit samenwerkingsverband moet wel minstens drie jaar stand houden om zo een legitieme doorschuiving mogelijk te maken.

Doordat er nu zoveel aandacht aan de landbouwvrijstelling wordt besteed is het een “sport” om de agrariërs zo weinig mogelijk belasting te laten betalen.

Dhr Ceelen is van mening dat er een overgangsregeling komt omdat het dan alsnog de regering geld kost. Maar willen ze bezuinigen dan zullen ze direct moeten stoppen met de landbouwvrijstelling en dan geen overgangsregeling doen. Mocht er dus geen overgangsregeling komen dan is er ook nog de mogelijkheid om de cultuurgrond tegen de WEVAB op de balans te zetten zodat de stille reserves zichtbaar zijn. Mocht er een mogelijke overname in de toekomst zijn dan zijn de boekwinsten klein of nul omdat de verwachting is dat nadat de vrijstelling eraf is, de prijzen van de landbouwgrond niet heel erg hard gaan stijgen. Het voorstel is wel om de landbouwvrijstelling op de cultuurgrond te behouden omdat de landbouwgrond bij geen enkele andere sector zo belangrijk is in de bedrijfsvoering. Is de landbouwvrijstelling van de gebouwen en de ondergrond af, dan is er een gelijkstelling met het MKB.

Een alternatief voor de landbouwvrijstelling zou kunnen zijn om de eigen grond te verkopen aan een extern bedrijf en dat dan weer terugpachten.[14] Dit pachten is dan erfpacht, nadat de pachtperiode is afgelopen is er de mogelijkheid om het land weer terug te kopen voor ± 90% van de dan geldende WEVAB-waarde. De vergoeding hiervoor is ± 2-3% rente per maand over het te financieren bedrag.

De landbouwvrijstelling is voor de agrarische sector zeer belangrijk en moet eigenlijk behouden worden; het enige wat er zou kunnen is een gelijkstelling met het MKB. Hieruit blijkt dan dat de landbouwvrijstelling wel behouden moet blijven op de cultuurgrond. Het bouwblok valt dan niet meer onder de landbouwvrijstelling.[15]

Het hierboven beschreven stuk is een samenvatting van een interview met de heer Ceelen van de Gibo Groep. Zoals beschreven zijn er voldoende mogelijkheden om de belasting zo laag mogelijk te krijgen. Verder zijn er mooie alternatieven besproken waarmee de landbouwvrijstelling kan worden vervangen. Deze komen in de volgende hoofdstukken aan bod.

3.5.4 dhr A.F.M. Michielsen

Als laatste is dhr Michielsen geïnterviewd. Dhr Michielsen is voorzitter Provinciaal Bestuur Flevoland van LTO Noord. Door ook vanuit de organisatie voor de agrarische ondernemers informatie te halen is de auteur van mening een gedegen onderzoek te hebben verricht in verschillende richtingen.

De prijs van de landbouwgrond wordt allang niet meer bepaald door de agrarische opbrengstwaarde. Door gebruik te maken van de geruisloze doorschuiving bij een overname kan belastingheffing worden uitgesteld. Bij afschaffing van de landbouwvrijstelling vervalt de geruisloze doorschuiving. Het gevolg hiervan is dat de boekwinsten volledig belast gaan worden.

Dit heeft als gevolg voor de koper dat, door de extra lasten (belastingheffing), de overnameprijs zal stijgen. Hierdoor is de alternatieve aanwending voor natuur en recreatie ook minder aantrekkelijk door agrariërs zelf. Bij afschaffing bestaat de mogelijkheid tot een grondprijs stijging. Het is alleen de vraag of de kopende partij het kopen van grond nog aantrekkelijk vindt bij een mogelijke stijging.

Door de hogere prijzen is een overname moeilijker. Men zal geneigd zijn om de overname prijs lager te houden. Bovendien zullen er minder geruisloze overdrachten plaatsvinden. Een mogelijk alternatief voor de landbouwvrijstelling is een herinvesteringsregeling, dhr Michielsen is wel van mening dat er een overgangsregeling moet komen om zo de agrariërs een kans te geven tot herwaarderen.

De heer Michielsen is van mening dat er wel een vorm van landbouwvrijstelling moet blijven bestaan om zo bedrijfsovernames mogelijk te houden. De deskundigen zijn er nog niet over eens wat nu de effecten zullen zijn, maar het zal de agrarische sector tussen de 125 en 250 miljoen kosten. Door wederom een lasten verzwaring en het niet meer “eenvoudig “ doorschuiven van vader op zoon kan dit problemen geven bij de opvolging. De heer Michielsen is van mening dat er een alternatief moet komen.[16]

Het stuk hierboven is een samenvatting van een interview met dhr A.F.M. Michielsen van LTO Noord. Er is vanuit de organisatie een duidelijk antwoord of de landbouwvrijstelling moet blijven bestaan. Dhr Michielsen is van mening dat er een alternatief voor de landbouwvrijstelling moet komen, mocht deze worden afgeschaft.

4. Wat zijn de gevolgen bij het afschaffen van de landbouwvrijstelling?

De gevolgen van het afschaffen van de landbouwvrijstelling zijn heel erg verschillend. Dat komt mede doordat er nog geen zicht is op hoe de economie zich dan ontwikkelt. Mocht de economie weer aantrekken, dan bestaat de kans dat er in het algemeen niks van de hele afschaffing gemerkt wordt. Voor de agrariërs die echt gaan stoppen met het voorzetten van het bedrijf zijn er verschillende mogelijkheden om toch een mogelijke belastingbetaling uit te stellen. In dit hoofdstuk worden de volgende punten behandeld: De gevolgen van de afschaffing ten opzichte van de grondprijs en voor overname van een agrarisch bedrijf. Eerst wordt er gesproken over de gevolgen voor de verkoper.

