Welke punten zouden

China is de meest belovende consumentenmarkt van de wereld, met meer dan 1,3 miljard inwoners. Het aantal mensen dat geld overheeft om uit te geven groeit. Op dit moment zijn dat zo'n 100 miljoen mensen, de verwachting is dat deze groep uit groeit naar zo'n 650 miljoen mensen over 10 jaar. Dan is de consumentenmarkt bijna tweemaal zo groot als die van de VS. Wat China natuurlijk een stuk aantrekkelijker zal maken voor investeerders.

Er zijn ook andere factoren die meespelen, wat betreft de groei van de consumentenmarkt in China. Bijvoorbeeld op dit moment staat het land nog niet eens in de top-100 van het hoogste bruto binnenlands product per inwoner. De enorme groei van de economie zijn fantastisch, maar geven nog geen garantie voor de toekomst. Welke punten zouden dan ook een rem op de ontwikkeling van de economie kunnen vormen?

Corruptie

In China zijn corruptie en vriendjespolitiek(nepotisme) een zeer bekend verschijnsel. Corruptie betekent machtmisbruik ten bate van persoonlijke belangen. Daar vindt het vaak plaats op een laag niveau, bijvoorbeeld het omkopen van een ambtenaar voor een extra stukje grond. Ook zijn er meldingen van olievelden die worden onteigend van boeren, om ze daarna te gebruiken voor de groeiende energiebehoefte. Het fenomeen corruptie is voor een gedeelte te verklaren met de lage salarissen van ambtenaren. Voor het andere deel komt het door het slechte toezicht, dit komt weer door de enorme schaal van China. China is een enorm land en om daar goed toezicht te houden is moeilijk.

Op hoger niveau vindt er ook corruptie plaats, vaak worden hierbij ook de mensenrechten geschonden. Zo zijn er bedrijven die geen controles van de overheid willen. Hier kan men aan ontkomen door een flinke zak geld op tafel te zetten. Ook kan er op deze manier geweld gebruikt worden tegen journalisten of vakbondleiders aangezien ze bijvoorbeeld bepaalde gegevens niet openbaar maken. Hier kun je denken aan de kosten voor het maken van n product, of het aantal kinderen die in de fabrieken van de bedrijven werken.

Een onderdeel van corruptie is nepotisme, ook een fenomeen wat in China veel voorkomt. Het gaat hierbij ook om machtsmisbruik van een autoriteit, alleen worden hierbij familieleden of vrienden er beter van. Ook staat er geen vergoeding voor over. Dit wordt vooral gedaan op een hoog niveau, bijvoorbeeld door een bouwopdracht te gunnen aan een vriend of een familielid een hoge functie aan te bieden

Zowel corruptie als nepotisme verslechtert de veiligheid, bescherming van de werkplek en een eerlijk inkomen. Ook leidt corruptie meestal tot schendingen van mensenrechten en verslechtert corruptie ook de levensstandaard, omdat werknemers soms een grote delen van hun inkomen kwijt raken. Hiervan worden dan steekpenningen of smeergeld betaald.

China is er afhankelijk van buitenlandse investeringen. Helaas maken ook buitenlandse bedrijven gebruikt van corruptie, hoewel ze het toch nog minder gebruiken dan de Chinese bedrijven. Gelukkig zijn er ook een hele hoop buitenlandse bedrijven die eerlijke concurrentie heel erg belangrijk vinden zoals die er in Westerse landen is. Zodat zij geen steekpenningen of smeergeld hoeft te betalen. Als China de problemen rond corruptie en vriendjespolitiek kan onderdrukken, kan dit nog wel eens een groot probleem voor China worden. Zo zullen veel bedrijven besluiten om in een ander land te investeren en zich daar vestigen. Dit heeft ongetwijfeld een grote impact op de economie

In 2005 werd bekend dat ongeveer 200 miljoen Chinezen waren met een midden inkomen. Deze mensen hebben een eigen huis en auto en kunnen op vakantie gaan. Jaren lang was de fiets het statussymbool in China, zit wordt tegenwoordig een voertuig met motor.

