China Crisis

De kloof tussen arm en rijk

Hoe ontwikkelt zich de kloof tussen arm en rijk in China in tijden van een crisis? En wordt die kloof groter of kleiner?

1. Algemeen

Overal in de wereld, het maakt niet uit welk land, is er wel een kloof tussen armen en rijken. Ook hier in Nederland is er een kloof tussen deze twee “bevolkingsgroepen”. En die kloof zal er ook altijd wel blijven. Want er blijft altijd wel een groep die meer geld verdient dan anderen. Maar die verschillen tussen deze twee groepen zijn zo nihil in Nederland, dat het geen groot maatschappelijk probleem vormt. Dat komt ook door de indeling van sociale zorg en dergelijke. Wanneer iemand niet kan werken, krijgt deze een uitkering. En naar je achtergrond wordt al helemaal niet gekeken.

Van een sociale kloof tussen arm en rijk is vooral sprake in ontwikkelingslanden. Deze kloof ontstaat vooral door de grote armoede die er heerst. Armoede is door de Verenigde Naties gedefinieerd als ‘het niet in staat zijn een minimale levensstandaard te verkrijgen'. Dit betekent dat men niet voldoende voedsel heeft en meestal ook geen baan heeft. Dit wordt ook wel absolute armoede genoemd. Oftewel; absolute armoede is een situatie dat men nauwelijks meer in staat is om te leven. Men bevindt zich rondom het fysieke bestaansminimum.

Een andere soort armoede is relatieve armoede. Hiervan is sprake wanneer men wel voldoende inkomen heeft om te voorzien in de basisbehoeften, maar onvoldoende inkomen om normaal in de samenleving te functioneren. Dit is dus een ander soort armoede in vergelijking met de absolute armoede. Je bent niet zo arm dat je eigenlijk niet kan leven, maar je hebt wel veel minder dan iemand anders. Om een voorbeeld te noemen; je buurman heeft twee auto's en jij alleen een fiets; je buurman gaat op vakantie naar Spanje en jij moet thuisblijven omdat je geen geld hebt voor een dergelijke vakantie.

Er is in een ontwikkelingsland sowieso al sprake van een laag inkomen per hoofd van de bevolking. Hierdoor ligt de armoedegrens al laag. Wanneer er dan ook nog eens sprake is van een zeer ongelijke inkomensverdeling, hebben de allerarmsten een inkomen dat nog eens veel lager is dan het gemiddelde. Een gevolg hiervan is absolute ondervoeding. En reacties weer op die absolute ondervoeding zijn hoge sterftecijfers, een slechte gezondheid en een slechte productiviteit. [1]

Hoe ontstaat er eigenlijk een kloof tussen arm en rijk in een ontwikkelingsland? Dit ontstaat door verschillen qua verstandelijke vermogens, maar ook vaak door discriminatie en afkomst. Zoals in China. Wanneer je arm geboren wordt, zul je waarschijnlijk ook altijd arm blijven. En ook al wordt je rijk, in de ogen van anderen ben je nog steeds minderwaardig; “O, die is maar van de derde kaste”. Een kloof tussen arm en rijk ontstaat in ontwikkelingslanden ook vaak door globalisering. Het doel van globalisering is om deze kloof te verkleinen. Maar meestal zorgt globalisering er alleen maar voor dat de kloof nog groter wordt en de verschillen tussen armen en rijken steeds beter zichtbaar worden. Multinationals vestigen zich in een bepaald land; er komen dan weer arbeidsplaatsen vrij. Maar die arbeidsplaatsen worden over het algemeen bezet door mensen uit de stad en niet door de armen van het platteland. Maar niet alleen op het platteland zijn de mensen arm. Ook in de steden zijn er grote sloppenwijken. De mensen die in die sloppenwijken wonen, zijn daar terechtgekomen doordat ze bijvoorbeeld ontslagen zijn of omdat ze gewoon geen zin hebben.

Ook een cultuurbarrière kan de oorzaak zijn van een kloof. Wanneer je uit een land moet vluchten, vanwege oorlog, religie of iets dergelijks, dan vestig je je in een land waarvan je (vaak) de taal niet spreekt en je niet dezelfde (culturele) gewoontes deelt.

