Nederlandse natuur

Inleiding

Het beleidsthema rapport gaat over het Natura gebied de Boddenbroek in Bentelo. De opdrachtgevers zijn Gudie en Johan Haverkate ze hebben een gemengd bedrijf met 110 melkkoeien en momenteel 2000 vleesvarkens. Het bedrijf gaat in 2010 uitbreiden met de vleesvarkens. Doordat het bedrijf binnen de 10 km zone bevind van het Natura gebied de Boddenbroek, heeft het bedrijf een Natuur Beschermingsvergunning nodig. Hierover is nog zeer weinig bekend, doordat het bedrijf uitbereid met de emissie van ammoniak en er een hogere ammoniak depositie is op het natuur gebied. Er zal gekeken moeten worden hoe het bedrijf kan voldoen aan de eisen. Er is momenteel een Milieu vergunning voor 190 melkkoeien en 3600 vleesvarkens. Hiervoor is ook al een bouwvergunning verleent. De ondernemers hopen zelf dat ze met het aankopen van ammoniak de N.B. vergunning kunnen rond krijgen.

Natuur en Landschapsbeleid in Nederland.
Natuurbeleid

De kern van het natuurbeleid is meer natuur en in stand houding van de natuur. De natuur is het leefgebied van 40.000 soorten dieren en planten. Om er voor te zorgen dat de natuur beschermd wordt zorgt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ervoor de natuur beschermd word door wetgeving en dat het goed wordt onderhouden en dat er nieuwe natuur wordt aangelegd.

Een goede kwaliteit van de natuur wordt alleen bereikt als iedereen een bijdrage levert. Daarom geeft het ministerie van het LNV samen met de provincies geld, advies en ruimte aan mensen en bedrijven die zich actief in zetten voor natuur en landschap. Dit geld is bedoeld voor mensen die in bezit zijn van grond en hier natuur van willen maken, of voor mensen die de natuur goed beheren. Maar ook voor projectontwikkelaars die investeren in de aanwezige natuur.

Mensen hebben zelf ook invloed op de kwaliteit van de natuur. Door recreatiegebieden schoon te houden, door natuurvriendelijke inkopen te doen of door natuurorganisaties te ondersteunen.
Nederlandse natuur in vroegere eeuwen

Tot pakweg 1800 bestond Nederland grotendeels uit wildernis. Woeste, onontgonnen gebieden noemde men 'onland', letterlijk: geen land. De natuur was niet iets waar je zou kunnen genieten. Dankzij wilde dieren en verraderlijke moerassen.

In de 19e eeuw verdween de meeste wildernis. Boeren en grondeigenaren bewerkten het land. Toen de tijd was natuur beheer vooral een privézaak de overheid had er weinig mee van doen.

Vanaf 1900 deed een nieuw verschijnsel zijn intrede: ruilverkaveling. Dit was noodzakelijk geworden omdat door aankoop, verkoop en overerving de boeren grond steeds meer versnipperd raakten. De ruilverkavelingen had dramatische gevolgen voor het landschap: eeuwenoude voetpaden en natuurlijke elementen als beekjes en houtwallen gingen op de schop.

Vanaf 1950 werd duidelijk dat industrialiseren en grootschalige huizenbouw hun tol begonnen te eisen: 70 plantensoorten waren uigestorven en nog eens 500 bedreigd. De natuurgebieden gingen in hun kwaliteit en kwantiteit achteruit door milieuvervuiling.

De ideale natuur: oernatuur of pastorale landschap?

Voor het eerst werd in de jaren 60 natuurbeheer een politieke kwestie. Duidelijk was dat er iets moest gebeuren. De een denkt aan een dicht eikenbos, anderen aan mooie bloemenvelden of een kronkelende beek en weer anderen aan ruige duingebieden.

De discussies van wetenschappers zijn soms moeilijk te volgen, omdat ze veel kennis van biologie en ecosystemen hebben. De belangrijkste ideaalbeelden volgens de wetenschappers zijn de oernatuur en het pastorale landschap.

Met oernatuur wordt bedoelt dat in de natuur geen enkel spoor van de mensheid is te zien. Net zoals de natuur er duizenden jaren geleden er uit zou hebben gezien. Het is een spectaculaire natuur van ondoordringbare wouden, wilde dieren en ruige landschappen.