China heeft ook last van ongelijkheden. Zo verdienden de rijkste mensen in 1990 4,2 keer zoveel als de armste. In 1998 was dit verschil al 9,6. Het verschil is ook geografisch te zien. In het oosten leven de rijke mensen in de grote steden terwijl de arme mensen in het westen op het platteland leven. Hedendaags groeien de inkomens van de stedelingen drie keer zoveel als dat van de boeren.

Nog een ongelijkheid zijn de Chinese ziekenhuizen. In theorie zijn er voldoende ziekenhuizen, maar in de praktijk ligt dit anders. In de steden zijn namelijk veel meer voorzieningen. Daarnaast is tweederde van de bevolking niet tegen ziektekosten verzekerd en wordt vaak nog een lokale medicijnman ingeschakeld. Het onderwijs is in China ook slecht verdeeld. In de steden is het onderwijs veel beter. De mensen zijn daar rijker en kunnen dus een studie voor hun kind betalen (negen jaar is verplicht). In het platteland kunnen de ouders dit vaak niet opbrengen omdat 78% van de kosten zelf betaald moeten worden. Hierdoor blijft het platteland qua kennis ver achter op de rest van het land.

Milieu

In 1998 lagen zeven van de 10 meest vervuilde steden in de wereld in China. In de laatste tien jaar is het energieverbruik veel meer gegroeid van de economie. Vanwege de extra kosten worden inefficinte apparaten en machines gebruikt. Deze enorme stijging zorgt voor uitstoot van broeikasgassen en zure regen. Mensen hebben weinig kennis van het milieu en de autogebruikers stijgen. Het percentage stedelingen groeide van 19 naar 30 procent tussen 1980 en 1998 en tegenwoordig ligt dit rond de 45 procent.

70 Procent van de rivieren in China zijn vervuild, vooral de mondingen van de Yangtze en de Gele rivier. Dit komt door de afvallozing van fabrieken en bestrijdingsmiddelen uit de landbouw. Dit water kan niet worden gedronken maar er zijn meer dan 350 miljoen Chinezen op het platteland die niet op een andere manier aan kwater kunnen komen. Zware metalen, organische verontreinigers en kankerverwekkende stoffen komen indirect(via irrigatie) in het lichaam van veel boeren. Het aantal gevallen van leverkanker is daarom ook verdubbeld in China. Daarnaast 'verwoestijnt' het Chinese platteland, er is meer water nodig door de stijging van de bevolking, maar er is minder water beschikbaar. Daarnaast wordt de concentratie vervuilers in het water ook steeds hoger, omdat het aantal vervuilers stijgen en het waterpeil daalt.

CO2 uitstoot van energiecentrales in China

In de grafiek hierboven is te zien hoe snel de uitstuit van CO2 is toegenomen in China. Opvallend is dat het verloop van deze grafiek bijna gelijk is met die van de groei van het BNP.

Vergrijzing

China loopt voor op andere landen uit de wereld, er zijn namelijk veel meer ouderen dan in de rest van de wereld. In China stoppen de mannen rond hun 60e en vrouwen rond hun 55e. Als ze werk hebben gehad krijgen ze een staatspensioen, wat varieert tussen de 10 en 175 euro. Er zijn nu ongeveer 145 miljoen gepensioneerden en dit is over een jaar of 10 250 miljoen. De Chinese overheid schat dat er in 2050 zo'n 400 miljoen gepensioneerden zijn. Dit zou dan 24% van de bevolking zijn.