2. De kloof tussen arm en rijk in China

Momenteel is China de tweede economie ter wereld, door de enorme economische groei die China meemaakt sinds de laatste twee decennia. Er is sprake van een groei van rond de 10%. Ondanks deze enorme economische groei is er ook een enorme kloof tussen rijken en armen. Dit is vooral te zien in het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking. Dit enorme verschil in inkomen wordt als een groot gevaar gezien voor dit land met haar 1,3 miljard inwoners. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in Peking is zo'n €1732, terwijl diegenen die in Qinghai wonen het moeten stellen met amper €790. En de boeren uit Qinghai verdienen slechts €212. Dat is dus ongeveer een kwart van wat stedelijke burgers verdienen. Uit deze cijfers blijkt dus wel dat de verschillen tussen zowel oost en west, als tussen stad en platteland enorm zijn. De kloof zorgt voor een toenemend aantal spanningen. Het blijkt uit onderzoek van de Verenigde Naties dat deze kloof alsmaar groter wordt. Daarom drong de Wereldhandelsorganisatie WTO er dit jaar bij China op aan om die kloof tussen arm en rijk te verkleinen. Ze zijn vooral bang dat onder deze omstandigheden de arbeidsomstandigheden en de rechten van werknemers in China eronder gaan lijden. Wanneer dit laatste gebeurt, is er meestal ook sprake van kinderarbeid. De intensivering van de economische en handelsbetrekkingen gaan in China dus duidelijk niet gepaard met vorderingen in de mensenrechtendialoog. Wanneer China die kloof dus niet verkleind, zou de harmonieuze samenleving wel eens in gevaar kunnen komen.

Vroeger was China een gesloten economie. Een gesloten economie is een economie (of economisch model) zonder handel met het buitenland. De exportquote en de importquote zijn hierdoor erg laag. De drie macro-economische identiteiten voor een gesloten model zonder overheid zijn: Y = C+S, NNP = C+I; Y = NNP . Een vierde identiteit is hieruit af te leiden: I =S.[2] China is inmiddels uitgegroeid tot een open economie met sterke kapitalistische trekken. Dit is eigenlijk wel gek, want van oorsprong is China communistisch. En een communistische staat heeft een absolute afkeer van iets dat maar enigszins kapitalistisch is. Maar China combineert deze twee verschijnselen nu. Een soort van containmentpolitiek dus (= het vredig naast elkaar bestaan van communisme en kapitalisme). Hoe communistisch is China eigenlijk nog? Ideologisch gezien is het nauwelijks nog communistisch, want de politiek van de huidige regering wordt gedreven door kapitalisme. In 1978 werd er een nieuw systeem samengesteld. Dit systeem zou er voor moeten zorgen dat de bevolking meer welvarend werd. Maar dit systeem was voor de regering nog niet genoeg. In 1993 lanceerde de Chinese regering een socialistische markteconomie (= dat vraag en aanbod worden toegelaten, maar de grond en de productiemiddelen blijven in handen van de staat).

3. Wat doet de Chinese overheid aan de kloof tussen arm en rijk?

De overheid in China heeft inmiddels ook wel door dat het zo niet langer gaat met de enorme kloof in het land. Vooral ook omdat de Wereldhandelsorganisatie WTO er sterk op aandringt om de kloof te verkleinen, omdat dit anders grote gevolgen zal hebben. Zoals bijvoorbeeld (in paragraaf 2 genoemd) de wijziging van de arbeidsomstandigheden.

Eerder dit jaar presenteerde de Chinese premier hierom een pakket economische maatregelen. Dit om te proberen de armoede van het platteland terug te dringen en een economische ontwikkeling op gang te brengen, omdat anders de groei van de economie wel eens aanzienlijk zou kunnen remmen. De mensen op het platteland moeten meer koopkracht krijgen en ze zouden ook vergelijkbare gezondheidszorg en scholing moeten krijgen als mensen die in de stad wonen.

