De beleving van dementie

Dementie

Ongelukkige gedachten die niet permanent verwarmd zijn flarden en herinneringen die hopeloos verarmd zijn. Een lege wezenloze blik daar waar eerder stralen was een afgronddiep zwijgen broos en teer als breekbaar glas.

Met geduldiger liefde, warmte en een starre achtergrond wacht het anders zo kostbare gedachtegoed in zich angstig af. Ben ik dood in mij, hoe overleef ik de eerste ochtendstond? Dementie, daar waar herinnering was die zoveel zekerheid gaf.

Hoe zou het kunnen dat werkelijk niemand mij meer herkent? Dat het woordenloze dagelijkse stille actieloze opgesloten zijn en de zware grijze leegte vol hedendaagse dementiepijn. Dat zonen en dat buren, dat vrienden korte brieven sturen.

Hoe kan het, dat ooit de zalige herinnering die ik tegenkwam heeft plaats gemaakt voor al lang vergeten vragen? Het huis dat ik nu ruimen moet omdat anderen zorgen dragen. Alleen zijn in mij, rampzalig leeg zijn de gedachteloze dagen.

Dementie.. in mijn hart daar heb ik nog een laatste splinter want ik dacht niets te vergeten en zie nog oude beelden voor mij jouw naam, mijn naam.. wat doet hij er toe deze oudheidswinter regelmaat, opflakkering en warmte, ik glimlach stil erbij.

Een aai, een traan die voel ik rollen over mijn rechter wang.. onontkoombaar vergeten, dementie.. het maakt mij vreselijk bang.

In het bovenstaande gedicht van Sabrina Bielac (www.gedichten.nl) wordt beschreven hoe een mens dementie kan ervaren: het denken, de angsten en het isolement. Men vergeet dingen, je ervaart het leven op een andere manier en herinneringen vervagen. Ook al ben ik zelf nog jong, toch heb ik ervaringen met deze ziekte. Niet alleen in mijn familie, maar ook in het werk wat ik heb gedaan. Afgelopen zomer heb ik tijdelijk als activeitenbegeleider gewerkt op een gesloten afdeling met dementerende bejaarden. Dit werk maakte enorm veel indruk op me en de ziekte wekte ook mijn belangstelling.

Het werk is een belangrijke ervaring geweest voor mij. Het heeft me veel geleerd over de omgang met mensen en het zal me ook van pas komen bij mijn studie geneeskunde. Dit zijn ook de redenen waarom ik gekozen heb voor het onderwerp dementie.

Inleiding

"Mia, Mia, kom eens hier Mia!", riep Annie. Ook al ben ik me bewust van het feit dat ik geen Mia heet, toch ga ik naar Annie toe. "Wat is er, Annie?" vraag ik.

"Zie je die poppen daar?", zegt ze,"die zijn gemaakt door oma. Oma kon dat heel erg goed. Oma kon alles! Ze zei ook vroeger tegen mama en papa: Blijf daar van af, dat is voor het kind! Ja, zo was oma, een sterke vrouw. En nu, nu is ze dood." Nadat ze dit had uitgesproken begon Annie te huilen. "Stil maar, Annie", zeg ik, "het is beter zo, want oma was al heel oud. Nu is ze in de hemel en is ze gelukkig. En ze heeft je die mooie poppen gegeven, h." Ik geef Annie een knuffel en ze stopt met huilen.

Tien minuten later roept Annie me weer: "Mia, Mia, heb je die poppen al gezien? Oma heeft die gemaakt, speciaal voor mij. Oma kon echt alles!"

Dit is een van de vele momenten die ik me goed herinner van mijn werk met de dementerende bejaarden. Je zou het in eerste instantie niet zeggen, maar Annie is een 83-jarige dame die zelf al meerdere malen oma is geworden. Kunt u zich voorstellen hoe deze vrouw zich in haar eentje ooit zou kunnen verzorgen?

Allereerst is deze dame al op hoge leeftijd, waardoor het al moeilijker is voor haar dan voor een jongvolwassene om zich staande te houden in deze moderne samenleving. Bovendien vertoont ze verscheidene lichamelijke gebreken, zoals een vergroeide rug en zwakke ledematen. Deze verschijnselen hebben betrekking op actieve handelingen die ze niet meer fatsoenlijk kan uitvoeren. Maar Annie heeft nog een probleem: ze is niet meer in staat om belangrijke beslissingen voor zichzelf te nemen of rationeel te kunnen nadenken. Kortom, deze dame heeft verzorging nodig.

Er zijn genoeg mensen die dezelfde problemen hebben als Annie en niet meer goed voor zichzelf kunnen zorgen. Echter wil een gedeelte van deze groep mensen zich niet laten opnemen in een verzorgingstehuis. Hoe kunnen deze mensen zich redden? De hoofdvraag van dit werkstuk is dan ook:

Wat zijn de gevolgen van dementie voor het dagelijks leven van een mens?

Voordat deze vraag beantwoord kan worden, is er achterliggende informatie nodig. Met name door de toenemende vergrijzing is het belangrijk dat er voldoende kennis is over dementie en hoe we deze mensen het beste kunnen helpen. In de onderstaande afbeelding is te zien dat dementie de meest voorkomende ziekte is bij bejaarden van 80 jaar en ouder. Dat geeft het belang al aan van onderzoek naar deze ziekte.

Wat is dementie?

De meeste mensen kennen de term dementie, maar wat houdt deze ziekte eigenlijk in? In dit hoofdstuk zal duidelijk worden gemaakt wat dementie precies is, hoe de hersenen van een gezond persoon werken, in welke opzichten de hersenen van een dement persoon anders functioneren en op welke manieren de ziekte kan worden geconstateerd.

De term dementie

Dementie is een verzamelnaam voor een groep van ziekten met een vaste kern van verschijnselen. Dit wordt 'een groep van ziekten' genoemd, omdat er verschillende vormen zijn met verschillende oorzaken, die echter wel een aantal dingen gemeenschappelijk hebben. Bij ieder persoon die aan dementie lijdt, zal de uitingsvorm weer anders zijn. Er zijn geen twee demente personen gelijk.

"Dement" is een woord dat uit het Latijn afkomstig is en het betekent letterlijk: zonder geest. Bij het zien van dementerende mensen, wordt echter al snel duidelijk dat het niet alleen om achteruitgang van de verstandelijke vermogens gaat, maar dat er ook lichamelijke uitingen zijn. In die zin is het woord "dement" niet juist. De term slaat niet alleen op stoornissen in de hersenen, maar tevens op het hele lichaam en de psyche van de persoon.

Dementie houdt een blijvend verlies van functies van het verstand in. Het bewustzijn blijft echter intact. Tevens is dementie geen aangeboren aandoening, maar ontstaat op oudere leeftijd. Het is dus niet hetzelfde als idiotie en zwakzinnigheid, die al in het embryonale stadium ontstaan zijn.

Diverse vormen van dementie zijn behandelbaar, zeker als zij in een vroeg stadium behandeld worden. Bovendien hoeven bepaalde symptomen van dementie niet daadwerkelijk te duiden op dementie. Gedrag, dat veel op dementie lijkt, kan namelijk door allerlei lichamelijke problemen ontstaan, zoals door een verminderde hartwerking, stoornissen in de urinewegen, slechte voeding, maar ook door geneesmiddelengebruik. Worden deze problemen verholpen, dan is vaak ook de zogenaamde 'dementie' genezen. Dus niet alle mensen die verward en vergeetachtig zijn, hoeven dement te zijn.

Onze hersenen en ons geheugen

Voordat er dieper op dementie kan worden ingegaan, moet er meer bekend zijn over de werking van de hersenen en het geheugen van een gezond persoon.