4.1 Gevolgen voor de verkoper.

De gevolgen voor de verkoper zijn legio. Dit houdt in dat de agrariër die, bijvoorbeeld voor de afschaffing van de landbouwvrijstelling netto € 800.000 euro overhield, nu een hogere vraagprijs moet vragen om zo tot een bedrag te komen dat gelijk is aan het bedrag voor de afschaffing.

Zie voorbeeld 1 en 2.

Voorbeeld 1

Jan heeft een akkerbouwbedrijf met 40 ha, deze grond heeft hij op de balans staan voor € 15.000 per ha. Buurman Kees wil het graag kopen voor de WEVAB-waarde van € 35.000 per ha. Nu heeft Jan een boekwinst van € 20.000 per ha. Deze is onbelast door de landbouwvrijstelling. Jan heeft een winst van € 800.000.

Voorbeeld 2

Jan heeft een akkerbouw bedrijf van 40 ha, deze grond staat op de balans voor € 15.000 per ha. Buurman Kees wil het graag kopen voor € 35.000 per ha. Ook nu heeft Jan een boekwinst van

€ 20.000 per ha, alleen moet hij hier nu belasting over betalen. Wil Jan hetzelfde overhouden dan zal hij een hogere vraagprijs moeten hanteren. Om in deze situatie ook € 800.000 over te houden moet Jan een vraagprijs hanteren van € 1.600.000[17]

Het is natuurlijk ook mogelijk om de grond voor het afschaffen van de landbouwvrijstelling opnieuw te gaan herwaarderen naar de huidige agrarische waarde, de WEVAB, de voorwaarde hiervoor is wel dat de grond in een nieuwe maatschap of andere rechtsvorm moet worden ingebracht. Want het moet een geldende reden zijn voor herwaarderen, anders bestaat de kans dat de fiscus niet akkoord gaat, het gevolg hiervan is dat er dan zal moeten worden afgedragen over de boekwinst. Door dit herwaarderen wordt voorkomen dat er bij een eventuele verkoop een hogere prijs moet worden gevraagd om zo de belasting te kunnen betalen en hetzelfde bedrag over te houden, als bij het gebruik van de landbouwvrijstelling.

Mocht de landbouwvrijstelling worden afgeschaft dan is de verwachting dat het kabinet eerst nog een overgangsregeling toepast aldus dhr Ceelen.[18] Daarmee krijgen agrariërs de kans krijgen om de gronden tegen de WEVAB waarde te plaatsen op de balans. Daarmee is dan de waarde tussen de boekwaarde en de agrarische waarde vastgelegd als winst waarover geen belasting hoeft worden betaald. Als de agrariër de prijs verhoogt om zo de belastingschuld door de koper te laten betalen bestaat de kans ook dat de agrariër het niet kan verkopen. Dit kan komen doordat de kopers met veel geld niet meer aanwezig zijn of omdat de koper de financiering niet rond kan krijgen.

4.2 Wat zijn de gevolgen bij afschaffing van de landbouwvrijstelling voor de ontwikkeling van de grondprijs?

Inleiding

Grond neemt in de landbouw een zeer belangrijke plaats in. In Nederland wordt bijna twee derde van het landoppervlak voor de landbouw gebruikt. Hierdoor wordt op de landbouw, bij een uitbreiding van een stad, vaak een beroep gedaan om grond te verkopen. Doordat de vraag naar grond hoger wordt is er een stijging van de grondprijs, maar blijft dit zo door gaan of gebeuren er andere dingen? In deze paragraaf er wordt aandacht besteed aan de vraag en aanbod van de landbouwgrond in Nederland, verder wordt er ingegaan op mogelijke gevolgen op de grondprijs, bij afschaffing van de landbouwvrijstelling.

Grondprijs historie

Over de periode 1998-2008 ligt de gemiddelde grondprijs in de landbouw op € 35.000 euro per hectare.[19] In het jaar 2008 ligt de gemiddelde prijs per hectare tussen de € 27.000 en € 35.000. Dit is afhankelijk van de regio waarin de grond wordt aangeboden. Zie de kaart van Nederland hieronder voor de prijzen per hectare van 1998 en van 2008 verdeeld over Nederland, hierin valt op dat in het gebied in het Noorden en in Zeeuws Vlaanderen de laagste prijzen worden betaald in 1998. Op de kaart van 2008 is te zien dat de prijzen in deze gebieden zijn gestegen. De prijzen in Nederland zijn meer verdeelt gezien de rode vlekken in het land.

Redenen voor hoge prijzen.

Factoren als de ligging, ontwatering en het opbrengend vermogen bepalen de prijs zeer. Ook of het om warme grond gaat, kan ook meespelen in de prijsbepaling.

Volgens de deskundigen die geïnterviewd zijn in paragraaf 3.5.1 en verder, is het zeer onvoorspelbaar wat de grondmarkt gaat doen, het is afhankelijk van de economie. Mocht de economie gaan stijgen dan is de kans dat de grondprijs gaat stijgen zeker aanwezig. Maar andersom is ook een mogelijkheid. Dit is voor de deskundigen gissen. Een aantal mogelijke scenario´s zijn:

Stijging van de grondprijs

Mocht de grondprijs gaan stijgen dan verwachten de deskundigen een stijging van minstens 1,5% per jaar. Mocht dit dus gebeuren dan is daar de reactie op dat men de verkoop weer gaat uitstellen omdat de prijzen oplopen. Daardoor loopt de grondmobiliteit steeds verder terug (de verkopersmarkt). Na een tijdje beginnen de prijzen dan werkelijk te stijgen en dat voedt weer de verwachting die men heeft. Na een aantal jaren van stijgingen neemt men dan de winst en de cyclus begint weer opnieuw.