Het ‘pakket economische maatregelen' dat de Chinese premier introduceerde heet ook wel het ‘Go-West Policy' of China Great Western Development Strategy. Met dit pakket probeert men de gevormde problemen aan te pakken. Want nadat ze hun systeem enigszins gewijzigd hebben door allerlei hervormingen toe te passen op de economie, is de economie gigantisch gaan groeien. Maar door dit nieuwe systeem is de kloof tussen arm en rijk ook aanzienlijk vergroot. En daarom hebben ze nu dit beleid opgezet. Dit beleid is gericht op het verkleinen van het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking. Men doelt met deze maatregelen op de volgende verbeteringen: de handel en investeringen vanuit westelijke (arme) regio's verbeteren, de bouw van infrastructuur, verbetering van het milieu, industriële verbetering en meer wetenschappelijk en technologisch onderzoek. Met het plan bevorderd de regering ook dat de westelijke regio's meer directe buitenlandse investeringen zullen doen. Verder voorziet het plan ook maatregelen voor een snelle modernisering van de landbouw, zodat er grotere en meer economische landbouwbedrijven zullen ontstaan, die aan de behoeften van de snel groeiende Chinese economie kunnen voldoen. Het eerste besluit dat de premier tot nu toe genomen heeft is het afschaffen van de landbouwbelasting.

De komende vijf jaar zullen cruciaal zijn voor China bij het bereiken van dit hun doel. Hun doel is dat, eerdergenoemd, het BBP per inwoner is verviervoudigt in 2020 ten opzichte van het cijfer in 2000. Ook wil men een gematigde welvarende samenleving opbouwen in alle opzichten.

Is dit hele beleid eigenlijk wel haalbaar? Volgens de onderzoekers van het VN-onderzoek niet. Al deze maatregelen die de Chinese overheid neemt, zijn onvoldoende om alle 750 miljoen boeren uit de armoede te tillen. De onderzoekers stellen dat minstens 600 miljard euro extra nodig is om de situatie gelijk te trekken.

4. Wat zijn actuele ontwikkelingen m.b.t. de kloof tussen arm en rijk in China (hierbij onder andere te denken aan de huidige crisis)?

Over het algemeen geldt dat een crisis de kloof tussen arm en rijk versmalt, want de rijken worden armer en de armen worden rijker. Hoe dit laatste komt? Omdat we in zo'n situatie het beste geld kunnen geven aan de armere mensen om de economie weer op gang te laten komen. Want armere mensen consumeren toch wel weer bijna alles, terwijl hogere inkomens een groot deel van hun inkomen op een spaarrekening zetten. En dat geld kan via de banken dan weer worden doorgesluisd naar bedrijven die er investeringen mee kunnen doen. Toen was sparen dus goed, nu is sparen slecht.

Vele arbeiders in China, vooral uit de textiel-, speelgoed- en meubelfabrieken, hebben de laatste paar maanden hun baan verloren. En dit als gevolg van de Westerse recessie. Vooral de middenklasse lijdt dus onder de recessie. De opkomst van een middenklasse in China was juist dé oplossing voor die enorme kloof. Maar nu de middenklasse dus gaat lijden onder de recessie en ook hun banen gaan verliezen, zullen zij ook minder gaan consumeren. En wanneer je recentelijk boven de armoedegrens was uitgestegen en je dan weer terugvalt, zal dat grote consequenties met zich meedragen. Een recessie in China zal er sowieso ook anders uitzien dan in het Westen. Dit komt doordat China normaal met dubbele cijfers groeit en dus een economie kent met een nogal beweeglijke markt of beurs. Nu is de vraag of een recessie net zo hard gaat. De beurzen in China geven in ieder geval een signaal af dat het slecht gaat. Zo is de beurs van Sjanghai al 60% van haar waarde kwijtgeraakt. De grootste reden voor een krimpende groei is omdat de export naar het westen afneemt. Hierdoor kan het aantal arbeidersplaatsen in grote steden van China afnemen en dan zal er minder geconsumeerd worden. Er zullen minder auto's en elektronica worden verkocht. Omdat minder mensen in de stad aan het werk kunnen doordat fabrieken minder mensen aan nemen, is het ook mogelijk dat de prijs van vastgoed in de grote steden van China kan gaan afnemen. Maar ondanks dit signaal wat de beurzen afgaven, is de economie enorm gegroeid het afgelopen jaar. Want in 2009 groeide de economie in dit land met 8,7 procent. En het bruto binnenlands product is in het laatste kwartaal zelfs gegroeid met 10,7 procent. Aan deze cijfers te zien, is hier dus eigenlijk helemaal geen sprake van een recessie! Behalve dan een bepaalde klasse die daar last van heeft, maar wat blijkbaar geen enkele invloed heeft op de groei van de economie…

Maar wat is nu de invloed van deze recessie op de kloof tussen armen en rijken?

