De ontwikkeling

De ontwikkeling van de positie van de vrouw vanaf de 19e eeuw.

Inleiding.

“Het enige recht van een vrouw is het aanrecht”, dit wordt nog vaak gezegd.

Nu is dat niet meer zo, de vrouw heeft al veel rechten gekregen. Maar vroeger was dat anders. Vroeger was de vrouw in de ogen van veel mensen niets.

Ze vonden dat de vrouw alleen goed was voor de zorg van het huishouden en de kinderen.

Wij vinden het erg interessant om te gaan onderzoeken welke ontwikkelingen de vrouw heeft doorgemaakt de afgelopen jaren.

Het onderwerp van ons profielwerkstuk is dan ook: De ontwikkeling van de positie van de vrouw vanaf de 19e eeuw.

Waarom dit onderwerp?

Wij hebben voor dit onderwerp gekozen, omdat wij geschiedenis erg interessant vinden. Daarbij komt ook nog eens dat het over de geschiedenis van de vrouw gaat en aangezien we zelf vrouwen zijn des te interessanter.

Hoe gaan we dit aanpakken?

Allereerst kijken we naar de algemene leefomstandigheden van de 19e eeuw en daarbij de positie van de vrouw.

De periodes van actievoeringen en ontwikkeling wordt verdeeld in de eerste feministische golf en de tweede feministische golf. We gaan kijken wat er tijdens deze golven aan de hand was, welke actiegroepen er waren en wat er werd veranderd.

Als laatste gaan we kijken hoe het nu staat met de positie van de vrouw.

Onze hoofdvraag is:

Hoe is de kijk op de vrouw door de jaren heen veranderd?

Onze deelvragen zijn:

Hoe waren de omstandigheden in de 19e eeuw?

Wat was de positie van de vrouw in de 19e eeuw?

Welke omstandigheden leiden tot de eerste feministische golf?

Welke organisaties en vereniging werden er tijdens de eerste feministische golf opgericht?

Wat is er tijdens de eerste feministische golf bereikt?

Waardoor ontstond een nieuw golf, de tweede feministische golf?

Wat is er tijdens de tweede feministische golf bereikt?

Is de emancipatie nu voltooid?

Waar wordt er in deze tijd nog voor gestreden op het gebied van de rechten van de vrouw?

Wij wensen u veel leesplezier!

Hoe waren de omstandigheden in de 19e eeuw?

In het begin van deze eeuw was Nederland arm.

Over deze tijdsperiode wordt vaak gezegd: ‘De rich get richer, the poor get children'.

In het Nederlands betekent dit: De rijken krijgen meer rijkdom, de armen krijgen kinderen.

Veel mensen hadden in deze tijdsperiode een baan, want door de landbouw en nijverheid was er veel werk te verrichten

Arbeid werd eerst verricht met behulp van spierkracht van mens en dier. Maar, hier kwam verandering in. De industrialisatie kwam op gang.

Iedereen kent wel het begrip de industriële revolutie.

Alles werd moderner. Er kwamen dus ook veranderingen in de mogelijkheden voor arbeid. De productie van de industrie kreeg een steeds belangrijkere rol voor de economie in plaats van de landbouw en nijverheid.

Dit betekende veel veranderingen voor de bevolking want de fabrieken werden in de stad geplaatst. De mensen stroomden dus massaal naar de stad.

In het begin van de industriële revolutie waren er meer arbeiders dan dat er werk was. De bazen van de fabrieken maakten hier ook goed gebruik van.

Doordat de mensen graag wilden werken om zo in hun levensonderhoud te verzien konden ze lage uurlonen betalen. Ook konden ze zo eisen dat de werknemers lange dagen gingen werken. De arbeiders namen dit voor lief, want als zij dit niet deden hadden ze geen baan.

Ze moesten vaak rond veertien uur in gevaarlijke en vieze ongezonde omstandigheden werken.

Degene die een ongeluk kreeg, of door zijn baas werd ontslagen, was de klos: want de uitkeringen van nu bestonden toen nog niet.

Door de massale trek van mensen van het platteland naar de stad kwamen ze terecht in overbevolkte krottenwijken en in slechte behuizing met nauwlijks sanitair.

Ook hadden de fabrieken nog niet de technische snufjes die we tegenwoordig hebben om de schadelijke uitstoot te beperken, daardoor stonk het erg in de omgeving.

Het beeld van de

19e eeuw:

industrialisatie.

- Maar, wat vonden de rijken van deze situatie?

Zij vonden dit allemaal niet heel erg, omdat hun eigen succes alleen maar groeide. Zoals we al eerder hebben gezegd: “They get richer…”.

In die tijd werd er gedacht dat hoe groter de schoorsteen van de fabriek was, hoe meer economische macht!

Zo kwam er nog meer maatschappelijke ongelijkheid tussen de arbeidersklasse en de rijken.

In 1848 gebeurde er iets belangrijks. De liberalen kwamen aan de macht en het kiesrecht van de man werd uitgebreid.

Er kwam invoering van de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, onderwijs en drukpers, vrijheid van vereniging en vergadering.

Jan R. Thorbecke werd voorzitter van de commissie die de grondwet ging herzien. Er ontstond een parlementaire democratie.

Een parlementaire democratie wordt op www.encyclo.nl zo omschreven: “Vorm van democratie waarbij de burgers via gekozen vertegenwoordigers in het parlement invloed hebben op het beleid. Kenmerkend voor de parlementaire democratie is ook dat de burgers allerlei grondrechten hebben, zoals vrijheid van meningsuiting, recht van vereniging en het eigendomsrecht.” Bij een parlementaire democratie wordt dus geluisterd naar de stem van de burgers. Nouja, burgers. De mannen, zij kregen alleen stemrecht.

De slechte omstandigheden van de arbeidersklasse tijdens de periode van industrialisatie wordt ook wel de sociale kwestie genoemd.

Onder de sociale kwestie vallen de slechte woon- en arbeidsomstandigheden, vrouwen- en kinderarbeid, lage lonen doordat ze massaal naar de stad gingen.

Maar, zij gingen voor hun eigen belangen strijden.

De arbeiders gingen om hun omstandigheden proberen te verbeteren in de loop van de eeuw politieke bewegingen vormen.

Ja, dit plaatje gaat echt wel op voor de 19e eeuw. De rijken worden rijker, de armen worden uitgebuit.

-Hoe stonden de vrouwen in deze kwestie?

Veel vrouwen verrichtten aan het begin van de eeuw veel huisnijverheid. Huisnijverheid betekend dat ze thuis producten maken in opdracht van een ondernemer. De industrialisering had dus niet heel erg veel voordelen voor de vrouw, omdat de huisnijverheid werd verplaatst naar werk in de fabrieken.

In de 19e eeuw hadden de vrouwen meer plichten dan rechten.

Mannen keken neer op vrouwen. De vrouwen hadden veel minder toekomstkansen.

Vrouwen werden gezien als een middel om kinderen te krijgen.

Daarbij moesten ze gehoorzaam zijn aan de man.

Volgens de mannen had God de vrouw gemaakt om voor mensen, de mannen, te zorgen.

Na de basisschool kregen de meeste vrouwen geen vervolgopleiding en een opleiding aan de universiteit kon wel worden vergeten.

Ook werden ze niet toegelaten tot politiek of openbaar bestuur en konden de meesten geen zelfstandige rechtshandelingen verrichten.

Hierbij waren de vrouwen volledig aangewezen op de man. De vrouw moest constant om bevestiging en toestemming van de man vragen.