Daling van de grondprijs

Daling van de grondprijs bestaat ook tot de mogelijkheden. Dit heeft een mogelijke oorzaak in het feit dat een agrariër bij een mogelijke verkoop toch graag de belastingschuld door de koper wil laten betalen en daardoor de verkoopprijs omhoog stelt. Mogelijk schrikt dit weer mogelijke kopers af en dalen daardoor de prijzen van de bedrijven. Er zijn wel potentiële kopers die grote bedragen kunnen betalen maar deze groep wordt steeds kleiner, omdat de aankoop van landbouwgrond door gemeenten nu ook op een laag pitje staat. Dit komt door de economische crisis die op dit moment heerst in de wereld. Verder is er in Nederland sprake van vergrijzing, er worden minder kinderen geboren en de ‘babyboomers' worden ouder, hierdoor worden minder huizen gebouwd en wordt er ook minder grond aangekocht.

Totaal geen verandering

De derde mogelijkheid die de deskundigen aandroegen was dat er totaal niks veranderde, de boeren die verkopen vragen hetzelfde als wat ze voor de afschaffing ook zouden hebben gevraagd. Hierdoor moeten deze agrariërs meer belasting betalen, of ze schuiven het door naar hun opvolger. Het kan ook zijn dat de agrariërs de grond nu tegen WEVAB waarde op de balans hebben staan, door middel van herwaardering is dit te realiseren, hierdoor veranderd de verkoopprijs niet omdat de agrariër het zelfde overhoudt als bij een verkoop die vervolgens de boekwinst onder de landbouwvrijstelling werd geschaard.

Bron: Grondprijskaarten 1998-2008

De meeste agrariërs zullen hun grond gaan herwaarderen naar de huidige WEVAB-waarde om zo een mogelijke belastingclaim af te wenden. Indien veel agrariërs dit doen en hun bedrijf daarna verkopen heeft de staat niks aan het afschaffen van de landbouwvrijstelling omdat er geen extra belastinginkomsten zijn. De reserve die normaal onder de landbouwvrijstelling zou vallen, is nu door middel van het herwaarderen opgevuld.

Om deze drie standpunten te verduidelijken is er een prognose gemaakt vanaf 2010 tot 2016 wat de grondprijs zal kunnen gaan doen, omhoog of omlaag Op de vorige pagina staat de grafiek vanaf 1998 tot 2008, deze dient als referentie kader. Deze grafiek laat wel zien dat de prijzen in 2008 extreem hoog waren, in de jaren 2008-2009 zijn deze prijzen gekelderd in verband met de economische crisis, hier zijn helaas nog geen exacte gegevens van.

Bron: Normen LEI BIN; voor Nederland Dienst Landelijke Gebieden

Bron: Normen LEI BIN; voor Nederland Dienst Landelijke Gebieden

Deze grafieken geven een beeld weer van de mogelijke gevolgen van de afschaffing van de landbouwvrijstelling weer. Deze gegevens zijn een prognose, hieraan kunnen geen rechten worden verleent.

Voor de volgende grafieken zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Deze gegevens zijn gekozen omdat er op dit moment nog geen nieuwe cijfers aanwezig zijn.

- Prijsstijging 5,30% per jaar

- Rentevoet 4%

- Periode op balans 23 jaar

- Belastingpercentage 52%

- MKB- winstvrijstelling 10%

- Prijselasticiteit vraag[20] -3,77%

- Prijselasticiteit aanbod 0,25%

- Huidige prijs € 31.000[21]

Effect van de grondprijs op het verhandelde grond

De effecten op de vraag-en laatprijs van de grond hebben veel effect op de vraag-en aanbodcurve van grond. Beide lijnen verplaatsen zich naar beneden en de hellinghoek veranderd (zie figuur 4)

Bron: Evaluatie landbouwvrijstelling

De nieuwe prijs waarop er een goed evenwicht is en de verhandelde hoeveelheid liggen zonder de landbouwvrijstelling op een lager niveau. De prijs ligt ongeveer 9% lager en de verhandelde hoeveelheid ongeveer 11% lager. Deze grafieken geven een duidelijk beeld weer wat de mogelijke reactie op de vraag en aanbod van grond kan zijn. Het is duidelijk te zien dat mocht er veel grond worden aangeboden, dat dan de prijs daalt. Zonder de landbouwvrijstelling is duidelijk te zien dat er dan minder vraag is naar grond, het aanbod verminder ook sterk door de afschaffing.

Gezien het feit dat deze prijselasticiteiten verouderd zijn is de volgende grafiek berekend met een prijselasticiteit van -2.00 van de vraag en 0.40 van het aanbod.

Bron: Evaluatie landbouwvrijstelling

In figuur 5 is te zien dat, hoe sterker de vraag afneemt,hoe minder er verkocht wordt voor een hoge prijs. Doordat de prijs gedaald is wordt er ook minder grond te koop aangeboden. Dit is één van de mogelijke gevolgen van de afschaffing van de landbouwvrijstelling. Het omgekeerde behoort ook tot de mogelijkheden: Dat juist de prijzen stijgen omdat de agrariërs meer willen ontvangen.

Tot en met 2008 is de grondmobiliteit sterk gestegen wat er op duidt dat er nog geen nieuwe zeepbel hoeft worden verwacht. Indien dit het geval zou zijn hadden de verkopers de grond massaal vastgehouden (verkopersmarkt). Zoals het er nu naar uitziet lijkt de grondprijsstijging van 2006, 2007 en begin 2008, daarna gevolgd door een daling in de tweede helft van 2008 vooral een na- effect van de grote prijsverschillen rond de eeuwwisseling. Die stijging werd daarbij versterkt door een tijdelijke aantrekkende vraag naar agrarische grondstoffen. De extreme daling in de laatste helft van 2008 tot 2009 is veroorzaakt door de economische crisis.