Sowieso zijn er de laatste maanden al een aantal universiteiten failliet gegaan. Hierdoor komen mensen op straat te staan zonder enige opleiding. Natuurlijk proberen zij het bijvoorbeeld in andere landen nog eens. Maar er zullen ongetwijfeld ook studenten tussen zitten, die dat financieel niet aankunnen. Zij zijn van dit faillissement dan de dupe.

De Chinese export en import zijn ook enorm gedaald. Dat deze zo erg zouden dalen, had men niet verwacht. Deze daling zal gaan leiden tot bedrijfssluitingen en een toename van de werkeloosheid. En die werkeloosheid zal vooral op de middenklasse neerkomen. Want de onderste klasse heeft sowieso al geen baan; tenminste de meesten niet. Maar niet alleen de middenklasse en de laagste klasse zullen onder deze crisis gaan lijden. Ook de kleine rijke bovenlaag zal last gaan hebben van deze crisis, en dat zal te voelen zijn aan hun portemonnee. En het kan nog erger; zij verliezen hun hoge positie. Allemaal gevolgen van één enkele crisis…

5. Wat zou een goede christelijke visie op de kloof tussen arm en rijk in China kunnen zijn?

De vraag die bij deze paragraaf opkomt, is: mogen wij wel rijk zijn als christen? Armoede is een vorm van onrecht. En er is veel onrecht in onze wereld van vandaag. De rijken buiten de armen uit, waardoor de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt. Wij genieten van onze rijkdom en laten de mensen aan de andere kant van de wereld leven in armoede. Kun je wel rijk en tegelijkertijd een echte christen zijn? Sommige Bijbelteksten schijnen erop neer te komen, dat het onmogelijk is het christen-zijn te combineren met materiële welvaart of rijkdom. Maar ik vind dat iemand die christen is, ook gewoon rijk mag zijn. En iemand die rijk is ook gewoon christen kan zijn. Als we er maar verantwoord en zorgvuldig mee omgaan! Want het is wel iets waarover wij rentmeester zijn… En daar moeten we dus ook eenmaal rekenschap van afleggen.

Het mondiale armoedeprobleem is niet één-twee-drie op te lossen, dat weet iedereen. Er is gewoon geen oplossing voor te bedenken. Maar natuurlijk moeten wij dan niet stoppen met hen te helpen, hen geld te geven en voor hen te bidden. Want dat is onze plicht als christen, om voor onze naaste te zorgen. ‘Hebt uw naasten lief als uzelf'. Ik denk dat dat het enige is wat wij kunnen betekenen als christen voor arme mensen. En we moeten maar steeds voor ons houden hoe de eerste christengemeente leefde, zoals Paulus dit beschrijft in Handelingen 4. Zij laten ons zien hoe we sober en eenvoudig moeten leven; door afstand te doen van hun persoonlijke bezittingen en alles gemeenschappelijk hadden.

Ik denk dat het bij ons als rijken het vaak voorkomt zoals hoe de rijke jongeling leefde. Hij hield zich aan al Gods geboden. Maar toen Jezus hem vroeg om zijn bezittingen achter zich te laten, kon hij dat niet. Ik denk dat we uit dit Bijbelgedeelte veel kunnen leren. Dat het in dit leven niet alleen om geld gaat, maar dat het ook gaat om waar wij na dit leven zullen zijn.

Wat ik ook vind, is dat wij zorgvuldig met ons geld om moeten gaan als wij een aardige duit verdienen. Dit kunnen we doen door bijvoorbeeld een bepaald bedrag te schenken aan goede doelen of door andere mensen, die het minder hebben, te helpen door hen wat geld te geven. De apostel Paulus geeft in zijn brieven ook richtlijnen voor het leven van christenen. Daarbij spreekt hij ook de rijke christenen aan. Hij draagt hen niet op, om afstand te doen van hun bezittingen. Maar hij zegt hen wel dat zij niet moeten denken, dat zij door hun bezit meer zijn dan anderen in de gemeente. En bovendien legt hun rijkdom een extra verantwoordelijkheid op hun schouders. Zij mogen daarvan genieten, maar ze moeten daarmee ook vrijgevig en mededeelzaam zijn. Deze beide woorden hebben betrekking op het ondersteunen van de armen in de gemeente en de zorg voor hen die de gemeente dienen door de bediening van de prediking (1 Timotheüs 6:17,18).