De man had stemrecht gekregen maar de vrouw kon op het gebied van politiek haar stem niet laten horen. Zij mocht niet stemmen of zich verkiesbaar stellen. Een vrouw in de regering was in die tijd nog onmogelijk en ondenkbaar.

De mannen vonden dat vrouwen niet mochten stemmen, omdat de vrouw simpelweg een vrouw is. De algemene mening over de vrouw was dat zij emotioneel en zwak was, en daardoor niet in staat was om een objectief oordeel te geven.

Ook werd er gedacht dat de man in het gezin superieur was aan de vrouw. De man was het gezinshoofd, hij kon dus makkelijk beslissingen nemen en daarbij de belangen en verlangens van de vrouw behartigen.

Dit idee bevestigen ze met het woord van de bijbel. In de bijbel wordt in Efeziërs 5 vers 22-24 gezegd: “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.”

In vers 33 van ditzelfde hoofdstuk wordt er gezegd: “Laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.”

De vrouw moest dus onderdanig zijn in alles aan de man en de man moest zijn vrouw liefhebben. Maar, er werd vooral gekeken naar het eerste gedeelte van deze bijbelteksten, dat de vrouw onderdanig moest zijn aan haar man.

Op een gegeven moment was het wel nodig dat de vrouw ging werken, omdat alleen het loon van de man niet genoeg was voor het gezin om rond te komen. Ook moesten de kinderen vaak mee gaan werken.

Maar, de vrouw en het kind kregen het slechtste werk tegen een lager loon dan de mannen, omdat er werd gevonden dat zij door hun geringe lichaamskracht minder konden presteren dan mannen.

De vrouwen waren ook nog eens dubbel belast, omdat ze naast het werken nog voor hun gezin moesten zorgen.

De norm was dat vrouwen zorgden voor het huishouden en de kinderen.

Ze had geen beroep, zij was huisvrouw en had de zorg voor de kinderen. Dochters werden al vanaf hun geboorte klaargestoomd voor hun latere moederschap, dus waarom, als dat al van te voren bekend is, zou ze dan nog langer naar school moeten?

Hier ziet u een leuke striptekening die wij wel toepasselijk vinden voor de 19e eeuw. De vrouw deed echt àlles!

Op seksueelgebied hadden vrouwen weinig tot niets te zeggen.

De heersende opvatting was namelijk, dat mannen van nature meer behoefte aan seks hadden dan vrouwen en daarom moest er voor mannen een ‘uitlaatklep' zijn. Als de mannen deze ‘uitlaatklep' niet hadden zouden ze prikkelbaar en chagrijnig worden.

Voor een man was het dan ook de normaalste zaak dat hij vreemdging, althans daar werd niet moeilijk over gedaan.

Op het gebied van werk kwam verandering. De vrouwenbeweging eistte dat de vrouwen en kinderen vrijgesteld werden van arbeid in de fabrieken.

In Nederland werd in 1874 het Kinderwetje van Van Houten ingevoerd om loonarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar te verbieden, dit was niet van toepassing op het werk binnenshuis en de veldarbeid.

In 1889 kwam de tweede stap: de arbeidswet. Deze wet beperkte de arbeidsduur van kinderen van 12 tot 15 jaar en die van de vrouwen tot maximaal 11 uur per dag. Op zondag en ‘s nachts mochten zij helemaal niet werken. Dit werd ook gecontroleerd door de arbeidsinspectie.

Maar dit was nog niet het einde van de kinderarbeid, daar maakte de Leerplichtwet (1900) een einde aan. Deze wet bepaalde dat kinderen minimaal 6 jaar naar school moesten.

Ook in het gezin kwam er verandering. Mannen moesten vanaf eind van de negentiende eeuw, vaak ver van huis en dagen lang werken, om zo toch maar wat geld op de plank te krijgen.

Ze waren dus veel van huis en zagen zo ook minder hun kinderen.

Dit leidde tot veel discussies. Er kwam een verandering ten aanzien van het vaderschap. Ze waren niet bij hun kinderen, om hun op te voeden dus zouden ze ook minder rechten moeten hebben.

Kortom, de 19e eeuw was een eeuw met veel ontwikkelingen.

De vrouw komt in opstand.

Nog niet zo heel lang geleden had de vrouw een heel andere positie in de maatschappij dan nu op het gebied van gezin, onderwijs, arbeid en politiek.

Door alle ontwikkelingen in de 19e eeuw kwam de vrouw in opstand. De ontwikkelingen en de acties die werden gevoerd waren niet constant op een gelijk niveau. Er was sprake van een golvende beweging.
Deze verschijnselen worden de eerste en tweede feministische golf genoemd.

We beginnen met een verduidelijking van het begrip feminisme en emancipatie, omdat we dit nog veel vaker gaan gebruiken.

Daarna gaan we verder met de uitwerking van de eerste feministische golf.

Ook gaan we enkele belangrijke personen en partijen noemen.

Soms maken we gebruik van een verwijzing zoals Wilhelmina Drucker*.

Onder aan de bladzijde vind u dan de uitleg van deze verwijzing en kunt u zien op welke bladzijde u meer informatie kunt verkrijgen over deze persoon.

Wat is feminisme/emancipatie?

In het van Dalen woordenboek wordt feminisme zo omschreven: “Het streven naar gelijke rechten voor vrouwen en mannen.”

De vrouwen die streden voor meer rechten voor hunzelf worden daarom ook feministen of feministes genoemt. Zij wilden dezelfde rechten als de man en ook als een gelijke behandeld worden.

Op http://www.aat-ned.nl word feminisme omschreven als: “Sociale en politiek kritische theorie en stroming die opkomt voor de inherente eigenwaarde van vrouwen en vrouwelijke eigenschappen, en die werkt aan de verdediging en het bevorderen van de rechten en belangen van vrouwen.”

Emancipatie wordt zo omschreven: het toestaan van gelijke rechten.

Op www.prevos.net wordt emancipatie omschreven als: “Het zelfbewuster worden en opeisen van gelijke of gelijkwaardige rechten door voorheen achtergestelde groepen in de bevolking.” Dit deden dus de feministen, strijden voor de emancipatie.

De vrouwen waren de achtergestelde groep, ze waren achtergesteld ten opzichte van de man.

De eerste feministische golf.

Welke omstandigheden leiden tot de eerste feministische golf?

Door alle ongelijkheid tussen man en vrouw ontstond de eerst feministische golf.

Voornamelijk de vrouwen uit de gegoede burgerij waren het niet eens met de stand van zaken van die tijd.

Deze grote, internationale beweging duurde over de hele wereld ongeveer van 1850 tot 1920, maar kwam in Nederland vooral opgang rond 1870.

Belangrijke thema's in de eerste feministische golf waren de strijd om goedbetaald werk voor vrouwen en daarbij ook gelijke behandeling met de man; gelijke baan dus ook gelijk loon.

Ook wilden de feministen beter onderwijs, vrouwenkiesrecht, en erkenning en financiële steun van onwettige kinderen door hun vaders.

Welke organisaties en vereniging werden er tijdens de eerste feministische golf opgericht?

Door de omstandigheden in deze tijd ontstonden er organisaties en verenigingen die opkwamen voor de rechten van de vrouw. De een was radicaler dan de ander.

Er werden op veel manieren actie gevoerd. Enkele manieren waarop de vrouwen dit deden was via de openbare vergaderingen en ze schreven artikel in maandbladen.

Deze vorm van actie voeren wordt ook wel propaganda genoemd, de vrouwen probeerden hiermee hun doel te bereiken. Veel vrouwen gingen deze bladen lezen en werden geïnspireerd door de ideeën van de eerste feministische vrouwen.

Enkele van deze verenigingen gaan we nu bespreken.