4.3 Wat is de invloed van het afschaffen van de landbouwvrijstelling voor overname in de agrarische sector?
4.3.1 Inleiding

Bij het afschaffen van de landbouwvrijstelling in de agrarische sector komt veel kijken. Ten eerste is het een sector die veel te verduren heeft, waar het altijd afwachten is wat volgend jaar de prijzen van de producten zijn. Ten tweede zijn bijna alle thema's die over de agrarische sector in het nieuws komen zijn vaak negatief, bijvoorbeeld over de vogelgriep, mond-en klauwzeer. Verder is er ook vaak veel te doen over de fiscale voordelen die er genoten worden. Het gaat in deze paragraaf over de gevolgen van het afschaffen van een vrijstelling die vaak het pensioen is van de agrarische ondernemer. Eerst wordt in hoofdlijnen een beeld geschetst van een aantal ontwikkelingen die hun invloed hebben op de bedrijfsvoering; daarna wordt de overname van een agrarisch bedrijf belicht.

4.3.2 Structurele ontwikkelingen

Er is de laatste jaren een forse terugloop van het aantal boerenbedrijven. Vooral in de periode 1996-2000 is het aantal bedrijven fors teruggelopen met ongeveer 3% per jaar. In het begin van de jaren negentig was dit 2%. In het jaar 2000 waren er nog ongeveer 97.500 bedrijven in de agrarische sector. Dit is ten opzichte van het jaar 1999 een daling van ongeveer 4.000 agrarische bedrijven met een nge[22] groter dan 3. Deze terugloop heeft wel als gevolg dat de bedrijven een toename in bedrijfsomvang hebben. Vooral het aantal bedrijven boven de 100 nge neemt toe. Tussen 1990 en 1999 is het met 15% toegenomen. In het jaar 1999 stond deze groep grote bedrijven voor 60% van de totale productiecapaciteit in de primaire agrarische sector.

Verder is er minder interesse voor opvolging van het agrarisch bedrijf. Het opvolgingspercentage onder een groep agrarische bedrijven waarvan de oudste ondernemer 50 jaar of ouder is, ligt tussen de 5% en 8%[24] en geeft aan dat er minimaal 1 opvolger aanwezig is.[25] Bij deze bedrijven betekent dit niet dat het ook overgenomen wordt, omdat vaak de opvolger nog afhaakt. Hier staat wel tegenover dat er ook een kleine groep bedrijven is waarbij er pas in een laat stadium alsnog een opvolger wordt gevonden, ook al is de ondernemer al 50 jaar of ouder.

De opvolgingspercentages laten grote verschillen zien, dit komt doordat de bedrijfsomvang ook sterk verschilt. De bedrijfsomvang is een bepalende factor voor het inkomenspotentieel van een bedrijf. En hierdoor wordt een potentiële opvolger nog wel eens wat lastiger te vinden. Indien er in een bedrijf geen inkomstengroei is, zelfs mogelijk daling, is het voor een opvolger moeilijk om de financiering rond te krijgen. Ook tussen de verschillende bedrijfstypen( akkerbouw, veehouderij, tuinbouw en dergelijke) zijn er verschillen qua opvolging, dit heeft te maken met de toekomst perspectieven van de sector.[26]

4.3.3 Samenwerkingsverbanden

In de huidige tijd is er een trend zichtbaar waarin er veel wordt samengewerkt tussen de potentiële opvolger en uittreders.[27] In de praktijk betekent dit dat in 18% van de gevallen een samenwerking korter dan 7 jaar duurt. Daar tegenover staat dat ook in 18% van de gevallen een samenwerkingsverband langer duurt dan 16 jaar. Dit komt doordat dan de potentiële opvolger meer eigen vermogen kan opbouwen om zo het bedrijf beter gefinancierd te krijgen bij een overname. Een knelpunt bij het financieren van een agrarisch bedrijf is de (vaak) hoge vraagprijs. Verder kan een probleem zich voordoen in de te vormen strategie doordat de potentiële opvolger een ander idee heeft dan de ouders. Hierdoor kunnen spanningen ontstaan tussen ouders en kinderen.

4.3.4 Financiële ontwikkelingen

Doordat de agrariërs het bedrijf gaan herwaarderen is er een grote kapitaalbehoefte bij de potentiële opvolgers.[28] Nu wil het geval dat in de loop der jaren de kapitaalbehoefte al fors is toegenomen, de belangrijke oorzaken hiervan zijn het schaalvergrotingsproces in de land- en tuinbouw, de verdere mechanisering, grote investeringen als gevolg van wetswijzigingen en de prijsstijgingen van reeds aanwezige activa. Hierdoor is het voor de potentiële opvolger lastig om alles gefinancierd te krijgen.

Mocht de landbouwvrijstelling verdwijnen dan wordt de vraagprijs van agrarische bedrijven hoger. Want dan zal de verkoper proberen om de belastingclaim door de schuiven naar de koper. Als de koper hiermee akkoord gaat is het vanzelfsprekend dat de vraagprijs van een bedrijf lager is omdat de aanstaande koper later zal moeten afrekenen met de fiscus. Deze constructie moet dan wel overeengekomen worden in het overnamecontract.

Er zijn ook andere fiscale alternatieven voor de landbouwvrijstelling, helaas geldt voor deze alternatieven dat het alleen gaat om uitstel van belasting betalen en niet, zoals bij de toepassing van de landbouwvrijstelling, om afstel van belasting betalen.