6. Stellingen

In deze paragraaf stel ik nog twee stellingen aan de orde, waarover ik mijn eigen mening geven. Die mening probeer ik zo goed en wel mogelijk te beargumenteren.

1. Globalisering vergroot de kloof tussen arm en rijk

Globalisering is een afstemming van de markt op de hele wereld. Dit proces van afstemming komt steeds meer op. Enerzijds lijkt het een prachtig ‘stelsel', anderzijds wordt globalisering vaak in verband gebracht met zaken als uitbuiting, banenverlies, klimaatverandering en energieschaarste. Multinationals plaatsen zich bij dit proces van globalisering vooral in ontwikkelingslanden. Enerzijds kunnen de rijken in die ontwikkelingslanden gebruikmaken van de economische voordelen die globalisering biedt. Zij kunnen hun bedrijf ergens goedkoop plaatsen, en nemen ook nog eens veel goedkopere arbeidskrachten in dienst. Hier tegenover staat de positie van de armen. Die verslechterd alleen maar. Steeds meer wordt overgenomen door grote internationale bedrijven. Hun kleine boerenbedrijfjes, of wat dan ook, zijn niet meer nodig. Maar wat moeten hun dan? Tja, in die nieuwe fabrieken/bedrijven gaan werken. Ze zijn natuurlijk allang blij als ze maar iets kunnen verdienen. Maar hoeveel wordt er in deze fabrieken wel niet uitgebuit… De arbeiders moeten er heel de dag, vele uren, onder (vaak) slechte omstandigheden werken. En hiervoor krijgen ze maar een zeer laag loon. Natuurlijk heeft globalisering ook zijn voordelen! Het zorgt onder andere voor meer banen, voor een overdracht van technologie en kennis en voor goedkopere producten.

Globalisering is maar een moeilijk geval. Enerzijds is het zeer voordelig op allerlei gebieden en voor verschillende landen. Anderzijds worden er ook mensen uitgebuit, is er sprake van kinderarbeid, grondstoffen worden in hoog tempo gebruikt en ga zo maar door. Het proces van globalisering is eigenlijk een dilemma; een moeilijke keuze tussen twee zaken. Wegen economische vooruitgang of meer banen op tegen mensenrechten en vervuiling van het milieu? Ik denk dat we met dit proces mogen meedoen, maar dat we hierin niet al te ver mogen gaan. Dat we dus op den duur er een rem op zetten. En ook zeker strenge controles houden om kinderarbeid en slechte arbeidsomstandigheden tegen te gaan!

2. De kloof tussen arm en rijk kan gedicht worden door hogere belastingen te vragen van grootverdieners

Dit klinkt erg aantrekkelijk! Doordat de rijken meer moeten afstaan van hun geld, door middel van hogere belastingen, zou die kloof wel eens kleiner kunnen worden. Maar dit is nog niet echt een oplossing. De kloof tussen arm en rijk zal misschien wel verkleinen, maar de armen worden er niet rijker op ofzo. Zij blijven even arm als daarvoor. Dus dan zou er bijvoorbeeld tegenover hogere belastingen een subsidie moeten zijn voor die arme boeren of wat dan ook. Want je zorgt er nu wel voor dat de rijken meer afstaan, maar voor de armen los je hiermee niets op. Er zou gewoon een heel beleid moeten opgezet en oplossingen bedacht worden waarmee de kloof verkleind kan worden én waarmee de armen rijker worden. Door bijvoorbeeld voor hun de belastingen af te schaffen, door hen te subsidiëren, door hen te stimuleren om in de stad te gaan werken, door te zorgen voor gelijk onderwijs als mensen die het beter hebben.

Ik denk dat het niet zo heel veel opschiet als je de rijken een hogere belasting laat betalen. Of je zou van die belasting weer de boeren subsidiëren ofzo. Er moet in ieder geval iets tegenover staan! Want je kunt misschien hiermee de kloof wel verkleinen, maar je verkleint niet de armoede van de allerarmsten. En dat is, lijkt mij, ook iets waar men graag verbetering in ziet.

[1] Percent Theorieboek 2

[2] www.encyclo.nl

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!