De eerste Nederlandse organisatie die de positie van vrouwen ging aankaarten was de Vrije-Vrouwen-Vereeniging. Deze vereniging werd opgericht in 1889 door Wilhelmina Drucker *.

Het doel van de Vrije Vrouwen Vereeniging was de juridische, economische en politieke gelijkstelling van de vrouw.

De vereniging was erg radicaal, wat inhoud dat ze alles en grondig (stevig en weldoordacht) wilden veranderen.

De Vrije Vrouwen Vereeniging wordt radicaal genoemd omdat er alleen lidmaatschap was voor vrouwen.

Deze vereniging schreef brieven aan de Tweede Kamer, ging brochures uitgeven en hield spreekbeurten over de positie van de vrouw.

* voor meer informatie over Wilhelmina Drucker gaat u naar bladzijde..

Hieronder ziet u een prent van de Vrije-Vrouwen-Vereeniging. Hierop staan enkele leuzen van wat de vereniging wil bereiken.

Bij het plaatje links boven staat: ‘Een druk gebruik van de baden raden wij ten sterkste aan‘.

Het middelste plaatje zegt:´De man kan ondertusschen het huishouden waarnemen´.

Het meest rechtse plaatje bovenaan zegt:´Candidaten voor Wethouder van Financiën. ( de vrouw zal zuinigeren beheeren.)

Het rechtse plaatje onderin zegt : 'Zij moet den titel van Mevr. kunnen verwerven.'

Daarnaast staat: ‘Het vormen van vakvereenigingen wordt ten zeerste aanbevolen'.

Het meest rechtse plaatje onderaan zegt: 'Vergelijk de handen van den man met de werkhanden van de vrouw. (Mijnheer komt laat thuis).

Kortom: de Vrije-Vrouwen-Vereeniging wilde duidelijk maken dat de vrouw ook goed is voor de samenleving.

Ondanks dat deze vereniging erg radicaal was, veranderde er niet veel.

Daarom nam in 1894 Wilhelmina Drucker het initiatief om een nieuwe vereniging op te richten. Deze vereniging kwam tot stand op 5 februari 1894.

Dit was de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht ( VvVK), zij streden voor kiesrecht voor de vrouw.

De leden de Vereeniging voor Vrouwekiesrecht kwamen tot het besef dat als ze de positie van de vrouw wilden veranderen, ze dan moesten gaan strijden voor het censuskiesrecht en dit werd toen ook hun streven. Alleen zo konden zij invloed krijgen op wat er ging gebeuren in Nederland.

Hieronder ziet u een affiche van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Censuskiesrecht wordt op www.encyclo.nl zo beschreven: “In de negentiende eeuw was het stemrecht gekoppeld aan de hoeveelheid belasting die iemand betaalde. Dit systeem wordt censuskiesrecht genoemd. Door geleidelijke verlaging van het bedrag aan belasting waarboven men stemrecht kreeg, werd het aantal kiezers uitgebreid.”

Dit zou dus beteken dat alleen de vrouwen uit de gegoede burgerij, dus de vrouwen met geld, dan het recht zouden hebben om te stemmen.

Pas in 1913 veranderde de VvVK haar doelstelling in het streven naar algemeen kiesrecht.

De mede-oprichtsters van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht was Aletta Jacobs#.

Zij was lange tijd voorzitster van de vereniging, van 1903 tot 1919.

Aletta Jacobs schreef artikelen in het maandbland van de partij: ‘Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht'. Aletta Jacobs was de eerste vrouwelijke, academisch opgeleide arts in Nederland,

# Voor meer informatie over Aletta Jacobs gaat u naar bladzijde…

Maar tijdens het voorzitterschap van Aletta Jacobs bleef de vereniging niet één geheel. In 1907 kwam het tot een scheuring in de VvVK. Sommige leden vonden de VvVk te radicaal en dachten zo maar weinig te kunnen bereiken.

Daarom werd de Nederlandse Bond voor Vrouwenkiesrecht opgericht.

Deze organisatie werd opgericht door Esther Welmoet Dijserinck en Clara Wichmann.

De VvVK verspreide veel propaganda voor het vrouwenkiesrecht, maar de Nederlandse Bond voor vrouwenkiesrecht deed meer. Zij wilden de vrouwen ècht voorbereiden op het kiesrecht. De leden van De Nederlandse Bond voor Vrouwenkiesrecht worden ook wel de gematigde feministes genoemd.

De VvVk wilde cencuskiesrecht, maar de Nederlandse Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs, (SDVC), opgericht door Mathilde Wibaut in 1908 wilde meer. Zij waren voorstander van het algemeen kiesrecht voor vrouwen.

Zoals we al eerder hebben vermeld veranderde de VvVk haar overtuiging in 1913. In plaats van dat ze alleen cencuskiesrecht wilden gingen ze nu ook strijden voor het algemeen kiesrecht.

In 1916 werd er door de SDVC en door de VvVk samen een demonstratie gevoerd voor het vrouwenkiesrecht.

Hiernaast ziet u een poster van De Nederlandse Bond voor Vrouwenkiesrecht.

De leden van De Nederlandse Bond voor Vrouwenkiesrecht benadrukte dat de vrouw GELIJK was aan de man. Zo als het plaatje ook laat zien zeggen zij: ‘Geef aan de vrouw haar rechtmatige plaats naast den man.´

Er kwam nog een groep die was ontstaan in Engeland. Dit waren de Suffragettes.

Deze groep was erg radicaal en dachten alleen hun doel, het kiesrecht voor de vrouw, voor elkaar te kunnen krijgen door keiharde acties!

Ze gooiden ruiten in en sneden telegraaf- en telefoondraden door. Nog een manier van hun om te protesteren was door zichzelf vast te maken aan hekken en als ze opgepakt werden en de gevangenis in moesten gingen ze in hongerstaking.

Hierboven ziet u een plaatje van 2 Suffragettes.

Wilt u weten wat het resultaat was van al deze acties?

Lees dan snel verder bij het kopje ‘Kiesrecht en politiek'.

De vrouw en het gezin.

Tegenwoordig worden er vaak grapjes gemaakt over de vrouw, zoals: ‘Het enige recht van de vrouw is het aanrecht', of : ‘Mijn vrouw ligt aan de ketting, ze kan van de huiskamer naar de keuken.'

Nu is dat grappig, vroeger was dit realiteit.

Alle banen waren verplaatst naar de fabrieken dus de vrouwen uit de gegoede burgerij gingen zich vervelen. Ze mochten niet werken, dat was is in die tijd een schande want de fatsoensnormen verboden dat vrouwen uit de gegoede klassen buitenshuis werkten. Ze konden alleen nog maar onbetaalde arbeid in het huishouden en in het gezin verrichten. De vrouw moest thuis blijven om voor de kinderen te zorgen en voor het huishouden, dat was haar taak in het leven.

Maar ook dit werd de vrouwen van de gegoede burgerij na enige tijd ontnomen. De meeste huishoudelijke taken werden verricht door dienstboden en de zorg voor de kinderen werd vaak gedaan door kindermeisjes.

De vrouwen gingen zich dus echt vervelen.

Vrouwen waren afhankelijk van hun familie, hun man.

Ook werden de vrouwen handelingsonbekwaam benoemd.

De man had volledig zeggenschap over zijn vrouw, over haar bezittingen en over de kinderen.

De vrouw was een ‘persona miserabillis', oftewel iemand die niet geschikt was om eigen beslissingen nemen, of als iemand die onder curatele was geplaatst.

De vrouw mocht zelf geen dingen kopen. Als ze dit wel deed kon de man de aankopen ongedaan maken.

