Boekverslag - J. Bernlef, Eclips. Bulkboek, Amsterdam, 1993.

Boekverslag - Eclips

J. Bernlef, Eclips. Bulkboek, Amsterdam, 1993.

Een eclips betekent letterlijk verduistering van een hellichaam. Beter bekent als een zon- of maansverduistering. In dit boek staat de eclips voor de verduistering, in vorm van de verlamming, van Kees Zomers lichaam.

Motivatie

Ik moest Zomerhitte van Jan Wolkers lezen. Het eerste stuk wat ik gelezen had was in mijn ogen echt slecht en enorm saai. Toen las ik de achterkant van het boek Eclips, en vond ik het zonde dat ik dit boek niet gekozen had. Maar toen kwam er de oplossing: er was er nog maar één die Eclips had gekozen om te lezen en dus werd ik de tweede. De achterflap had me behoorlijk nieuwsgierig gemaakt. Het leek me een bijzonder verhaal en het leek me weer eens wat anders.

Korte samenvatting

Kees Zomer, de hoofdpersoon, beland door een hersenbloeding met zijn auto in de sloot. Hij weet zichzelf te redden, maar hij merkt dat er iets vreemds aan de hand is met de linkerhelft van zijn lichaam. Hij voelt het niet meer. Hij zwerft wat rond, komt bij een volkstuintje en gaat slapen in het schuurtje daar. Als hij voor het eerst weer een mens tegenkomt en probeert te praten ontdekt hij dat hij de grootste moeite heeft met praten. Hij denkt de woorden nog wel, maar er komen alleen nog maar enkele moeilijke woorden en gezegdes naar buiten. Hij dwaalt verder en komt bij een café, waar hij Toos ontmoet. Hij gaat met haar mee naar een bouwplaats en ze slapen daar. Dan gaan ze naar een vuilnisbelt en snuffelen daar rond tot Toos hem plotseling verlaat. Dan ziet Kees twee mannen, Karel en Cor op de vuilnisbelt die nummerplaten verstoppen tussen de rommel. Ze denken dat Kees hen zal verraden en dus nemen ze Kees mee. Kees slaapt bij hen op de autosloop in een caravan. Op een nacht moet Kees op de uitkijk staan bij een inbraak. Maar op de terugweg wordt hij achter uit de vrachtwagen gegooid. De volgende dag wordt hij wakker onder plastic zeil. Hij is bewusteloos geweest. Dan ontmoet hij een oude man, IJe. Tijdens zijn ontmoeting met IJe komen er weer veel jeugdherinneringen naar boven. Wanneer IJe en Kees naar het dorp gaan, verlaat Kees IJe weer. Dan wordt hij door enkele mensen herkend als boekenverkoper. Hij steelt een fiets en fietst naar Bergen aan Zee. Ondertussen is hij weer zo goed bij verstand dat hij in staat is zijn vrouw, Marion, op te bellen. De volgende dag wordt hij op het strand gevonden door de politie. Er worden hem veel vragen gesteld maar Kees herinnert zich helemaal niets meer. Hij heeft inmiddels zijn complete verstand weer terug. Zijn linkerkant van het lichaam functioneert ook weer naar behoren, hij heeft al het gevoel er weer in terug. Dan wordt hij door Marion opgehaald en lijkt het of hij alleen maar lang is weggeweest.
Mijn persoonlijke reactie

Ik vond het een erg indrukwekkend verhaal. Je kon je heel goed inleven in de hoofdpersoon doordat je precies zijn gedachtegang, gevoelens en daden kunt volgen. Je weet altijd precies hoe hij zich voelt wanneer hij weggejaagd wordt, of wat hij denkt wanneer hij weer eens niet uit zijn woorden komt in een gesprek met iemand vol onbegrip. Ook vond ik het verhaal erg origineel; ik heb nog nooit iets gelezen of gezien over dit thema. Het taalgebruik en de opbouw waren erg makkelijk, maar zeker niet saai. Door het goed beschrijven van het thema zorgde J. Bernlef voor een beetje spanning, daardoor was het boeiend om te lezen. Het zette me ook wel heel even aan het denken: Wat Kees Zomer overkwam kan ons allemaal overkomen. Door dit verhaal kom je er een beetje achter hoe je je zou voelen als je hetzelfde zou overkomen. Al acht ik die kans zeker niet groot.