Onze hersenen

De hersenen zijn een essentieel orgaan van het menselijk lichaam. Ze sturen andere organen aan, verwerken alle informatie die we binnenkrijgen en ze bepalen onder andere ons bewustzijn, geheugen en emoties. Onze hersenen vervullen belangrijke functies, maar zijn tevens kwetsbaar.

Onze hersenen beslaan slechts 2% van ons totale lichaamsvolume, maar gebruiken wel 20% van alle zuurstof die ons lichaam nodig heeft. Tevens verbruiken onze hersenen maar liefst een kwart van alle energie die we tot ons nemen. Deze gegevens geven al aan hoeveel er gebeurt in onze hersenen.

Onze hersenen zijn verdeeld in twee hersenhelften, die grotendeels op elkaar lijken. Verder zijn de hersenen verdeeld in verschillende gebieden.

Bij de eenvoudigste indeling worden de hersenen ingedeeld in de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam. De grote hersenen zorgen ervoor dat een groot aantal bewegingen goed verloopt. Tevens vinden er in de grote hersenen de kennis- en emotionele processen plaats, zoals logisch redeneren en de bepaling van de emoties. De grote- en de gehele hersenen zijn opgedeeld in een aantal verschillende delen, die allemaal hun eigen functie hebben.

  • De achterhoofdkwab:
  • Dit deel van de hersenen bevindt zich aan de achterzijde van de hersenschors. Deze kwab wordt ook wel de occipitaalkwab genoemd en is de kleinste hersenkwab. Dit deel van de hersenen is betrokken bij het zien.

  • De Frontaalkwab:
  • De Frontaalkwab wordt ook wel de voorhoofdskwab genoemd. Dit is de grootste van de vier hersenkwabben en neemt 1/3e deel van de totale hersenschors in beslag. Dit gedeelte van de hersenen wordt gezien als het meest geavanceerde deel, verantwoordelijk voor het menselijke zelfbewustzijn.

  • Gebied van Broca:
  • Dit is het deel van de hersenschors dat betrokken is bij de verwerking van taal. Het hersendeel zorgt in het bijzonder voor de spraak en ook voor het in stilte tegen zichzelf praten als men nadenkt, maar het is niet het enige hersengebied dat hiervoor verantwoordelijk is. Daarnaast is het gebied actief bij het denken aan en het uitvoeren van lichaamsbewegingen.

    Omdat dit deel niet specifiek genoemd is in het figuur, volgt een beschrijving van de ligging van het gebied. Het spraakcentrum van Broca is een onderdeel van de frontaalkwab. De precieze ligging is niet voor iedereen hetzelfde: bij rechtshandigen ligt het vrijwel altijd op de linkerhersenhelft en bij een klein deel van de linkshandigen op de rechterhersenhelft.

  • De Hersenbalk:
  • Corpus callosum is ook wel een andere naam voor dit hersendeel. De hersenbalk vormt de hoofdverbinding tussen beide hersenhelften en zorgt ervoor dat informatie ter beschikking staat aan beide hersenhelften. In totaal bevat het onderdeel 200 miljoen zenuwuitlopers. Wanneer bijvoorbeeld een afbeelding alleen door de rechterhemisfeer is waargenomen, herkent de linkerhemisfeer hem ook direct doordat de informatie meteen wordt doorgegeven. Grofweg geldt dat de voorste delen van de hersenbalk ook de voorste hersendelen met elkaar verbinden en de achterste van de hersenbalk verbinden de achterste hersendelen. (www.natuurinformatie.nl)

  • De Hersenstam:
  • Dit deel van de hersenen is evolutionair het oudst: Het hersendeel is ontstaan tijdens de evolutie van ongewervelde dieren, via de vissen, naar reptielen en is verantwoordelijk voor de basisfuncties om te kunnen overleven, zoals ademhalen, urineren en het handhaven van de bloedomloop.(www.wikipedia.nl)

    De hersenstam bestaat grofweg uit de onderste deel van de hersenen en ligt bovenaan het ruggenmerg. Tot de hersenstam behoren het verlengde merg, de pons en de middenhersenen. Soms worden de thalamus en de hypothalamus ook tot de hersenstam gerekend. De hersenstam is eigenlijk de verbinding tussen de grote hersenen, de kleine hersenen en het ruggenmerg. In dit gebied ontspringen tevens de hersenzenuwen. Deze zenuwen zijn sensorisch of motorisch. Dit wil zeggen dat de hersenzenuw via een zintuig bepaalde dingen kan waarnemen of dat de hersenzenuw delen van het lichaam kan aansturen, bijvoorbeeld bepaalde spieren van het oog.

    De reticulaire formatie is een belangrijke structuur in de hersenstam en bestaat uit een netwerk van onderling nauw verbonden zenuwcellen. Dit deel is verantwoordelijk voor de alertheid van het individu.

    De hersenstam heeft nog meer taken, zoals: het reguleren van de slaapwaakcyclus, het controleren van de pupilgrootte, het reguleren van reflexmatige en willekeurige oogbewegingen, ademhalen, het sturen van meer reflexmatige lichaamsbewegingen en - houdingen, proeven, plassen, kauwen en slikken, huilen, overgeven, reguleren van spijsvertering en hongergevoelens , sturen van de bloedsomloop en basale vormen van horen.

  • De Hippocampus:
  • Dit kleine gebiedje ligt beneden aan de voorkant van de slaap- of temporaalkwab en vormt een onderdeel van het limbisch systeem. De naam komt van het Griekse woord voor zeepaardje, waar dit hersenonderdeel qua vorm op lijkt.

    De hippocampus speelt een belangrijke rol bij de opslag van informatie in het geheugen, de ruimtelijke orintatie en, in geval van nood, het aanwenden van gedrag dat van belang is voor de overleving.

    Als we geen hippocampus hadden, konden onze hersenen geen nieuwe informatie opnemen. De hippocampus is dan ook noodzakelijk voor het kortetermijngeheugen. De nieuwe informatie verblijft slechts tijdelijk in de hippocampus. Wanneer deze "vol" is, wordt de informatie verplaatst naar de andere delen van onze hersenen. (Blank, 2007)

  • De Hypofyse:
  • Het wordt ook wel hersenaanhangsel genoemd: Een halve gram wegend aanhangsel van de hypothalamus, dat vanwege zijn enorm belangrijke rol in het menselijk lichaam ook wel de "meester"klier genoemd wordt. Ze zit vast aan de hypofysesteel en regelt de uitscheiding van de endocriene of hormoonproducerende klieren in het lichaam. Op haar beurt staat zij weer onder invloed van de hypothalamus. (www.stamcel.org)

  • Hypothalamus:
  • Het regelcentrum dat zorgt voor het handhaven van het interne milieu (homeostase). Dit gebeurt op verschillende manieren: Direct door de aansturing van het autonome zenuwstelsel en indirect door het organisme te motiveren bepaald gedrag te vertonen. De hypothalamus ligt aan de voor- en onderzijde van de thalamus, weegt vier gram en neemt minder dan n procent van het hersenvolume in beslag. Een belangrijke taak van de hypothalamus is de besturing van het hormonale systeem. De hypothalamus speelt daarnaast een hoofdrol bij het reguleren van het autonome zenuwstelsel. Tot slot bevat de hypothalamus de biologische klok in de nucleus suprachiasmaticus. (www.stamcel.org)

  • Kleine hersenen:
  • Deze worden ook wel cerebellum genoemd en vormen de aan de achteronderzijde van de schedel gelegen hoop zenuwweefsel. De kleine hersenen omvatten ongeveer 1/8e deel van de hersenmassa, bevatten meer dan de helft van alle neuronen en zijn sterk geplooid. Ze liggen redelijk afgescheiden van de rest van het centraal zenuwstelsel. Het cerebellum is betrokken bij de voortbeweging en bij het bewaren van het evenwicht.