4.3.5 Overname

Om een bedrijf over te kunnen nemen zijn er verschillende fiscale voordelen. De landbouwvrijstelling is niet in alle situaties van belang, dit omdat er ook alternatieven zijn om hetzelfde effect te behalen. Deze alternatieven zijn de doorschuifregeling bij een bedrijfsoverdracht en de stakingslijfrente bij staking van het bedrijf. Dit zijn voordelen voor de verkoper. Voor de koper is er ook een voordeel; Mocht de verkoper graag de belastingclaim doorschuiven dan is het voor de koper mogelijk om meer te onderhandelen over de overnamesom. Omdat er dan door de verkoper niet wordt afgerekend met de fiscus, maar deze doorschuift naar de potentiële koper.

5. Is er een alternatief voor de landbouwvrijstelling?

De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat is of er en alternatief is voor de landbouwvrijstelling. Dit wordt uitgewerkt in een aantal paragrafen die eerst het waarom van een vorm van landbouwvrijstelling duidelijk probeert te maken. Verder wordt er nog gesproken over de voorwarden van een mogelijk alternatief. Hierna volgt nog een voorstel tot een alternatief.

5.1 Waarom een vorm van landbouwvrijstelling?

De landbouwvrijstelling speelt een grote rol bij het stoppen van een onderneming, met name voor de oudedagsvoorziening van de stakende ondernemer. Juist in deze gevallen is het van belang dat er een vorm van landbouwvrijstelling is want anders zou de stakende ondernemer tijdens zijn loopbaan pensioen moeten opbouwen, op zichzelf is dit niet een raar idee, de meeste ondernemers doen dit al. Alleen is het voor de boeren die binnen nu en 3 tot 5 jaar willen stoppen onmogelijk om nog een goed pensioen op te bouwen.

Verder is de factor grond in de akkerbouw en melkveehouderij een zeer belangrijke factor, daar kan men geen volledige belasting op heffen omdat het een productiemiddel is. Dit productiemiddel is aan schaarste onderhevig en daardoor stijgen de prijzen.

Afschaffing van de landbouwvrijstelling op dit moment, zonder een herwaardering van de grond, zou er toe leiden dat de agrarische ondernemers direct te maken krijgen met een aanzienlijke bedrag dat aan belasting betaald moet worden. Dit betekent dat de winst op landbouwgrond met een terugwerkende kracht zou worden belast. Dit is voor het kabinet, het huidige demissionaire kabinet, onaanvaardbaar getuige een brief van de minister van landbouw en de staatssecretaris van financiën aan de Tweede Kamer.[29]

5.2 Wat zijn de voorwaarden voor een alternatief?

De voorwaarden voor een alternatief zouden kunnen zijn, dat er eerst een overgangsregeling getroffen moet worden. Dit omdat anders de agrariërs geen tijd hebben om de grond te gaan herwaarderen. Dit is vanuit het oogpunt van de regering natuurlijk zeer belangrijk, want mochten de agrariërs wel gaan herwaarderen, dan is het alsnog een belastingderving.

Vanuit de overheid is het een voorwaarde om de landbouwvrijstelling per direct te kunnen afschaffen om zo te zorgen dat de agrariërs niet kunnen gaan herwaarderen. Voor de agrariërs is dit niet acceptabel, maar er zijn dan nog andere mogelijkheden om een belastingclaim af te wenden, dit zou dan te zijner tijd met de boekhouder kunnen worden besproken.

Het alternatief zou wel in samenspraak met LTO Nederland moeten worden besproken om zo ook de landbouw gemeenschap te betrekken in het creëren van een oplossing. Binnen LTO Nederland wordt er ook veelvuldig over deze onderwerpen gesproken. Dit blijkt uit een weblog van de voorzitter van de varkenshouderij, Annechien ten Have-Mellema, van LTO Noord. Deze weblog kunt u vinden in bijlage 2.

Verder is het van belang om er nog meer verschillende partijen bij te betrekken, voor een zo breed mogelijk draagvlak. Dit is van belang om zo de sector het gevoel te geven dat ze serieus genomen worden en dat er werkelijk voor hun belangen wordt overlegd.

5.3 Wat zal het beste alternatief kunnen zijn?

In het kader van de wet `Werken aan winst' (dit is de wet van 30 november 2006, Stb. 2006,) is ter compensatie van de landbouwsector een vrijstelling voor het verkrijgen van cultuurgrond, die geëxploiteerd moet worden binnen een agrarisch bedrijf. Hierbij is inbegrepen de rechten van erfpacht en de beklemming daarop.[30]

Een belangrijk motief om toen voor een algemene vrijstelling te kiezen was dat de bestaande vrijstellingen elk hun eigen, specifieke voorwaarden hebben en dat er sprake was van een grote verscheidenheid. Er waren meerdere delen die elkaar overlapte; dat kwam de overzichtelijkheid niet ten goede. Een gevolg hiervan was dat er relatieve hoge administratieve kosten waren bij het toepassen van de verschillende vrijstellingen.

Door deze vrijstellingen allemaal te bundelen tot één regeling bij overdracht van cultuurgrond in de agrarische sector is er sprake van een versimpeling. Door de cultuurgrond nu ook onder het begrip landbouwgrond te plaatsen wordt er voorkomen dat er nieuwe jurisprudentie[31] ontstaat over dit begrip. Onder deze landerijen wordt verstaan alle gronden die zijn bestemd voor agrarisch gebruik, dit betekent dat het moet worden aangewend voor landbouw, tuinbouw, veeteelt of bosbouw. De gebouwen en de ondergronden daarvan zijn echter nooit landerijen. Het betreft dus alleen onbebouwde grond, oftewel cultuurgrond.