Maar wat nou als de vrouw van de man wou scheiden?

Dit was bijna niet mogelijk. In de wet was opgesteld dat de vrouw gehoorzaamheid was verschuldigd aan haar man.

Een vrouw had alleen het recht om te scheiden als de man een minnares had die hij meenam naar hun huis. Dit vinden wij echt heel raar. Een man kan zo vaak en met wie hij maar wil vreemdgaan, zolang hij dit maar niet in hun echtelijk huis doet. Alsof onechtelijke seks buiten huis minder erg is?

Ook voor ongehuwde vrouwen was het in deze tijd geen prettige situatie. Het verbod op betaalde arbeid zorgde ervoor dat ze afhankelijk waren van de steun van de familie. Ook de ongehuwde vrouw was handelingsonbekwaam dus binnen de maatschappij had zij echt de laagste positie.

Ook de kinderen waren een belangrijke issue in deze tijd. Vrouwen wilden dat de man zijn verantwoordelijkheid nam ten aanzien van de kinderen. De man kon feitelijk nergens op aangesproken worden. De man was niet verplicht om onwettige kinderen op te leiden en financieel te steunen.

Maar in deze situatie kwam verandering. In het jaar 1911 werden de bordelen verboden en als een vrouw zwanger was geworden van een man, binnen het huwelijk of er buiten, kon de man aansprakelijk gesteld worden voor de zorg en onderhoud voor het kind. De vader hoefde niet langer eerst het kind te erkennen.

Onderwijs.

In het onderwijs werden vrouwen achtegesteld. Zij hadden niet het zelfde recht op opleiding als de man. Bij vervolgopleidingen werden vaak alleen mannen toegelaten.

Tegen dit kwamen de vrouwen uit de ‘gegoede' burgerij vanaf 1870 in opstand.

Zij werden daarbij onder andere geïnspireerd door een beschouwing van de Engelse filosoof John Stuart Mill, over de ‘onderwerping van de vrouw'. Mill pleitte hierin onder andere voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen. En hij schreef dat het niet eerlijk is om te spreken over verschillen in natuur tussen man en vrouw, omdat de vrouw nooit echt de kans heeft gekregen zich te bewijzen. Ook zei hij dat de vrouw niet eens de kans heeft gehad om zich te ontplooiien. De vrouw verdiende volgens hem een kans.

De rollen tussen man en vrouw waren duidelijk verdeeld.

De vrouw zorgde voor de kinderen en het huishouden en de man, die moest buitenshuis gaan werken om brood op de plank te krijgen. Voor de vrouw stond dit vast, al op het moment dat ze werd geboren. Vandaar dat de algemene opvatting was dat een opleiding voor een vrouw niet nodig was, haar toekomst was al uitgestippeld.

Maar later veranderde die mening. Vrouwen ging voor zichzelf opkomen en wilden betere opleidingsmogelijkheden, zodat ze later werk konden zoeken wat bij hun beroep hoorde.

Arbeid.

De verenigingen tijdens de eerste feministische golf streden ook voor meer variateit op het gebied van arbeidsmogelijkheden voor vrouwen.

Er was een verschil tussen de vrouwen van de arbeidersklasse (de ongehuwde) en de vrouwen uit de gegoede burgerij.

Voor de vrouwen van de arbeidersklasse was het erg belangrijk om het recht op arbeid te vergroten omdat ze zo minder afhankelijk werden van hun familie en zelfstandiger konden worden.

Maar de vrouwen uit de gegoede burgerij zagen de kans op banen als een mogelijkheid om te ontsnappen aan het huisvrouwenbestaan.

Het jaar 1898 was op het gebied van arbeid voor de vrouw een belangrijk jaar.

In Den Haag werd een tentoonstelling georganiseerd door de verschillende vrouwenorganisaties. Deze tentoonstelling heette: De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid.

Op deze tentoonstelling werd er gepresenteerd welk werk vrouwen verrichtten en daarbij vroegen ze aandacht voor de arbeidsomstandigheden van de vrouw. Hun doel van deze tentoonstelling was ook dat de belangstelling voor vrouwenarbeid werd verhoogd.

Kiesrecht en politiek.

Na 1890 kwam de strijd rond het vrouwenkiesrecht op gang. Vrouwen mochten toen niet stemmen omdat er over vrouwen werd gezegd dat ze door hun zwakke en emotionele gestel geen goede beslissingen konden nemen.

Maar de vrouwen, zij vonden dat ze wel in de positie waren en konden stemmen. Zij vonden dat ze als moeder verantwoordelijk waren voor de toekomst van hun kinderen. Die toekomst konden ze alleen maar beïnvloeden door te gaan stemmen.

De vrouwen wilden dus als volwaardige burgers worden beschouwd. Een volwaardige burger betekend dat je iemand bent zonder geestelijke of lichamelijke gebreken, die een normale prestatie kan leveren.

Op allerlei manieren werd er actie gevoerd voora; via openbare vergaderingen, maandbladen en andere vormen van propaganda probeerde deze vrouwen hun doel te bereiken.

Er werden veel acties en demonstraties gehouden door de organisaties en verenigingen die wij al hebben besproken.

In 1917 werd er een succes behaald want, het passiefkiesrecht werd ingevoerd. Passiefkiesrecht is het recht om zich kandidaat te mogen stellen bij verkiezingen. Dit betekende dus dat de vrouwen zich kandidaat mocht stellen maar dat de man om haar moest gaan stemmen.

In 1918 kwam als eerste vrouw Suze Groeneweg in de Tweede Kamer als lid van de SDAP. De intrede van een vrouw op het Binnenhof zorgde voor veel aanpassingen in deze echte ‘mannenwereld‘.

Suze Groeneweg had een eigen kleedkamer nodig en de weg die erheen leidde werd toen ook ‘het Groenewegje' genoemt. In haar maidenspeech, dit is de eerste toespraak die gehouden word door een nieuw lid van het parlement, liet zij ook blijken dat zij zelf vond dat ze een bijzondere positie had verkregen. Ze wist dat ze geschiedenis aan het schrijven was en vond daardoor ook dat ze een zware verantwoordelijkheid droeg.

Op haar rustte de zware taak om te bewijzen dat vrouwen niet ongeschikt waren voor de politiek.

De tweede vrouw kwam in 1921 in de Tweede Kamer. Dit was Johanna Westerman.

Suze Groeneweg. Johanna Westerman.

In 1919 werd er behaald waar alle vrouwen in Nederland op hadden gehoopt, want ze kregen ook actief kiesrecht. Bij actiefkiesrecht heb je het recht om een stem uit te brengen tijdens verkiezingen.

Op 18 september tekende Koningin Wilhelmina een wet die vrouwen het volledige kiesrecht gaf.

Op woensdag 5 juli 1922 worden er landelijke verkiezingen gehouden en de Nederlandse vrouwen van 25 jaar en ouder mochten voor het eerst ook naar de stembus. Bij deze verkiezing kwamen er zeven vrouwen in de Tweede Kamer. In dat jaar werd het vrouwenkiesrecht ook in de grondwet vastgelegd.

Na het krijgen van het algemeen kiesrecht in 1919 zakte de eerste feministische golf geleidelijk in.

Het resultaat.

Wat is er tijdens de eerste feministische golf bereikt?

Er ontstonden verscheidene vrouwenorganisaties die actie gingen voeren.

De vrouwen die actie voerden tijdens de eerste feministische golf hebben veel bereikt. Het belangrijkste wat ze hebben bereikt is kiesrecht van de vrouw. Het begon in 1917 met het passiefkiesrecht en in 1919 hebben ze het actiefkiesrecht behaald.