    De kleine hersenen zijn ook betrokken bij impliciet leren, dat zijn vormen van leren die buiten het bewustzijn omgaan, maar die wel merkbaar zijn in gedrag. Niemand weet precies wat hij bij tennis moet doen om de arm goed te bewegen, maar door oefenen krijgen we de beweging onder controle. Ook spelen de kleine hersenen een rol bij taal en bij taken die een beroep doen op het werkgeheugen, zoals het herhalen van een telefoonnummer om het niet te vergeten.

  • Middenhersenen:
  • Een andere benaming voor het mesencephalon. Ze liggen in het bovenste deel van de hersenstam. De middenhersenen zijn betrokken bij de regulatie van zintuiglijke en motorische functies en spelen bijvoorbeeld een rol bij de totstandkoming van oogbewegingen. Tevens worden hier visuele en auditieve reflexen gecordineerd, zoals bijvoorbeeld het pupilreflex.

  • Paritaalkwab:
  • Deze kwab wordt ook wel de wandbeenkwab genoemd. Van opzij gezien ligt deze kwab aan de achter/bovenzijde gelegen deel van de hersenschors. Dit deel van de schors is betrokken bij zintuiglijke en cognitieve functies, zoals aandacht, ruimtelijk inzicht, lezen en rekenen. Het voorste gedeelte van de paritaalkwab ontvangt zintuiglijke informatie van de thalamus.

  • Pijnappelklier:
  • De epifyse wordt dit gedeelte ook genoemd. Het is een klein uitgroeisel aan de bovenkant van de tussenhersenen. De pijnappelklier produceert het hormoon melatonine, dat onder andere een rol speelt bij de seksuele rijping. De klier staat indirect nog wel onder invloed van licht. Bij vogels is zij waarschijnlijk werkzaam als biologische klok (bestuurt biologische ritmen). Er zijn aanwijzingen dat het hormoon melatonine ook bij de mens een rol speelt bij de controle van de verschillende biologische ritmen. (www.stamcel.org)

  • Ruggenmerg:
  • Naast ruggenmerg wordt de benaming medulla spinalis gehanteerd. Het vormt een streng zenuwweefsel, gelegen binnen het wervelkanaal, die zonder duidelijke begrenzing overgaat in het verlengde merg. Aan de onderzijde eindigt het ruggenmerg ter hoogte van de eerste of tweede lendenwervel. De functie van het ruggenmerg is het tot stand brengen van contact tussen de hersenen en de rest van het lichaam (via de ruggenmergszenuwen). Daarnaast speelt het ruggenmerg een belangrijke rol bij een aantal reflexen.

  • Thalamus:
  • De Thalamus is een eivormige, grijze stof die in beide hersenhelften ligt. Het is aan de onderkant vergroeid met de hypothalamus en aan de zijkant met de grote hersenen. De thalamus speelt een belangrijke rol bij de selectie van prikkels die doorgegeven moeten worden aan de verschillende delen van de hersenschors en wordt daarom wel aangeduid als de 'poort naar de hersenschors'. De thalamus bestaat uit een dertigtal kernen met een eigen, verwante functie. Zij spelen een rol bij het doorgeven en aanpassen van prikkels uit de zintuigen. Tevens is de thalamus betrokken bij de bewustwording van bepaalde prikkels waaraan de hersenschors een preciezere betekenis hecht. Het gaat hierbij vooral om de emotionele connotaties die een gebeurtenis oproept. Een connotatie is de met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) buiten de eigenlijke betekenis. (www.woorden.org). De thalamus is betrokken bij de motoriek, geeft informatie door vanuit de kleine hersenen en de basale ganglia (een groep hersenstructuren rondom de thalamus die betrokken zijn bij de controle van bewegingen) naar de motorische hersenschors en speelt onder andere een rol bij de handhaving van het bewustzijn.

  • Ventrikels:
  • Deze worden ook wel de hersenkamers genoemd. Het zijn 4 met hersenvocht gevulde holten in de hersenen. Men onderscheidt twee laterale of zijventrikels, die in de grote hersenen liggen; het derde ventrikel ligt in de tussenhersenen en het vierde ventrikel in de hersenstam. De ventrikels zijn onderling verbonden en staan in open verbinding met de subarachnodale ruimte (ruimte tussen het binnenste en middelste hersenvlies). Door de ventrikels stroom hersenvocht. De hoofdfunctie hiervan is schokdemping en bescherming van hersenen en ruggenmerg. Een nevenfunctie van hersenvocht is transport van voedingstoffen en afvoer van afvalstoffen. (Blank, 2007)

  • Verlengde merg:

Een andere benaming is medulla oblongata. Het is het overgangsgebied van het ruggenmerg naar de hersenen. Het verlengde merg is niet groter dan het laatste kootje van de pink, maar is van vitaal belang. Het bevat bijvoorbeeld kernen die betrokken zijn bij het regelen van de ademhaling, hartslag, slikken, de omvang van kleine bloedvaten en daarmee indirect de bloeddruk, waken, slapen, hoesten en braken en andere vitale functies. Tevens bevat het verlengde merg de piramidekruising, waar zenuwbanen oversteken zodat de linker hersenhelft de rechterkant van het lichaam bedient. Het is een belangrijke schakelcentrale tussen ruggenmerg en overige hersendelen.

Ons geheugen

Er zijn dus meerdere gebieden in de hersenen die ons geheugen vormen, maar wat is het geheugen eigenlijk? Het geheugen is ons vermogen om allerlei soorten informatie via de zintuigen op te nemen, in de hersenen op te slaan en later weer op te diepen en toe te passen. In het geheugen vinden dus eigenlijk uit drie verschillende processen plaats.

Het begint met het opnemen van informatie, dat gebeurt via de zintuigen. Deze informatie wordt voor een gedeelte van een seconde vastgehouden en dan verwerkt. Dit gebeurt in het zintuiglijk geheugen oftewel sensorische geheugen. Dit deel van het geheugen wordt opgedeeld in een gedeelte waarin beelden worden opgeslagen en een deel waarin geluiden worden opgeslagen. Het sensorische geheugen kan het beste worden opgevat als een nagolf van neurale activiteit nadat een stimuluspresentatie is beindigd. (Wolters, 1999)

Daarna komt de informatie terecht in het kortetermijngeheugen. Hier wordt het enkele minuten vastgehouden. In die tijd wordt de informatie herkend, geselecteerd en georganiseerd. In het kortetermijngeheugen wordt dus bekeken wat voor soort informatie het is, welk deel moet worden opgeslagen en hoe dat moet gebeuren. Vandaar wordt het kortetermijngeheugen ook wel het "werkgeheugen" genoemd. Het is mogelijk om ongeveer 7 items te onthouden in het werkgeheugen, maar dit aantal kan eventueel worden uitgebreidt d.m.v. oefening en ezelsbruggetjes.

Er zijn twee specifieke plekken in de hersenen die functioneren als het kortetermijngeheugen: De hippocampus en het amygdala, dat deel is van het limbisch systeem en ligt in de temporale kwab.

Daarnaast spelen andere hersendelen nog een rol, zoals de besproken de frontale cortex (voorhoofdskwab), paritale cortex (partielkwab), cingularis anterior (onderdeel van de hersenbalk) en delen van de basale ganglia.

De informatie die is opgeslagen in het werkgeheugen wordt vervolgens doorgestuurd naar het langetermijngeheugen. Hier kan de informatie in principe voor de rest van ons leven opgeslagen blijven en later ook weer teruggeroepen (oftewel herinnerd worden). Er blijken verschillende soorten langetermijngeheugen te zijn. Elke soort langetermijngeheugen is verantwoordelijk voor andere soorten informatie.