Dit alternatief ter vernieuwing van de vrijstelling is in de praktijk als zeer positief ervaren. Het is nu stukken eenvoudiger opgezet. Wat weer geleid heeft tot minder knelpunten in de uitvoeringssfeer. Door dit alternatief is er de agrarische sector meer flexibiliteit geboden en het gebruik zal efficiënter worden. Door dit alternatief zal de grondmobiliteit toenemen en daarmee ook een bijdrage leveren aan de gewenste herstructurering van de land en tuinbouw.

Zoals is aangegeven is er gekozen voor een algemene vrijstelling. Uit, in verband met deze individuele verdieping, gehouden interviews, is naar voren gekomen dat een aantal deskundigen er van uit gaat dat er eerst een overgangsregeling komt, maar dat als de landbouwvrijstelling mogelijk wordt beperkt, dat er dan een aantal voorstellen komen vanuit de sector. Het liefst zagen de deskundigen dat de huidige landbouwvrijstelling wordt gesplitst in twee typen. Namelijk:

1) Een vrijstelling die gericht is op het verbeteren van de landbouwstructuur, waarin dan de vrijstelling voor naburige boerderijen en de vrijstelling zouden opgaan.

En een vrijstelling die te maken heeft met herinvesteringen van bedrijven.[32]

2) Er bestaat ook de mogelijkheid om de landbouwvrijstelling licht aan te passen en alleen nog te laten gelden op de cultuurgronden van een agrarisch bedrijf. Hierdoor is er de gelijkstelling met een MKB bedrijf zoals eerder beschreven.[33] Op deze manier wordt de cultuurgrond als een bijzonder onderdeel van het agrarisch bedrijf gezien.

6. Conclusie en aanbevelingen

In dit hoofdstuk zullen de conclusie en aanbevelingen van de auteur te lezen zijn, de auteur heeft er zorg voor gedragen om een zo goed mogelijke conclusie te trekken en de juiste aanbevelingen op te schrijven. De conclusie en aanbevelingen geven een antwoord op de hoofdvraag: Wat zijn de gevolgen voor de agrarische sector bij het afschaffen van de landbouwvrijstelling?

6.1 Conclusie

De landbouwvrijstelling is van oorsprong gebruikt voor het idee dat er vroeger meer geboerd werd op gepachte grond dan op grond die het eigendom was van de agrariër. Deze grond heeft een andere plaats in een agrarisch bedrijf dan machines en dergelijke. Uit deze redenering volgt dat een agrariër die de grond in eigendom had twee functies had, namelijk als eigenaar van de grond en de bewerker van de grond. De grond is dus voor deze grondbezitter geen bedrijfsmiddel maar een privé bezit. Nu blijkt dat sinds het begin van de twintigste eeuw de gepachte hoeveelheid grond afneemt, en dat de meeste grond nu in eigendom is van de agrariër zelf. De gegeven reden dat het een toeval is dat de agrariër de grond zelf in bezit heeft is niet meer actueel. Tegenwoordig heeft elk agrarische bedrijf grond in eigendom.

De landbouwvrijstelling is voor vrijwel iedere transactie van grond van belang, waarbij de agrariër een verkoper is. Niet in elke situatie is de landbouwvrijstelling van belang omdat er ook andere fiscale maatregelen zijn waarmee de belastingheffing kan worden uitgesteld. Een van de voorbeelden van deze situaties zou kunnen zijn een bedrijfsoverdracht; het staken van een agrarische onderneming. Verder kan ook nog een bedrijfsverplaatsing en het verkopen van losse stukken grond een uitzondering zijn. Bij de bedrijfsoverdracht vinden de meeste grondtransacties plaats. Er bestaat de mogelijkheid om dit te doen door middel van een geruisloze doorschuiving om zo de belastingheffing uit te stellen. Bij een staking van een onderneming zonder een bedrijfsoverdracht kan er een stakingslijfrente worden aangekocht om zo tot op zekere hoogte uitstel van belasting betalen te bieden.

Bij afschaffing van de landbouwvrijstelling zouden alle boekwinsten op grond belast zijn, net zo als bij bedrijven die niet agrarisch zijn. Indien dit gebeurt verlaat een zeer groot deel van het eigen vermogen het bedrijf. Voor een ondernemer is dit zijn pensioen. Bij een bedrijfsverplaatsing die gedwongen wordt speelt dit geen rol, maar bij een vrijwillige bedrijfsverplaatsing is het dan onmogelijk om het bedrijf opnieuw te financieren. Mocht een agrarisch bedrijf, een stuk grond willen verkopen, dan is de boekwinst tot aan de WEVAB onbelast door de landbouwvrijstelling.

Het is mijns inzien zeer van belang dat er een vorm van landbouwvrijstelling moet blijven bestaan, omdat dan de mogelijkheid blijft bestaan dat in de toekomst het overnemen van een agrarisch bedrijf financieel mogelijk blijft. Dat men niet met een torenhoge verplichting aan de bank begint met ondernemen. De experts die in deze individuele verdieping zijn geïnterviewd zijn van mening dat de landbouwvrijstelling zou moeten blijven bestaan omdat in deze tijden van economische crisis het niet verstandig is om hierop te gaan bezuinigen. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een brief aan de Tweede Kamer ook geschreven dat er eerst niet aan de landbouwvrijstelling gesleuteld wordt, dit staat in paragraaf 5.1.