Aletta Jacobs was de eerste vrouw die aan de universiteit werd toegelaten en haar opleiding met succes voltooide. Het aantal vrouwen dat werd toegelaten aan de universiteit groeide gestaag, maar de toegang was wel vergemakkelijkt.

In het jaar 1911 werden de bordelen verboden en als een vrouw zwanger was geworden van een man, binnen het huwelijk of er buiten, kon de man aansprakelijk gesteld worden voor de zorg en onderhoud voor het minderjarige kind.

In 1947 werd het begrip ‘vaderlijke macht' veranderd in ‘ouderlijke macht'. Nu zult u misschien denken, dan heeft de vrouw dus ook meer macht. Dit was niet altijd zo, want er wer aantoegevoegd: ‘bij verschil van inzicht beslist de vader'. De man had binnen het gezin dus nog steeds het laatste woord.

Pas in 1957 werd de handelingsonbekwaamheid van de vrouw bij de wet opgeheven.

Vrouwen dachten dat na alle energie en moeite die ze erin hadden gestoken om het kiesrecht te behalen de strijd wel was gestreden. De verwachtingen waren hoog, ze dachten dat het parlement overspoeld zou door vrouwen en zo alles goed kon worden geregeld.

In 1929 kwam er een economische crisis. Tijdens deze crisis had de vrouw wel wat meer aan haar hoofd en de acties dutten in. Dit betekende het einde van de eerste feministische golf.

Maar was de strijd gestreden? Waren alle problemen hiermee opgelost?

Nee!.

De positie van de vrouw van nu.

Tot nu toe hebben we het gehad over de eerste feministische golf en de tweede.

Ook hebben we enkele belangrijke personen en partijen behandeld.

Maar toen de tweede feministische golf in 1985 langzaam voltooid was, waren de vrouw toen tevreden? Is de vrouw tevreden met haar positie van nu?

Oftewel: Is de emancipatie nu voltooid?

De vrouwen zijn na de tweede feministische golf niet stil gaan zitten.

Er zijn nog steeds feministen en feministische groeperingen die actief strijden voor de rechten van de vrouw.

Wij vinden ook niet dat de emancipatie is voltooid. Nog steeds, in de moderne tijd waarin we nu leven, is de vrouw nog niet voor de volle 100% gelijk aan de man.

Sommigen spreken zelfs over een derde feministische golf.

Waar wordt er in deze tijd nog voor gestreden op het gebied van de rechten van de vrouw?

Een punt waar nu nog steeds voor wordt gestreden is de strijd voor gelijke beloning voor gelijk werk. Hierbij word er ook gestreden voor gelijke kansen op een baan.

In sommige beroepen wordt toch de voorrang gegeven aan de man, terwijl een vrouw ook best aan de eisen voor de baan zal voldoen.

Maar, toch is er soms ook wel sprake van positieve discriminatie, ook dat moeten we niet vergeten.

Bij sommige banen ligt de voorkeur op de vrouw. U kunt hierbij denken aan de kraamzorg, hier wordt vaker een vrouw gekozen dan een man. Eigenlijk best wel logisch, de vrouw weet hoe het is om te bevallen en om zo'n mooi wondertje op de wereld te zetten. Wie kan er dan beter begeleiden? De vrouw natuurlijk!

Een argument om te bewijzen dat er nog steeds geen sprake is van gelijk werk à gelijke beloning is de uitkomst is van een onderzoek uitgevoerd door de internationale arbeidsorganisatie ILO. Zij melden dat mannen meer verdienen in de tot nu toe als typisch vrouwlijk beschouwde beroepen als onderwijzen en verplegen.

Maar dit is toch helemaal niet eerlijk?

Wij vinden dat dit aantoont dat de emancipatie nog lang niet is voltooid.

Ook het kabinet is tot de conclusie gekomen dat de emancipatie van de vrouw nog niet voltooid is. Daarom heef het kabinet de emancipatienota ´Meer kansen voor vrouwen´ gevormd, dit voor de periode van 2008-2011.

In deze nota wordt gezegd dat mannen en vrouwen op papier en volgens de wet gelijke wetten hebben, maar dat de maatschappelijke realtiteit vaak anders is. Met deze nota wil het kabinet een nieuwe impuls geven aan het emancipatiebeleid.

In deze nota worden 3 dingen genoemd die kunnen leiden tot een verjoging van de arbeidsparticipatie van de vrouw

Dit citeren wij uit de emancipatiemonitor van 2008.

‘1. Werk moet lonen. dit kan worden bereikt door onder meer diverse maatregelen in de inkomstenbelasting uit te voeren, vooral voor de onderkant van de arbeidsmarkt.'

Het moet dus voor de vrouwen aantrekkelijker worden gemaakt om te gaan werken.

‘2. De combinatie van arbeid en zorg worden verbeterd: het ouderschapsverlof moet worden uitgebreid, de kinderopvang moet betaalbaar, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn en de dagindeling moet flexibeler worden.'

De drempel voor vrouwen om te gaan werken moet worden verlaagd. De vrouw voelt zich verantwoordelijk voor haar huisgezin en daardoor blijft ze liever thuis om de kinderen op te vangen als ze vrij zijn van school.

Als er betere opvang komt voor de kinderen zal de vrouw eerder gaan werken. Over dit valt nog te twisten, want wij denken zelf ook dat als wij later moeder zijn dat wij liever thuis zijn om voor onze kinderen te zorgen dan dat een vreemde dit doet.

‘3. Een betere verdeling van vrouwelijk en mannelijk talent over verschillende posities, functies en inkomens. Het aantal vrouwen in topposities moet omhoog, de beroepenscheiding tussen vrouwen en mannen moet minder sterk worden en de beloningsverschillen moeten omlaag. ‘

Dit is een punt waar wij het volledig mee eens zijn. Een vrouw moet de kans krijgen om aan de top te komen van een bedrijf en de beloningsverschillen moeten omlaag. Het liefst zijn wij natuurlijk dat er helemaal geen beloningsverschil meer bestaat.

Er wordt wel eens gesproken over het glazen plafond. Dit houdt in dat de vrouw een baan heeft binnen een groot bedrijf. Zij heeft haar kantoor en vind haar baan leuk, maar het liefs zou ze nog meer verantwoordelijkheden krijgen. Ze doet erg haar best en werkt hard maar een promotie zit er niet in.

De topmensen van het bedrijf hebben hun kantoor op de bovenste verdieping.

De vrouw kijkt vanuit haar eigen kantoor omhoog, door het glazen plafond en verlangd om daar eens, op een dag ook terecht te komen.
Maar waarschijnlijk zal zij hier niet komen, simpelweg omdat ze een vrouw is.

Emancipatiemonitor.

We hadden het net al even over de emancipatiemonitor.

In opdracht van de directie Emancipatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt elk jaar de Emancipatie monitor opgesteld.

Deze wordt opgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal Cultureel Planbureau. In de Emancipatiemonitor zijn gegevens verzameld over de positie van mannen en vrouwen op het terrein van onderwijs, de arbeidsmarkt, zorg en inkomen.

Hieronder vind u enkele citaten uit de Emancipatiemonitor van 2008, andere bronnen en daarbij ook onze eigen mening.

Onderwijs

– De deelname van meisjes aan havo/vwo en hogere niveaus in het mbo is groter dan die van jongens. Bovendien blijven meisjes minder vaak zitten en verlaten zij het onderwijs minder vaak voortijdig.

– Aan het hoger onderwijs nemen meer vrouwen dan mannen deel. Ook studeren vrouwen sneller af dan mannen.