  • Het langetermijngeheugen waar feitenkennis wordt opgeslagen, heet het declaratief geheugen. Zo weten we bijvoorbeeld dat Parijs de hoofdstad van Frankrijk is, kennen we de rekentafels en hebben we herinneringen aan ons eerste bezoek aan de middelbare school. Het declaratief geheugen is weer opgedeeld het episodisch geheugen, die meer betrekking heeft op persoonlijke gebeurtenissen, en het semantisch geheugen, die betrekking heeft op de daadwerkelijke feiten en betekenissen van o.a. woorden.
  • Het langetermijngeheugen voor vaardigheden zoals fietsen of het gebruiken van een mobiele telefoon heet het procedureel geheugen.
  • Een andere subvorm is perceptuele priming. Deze heeft betrekking op het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen.
  • Daarnaast is er ook nog klassieke conditionering, waardoor men dingen kan leren door associatie van een conditionele en een niet-conditionele prikkel met een bepaalde handeling.
  • Tenslotte zijn er nog habituatie en sensitisatie. Deze worden gezien als de eenvoudigste vormen van leren. Habituatie kan omschreven worden als het geleidelijk (passief) wennen aan herhaaldelijke terugkerende prikkels en Sensitisatie is een vorm van niet-associatief leren waarbij een versterking van een reflex op prikkels plaatsvindt.
Hersenen en geheugen van een dementerende

De hersenen van dementerenden verschillen van de hersenen van een gezond persoon. Dementie is een proces van achteruitgang van de hersenfuncties. Dit verschijnsel staat bekend als "Hersenatrofie bij dementie". Dit wil zeggen dat de hersenen gedeeltelijk afsterven.

Dementie gaat gepaard met het verlies van verbindingen tussen neuronen, waardoor zijn deze niet meer goed in staat om met elkaar te communiceren. Naarmate de ziekte vordert, gaan niet alleen de uitlopers van de zenuwcellen, maar gaat zelfs het hele neuron verloren. Zenuwcellen in onze hersenen zijn, in tegenstelling tot andere cellen in ons lichaam, niet meer in staat zich door deling te vermenigvuldigen. Dit heeft tot gevolg dat zenuwcellen die eenmaal verloren zijn gegaan niet meer kunnen worden vervangen. De schade die ontstaat door het afsterven van zenuwcellen is dus onherstelbaar. Bij patinten met ernstige vormen van dementie kan, door het verlies van verbindingen tussen neuronen en het afsterven van zenuwcellen, het volume van de hersenen met 10 tot 15% verminderen. Dit verlies van hersenweefsel kan tijdens het leven met scantechnieken zichtbaar worden gemaakt. Deze hersenatrofie is voor diverse vormen van dementie verschillend. De uitgebreide oorzaken van dementie komen later aan bod bij de bespreking van de verschillende vormen van dementie.

Hieronder staan twee afbeeldingen weergegeven waarin goed het verschil te zien is tussen de hersenen van een gezond persoon en twee personen met de ziekte van Alzheimer, een vorm van dementie. Grade 1 zijn normale hersenen, Grade 2 zijn hersenen met een matige vorm van dementie en Grade 3 zijn hersenen met een ernstige vorm van dementie.

Uiteindelijk tast dementie alle hersengebieden aan. Niet alle soorten dementie verlopen hetzelfde. De ene soort geleidelijk, de andere schoksgewijs. Vaak begint dementie met stoornissen in het opnemen van nieuwe informatie, soms zijn gedragsveranderingen de eerste verschijnselen. Kenmerkend voor alle soorten dementie is een voortschrijden verlies van het geheugen en het verlies van het denk en oordeelsvermogen.

Symptomen van dementie

Er is nu bekend wat er met de hersenen van een dement persoon gebeurt, maar wat zijn de symptomen van dementie die voor de omgeving waarneembaar zijn?

Geheugen

Als eerste openbaren zich meestal stoornissen in het korte geheugen. Bijvoorbeeld: de persoon in kwestie kan zich niet meer herinneren wat hij of zij zojuist gegeten heeft, een spelletje spelen gaat niet zo goed meer, iemand vertelt steeds weer dezelfde dingen en herhaalt dezelfde vragen zonder dit zelf in de gaten te hebben, etc. Zowel de patint zelf als zijn omgeving hebben er last van. De omgeving omdat ze veel dingen moet herhalen en zich moeten aanpassen in omgang met de dementerende, de persoon zelf omdat hij deze dingen zelf steeds vergeet en er machteloos tegenover staat.

Sommige mensen merken zelf dat hun geheugen achteruitgaat en kunnen daar bang, somber of kwaad van worden. Anderen proberen, dikwijls uit schaamte, de geheugenproblemen te verbloemen door een grapje te maken of een ontwijkend antwoord te geven, of door te ontkennen dat zij iets al eerder gezegd hebben.

Langzamerhand wordt ook het langetermijngeheugen aangetast. In het algemeen is het zo, dat nieuwe informatie het snelst verloren gaat, en dat informatie die al heel lang in het geheugen zit, het best bewaard blijft. Daardoor komt aantasting van het langetermijngeheugen vrijwel alleen voor bij mensen waarbij de dementie al vergevorderd is. Dementerende bejaarden hebben het ook heel vaak over vroeger en kunnen die verhalen keer op keer vertellen aan andere mensen.

In het bejaardentehuis waar ik werkte, was er een vrouw die het altijd over het caf van haar vader. Uren kon ze erover vertellen en we hoefden maar een lied van vroeger op te zetten, of ze kon het helemaal meezingen. Ze fleurde helemaal op als ze zong, want van het heden wist bijna niets meer.

Uiteindelijk zullen ook de herinneringen van vroeger vager en zullen deze wegvallen.

(Verbraeck & Van der Plaats, 2008)

Desorintatie

De persoon is vaak gedesorinteerd op verschillende fronten.

Iedereen heeft een soort ingebouwde tijdklok, een besef dat je ongeveer weet hoe laat het is. Wanneer dit gevoel niet of minder aanwezig is, dan wordt dat 'desorintatie in tijd' genoemd. De dementerende weet dan niet meer welke dag het is, welk jaar en dergelijke.

Wanneer iemand niet meer weet waar hij woont, waar hij nu is, waar de wc in huis te vinden is, dan spreekt men van 'desorintatie in plaats'. De dementerende weet dan concrete plekken die hij zich wel herinnert, niet meer te herkennen of te vinden.

Dan is er ook nog "desorintatie in persoon". Dit wil zeggen dat de demente persoon personen in zijn directe omgeving niet meer weet te herkennen, zoals bijvoorbeeld hun vrouw of zoon. Sommige patinten herkennen hun eigen spiegelbeeld zelfs niet meer. Ze kunnen dan bang worden voor degene die in de spiegel naar hen kijkt of daar zelfs agressief op reageren. Vaak hoort men demente mensen zeggen 'ik moet naar moeder, waar is moeder', terwijl deze al jaren geleden is overleden. Soms spreken zij ook hun eigen vrouw als moeder aan.

(mens-en-gezondheid.infonu.nl)

Afasie

Er kunnen ook vele taalstoornissen optreden, die afasie worden genoemd. De patint kan dingen die hij of zij ziet of hoort niet meer benoemen. Bijvoorbeeld dat de bejaarde zijn sleutels aan het zoeken is en iemand om hulp wil vragen, maar hij kan niet meer op het woord "sleutels" komen. Anderen kunnen nog goede zinnen vormen, maar hebben er erg veel tijd voor nodig.

In een verder gevorderde fase kan dit vaak niet meer. Dan worden woorden weggelaten of vervormd tot hele andere woorden. Men kan ook woorden tot in den treuren gaan herhalen, de hele dag lang zonder dat men er een concrete bedoeling mee heeft. Uiteindelijk kan de achteruitgang zover doorgaan dat de patint niets meer zegt.