Wat betreft de grondprijsstijging of daling die mogelijk verwacht kan worden bij een eventuele afschaffing van de landbouwvrijstelling is nu nog teveel onduidelijkheid om daar een juist antwoord op te geven, dit is afhankelijk van de economie op dat moment. Doordat er op dit moment nog een economische crisis heerst is het niet verstandig om nu tot afschaffing over te gaan, omdat onbekend is wat de grondprijs en de grondmobiliteit dan gaan doen.
6.2 Aanbevelingen

De reden waarop de landbouwvrijstelling in het verleden is toegelaten is bij de introductie, in 2001, van de nieuwe Wet IB is nu niet meer actueel. Aangezien deze reden niet mee als reden kan worden aangevoerd, pleit dat ten eerste tot afschaffing van de landbouwvrijstelling. Dit wordt versterkt doordat er voldoende alternatieven zijn voor een bedrijfsoverdracht. Voor ondernemers die stoppen met het bedrijf is de landbouwvrijstelling van groot belang omdat er hiermee de oudedagsvoorziening wordt veilig gesteld. De oudedagsvoorziening in de landbouwsector wijkt niet veel af met de oudedagsvoorziening in andere sectoren. Moet dan de landbouwvrijstelling wel om deze reden gehandhaafd worden? Voor het milieu en de ruimtelijke ordening is het wenselijk om de landbouwvrijstelling alleen toe te passen op de vrijwillige bedrijfsverplaatsingen of er zal in overweging genomen moeten worden tot het verruimen van de herinvesteringreserve. Deze reserve wordt nu nog niet veelvuldig gebruikt.

De landbouwvrijstelling heeft een lange geschiedenis, daardoor is het moeilijk om een toekomst zonder landbouwvrijstelling voor te stellen. De landbouwvrijstelling is nauw betrokken bij de grondmarkt, vooral met de grondprijs en grondmobiliteit. Een aanbeveling is om de mogelijke effecten van de afschaffing van de landbouwvrijstelling op de grondmarkt verder te onderzoeken om zo een gedegen plan te hebben indien het zover komt.

Indien mogelijk mag er onderzoek worden verricht worden naar de gevolgen voor de grondprijs, de gevolgen voor de overnames in de agrarische sector en de verschillende partijen die daar mee te maken hebben.

7. Literatuurlijst

Publicaties

Albregtse D., Ovost R. van & Venema G.(Februari 2008) Evaluatie van vrijstellingen voor de landbouw in de overdrachtsbelasting Rapport 6.08.02 LEI, Den Haag

Albregtse D., Veen H. van der & Venema G. (November 2007) Evaluatie landbouwvrijstelling

Rapport 6.07.24 LEI, Den Haag

Ceelen Drs. P.H.M. & Sloot MR E.H.E.F Boer en belastingen (2007) ISBN 978 90 6476 162 1

Hoogwout T.C. (2008) Bedrijfsopvolging binnen het familiebedrijf ISBN 978 90 13 05285 5

Kuhlman J.W., Luijt J., van Dijk J.(April 2010) Grondprijskaarten 1998-2008 Werkdocument 185 Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu

Luijt, J., (1983) 'Een nationaal model van de agrarische grondmarkt'. In: Landbouwkundig Tijdschrift

Ministerie van Financiën, Miljoenennota 2010 (2009).

Schenk S.F.J.J. en Seegers P.L.F. (2007) De Landbouwvrijstelling ISBN 978 90 60 028544

Tholen L.W. van der (Juli 2007) Landbouw en Fiscus NUR 823-310

Veen H. van der, Bommel K. H.M. van & Venema G. (April 2001)Vestigingssteun voor bedrijfsopvolgers in de agrarische sector Rapport 6.01.05 LEI, Den Haag

Verburg G. & Jager J. C. de (2008) Brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Websites

http://www.encyclo.nl/begrip/jurisprudentie http://www.asrvastgoed.nl/Landelijk/Produkten/agrarischegrondfinanciering.cmt

http://lexius.nl/wet-inkomstenbelasting-2001/artikel3.12

http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/landbouw/nieuws/default.htm

http://www3.lei.wur.nl/BIN_ASp/?Database=LTC

http://www.ltonoord.nl/nl/25222710-[viewitem].html?itemid=10213448&url=/templates/dispatcher.asp%3fpage_id%3dsearchresult%26page%3d%26search%3dDeze%2bweek%2bwaren%2ber%2bveel%2boverleggen%2bbinnen%2bde%2borganisatie.%2b%2b%2b%26searchinnims%3d%26searchinnimnames%3d%26searchmode%3d%0d%0a

http://financieel.infonu.nl/belasting/10892-belasting-begrippen-ondernemers-r-z.html

http://www.blaucapel.nl/diversen/begrip.htm#C

Geïnterviewde deskundigen

Dhr P.H.M. Ceelen, Gibo Groep

Dhr A. F. M. Michielsen LTO Noord

Dhr P.W. Smeenk, ABN Amro

Dhr A. Verduin, Countus
Bijlage 1 Artikel 3.12. Landbouwvrijstelling

Artikel 3.12. Landbouwvrijstelling

Tot de winst behoren niet voordelen uit landbouwbedrijf ter zake van waardeveranderingen van gronden - daaronder begrepen de ondergrond van gebouwen - voorzover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van een landbouwbedrijf, en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder landbouwbedrijf verstaan een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten van akkerbouw, van weidebouw of van tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen, bloembollen en paddestoelen - of op het in het kader van veehouderij fokken, mesten of houden van dieren. Met landbouwbedrijf worden gelijkgesteld binnenvisserij en visteelt.[34]