Personages

Kees Zomer is dus de hoofdpersoon en verliest dus door een hersenbloeding, als gevolg van een auto-ongeluk, het gevoel in de linkerhelft van zijn lichaam. Ook geestelijk krijgt hij een grote klap. Een lange tijd kan hij zich zijn eigen naam zelfs niet meer herinneren. Hij zwerft rond en krijgt langzaam maar zeker weer het gevoel in zijn lichaam terug. Geestelijk herstelt hij nauwelijks. Pas op het moment dat hij naar het politiebureau wordt gebracht, wordt hij weer herenigd met zijn vrouw.

Op zijn eenzame zwerftocht ontmoet Kees ook een aantal andere personen. Eerste ontmoet hij Toos. Zij is een zwerfster en ziet Kees voor één of andere gek aan. Ze is wel aardig tegen hem en ze begrijpt veel van wat hij zegt. Maar, als ze weer genoeg van hem heeft, laat ze hem ook zomaar weer in de steek.

Daarna komt hij de broers en Cor en Karel tegen. Het zijn stelende autoslopers. Cor is wel vriendelijk tegen Kees, maar Karel niet. Ze geven hem enige tijd onderdak omdat ze bang zijn dat Kees hen zou verraden.

Daarna krijgt Kees voor enige tijd onderdak bij IJe. IJe is een slechthorende man die de wartaal van Kees dus slecht verstaat en begrijpt. Toch is hij erg vriendelijk voor Kees.
Richard Fielemieg is een ander belangrijk bijfiguur. Het is een collega van Kees, en is de eerste persoon die Kees herkent. Fielemieg belt de politie, en zo komt Kees weer terug bij zijn vrouw en kind.

De vrouw van Kees, Marion en zijn zoon Wouter worden dus helemaal op het einde weer herenigd met Kees.

Tijd en Ruimte

Het verhaal speelt zich af in het heden en beslaat in totaal elf dagen. Het verhaal speelt zich in chronologische volgorde af. Er wordt wel over gebeurtenissen in het verleden verteld door Kees. Dat zijn gebeurtenissen die hij zich op een bepaald moment herinnert. Het verhaal speelt zich af tussen Bergen aan zee en Heemstede. Kees bevindt zich vooral op verlaten plaatsen als een nieuwbouwwijk, een vuilnisbelt, een autokerkhof, tussen weilanden en een verlaten strand. Dit benadrukt hoe Kees afgezonderd van de bewoonde wereld doordat hij niks goed onder woorden kan brengen. Ook zijn er een aantal openplekken die vooral aan het einde van het verhaal worden ingevuld. Hij kan zich, naarmate het verhaal vordert steeds meer herinneren. Hierdoor worden de meeste openplekken door ingevuld. Een voorbeeld is de vraag waarom hij eigenlijk in zijn auto over de dijk reed. Als hij weer terecht is kan hij zich herinneren wat hij deed; naar de verjaardag van een oud-collega.

Perspectief

Het verhaal wordt verteld in de ‘ik-vertelsituatie'. Ook is alles in de tegenwoordige tijd geschreven. Dit wordt waarschijnlijk gedaan zodat je je goed in de hoofdpersoon kan inleven. Het is de bedoeling dat je een idee van de visie en de gevoelens van de hoofdpersoon krijgt.

(Hoofdstuk 1 blz 7) “Links is niets, daar houdt mijn lichaam op, al kan ik niet bepalen waar de grens precies loopt. Begrijpen doe ik het niet. Misschien later. Nu eerst kijken of ik kan staan, lopen, niets gebroken heb. Pijn voel ik nergens. Over het linkerdeel ontbreken alle gegevens. Toch moet dat ergens zijn.”