Er zijn drie vormen van afasie: Bij de eerste vorm probeert de persoon iets te zeggen, maar wordt het niet op de juiste manier gezegd. Dit is storend, maar andere mensen kunnen de persoon nog wel begrijpen.

Bij de tweede vorm volgt er een stroom van woorden die echter geen betekenis hebben of onsamenhangend zijn. Het wordt dan al moeilijke om de persoon de begrijpen.

Bij de derde vorm kan de dementerende alleen nog gestoord taalbegrip uitschreeuwen of brabbelen. Het contact met deze mensen verloopt heel moeizaam, waardoor deze mensen ook moeilijker te helpen zijn.

Afasie hoort niet alleen bij dementie, maar kan ook afzonderlijk optreden, zoals na een hersenbeschadiging of een hersenbloeding.

(www.alzheimercentrum.nl)

Apraxie

Naast spraakproblemen, kunnen er ook problemen optreden in het verrichten van handelingen en in de motoriek van de dementerende. Deze symptomen vallen onder het begrip apraxie.

De kleine dagelijkse handelingen zoals veters strikken, knopen dichtmaken, eten met mes en vork, enz. kunnen een waar struikelblok vormen. Ondanks het feit dat deze mensen niet gehandicapt zijn en hun spieren goed werken, kunnen zij deze praktische handelingen niet uitvoeren. Voorbeelden hiervan zijn dat men een broek over het hoofd probeert aan te trekken alsof het een overhemd is, dat men thee niet in het kopje schenkt, maar ernaast of in de suikerpot en dat men niet meer fatsoenlijk kan eten met bestek, maar alleen nog met een lepel. Door al deze beperkingen wordt het leven van een demente bejaarde een stuk lastiger en zal hulp uiteindelijk een vereiste worden.

(nl.wikipedia.org)

Agnosie

Iets wat lijkt de eerder besproken desorintatie is agnosie. Agnosie betekent dat er een stoornis is in het vermogen om dingen te herkennen. Men kan gewone gebruiksvoorwerpen niet meer herkennen en weet niet waar ze voor zijn, zoals een telefoon of een nietmachine. Belangrijk hierbij is dat iemand wel goed kan waarnemen en dus kan zien, horen, ruiken en voelen, maar desondanks datgene wat wordt waargenomen niet herkent. Hierdoor kunnen situaties ontstaan die gevaarlijk zijn voor de persoon. Deze niet meer rationeel kan functioneren, omdat hij het gevaar van een bepaalde situatie niet herkend, zoals bijvoorbeeld de geur van aardgas als het gasfornuis niet goed is uitgedaan. Deze herkenningstoornissen horen niet specifiek bij een zintuig, maar kunnen bij alle zintuigen voorkomen.

Een speciale vorm van agnosie is het niet meer herkennen van de eigen vingers of handen. Deze mensen kunnen wel eens heel verbaasd naar hun eigen handen kijken als waren het de handen van een ander. Het voorkomen van agnosie hoeft echter niet te duiden op dementie, maar kan ook door andere invloeden zijn ontstaan.

(www.slotervaartziekenhuis.nl)

Veranderingen in stemming en persoonlijkheid

Men kan ook veranderingen in stemming en persoonlijkheid gaan vertonen. In de beginstadia van de ziekte komt het vaak voor dat de dementerende in een depressieve stemming komt en daardoor in zichzelf gekeerd raakt. Verwonderlijk is dit niet, dit heeft meestal ermee te maken dat de persoon zelf er moeite mee heeft om zijn lichamelijk en geestelijke achteruitgang te accepteren. Sommige gevoelens kunnen openlijke agressie veroorzaken, zoals onmacht en wrok. De bejaarde raakt sneller gemotioneerd wat gepaard gaat met stemmingswisselingen. Zo wisselen blijdschap, verdriet, woede en angst elkaar vaak af. In veel gevallen zijn de mensen wat neerslachtiger, angstiger en redelijk achterdochtig. Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn.

Ik heb een bejaarde man leren kennen van 65 jaar, Jan. Hij was hartstikke dement en dacht dat zijn vrouw zijn moeder was. Je moest constant een oogje in het zeil houden, want voordat je het wist was hij ervandoor. Ondanks dit alles is Jan de meest vrolijke man die ik ook gezien heb. Hij liep altijd met een enorme glimlach op zijn gezicht rond en kon schateren om alles wat je zei, mede doordat hij het de helft van de tijd niet begreep. Alles vond hij leuk om te doen: overgooien, spelletjes en vooral dansen. Daarnaast was hij zelfs weer opnieuw verliefd geworden op een demente vrouw die op dezelfde afdeling woonde. Dan liepen ze hand in hand over de gang en gaven elkaar soms zelfs een kusje.

Naast de stemming, kan tevens het karakter van de persoon veranderen. Soms zijn deze veranderingen negatief, zoals bijvoorbeeld bij een persoon die altijd heel netjes was en uiteindelijk een enorme sloddervos en "viespeuk" wordt. Bij andere personen worden bepaalde karaktertrekken als het ware versterkt. Zo kunnen wantrouwende mensen erg achterdochtig worden en zelfs paranode. Iemand kan menen dat iemand zijn/haar sleutels heeft gestolen, terwijl ze enkel op een andere plek zijn gelegd.

Tevens kunnen mensen gaan hallucineren en dus dingen gaan horen en zien die er in werkelijkheid niet zijn. Dit alles verschilt van persoon tot persoon, waardoor er geen typische persoonlijkheid is bij dementen.

Er zijn nog meer verschillende kenmerken, zoals rusteloosheid en het systematisch herhalen van een bepaalde activiteit, zoals ijsberen of steeds op en neer wiebelen. Andere mensen blijven weer apathisch een groot deel van de dag zitten en zullen uiteindelijk lichamelijke problemen krijgen, waardoor ze problemen kunnen krijgen met lopen.

Wat ook voorkomt is dat mensen zich niet meer aan gebruikelijke fatsoensnormen houden, maar doen wat ze willen ook al is dit ongepast. Door hun dementie kunnen mensen niet meer goed inschatten of begrijpen wat gepast is en wat niet. Het gebeurt soms zelfs dat mensen een drang krijgen om zich midden in een kamer uit te kleden of dat ze zich vergrijpen aan verzorgers tijden het wassen. Het naakt worden aangeraakt kan wel eens seksuele prikkels opwekken.

Soms worden dementerende bejaarden incontinent, waardoor ze luiers moeten dragen. Dit kan voor de desbetreffende zeer kleineren en beschamend zijn.

Wat voor de hand ligt, is dat dementen hun interesse voor bepaalde zaken verliezen. Men begrijpt veel dingen niet meer en kan bepaalde dingen ook niet meer zelf. Niet zo zeer de fysieke dingen, maar de dingen waar je toch zeker je verstand voor nodig hebt. Voorbeelden hiervan zijn het beheren van geld, klok kunnen kijken en zelf kunnen koken.

Er zijn dus vele symptomen die kunnen duiden op dementie. Dit is lang niet altijd het geval. Veel symptomen komen ook voor bij andere ziektes of aandoeningen, waardoor het niet meteen is vast te stellen wat de persoon heeft. Als er echter veel van deze kenmerken optreden in een redelijk kort tijdbestek, is dementie wel te herkennen. Bovendien zijn, zoals eerder genoemd, de symptomen lang niet bij iedereen hetzelfde. Alleen een specialist met specialistische apparatuur kan dementie al in een vroeg stadium vaststellen.

Algemene bron: www.medicinfo.nl

De oorzaken van dementie

Dementie komt niet uit de lucht vallen, maar heeft meestal een oorzaak. Het is echter moeilijk om die oorzaak te achterhalen, omdat onder andere de symptomen niet duidelijk te onderscheiden zijn en in elkaar over lopen. Bovendien hoeven verschijnselen van dementie er niet altijd op te duiden dan een persoon daadwerkelijk dementie heeft.