Het idee wat er vroeger dus was, de vrouw kon beter niet gaan leren, want dan werd ze te slim is nu dus volledig weggedaan.

– Het aandeel vrouwelijke hoogleraren stijgt langzaam van 10% in 2005 tot 11% in 2007.

Arbeid.

- Uit onderzoek van Women's International Network (in 2004) blijkt dat slechts 7 procent van de opposities in Nederlands grootste bedrijven worden vervuld.

- Het gemiddelde uurloon van vrouwen is 78% van het uurloon van mannen.

Dit is toch eigenlijk belachelijk voor woorden.

je hebt 2 collega's, een man en een vrouw. Ze doen beide hetzelfde werk, maar de man verdient meer per uur. Dit is echt raar. Raar, dat dit in deze economische en wetenschappelijk welvarende maatschappij nog steeds mogelijk is.

- Het startsalaris van vrouwelijke starters is lager dan dat van mannen. Dat komt doordat ze vaker in deeltijd werken, maar ook als ze voltijds werken, verdienen ze minder.

Dit vinden wij erg raar. Dit hebben we al eerder gezegd: de vrouw doet hetzelfde werk, maar verdient minder dan de man. In de hedendaagse wereld mag dit toch eigenlijk niet voor komen?

– Van 2005 tot 2007 is de nettoarbeidsparticipatie (baan van minstens twaalf uur per week) van vrouwen van 15-64 jaar gestegen van 53% naar 57%.

Er zijn dus wel meer vrouwen gaan werken.

– De arbeidsdeelname van allochtone vrouwen is sterk toegenomen, nadat deze in de jaren 2002-2005 was afgenomen door de groeiende werkloosheid. Bij autochtone vrouwen bleef de arbeidsdeelname in deze jaren constant, om vervolgens weer te stijgen. De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen is daarmee gevoeliger voor conjunctuurschommelingen dan die van autochtone.

Hieruit blijkt ook dat de allochtone vrouw nog steeds niet volledig wordt geaccepteerd hier in Nederland.

– Van de vrouwen met een baan (van minstens twaalf uur per week) werkt 69% in deeltijd.

De gemiddelde arbeidsduur van werkende vrouwen is iets gestegen en bedroeg in 2007 24,8 uur per week.

– Lager opgeleide vrouwen stoppen vaker met werken bij de geboorte van het eerste kind dan middelbaar en hoger opgeleide vrouwen. Daarnaast werkte in het jaar voor de geboorte al 39% van de laagopgeleide vrouwen niet (meer).

Het gezin.

- Slechts 8,3% van alle moeders uit twee-oudergezinnen met minderjarige kinderen werkt fulltime.

- 39% van de vrouwen combineerd betaald werk met de huishouding en zorg voor het gezin, dit ten overstaande van de man waarvan dat aantal 29% is.

Over het algemeen is door de jaren heen het beeld van het ideale gezinnetje dus nog niet echt veranderd.

De vrouw is er voor het gezin en de man is er om brood op de plank te leggen.Wel zijn er veel vrouwen die deeltijd gaan werken. De reden hiervoor is dat de vrouwen bang zijn dat als ze fulltime gaan werken ze dan hun gezin te kort doen.

– De capaciteit van kinderopvang en vooral van buitenschoolse opvang is tussen 2004 en 2006 verder toegenomen. Hoogopgeleiden maken vooral gebruik van formele opvang (kinderdagverblijf, gastouder- en buitenschoolse opvang). Laag- enmiddelbaar opgeleiden maken iets vaker gebruik van informele opvang via familie of vrienden dan van formele opvang.

– Een ruime meerderheid van de bevolking vindt dat een buitenshuis werkende moeder net zo'n warme relatie met haar kinderen kan hebben als een moeder die niet werkt.

Dit is wel eens anders geweest. Nog niet zo lang geleden vond het merendeel van de mensen het afschuwelijk als de vrouw werkte.

Als de vrouw werkte was het net alsof ze niet genoeg van haar gezin hield. De algemene opvatting was dat een werkende vrouw niet goed zorgde voor haar gezin.

– Een derde van de vrouwen en de helft van de mannen vindt een vrouw geschikter om kinderen op te voeden dan een man.

Deze opvatting is door de jaren heen dus nog maar weinig veranderd.

– Een (grote) meerderheid van de bevolking is voorstander van een gelijke verdeling van huishoudelijk en betaald werk tussen vrouwen en mannen. In de praktijk besteden vrouwen veel meer tijd aan het huishouden en de zorg voor kinderen en minder tijd aan betaald werk dan mannen. Vooral als er kleine kinderen zijn, zijn de verschillen in tijdsbesteding tussen mannen en vrouwen groot. Deze kloof tussen ideaal en werkelijkheid leidt bij de meeste paren (driekwart) echter zeldenof nooit tot onenigheid over de taakverdeling. Ook als er wel onenigheid tussen partners bestaat, leidt dit maar bij een kleine groep (een derde) tot verandering van de taakverdeling.

Inkomen

Ook op het punt van inkomen zijn er wonderbaarlijk, maar waar, nog steeds verschillen tussen man en vrouw.

– Het aandeel vrouwen met een eigen inkomen is gestegen en bedroeg in 2006 84%.

– Vrouwen met een eigen inkomen ontvingen in 2006 gemiddeld 18.000 euro, dat is bijna 55% van wat mannen verdienden.

– Vrouwen verdienden in 2005 82% van het bruto-uurloon van mannen. Een deel van de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen is te verklaren door verschillen in werkervaring, opleiding en sector.

– De economische zelfstandigheid van vrouwen is van 2004 tot 2006 gestegen van 42% naar 43%.

Politiek.

Jammer genoeg heeft Nederland nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad. Dit vinden wij wel jammer, want als dit zou gebeuren dan zou het wel een bevestiging zijn voor de vrouw, dat zij ook goed is.

Waar wij dan wel bang voor zijn is dat als er tijdens de regering van een vrouwelijke minister-president zich fouten voordoen dit dan wordt afgeschoven op het feit dat ze een vrouw is.

Net als het grapje wat er tegenwoordig nog steeds wordt gemaakt dat vrouwen niet kunnen autorijden. Als een man achter het stuur tegen een paaltje aanrijd dan is de reactie: ‘Ah man, zonde van je bak joh!'.

Als de vrouw tegen een paaltje aanrijdt dan is de reactie: ‘Jaja, vrouw achter het stuur hè'.

Wij denken dat als het misgaat met de vrouwelijk minister-president de reactie zal zijn: ‘Die vrouwen kunnen ook niks.'

Ook zijn tegenwoordig de meeste leiders van politiekepartijen een man.

Er bestaat zelfs een politieke partij waar geen vrouwen lid van mogen zijn en waarin ze niet verkiesbaar zijn: De SGP.

Dit vinden wij erg raar en niet kunnen. We krijgen beide hierbij een beetje het gevoel van de Tweede Wereldoorlog.

Er waren onder het bewind van Hitler winkeltjes waarbij de toegang werd geweigerd van joden.

Bij de SGP wordt de toegang geweigerd voor vrouwen, terwijl de partij nog wel gesubsidieerd wordt door de overheid.

Hier volgen nog enkele cijfers over vrouw en politiek.

– In de landelijke politiek is de deelname van vrouwen verder toegenomen; de Eerste en Tweede Kamer bestaan nu voor 35% respectievelijk 41% uit vrouwen.

- Ook in de provinciale politiek is na de verkiezingen van 2007 het aandeel van vrouwen gestegen naar 36% van de Statenleden en 30% van de gedeputeerden. I

- In de gemeentepolitiek is het aandeel van vrouwen nog laag, namelijk 26% van de gemeenteraadsleden, 18% van de wethouders en 20% van de burgemeesters.