Deze week waren er veel overleggen binnen de organisatie. De LTO bestuursraad, het LTO dierlijk overleg met alle voorzitters van de dierlijke sectoren, de LTO Noord vakgroep, het LTO platform varkenshouderij. Te veel van het goede? Nee. Onderlinge afstemming is een must voor organisaties met een grote diversiteit. Met name de health check gelden (herverdeling EU-landbouwsubsidies) waren punt van overleg. Wie wil wat uit de subsidiepot en hoe kom je tot een evenwichtige inzet? Als varkenshouderij willen we gelden om markt -en concurrentiekracht te versterken. Daar horen wat mij betreft ook investeringsregelingen voor ammoniakbeperking bij. Dergelijke regelingen kunnen wat mij betreft ook uit de POP gelden betaald worden. Dan is een investeringsregeling voor dierenwelzijn ook onze inzet als het gaat om vrijwillige bovenwettelijke maatregelen. En niet te vergeten wellicht een fonds voor diergezondheid. Naast dit onderwerp hield ook het economisch herstelplan van het kabinet ons bezig. Als LTO hebben we al een brief gestuurd met onze wensen. Daar waar mogelijk proberen we met VNO-NCW samen te werken. Dit vanuit de filosofie dat je samen sterker staat. Vanuit LTO hebben we de contacten. Het overleg met de minister van LNV ging niet door omdat de minister druk was met het herstelplan van het kabinet. Ik vind dat de ondernemersfaciliteiten overeind moeten blijven. Dat is land- en tuinbouw breed en zeker ook voor de varkenshouderij van groot belang. Ik denk dan aan de zelfstandigenaftrek (1272 miljoen euro), de FOR (215 mln), startersaftrek (10 mln), kleinschaligheidsaftrek (187 mln), de meewerkaftrek (8 mln). Dat geldt ook voor de specifieke fiscale faciliteiten als de landbouwvrijstelling (176 mln), vrijstelling van overdrachtsbelasting (30-40 mln). We moeten ervoor zorgen dat de bezuinigen niet leiden tot armoede bij de agrarisch ondernemers doordat we genoemde faciliteiten verliezen. Hier maken we ons als LTO sterk voor. Dat doen we door met veel partijen te overleggen. Door samen op te trekken met partijen zoals VNO-NCW en ons lidmaatschap van de SER kunnen we resultaat boeken.[35]

[1] http://www.blaucapel.nl

[2] Landbouw en Fiscus door L.W. van der Tholen (2007)

[3] De Landbouwvrijstelling door S.F.J.J. Schenk en P.L.F. Seegers (2007)

[4] http://www.financieel.infonu.nl/belasting

[5] Bedrijfsopvolging binnen het familiebedrijf door T.C. Hoogwout. (2008)

[6] Zie bijlage 1 voor de volledige wettekst.

[7] Evaluatie landbouwvrijstelling Rapport 6.07.24 LEI, Den Haag

[8] De meeste landbouwbedrijven vallen onder de inkomstenbelasting echter de bedrijven met hoge winsten of bijzondere omstandigheden zijn vaak een andere rechtsvorm; vaak een BV.

[9] Zie Bijlage 2 voor deze tabel.

[10] Zie Bijlage 2 voor deze tabel.

[11] In de Miljoenen nota wordt uitgegaan van € 174 miljoen in 2010.

[12] Naar aanleiding van een interview met de heer P. W. Smeenk.

[13] Naar aanleiding van een interview met de heer A. Verduin

[14] www.asrvastgoed.nl/Landelijk

[15] Naar aanleiding van een interview met de heer P.H.M. Ceelen

[16] Naar aanleiding van een interview met dhr A.F.M. Michielsen.

[17] Boer en belastingen Drs. P.H.M. Ceelen en MR E.H.E.F Sloot (2007)

[18] Zie paragraaf 3.5.3 Interview met dhr Ceelen.

[19] Grondprijskaarten 1998-2008 (april 2010)

[20] Dit zijn de prijselasticiteiten die op dit moment beschikbaar zijn (Luijt, 1983 en Elhorst, 1987). 'Een nationaal model van de agrarische grondmarkt'

[21] Evaluatie landbouwvrijstelling Rapport 6.07.24 LEI, Den Haag

[22] 1 nge = Nederlandse grootte-eenheden; een economische maat voor de bedrijfsomvang

[23] Vestigingssteun voor bedrijfsopvolgers in de agrarische sector, april 2001 Rapport 6.01.05 LEI Den Haag

[24] Dit is afhankelijk van de grootte van het bedrijf, gemeten in nge. Zie tabel 2.2 in Vestigingssteun voor bedrijfsopvolgers in de agrarische sector Rapport 6.01.05 LEI, Den Haag

[25] Landbouwtelling, www.cbs.nl

[26] Vestigingssteun voor bedrijfsopvolgers in de agrarische sector, april 2001 Rapport 6.01.05 LEI Den Haag

[27] Naar aanleiding van het interview met de heer Ceelen.

[28] Naar aanleiding van het interview met de heer Ceelen en Verduin.

[29] Brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Financiën. Deze kunt u vinden in bijlage 4.

[30] Evaluatie van vrijstellingen voor de landbouw in de overdrachtsbelasting Rapport 6.08.02 LEI, Den Haag

[31] Rechtsopvatting. Of het wel klopt met wat er is vastgelegd.

[32] Bij de verkoop van de grond wil de koper (A) zekerheid over de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Als vervolgens een nieuwe koper (B) de grond voor een niet-agrarische bestemming gaat gebruiken en er is niet getekend voor een kettingbeding, dan komt dat tot uiting in een hogere prijs (inclusief 6% overdrachtsbelasting) ter waarde van 6% van de transactieprijs van de eerste koop.

[33] Zie hoofdstuk 3.

[34] www.lexius.nl/wet-inkomstenbelasting-2001/artikel3.12

[35] Naar een weblog van Annechien ten Have-Mellema van september 2009 van LTO Noord.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!