Meestal zijn het lichamelijke ziektes die aanleiding geven tot verschijnselen van dementie. Zo kan iemand die de griep heeft tijdelijk onrustig en vergeetachtig worden. Het gebruik van medicijnen en alcohol kan er ook aan bijdragen dat iemand zich verward gaat gedragen. Daarnaast treedt ook bij een slechte doorbloeding van de hersenen meer vergeetachtigheid op. Zo zijn er meerdere fysieke oorzaken die (tijdelijke) dementiesymptomen veroorzaken.

Alle bovengenoemde oorzaken veroorzaken dus dementieel gedrag. Maar duiden deze daadwerkelijk op de ziekte dementie? Nee, meestal niet.

Maar wat is het dan wel? Bij ongeveer 90% van de mensen die dementieel gedrag vertonen, ligt de oorzaak in de hersenen. Dit hebben we al eerder besproken; de neuronen in de hersenen sterven af, waardoor delen van de hersenen niet meer actief zijn. Doordat deze hersencellen niet meer kunnen worden vervangen, gaan de hersenen slechter functioneren, waardoor de patints hersenen achteruit gaan.

Hoe dit precies gebeurt, verschilt weer per vorm van dementie. Dit wordt verder uitgelegd in het volgende hoofdstuk.

Aangezien het onmogelijk is om zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid de hersenen bij een levend persoon te onderzoeken, is het pas na overlijden mogelijk om met zekerheid te zeggen of de patint daadwerkelijk leed aan dementie of alleen dementile verschijnselen had.

Verschillende vormen van dementie

Zoals vele ziektes heeft dementie verschillende vormen. De volgende vormen komen in dit werkstuk aan bod:

  • De ziekte van Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • De Lewy Body ziekte
  • Het Korsakov Syndroom
  • Ziekte van Pick
  • Ziekte van Creutzfeld-Jacob
  • Ziekte van Parkinson
De ziekte van Alzheimer:

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. In de hersenen van Alzheimerpatinten zijn afwijkingen te zien: de zogenaamde plaques en tangles. Dit zijn allebei eiwitten die neerslaan in de hersenen: tussen de hersencellen of in de wand van de hersenbloedvaten. Deze eiwitten belemmeren daarmee de communicatie tussen zenuwcellen, waardoor uiteindelijk de hersencellen afsterven en de buitenste laag van de hersenschors verschrompelt. Omdat de ziekte zich afspeelt in de hersenschors, krijgt iemand met Alzheimer geheugenproblemen en concentratiestoornissen. Zo wordt het denken en het geheugen van de patint aangetast.

Amylode plaques zijn abnormale clusters van dode en stervende zenuwcellen, andere hersencellen en amylode-eiwit fragmenten. Deze nestelen zich tussen de overgebleven zenuwcellen. Bij gezonde mensen worden deze amylode-eiwitten afgebroken en verwijderd.

Een tangle is een opeenhoping van gedraaide eiwit fragmenten binnen in zenuwcellen. Het tau-eiwit is het belangrijkste van de eiwitten van de tangles. Normaal helpt het tau-eiwit mee om de interne structuur van de cel te handhaven, maar bij deze ziekte heeft het eiwit vooral een negatieve functie.

De oorzaak van het ontstaan van Alzheimer is onbekend, maar er wordt veel onderzoek naar verricht.

Erfelijkheid speelt soms een rol bij het ontstaan van de ziekte, vooral in gevallen waarin de ziekte zich op jongere leeftijd voordoet bij naaste verwanten. Overigens is dan de kans voor familieleden om de ziekte niet te krijgen nog steeds groter dan de kans dat de familieleden wel door deze ziekte worden getroffen.

Ondanks het vele onderzoek is de ziekte van Alzheimer vooralsnog ongeneeslijk. Er bestaan echter wel geneesmiddelen en therapien die het leven van de patinten enigszins kunnen verlichten.

Bij beginnende Alzheimer worden weleens medicijnen gebruikt die een remmende werking op de ziekte zouden hebben, zoals cholinesteraseremmers. Deze zogenaamde cholinesteraseremmers remmen de afbraak van prikkeloverdragende stof acetylcholine in de hersenen. Deze middelen zijn bij een beperkt deel van de patinten, die licht tot matig ernstig aan de ziekte van Alzheimer lijden, gedurende enige tijd werkzaam, in die zin, dat ze de achteruitgang vertragen.

Verder richt de therapie van Alzheimerpatinten zich vooral op begeleiding en zorg. Steeds meer wordt het doel gesteld de patint zo lang mogelijk thuis te ondersteunen. Daar blijken patinten, met hulp, soms opmerkelijk lang te kunnen functioneren. Deze ondersteuning wordt in toenemende mate gegeven vanuit verpleeghuizen, waar ook opname kan plaatsvinden wanneer dat uiteindelijk noodzakelijk is geworden. Tevens nodigen steeds meer verzorgingshuizen bijvoorbeeld kleuters uit om mee te doen met de activiteiten van de demente ouderen. Gebleken is dat de aanwezigheid van kinderen een prikkelende werking op de ouderen heeft.

De feiten over Alzheimer:
  • 1 op de 10 mensen boven de 65 jaar lijdt aan Alzheimer en ongeveer de helft van de mensen boven de 85 jaar.
  • Bij vrouwen boven de zeventig jaar komt de ziekte van Alzheimer twee tot drie keer vaker voor dan bij mannen.
  • Totaal aantal Nederlanders: naar schatting 200.000 (met een verwachte verdubbeling in het jaar 2030)
  • Wereldwijd: naar schatting 20 miljoen mensen met de ziekte van Alzheimer
Vasculaire dementie:

Na de ziekte van Alzheimer is vasculaire dementie de meest voorkomende vorm van dementie. Ongeveer 15% van de mensen met dementie lijdt aan deze vorm. Vasculaire dementie is een verzamelnaam voor aandoeningen met twee speciale kenmerken: In de eerste plaats is sprake van dementie en daarnaast is er de bij patinten sprake van een storing in de bloedvoorziening in de hersenen.

Vasculaire dementie wil zeggen dat het een vorm van dementie is, die wordt veroorzaakt door de vaten. Enkele jaren geleden noemde men dit ook wel "multi-infarct dementie" of "arterosclerotische dementie".

De hersenbeschadigingen, die bij deze vorm van dementie horen, worden veroorzaakt door stoornissen in de bloedvoorziening van de bloedvaatjes in de hersenen. Deze bloedvaatjes vervoeren zuurstof naar de hersenen. Als deze bloedvaatjes stuk gaan of de bloedtoevoer verstopt raakt, bestaat het risico dat bepaalde delen van de hersenen onvoldoende zuurstof krijgen. Het gevolg is dat de hersencellen in dat gebied door zuurstofgebrek afsterven. De verschijnselen die dan optreden zijn afhankelijk van het gebied in de hersenen dat is beschadigd. Het gevolg hiervan is, dat er meerdere vormen van vasculaire dementie bestaan.

Er zijn twee hoofdvormen: n vorm wordt veroorzaakt door een beroerte ('infarct'), en de ander wordt veroorzaakt door aandoeningen van de kleine bloedvaten in de hersenen:

  • Vasculaire dementie na een enkel infarct:
  • Deze vorm van vasculaire dementie ontstaat plotseling als gevolg van een enkel cerebraal vasculair accident. De veranderingen in het denken, behorend bij dementie, treden dan tegelijk op met de lichamelijke gevolgen van een CVA. Deze lichamelijk gevolgen kunnen bijvoorbeeld een halfzijdige verlamming, gevoelsstoornis of probleem met het begrijpen of spreken van taal zijn. Bij ongeveer twintig procent van de patinten die een CVA hebben doorgemaakt, blijkt dat er, na verloop van tijd, sprake is van zodanige geestelijke achteruitgang dat men kan spreken van dementie. De stoornissen die optreden zijn afhankelijk van welk gebied in de hersenen is getroffen door het CVA.