Geweld tegen vrouwen en meisjes

Dit komt nog steeds schrikbarend vaak voor.

In 200 zijn er zo'n 2900 processenverbaal opgemaakt van aanranding, 1650 van verkrachting en ruim 25.000 van overige seksuele misdrijven.

– Vrouwen hebben veel meer kans dan mannen slachtoffer te worden van huiselijk geweld, seksueel geweld, mensenhandel en eergerelateerd geweld.

– Bij vrouwen die het slachtoffer zijn van bedreiging of mishandeling, is de dader veel vaker de (ex-)partner of een ander familielid dan bij mannen. Ook vindt geweld tegen vrouwen veel vaker thuis plaats.

Wij denken dat er op het gebied van geweld tegen vrouwen niet veel gaat veranderen. Dit zal denken wij altijd blijven bestaan, omdat wij verwachten dat de vrouw nooit volledig gelijk gesteld gaat worden aan de man.

Dit waren enkele interessante cijfers uit de Emancipatiemonitor van 2008.

Wij zijn wel geschrokken van de cijfers.

Wij denken dat de meeste mensen niet zo ver kijken.

Op het oog lijkt het dan de man en vrouw gelijk zijn, maar aan de hand van de cijfers valt te bewijzen dat dit nog steeds niet het feit is.

Nog steeds wordt de vrouw op verschillende terreinen benadeelt ten aanzien van de man.

We hebben het al verscheidene keren gezegd, maar nog een keer herhalen we het. We vinden het te absurd voor woorden dat vrouwen voor hetzelfde werk als de man per uur minder wordt beloont.

Dit is iets wat ons allebei erg pissig maakt. Wij vinden dan ook dat qua dat punt de emancipatie nog niet is voltooid.

In 2000 heeft het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid een Meerjarenbeleidsplan gepresenteerd.

Hierin werden cijfers vermeld welke behaald moesten worden in het komende jaar.

Zo zou de arbeidsparticipatie van de vrouwen 65% moeten bedragen.

En het aantal economisch zelfstandige vrouwen zou op 60% moeten liggen.

Wij zijn er van overtuigd dat dit niet gehaald gaat worden, tenzij er een heel groot wonder plaatsvind.

Actiegroepen.

Naast de acties en ondernemingen van het kabinet en de regering zijn er ook nu maatschappelijke groeperingen. Daar zijn er tegenwoordige vele van.

Wij gaan er enkele noemen.

Een voorbeeld daarvan is TopBrainstorm, nu genoemd Talent naar de top.

Dit is een denktank van hoogopgeleide vrouwen en vertegenwoordigeres van grote bedrijven.

De denktank wil de overheid, het bedrijfsleven en vrouwen zelf stimuleren om meer vrouwelijk talent aan de top te krijgen.

In mei 2008 presenteerde het toenmalige TopBrainstorm een overeenkomst die door 47 grote bedrijven werd ondertekend. Deze bedrijven legden in deze overeenkeemst concrete doelstellingen vast en een plan van aanpak om het aantal vrouwen in de topfuncties te vergroten.

Zij vieden een overzicht van ‘Best Practices' en tips voor bedrijven en bevel een een aanpak aan om het verhogen van het aantal vrouwen aan de top ook echt te realiseren.

Wij hebben tijdens de voorbereiding voor ons profielwerkstuk verschillende organisaties aangeschreven via de mail. of zij informatie voor ons hadden.

Er is één vereniging geweest die hierop reageerde.

Dit is de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap (echt een hele mond vol).

Onze contactpersoon hierbij was de secretaris, Freke Schoemaker. Zij heeft ons ontzettend goed geholpen. Ze heeft ons zelf haar mobiele telefoonnummer gegeven dat als wij dringende vragen hadden, we altijd contact met haar op konden nemen. Dit stelde wij echt zeer op prijs!

Ook heeft zij ons informatie opgestuurd over de vereniging dit in ruil voor een digitale versie van ons profielwerkstuk en onze motivatie waarom we voor dit onderwerp hebben gekozen. Ook vroeg ze wij haar wilde vertellen in welke mate het onderwerp nog leeft onder onze leeftijdsgenoten.

Bij de informatie die zijn ons opstuurde zat een boek, ter ere van het honderjarig bestaan van de vereniging. Ook heeft zij enkele flyers en hun blad Vrouwenbelangen, welke 4 maal per jaar uitgegeven wordt, meegestuurd. Deze zullen wij ook toevoegen als bijlage.

Maar, wat doet de vereniging?

In 1894 is de vereniging opgericht al de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Nu gaat het dus verder als de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap.

Ze komt op voor de belangen van de vrouw op het gebied van:

- Politieke gelijkheid: vrouwenrechten, gelijke beloning, besluitvorming op gelijke voet, gelijk onderwijs, individualisering van belastingen en sociale zekerheid.

- Herverdeling van betaald en onbetaald werk, balans in privé en werk, faciliteiten voor kinderopvang;

- Gezondheidszorg, uitbanning van geweld tegen vrouwen en de handel in vrouwen en kinderen.

Zoals ze het zelf zeggen strijden ze tegen de wijdverbreide mythe dat gelijkheid al een feit is. Ook zeggen zij dat het nu onze uitdaging is om te zorgen dat de dingen die nu in de wet staan opgesteld ten opzichte van de rechten en de plichten van de vrouw ook worden nageleefd.

Voor €35,00 per jaar kunt u al lid worden en krijgt u ook het tijdschrift opgestuurd.

Wij zijn het op alle vlakken eens met deze organisatie. Wij hebben in ons werkstuk veel punten genoemd waar wij verontwaardigd over zijn en de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap komt op voor deze belangen.

Nogmaals willen wij deze organisatie, en dan met name Freke Schoemaker ontzettend bedanken voor de medewerking.

De allochtone vrouw.

Ook wij hebben veel vrouwen in Nederland die afkomstig zijn uit het buitenland. Hierbij spreken we dan ook over de allochtone vrouw. Vaak is de allochtone vrouw niet in de positie en heeft ze niet de vrijheid om haarzelf te ontwikkelen. Sommigen hebben te maken met religieuze of culturele belemmeringen. Sommigen zijn niet vrij in haar partner keuze en wordt ze uitgehuwelijkt. Ook is het bij sommige geloven en culturen het gebruik om de vrouw te besnijden, dit gebeurt vaak tegen haar wil in en ze wordt vaak mishandeld. Bij de meeste gevallen is godsdienst hierbij de oorzaak.

Nu zult u misschien zeggen, ja, maar geloof, dat zoek je toch zelf uit? Je weet dan toch waar je aan begint?

Dat is waar, maar vaak wordt de vrouw onder druk gezet door haar familie.

Zou zij het geloof verloochenen, dan wordt ze vaak mishandeld en verstoten door haar hele familie.Er zijn veel waargebeurde verhalen over vrouwen die werden verstoten en soms is er zelfs sprake van eremoord.

Om dit te voorkomen houd de vrouw zich vaak aan de gestelde regels wat voor gevolgen dit ook heeft voor haar.

Ook de heeft de allochtone vrouw het vaak moeilijk met soliciteren en het verkrijgen van een baan.

Bij een solicitatie wordt vaak al gekeken naar de naam. Als dit de naam is Ayaan Agajatie roept dit vaak al vooroordelen op. Als er dan een tweede sollicitant is met de naam Klaasje de Boer gaat de voorkeur al vaak uit naar Klaasje de Boer, simpelweg omdat zij Nederlands is.