Deze vergrijzing is het gevolg van het eenkindbeleid wat in 1979 is ingevoerd. Het was de bedoeling om de groeiende bevolking af te remmen. Zonder dit beleid zouden er nu 400 miljoen Chinezen extra zijn. De pensioenen moeten betaald worden door de beroepsbevolking. Dit ligt in China tussen de 15 en 59 jaar. Er zitten nu nog steeds mensen in die voor het eenkindbeleid waren geboren. Dus de beroepsbevolking wordt steeds kleiner terwijl ze voor meer ouderen moeten betalen. In 1990 betaalden 10 werkende voor 1 gepensioneerde, tegenwoordig zijn dat er nog 6 en in 2020 zal dit rond de 2,5 zijn.

Werkloosheid

Doordat er nieuwe bedrijven met nieuwe technieken en geautomatiseerde productieprocessen gebruiken worden steeds meer Chinezen overbodig in het bedrijfsleven. Deze arbeiders kunnen vaak moeilijk een andere baan vinden omdat ze altijd dezelfde baan gedaan hebben en niet iets anders hebben geleerd. Deze arbeiders hebben ook geen geld voor omscholing. De multinationals kunnen makkelijk andere arbeiders vinden dus die gaan ook niet onnodig betalen voor omscholing.

Door de crisis raken Chinese arbeiders hun baan kwijt in de meubel-, textiel-, en speelgoedfabrieken. De meesten keren terug naar het platteland. Zo waren er in januari 2009 zes miljoen werklozen die terug keerden naar het platteland. In april 2009 was dit al 25 miljoen.

China moet de komende jaren zeker een economische groei van 9% gaan halen, want anders kunnen ze de werkloosheid nooit oplossen.

Chinees bankensysteem

Sinds China in 2006 is toegetreden tot het WTO mogen buitenlandse banken hun aanbieden op de Chinese markt. Hierdoor hebben naast de 3300 Chinese banken ook 74 buitenlandse banken zich gevestigd in China. Echter spelen deze buitenlandse banken nauwelijks een rol in China. Er zijn namelijk vier grote samenwerkende banken in China namelijk de Industrial and Commercial Bank of China, de Bank of China, de Agricultural Bank of China en de China Construction Bank. Deze zijn allen van de staat en beheren zo'n 70% van het Chinese geld. Echter zijn deze allemaal in niet in een goede financile staat. Dit komt vooral door grote fouten uit het verleden. Daarnaast stoppen deze banken geld in slecht draaiende industrien.

Hedendaags is er nog een grote invloed van de politiek op kredietverstrekking, zijn er veel oninbare leningen en is er nog grootschalige corruptie. Daarnaast zijn er nog weinig creditcards. Ook is er hulp in de vorm van kennis en kapitaal van buitenlandse bedrijven nodig. Er is een grote modernisering en een nieuwe constructie nodig voor de financile sector om de economische groei van China voort te zetten.

Inflatie & oververhitting

Tussen 1980 en 2000 is het BNP in China heel erg gegroeid, namelijk 9,5%. Vaak gaat dit gepaard met een oplopende inflatie, dit is echter niet het geval in China. Daarnaast is dit bijzonder aangezien China meer dan 1,3 miljard inwoners heeft.

Sinds 2003 hebben veel provincies in China een tekort aan energie en grondstoffen. Hierdoor kunnen fabrieken niet optimaal produceren. De structuur van de economie van het land en het politieke systeem zitten niet goed in elkaar. Het zorgt voor inflatie en het gemiddeld prijsniveau stijft. Daarnaast wordt de pers niet toegelaten net als de politieke vakbonden en partijen. China blijft een eenpartijstaat alhoewel de communisten kapitalisten zijn geworden.

China komt steeds meer onder druk te staan want de inflatie dreigt te stijgen. In 2008 was de inflatie 6 procent terwijl het in Nederland 1, procent was. China moet daarom oppassen want als de inflatie blijft stijgen zal China geen lagelonen land blijven en zal China niet meer interessant worden om te produceren aangezien India een grote concurrent kan worden.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!