  • Multi-infarct dementie:
  • Deze vorm van vasculaire dementie kan optreden als iemand meerdere keren een infarct heeft gehad. De hersenschade bestaat dan uit meerdere herseninfarcten. Dit kunnen ook lichte infarcten zijn waarvan de betrokkene en zijn omgeving weinig heeft gemerkt. De verschijnselen beginnen plotseling en het beloop wordt bepaald door een stapsgewijze achteruitgang. Ook kan het ziekte-inzicht lang intact blijven; de persoon met dementie beseft wat er aan de hand is. Dit kan leiden tot sombere gevoelens en een trieste stemming. De stoornissen die optreden zijn ook hier afhankelijk van de plaats in de hersenen die is beschadigd.

  • De ziekte van Binswanger:
  • Vasculaire dementie kan ook sluipend beginnen waarbij de achteruitgang geleidelijk is. Dit wijst meestal op de ziekte van Binswanger, die ontstaat door beschadiging van kleine bloedvaatjes die diep in het hersenweefsel zijn gelegen. De eerste verschijnselen bestaan uit loopstoornissen en verschijnselen als het traag worden van denken en handelen. Het spreektempo neemt af en het gezicht verliest uitdrukking. De geheugenproblemen die optreden zijn vaak het gevolg van trage verwerking van binnenkomende informatie.

    Daarnaast komen depressies en waanbeelden veel voor. In de loop van het ziekteproces ontstaat het volledige dementiebeeld. Veel patinten met de ziekte van Binswanger hebben een voorgeschiedenis van hoge bloeddruk.

  • CADASIL

Dit staat voor de aandoening 'Cerebrale Autosomale Dominante Arteriopathie met Subcorticale Infarcten en Leuko-encephalopathie'. Het is een zeer zeldzaam voorkomende, erfelijke vorm van multi-infarct dementie die samenhangt met veranderingen van het notch-3 gen, dus met een genetische modificatie. Deze veranderingen kunnen spontaan ontstaan, maar ook door ouders worden overgedragen op hun kinderen. Bij deze vorm van dementie zijn er afwijkingen in de kleine bloedvaatjes in de diep gelegen delen van de hersens.

(www.mijngelderseroos.nl & www.alzheimer-nederland.nl)

De vasculaire dementie zelf kan vooralsnog niet behandeld worden. Soms is het echter wel mogelijk bijkomende verschijnselen te behandelen, zoals sombere of angstige gevoelens en hallucinaties. Vaak ook al zullen artsen proberen de onderliggende hartziekte of vaatziekte te behandelen om verdere schade zoveel mogelijk te beperken. Ook is het soms mogelijk om met behulp van medicijnen de achteruitgang in het proces van dementering te vertragen.

De Lewy Body ziekte:

De Lewy Body ziekte, ook wel ziekte van Lewy Body genoemd, werd voor het eerst beschreven door een groep Japanse artsen in 1961. Lewy body dementie wordt zo genoemd omdat er abnormale eiwitneerslagen worden gevonden in een karakteristieke vorm, de Lewy body's. Lewy Bodies (lichaampjes) zijn abnormale inkapselingen van eiwitbevattend materiaal in de hersencellen. De theorie is dat deze eiwitten worden afgezet als een hersencel gevaar loopt, bij voorbeeld door de aanwezigheid van een giftige stof. Hoe ze ontstaan is onbekend. Ze komen ook voor bij andere vergelijkbare aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson. Het beeld is nauw verwant met deze ziekten. De Lewy-lichaampjes kunnen niet opgespoord worden tijdens het leven, maar pas na het overlijden door een hersenonderzoek. Lewy body dementie komt ongeveer anderhalf keer zo vaak voor bij mannen dan bij vrouwen en begint meestal rond de leeftijd van 57-67 jaar. Het ontstaat vaak in samenhang met Parkinsonisme.

Ook voor deze vorm van dementie zijn er nog geen geneesmiddelen. De ziekte zelf kan dus nog niet behandeld worden. Vaak reageren de patinten averechts of met veel bijwerkingen op de gebruikelijke medicijnen die bij hallucinaties en onrust gegeven worden.Medicijnen die bij de ziekte van Parkinson worden gegeven, kunnen een gunstig effect hebben op de motorische verschijnselen. De laatste jaren blijkt uit onderzoek dat een belangrijk gedeelte van de patinten met Lewy body dementie goed reageren op middelen zoals rivastigmine (Exelon). Patinten worden als gevolg van deze medicatie vaak helderder, de aandacht verbetert en de patinten zijn minder verward. Hoe lang het effect van deze medicatie aanhoudt en wat het voor het verloop van de ziekte betekent is nog niet bekend.

(www.btsg.nl & www.hersenstichting.nl)

Het Korsakov syndroom:

Het syndroom van Korsakov werd aan het eind van de negentiende eeuw voor het eerst beschreven door Sergei Sergeivich Korsakov. Het is een syndroom, dat veroorzaakt wordt door langdurig alcoholgebruik in combinatie met een slechte voeding. Met Name het hierdoor optredende vitamine B-1 gebrek is verantwoordelijk voor het ontstaan van het Korsakov Syndroom. Ook niet-alcoholisten kunnen een syndroom krijgen, waarbij geheugenverlies optreedt, dat lijkt op het syndroom van Korsakov. Dit kan gebeuren wanneer zij in een slechte voedingstoestand verkeren, door bijvoorbeeld een stoornis in het maag-darmkanaal of gebrek aan primaire voedingsstoffen. In tegenstelling tot veel dementiesyndromen, is het syndroom van Korsakov geen ziekte waardoor iemand steeds verder achteruit gaat. Wanneer gestopt wordt met drinken blijven de cognitieve stoornissen stabiel en vaak gaat iemand weer beter functioneren. Als iemand blijft drinken kunnen de cognitieve stoornissen wel steeds erger worden. Er kan dan een alcoholdementie ontstaan. Hiervan is sprake als ook herinneringen uit het verre verleden en de intellectuele vaardigheden verloren gaan.

Korsakov kan worden behandeld door het aanvullen van het thiaminetekort, soms samen met andere vitamines. Ook is het van belang dat Korsakovpatinten stoppen met het drinken van alcohol. Door deze maatregelen kunnen patinten bij wie Korsakov in een vroeg stadium is ontdekt zodanig herstellen dat ze weer eenvoudige, alledaagse taken kunnen leren. In meer gevorderde stadia en bij alcoholdementie, kan de schade aan de hersenen vaak niet meer herstellen. Patinten blijven dan last houden van geheugenverlies en andere neurologische stoornissen. Tevens is voldoende mantelzorg van belang en het doen van activiteiten, zodat de patint mobieler en zelfstandiger wordt.

(www.wikipedia.nl & www.hersenstichting.nl)

De ziekte van Pick:

De ziekte van Pick is een aandoening van met name het voorste deel van de hersenen, de frontale kwab. De ziekte van Pick noemt men dan ook een frontontemporale dementie. Frontotemporale dementie is een aandoening van het voorste deel van de hersenen: de 'frontaalkwab' (voorhoofdskwab) en 'temporaalkwab' (slaapkwab). Semantische dementie is een zeldzame vorm van frontotemporale dementie, waarbij voornamelijk de temporale kwabben zijn aangedaan. Hierbij is vooral het taalvermogen aangedaan.