Dit is erg negatief. De allochtone vrouw krijgt vaak niet eens de kans om haarzelf te kunnen bewijzen. en als die vrouw die kans niet krijgt, hoe kan zij zich dan ooit ontwikkelen?

Dit is een vraag waar veel mensen mee zitten.

Wat is een katholieke vrouw meer dan een moslima? Wat is een blanke vrouw meer dan een getinte vrouw?

In deze tijd zijn er ook organisaties die opkomen voor de belangen voor de allochtone vrouw in ons land.

Hiervan enkele voorbeelden:

Kristal vrouwenbeweging - Eindhoven; deze is gericht op de emancipatie en participatie van vrouwen en meisjes van allochtone afkomst in de Nederlandse samenleving.

Roshan Vrouwenvereniging - Brabant. Dit is een organisatie waarbij vrouwen van Afgaanse vrouwen die in de buurt van Brabant hun klachten bundelen om elkaar te helpen. Zij vinden dat een goede participatie van de Afghaanse vrouwen een zeer positieve invloed zal hebben op de hele maatschappij.

Dusabane - een internationale vereniging. Zij willen de Afrikanen in Nederland helpen de integreren qua kunst en cultuur te bevorderen.

Centrum Buitenlandse Vrouwen - Tilburg. Deze vereninging organiseerd curcussen en activiteiten zodat de allochtone vrouw zich snel thuis zal voelen en proberen zo hun positie in de samenleving te verbeteren.

Dit waren slechts enkele van de hedendaagse verenigingen. Er zijn natuurlijk nog veel meer, maar dat is teveel om nu allemaal op te gaan noemen.

8 Maart nationale vrouwendag.

Sind 1978 wordt deze dag in Nederland jaarlijks door veel vrouwengroepen gezamenlijk gevierd. In 2008 in meer dan 100 gemeenten.

Dze dag wordt georganiseerd met de bedoeling om weer de gemeenschappelijke stirijdpunten naar voren te brengen.

Aanhaling van: www.vrouwendag.nl

‘Internationale Vrouwendag is de actiedag van de vrouwenbeweging, jaarlijks op 8 maart. Internationale Vrouwendag werd voor het eerst uitgeroepen door Clara Zetkin op de internationale vrouwenconferentie in Kopenhagen in 1910, waaraan 100 mannen en vrouwen deelnamen uit 17 landen. Hoewel de aanleiding de massale staking was op 8 maart 1908 in de Verenigde Staten van vrouwen in de textiel- en kledingindustrie voor een achturige werkdag, betere arbeidsomstandigheden en kiesrecht, stond de strijd voor algemeen kiesrecht aanvankelijk centraal. De jaren daarop werden in een groeiend aantal landen op 8 maart demonstraties en vergaderingen gehouden. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan dit gebruik.
Met de opleving van de feministische beweging in de jaren zestig kwam de belangstelling voor een internationale vrouwendag weer terug en sinds de jaren zeventig wordt er in veel landen aandacht aan besteed. In veel socialistische landen is op 8 maart een officiële feestdag en in 1978 werd de dag door de Verenigde Naties als feestdag erkend.
Vanaf 1978 wordt in Nederland door veel vrouwengroepen gezamenlijk 8 maart gevierd. De bedoeling van de dag is opnieuw de gemeenschappelijke strijdpunten van de vrouwenbeweging naar voren te brengen.”

Ook in Heerenveen werd er vorig jaar iets georganiseerd rond de Nationale Vrouwendag.

Kleurrijk Vrouwenwerk van de Stichting Caleidoscoop organiseerde een gezellig vrouwenfeest op zaterdag 7 maart.

Dus ook bij ons in de buurt zijn de feministen nog steeds actief.

Powerfeminisme.

Tegenwoordig wordt vaak het begrip powerfemisme gebruikt.

Er wordt gezegd dat verscheidene vrouwen doorslaan ten aanzien van hun positie in de maatschappij.

De een wil carriere maken en wil daarbij niet gehinderd worden dpoor zaken als kinderen en de hele rompslomp.

Andere vrouwen willen juist graag een gezin stichten.

Deze vrouwen willen niet dat hun verteld wordt dat zij een fout leven leiden, dat zij carriere moeten maken, financieel onafhankelijk meoten zijn en moeten presteren.

Het volgende artikel spreekt hier heel mooi over.

En is erg interessant om eens te lezen.

Bron: www.depers.nl

Datum: Donderdag 24 januari 2008.

Powerfeminist of burgertrut?

Het is oorlog in vrouwenland. Met beschuldigingen, frustraties en een beroep op elkaars schuldgevoelens gaan carrièrevrouwen en huismoeders elkaar te lijf. Twistpunt: de combinatie van moederschap en carrière.

‘Ik stoor me aan het kamp dat verkondigt dat alle vrouwen, ook moeders, vijf dagen per week moeten werken', zegt Leonoor Haan, moeder van drie kinderen en parttime werkzaam voor haar eigen taalbureau. En dat is nu juist wat de ‘powerfeministen' van haar, en alle andere moeders, verlangen. Vijf dagen werken, minimaal. Carrière maken, financieel onafhankelijk zijn, presteren.

Vrouwen die zonder mokken hun kans om het glazen plafond te doorbreken aan zich voorbij laten gaan zodra er kinderen komen, zijn volgens de powerfeministen simpele burgertrutten. Maar, vragen die burgertrutten zich op hun beurt af, wat is daar mis mee? Misschien is de emancipatie juist voltooid als de vrouw weer terug is bij haar evolutionaire roots: zorgend voor het gezin en het huishouden; de moeder als hoeksteen van de samenleving. ‘Het voordeel van parttime werken is dat je alles van je kinderen meemaakt. Ze kunnen altijd op je rekenen. Bovendien vind ik het gewoon leuk om met ze naar zwemles te gaan', zegt Haan.

Angélique Claassen, advocate en moeder van twee jonge kinderen, denkt daar anders over. ‘Ik geloof best dat anderen een dagtaak hebben aan hun kinderen, maar zelf zou ik doodongelukkig worden als ik de hele dag thuis zat.' Tijd om op de kinderopvang te komen knutselen heeft ze niet; Angélique werkt vijf, of zelfs zes dagen per week. ‘Ik heb vaak het gevoel dat ik mijn keuze tegenover andere vrouwen moet verdedigen. Het zou prettig zijn als zij er begrip voor konden opbrengen.'

Bij de kinderopvang, de koffieautomaat en tijdens vriendinnenetentjes, de stille strijd tussen carrièredames en burgertrutten woedt overal waar vrouwen samenkomen. Met een beroep op elkaars schuldgevoel als gemeenste wapen. Gooi je je dure, door de staat betaalde opleiding weg als je carrièretechnisch een stapje terug doet om voor je kinderen te zorgen? Ontneem je je kinderen een onbezorgde jeugd als je ze niet elke middag opwacht met een kopje thee?

Nederlandse vrouwen wordt vaak verweten dat ze te weinig werken. Toch is dat niet helemaal waar: tweederde heeft een betaalde baan, en daarmee zitten we ruim boven het gemiddelde van andere EU-landen (56 procent). Dat komt vooral doordat zoveel vrouwen in deeltijd werken. Maar zestien procent heeft een fulltime baan. Moeders met een voltijdbaan zijn nog schaarser: van de vrouwen met kinderen werkt maar één op de tien fulltime.

In topfuncties zijn vrouwen al helemaal weinig te vinden. Nog geen vier procent van de Nederlandse bestuurders en commissarissen is vrouw. Daarmee bungelen we onder aan de internationale ranglijst.

 

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!