De aanslag: Horror of roman

We moesten overeenkomen welk boek we gingen kiezen. Kozen we voor horror of roman?

We besloten het boek ''De aanslag'' van Harry Mulisch te kiezen. Vooraf hadden we al wat info over het boek opzocht om te weten wat ons te wachten stond. Het boek bleek over Wereldoorlog II te gaan dat ons wel interesseerde.

Het thema van dit boek is volgens ons 'de aanslag', wat ook de titel van dit boek is. Er is een aanslag gepleegd in de straat van Anton. Dit kunnen we bewijzen met volgend voorbeeld: '' Ze hebben iemand neergeschoten,' zei hij. '' (r.15 p.24) Bij deze aanslag stelt Anton veel vragen, zoals waarom en wie heeft dit gedaan, wie of welke mensen treffen er schuld aan, kortom de schuldvraag. Anton zoekt de antwoorden op zijn vragen en de zoektocht is dan ook het tweede thema. Ook toeval en lot zijn thema's, het toeval dat de aanslag in Antons straat wordt gepleegd en het lijk voor zijn huis wordt gelegd. Ik citeer: ''Als je zegt, dat jouw familie nog had geleefd als wij Ploeg niet hadden geliquideerd, dan is dat waar. Dat is eenvoudig waar, maar meer ook niet. Als iemand zegt, dat jouw familie nog had geleefd als je vader destijds een ander huis had gehuurd, in een andere straat, dan is dat ook waar''. ( r.2-8 p.155) De titel verklaart de aanslag die in het begin van het verhaal gepleegd wordt op Fake Ploeg. De aanslag staat centraal in het verhaal. Het verhaal is daarrond opgebouwd. De titel heeft ook nog een figuurlijke betekenis, namelijk de aanslag op het leven van Anton zelf. Door deze gebeurtenis is hij zijn ouders kwijtgeraakt en zijn broer Peter verloren. Een voorbeeld is: '' 'Waar zijn die nu ?' 'Weet ik niet.' Hebben de duitsers ze meegenomen?' Ja. Mijn vader en mijn moeder ten minste.' 'En je broer?' 'Die is gevlucht. Hij wou...' Voor het eerst begon hij even te huilen. ( r.2-9 p.46). Er is een duidelijk motief in het boek, het motief met de dobbelstenen. Net voor de aanslag op Fake Ploeg is de familie 'Mens erger je niet' aan het spelen. Wanneer de familie de schoten hoort stopt Anton de dobbelstenen in zijn zak. Dit kan ik bewijzen met: "In die stilte, die de oorlog ten slotte was in Holland, weerklinken op straat plotseling zes scherpe knallen: eerst één, dan twee snel achter elkaar, na een paar seconden het vierde en het vijfde schot. Even later een soort schreeuw en dan nog een zesde. Anton, die juist de dobbelsteen wil gooien, verstart en kijkt naar zijn moeder''. (r.1-7 p.24) ''Hij merkte dat hij nog steeds de dobbelsteen in zijn hand had en stopte hem in zijn zak." (r.29-30 p.27). De dobbelstenen hebben een betekenis van toeval en lot. Wanneer Anton de dobbelstenen vast heeft, gebeurd er een volgende gebeurtenis. Dit merkt hij op in het huis in Toscane waar hij een tafelaansteker vindt in de vorm van een dobbelsteen. Hij is bang voor weer een verandering in zijn leven. Enkele voorbeelden zijn:

"Zijn oog viel op de witte tafelaansteker in de vorm van een dobbelsteen (r.13-15 p.212) Boven de open haard zijn oude spiegel, die met de putti; de zwarte ogen van de dobbelsteen." (r.23-25 p.213).

ALINEA 6

De vertelde tijd wordt opgedeeld in 5 episodes. De episodes spelen zich in 1945,1952,1956,1966 en 1981 af. Het valt duidelijk op dat er enorme tijdsverschillen tussenzitten. De auteur maakt tijdsprongen. Elke episode duurt ongeveer 1 of meerdere dagen. In het verhaal wordt elk episode heel duidelijk omschreven van wat er gebeurt. Bijvoorbeeld: ''Een grote, ruwe breedgeschouderde man met een ruw gezicht,meestal gekleed in een donkerbruin sportjasje, een overhemd met das en een hoed op, maar met een rijbroek en hoger laarzen, omgeven door een aureool van geweld, haat en angst.'' ( r.31-32 p.25 en r.1-4 p.26). Het verhaal begint in januari 1945 en eindigt in november 1981. Het is dus bijna een periode van 37 jaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld met hier en daar flashbacks. Bijvoorbeeld wanneer Anton en Ploeg jr. op het kerkhof zijn en ze twee mannen tegenkomen, die hun overleden vriend bezoeken. Dit bewijs is met: '' Terwijl de anderen al lang weer in de kroeg zaten, treurden zij nog om hun overleden vriend. Haalden herinneringen op: weet je nog die ene keer dat hij... (r. 19-21 p. 159) Maar wij zaten thuis aan tafel te lezen, en toen hoorden we opeens die schoten (r.26-28 p.159)

ALINEA 8

De stijl van dit boek is eenvoudig. De woordkeuze is vrij simpel maar toch hebben we woorden gevonden waarvan we de betekenis niet wisten. Voorbeelden hiervan zijn oreren (uitvoerig redeneren, p. 84) en coïncedentie (samenloop van omstandigheden, p.86). De auteur gebruikt Duitse woorden, wat typisch is voor de 2de Wereldoorlog. Toch is het vervelend voor de mensen die geen Duits verstaan. Voorbeelden hiervan zijn: '' Phöbus Apollo! Der Grott des Lichtes und der Schönheit!'' (r.15-16 p.63). In het verhaal komt zelfs Latijn voor. Dit kan ik bewijzen met: ''De gutibus non est disptandum''( r.12 p. 159). De zinsbouw is sober en leest gemakkelijk. Er zijn veel dialogen, beschrijvingen die natuurlijk overkomen en waardoor de lezer een beeld kan vormen. Wat ons opviel was de wisseling van OTT naar OVT. Een voorbeeld hiervan is: ''Een begin verdwijnt nooit, zelfs niet met het einde. Een in de paar maanden had hij een dag last van migraine en moest dan in het donker liggen''. (r.17-20 p.109).

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!