Kenmerkend voor de ziekte van Pick zijn de opgezwollen, ballonvormige zenuwcellen in het voorste deel van de hersenen. De oorzaak van de ziekte van Pick is nog niet bekend. Het ziektebeeld onderscheidt zich in een aantal opzichten duidelijk van andere vormen van dementie, zoals de ziekte van Alzheimer. In 40% van het aantal gevallen wordt de ziekte veroorzaakt door een afwijking in het erfelijk materiaal. Deze vorm van dementie komt voor op redelijk jonge leeftijd: De eerste verschijnselen kunnen tussen het veertigste en het zestigste levensjaar optreden. De aandoening begint meestal sluipend. De eerste verschijnselen uiten zich met name in veranderingen in gedrag en persoonlijkheid. Ook kunnen er lichamelijke stoornissen zoals stereotiepe gelaatstrekken ontstaan.

Voor de ziekte van Pick bestaat geen genezende behandeling. Bepaalde verschijnselen, vooral gedragsveranderingen, kunnen echter wel met medicijnen worden verminderd. De omgang met iemand, die lijdt aan de ziekte van Pick, moet zo veel mogelijk gericht zijn op het bieden van ordening en structuur. Impulsief gedrag wordt door gebeurtenissen, die van het dagelijkse patroon afwijken gestimuleerd. Voor taal- en spraakproblemen is logopedie een optie.

(www.mijngelderseroos.nl & Buijssen, 2007)

De ziekte van Creutzfeldt-Jacob:

De ziekte van Creutzfeld-Jacob is een zeldzame en ongeneeslijke hersenziekte, waarbij de hersencellen in snel tempo afsterven. Deze hersenaandoening, in feite een zeer snel verlopende vorm van dementie, wordt veroorzaakt door een eiwit (prion) dat normaal in het lichaam aanwezig is, maar door verandering van vorm allerlei ziekteverschijnselen veroorzaakt. De ziekte van Creutzfeld-Jacob leidt tot spongiforme encefalopathie, wat willen zeggen dat de hersenen er sponsachtig uitzien. Er zijn epidemiologisch gezien 3 verschillende soorten gevallen van CJD: de spontane vorm, de erfelijke vorm en de iatrogene (door medisch handelen veroorzaakte) vorm. De grote meerderheid van de gevallen (85%) wordt gevormd door spontane en zogenaamd 'sporadische' gevallen.

De ziekte begint vaak sluipend tussen de leeftijden van 50 en 70 jaar, met niet-specifieke symptomen zoals hoofdpijn, moeheid, of depressie, en bij gangbare neurologische onderzoeksmethoden wordt aanvankelijk niet zelden geen enkele afwijking aangetroffen.

Deze ziekte is genoemd naar twee Duitse neurologen, namelijk H.G. Creutzfeld en A.M. Jacob, die de ziekte aan het begin van deze eeuw voor het eerst beschreven. De diagnose kan pas met zekerheid worden vastgesteld na het overlijden van de patint. Met de ziekte van Creutzfeld-Jacob vergelijkbare ziekten komen voor bij onder meer schapen (scrapie) en runderen (BSE of gekkekoeienziekte). In de jaren tachtig heeft een aantal mensen in Groot-Brittanni een nieuwe variant van de ziekte opgelopen, door het eten van met BSE besmette producten.

De ziekte van Parkinson:

De ziekte van Parkinson wordt gekenmerkt door stoornissen in het bewegen, waarvan het beven van de vingers en handen wellicht het meest bekend zijn. De ziekte heette in eerste instantie "paralysis agitans", maar is later vernoemd naar haar ontdekker, de arts James Parkinson. Het begin van de ziekte ligt doorgaans tussen het vijftigste en het vijfenzestigste levensjaar. Er zijn enkele gevallen bekend met een jongere beginleeftijd. Het is een zeldzame aandoening, ongeveer 0,1% van de bevolking wordt er door getroffen. De kans om de ziekte te krijgen, neemt toe met het ouder worden en van de mensen ouder dan vijfenzestig lijdt ongeveer 1% aan deze ziekte. De gemiddelde ziekteduur bedraagt acht jaar, maar kan van een tot dertig jaar.

Bij de ziekte van Parkinson ontstaat in de hersenen een tekort aan de neurotransmitter dopamine, dat de aansturing van spierbewegingen aantast. Hierdoor gaan armen en benen beven. Tegelijkertijd worden spieren stijf, waardoor lichaamsbewegingen moeilijker op gang komen.

Naast veranderingen in het bewegen, komen er ook depressieve gevoelens voor en kunnen ook veranderingen in het denken optreden. Als deze veranderingen zo ernstig zijn, dat ze het dagelijks functioneren belemmeren, spreekt men van dementie. Uit een aantal onderzoeken komt naar voren, dat vijfendertig tot vijfenvijftig procent van de mensen, die aan Parkinson lijden, daarnaast een vorm van dementie ontwikkelt. De veranderingen in het denken kunnen diverse vormen aannemen en verschillende symptomen veroorzaken.

Dementie is een langzaam voortschrijdende aandoening, die niet terug te draaien is. Er zijn nog geen medicijnen bekend, die de geestelijke achteruitgang kunnen stoppen. Met het vorderen van de ziekte wordt iemand toenemende mate hulpbehoevend, Men raakt de controle over het lichaam kwijt, wat tot lichamelijke complicaties kan leiden. Uiteindelijk dient de patint geheel verzorgt te worden en lukt zelfstandig eten niet meer. Mensen, die lijden aan de ziekte van Parkinson of dementie overlijden vaak te gevolg van een bijkomende complicatie, zoals longontsteking, urineweginfectie, hartziekten of vaatziekten.

(www.alzheimer-nederland.nl)

Veranderingen in het leven

Literatuurlijst:

  • Buijssen, Huub (2007), "De beleving van dementie", Utrecht, het Spectrum.
  • Alkema, F.M.J & Blom, M.M. & Kootte, M. & Sipsma, D.H. (2001), "Dementeren: ziekte en zorg", Assen, Van Gorcum.
  • Verdult, Rien (2003), "De pijn van dement zijn", Baarn, HBuitgevers.
  • Gezondheidswijzer: Alzheimer - Medische staf van de Amerikaanse "Mayo-Clinic".
  • Buijssen, Huub (2004), "De heldere eenvoud van dementie", Utrecht, het Spectrum.
  • Braam, Stella (2005), "Ik heb Alzheimer", Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar.
  • De wondere wereld van dementie - Bob Verbraeck, Anneke van der Plaats (door Elsevier gezondheidszorg)
  • Verbraeck, Bob & Van der Plaats (2008), "De wondere wereld van dementie", Maarssen, Elsevier Gezondheidszorg.
  • www.alzheimer-nederland.nl + brochure
  • www.orbisconcern.nl
  • www.dementia.nl
  • www.rivm.nl
  • Brochures en dvd van Alzheimer centrum Limburg
  • Bio-Wetenschappen en Maatschappij (2007), Jaargang 26, derde kwartaal.
  • Blank, Catrin (2007), "Hersenen en centraal zenuwstelsel", Amsterdam, The Reader's Digest.
  • Hamaker, Christiaan & Busato, Vittorio (2000), "Het geheugen", Amsterdam, Amsterdam University Press.
  • Wolters, Gezinus (1999), "Functie en anatomie van het werkgeheugen", in: Neuropraxis, Jaargang 3, eerste kwartaal, pp. 64-69.
  • www.natuurinformatie.nl
  • http://www.neurologie.nl
  • http://www.hersenstichting.nl
  • www.geheugenwebsite.nl
  • http://www.medicinfo.nl
  • wetenschap.infonu.nl
  • www.slotervaartziekenhuis.nl
  • www.medicinfo.nl
  • Diverse links via de zoekmachine Google

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!