(Hoofdstuk 7 blz 162) “De weilanden, de bomen en de sloten hebben nu definitief plaats gemaakt voor rijen flats, soms afgewisseld met lagere huizen van vroegere datum. De hoeveelheid op borden en winkelramen neemt toe. Mensen staan te praten op een opgeschoren grasveld tussen twee flats. Ze lijken zich volkomen op hun gemak te voelen. Niets wijst erop dat zij zich van hun omgeving bewust zijn.”

Thematiek

Ik denk dat het thema van Eclips de plotselinge afwezigheid van tijd en slechts de aanwezigheid van ruimte is. Hierdoor raakt de hoofdpersoon volledig gedesoriënteerd. Je zou het thema dus ook kunnen omschrijven als desoriëntatie. Een ander belangrijk thema is denk ik ‘afasie'. Afasie is het verschijnsel dat een taalgebruikstoornis optreedt ten gevolge van een hersenbeschadiging. Kees kan nog wel goed denken, maar doordat hij zich niet in taal kan uitdrukken is contact met de buitenwereld heel moeilijk. Hierdoor begrijpen maar weinig mensen hem. Ik dat eenzaamheid ook een deel van de thematiek uitmaakt. Kees Zomer voelt zich voortdurend alleen omdat weinig mensen hem begrijpen. Als Kees op een gegeven moment bij IJe aan tafel zit, snap IJe niks van wat hij zegt. Kees wordt dan gewoon boos van onmacht.

De auteur

De auteur van Eclips is J. Bernlef. Bernlef is een pseudoniem. Eigenlijk heet de auteur Hendrik Jan Marsman, en hoewel hij geen familie van de grote dichter H. Marsman was, koos hij ervoor een heel andere naam te gebruiken. Die van een onbekende Friese bard (dichter of zanger) uit de achtste eeuw: Bernlef. J. Bernlef is geboren op 14 januari 1937, Sint Pancras (Noord-Holland)

Bernlef schrijft niet alleen romans, maar hij is ook dichter. Hij heeft inmiddels een tiental romans geschreven (waarvan hij er enkele vertaalde) en ook schrijft hij verhalende proza. Bernlef had al vele tientallen publicaties op zijn naam staan toen hij voor het eerst succes boekte bij een groot publiek met zijn roman Hersenschimmen. De publicatie van Hersenschimmen in 1984 betekende zijn doorbraak.

Hersenschimmen werd vertaald, voor toneel bewerkt en verfilmd. Deze roman betekende voor Bernlef een doorbraak. In 2000 zei hij tegen de Volkskrant: 'Begin jaren tachtig had ik last van een writer's block. Toen begon ik aan Hersenschimmen, een sprong in het duister, en ontdekte dat ik het drama in mijn werk kon toelaten zonder sentimenteel te worden, en zonder mezelf ontrouw te zijn. Het boek betekende de doorbraak naar een groot publiek, ja, maar het gaf vooral mijzelf een enorme vrijheid: weg met de theorie, alles kon en mocht voortgaan, als ik dat wilde'.

Na Hersenschimmen volgeden nog enkele romans. Met Publiek geheim (1987) won Bernlef de royale AKO Literatuur Prijs. Daarna verschenen Eclips (1993), Verloren zoon (1997), Boy (2000) en Buiten is het maandag (2003).

Twee recensies

Mijn eerste persoonlijke reactie

Ik vond het een erg indrukwekkend verhaal. Je kon je heel goed inleven in de hoofdpersoon doordat je precies zijn gedachtegang, gevoelens en daden kunt volgen. Je weet altijd precies hoe hij zich voelt wanneer hij weggejaagd wordt, of wat hij denkt wanneer hij weer eens niet uit zijn woorden komt in een gesprek met iemand vol onbegrip. Ook vond ik het verhaal erg origineel; ik heb nog nooit iets gelezen of gezien over dit thema. Het taalgebruik en de opbouw waren erg makkelijk, maar zeker niet saai. Door het goed beschrijven van het thema zorgde J. Bernlef voor een beetje spanning, daardoor was het boeiend om te lezen. Het zette me ook wel heel even aan het denken: Wat Kees Zomer overkwam kan ons allemaal overkomen. Door dit verhaal kom je er een beetje achter hoe je je zou voelen als je hetzelfde zou overkomen. Al acht ik die kans zeker niet groot.

 

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!