Het pastorale landschap is een landschap met een volmaakte harmonie tussen natuur en cultuur. Menselijke sporen zijn alleen zichtbaar in de vorm van voetpaden, dijken, akkers, eenvoudige boerderijen en hun levende have zoals koeien. Voor het pastorale landschap moeten we teruggaan naar Nederland 1850, voor de introductie van grootschalige industrialisering. De natuur uit deze tijd wordt beschouwd als de mooiste uit de Nederlandse geschiedenis.

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Toch is het niet voldoende om afzonderlijke natuurgebieden te beschermen. Dieren kunnen niet van het ene gebied naar het andere. Dat heeft uiteindelijk tot gevolg dat de soortenrijkdom afneemt.

In 1990 presenteerde het ministerie van LNV zijn Natuurbeleidsplan. Kern van het plan was het opzetten van een Ecologische Hoofdstructuur (EHS), zeg maar een lint van natuurgebieden in Nederland. De bedoeling was om zo'n 50.000 ha grond op te kopen, er nieuwe natuur van te maken en hiermee de bestaande natuurgebieden aaneen te rijgen.

Zo zou in 30 jaar tijd een samenhangend natuurnetwerk ontstaan, dat het voortbestaan van de belangrijkste ecosystemen garandeert en bovendien zorgt voor een grotere rijkdom en variatie aan planten en dieren.

De EHS in de praktijk

De Ecologische Hoofdstructuur is in de praktijk een moeizaam proces, waarin alle resultaten stapje voor stapje worden behaald. Het belangrijkste middel om nieuwe natuurgebieden te maken is grond te kopen van boeren. Daarna moet het stuk land helemaal op de schop, want natuur komt er niet vanzelf en bovendien zit er vaak nog veel mest in de bodem.

Boeren staan hun grond lang niet altijd vrijwillig af. Vaak komt er een moeizame onteigeningsprocedure aan te pas. Organisaties als Natuurmonumenten kopen daarom ook gronden buiten de Ecologische Hoofdstructuur in. Die kunnen ze dan ruilen met die van de boer. Dit scheelt veel bureaucratische rompslomp; niet zelden gaat de boer er zelfs op vooruit.

Hoewel er na 1990 al duizenden hectaren grond zijn verworven, ligt de ontwikkeling van de EHS achter op schema. Een groot deel is al gerealiseerd, maar het lijkt erop dat de EHS niet binnen de geplande 30 jaar tot stand zal komen.

Agrarisch natuurbeheer

Naast het aankopen en ruilen van grond is er nog een andere manier om nieuwe natuur te ontwikkelen. Sommige boeren bieden zelf aan om een deel van hun grond om te vormen naar natuurgebied. Dit noemt men 'agrarisch natuurbeheer', of ook wel 'particulier natuurbeheer'.

Agrarisch natuurbeheer heeft verschillende voordelen. Voor boeren is natuurbeheer een aardige bijverdienste, want ze krijgen daarvoor subsidie van de overheid. De lokale bevolking is blij, want nieuwe natuur trekt recreanten. En de overheid is blij, want agrarisch natuurbeheer leidt tot nieuwe natuur zonder dat er moeizame onteigeningsprocedures aan te pas komen.

Er is ook een belangrijk nadeel. De percelen waarop boeren hun eigen nieuwe natuur ontwikkelen sluiten lang niet altijd aan bij de geplande Ecologische Hoofdstructuur. De EHS is bedoeld om versnippering van de Nederlandse natuur tegen te gaan, maar agrarisch natuurbeheer kan die versnippering in sommige gevallen juist in de hand werken.

Het zal duidelijk zijn dat agrarisch natuurbeheer vanwege deze plussen en minnen fervente voor- én tegenstanders heeft. Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Natura 2000

Natura 2000 is een samen hangend netwerk van natuurgebieden in de EU. De gebieden worden beschermd met behulp van de Europese Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijnen (1992). Natura 2000 maakt deel uit van de EHS hierdoor is er planologisch een goede relatie tussen de EHS en Nataura 2000. Binnen in de Natura 2000 worden 30 habitattypen onderscheiden, 44 soorten broedvogels, 47 soorten van andere diergroepen en 5 planten soorten in Nederland beschermd.

In Nederland beslaan de Natura 2000 gebieden ongeveer 1 miljoen hectare waarvan 2 derde open water, inclusief de kustwateren. De natuurtypen zoals stuifzanden, moerassen en heide zijn relatief veel opgenomen in Nederland. Deze natuurtypen hebben allemaal een grote internationale waarde. Bossen hebben in tegenstelling van de voorgaande natuurtypen een relatief lage internationale waarde. In totaal gaat het om in totaal 162 gebieden inmiddels zijn er 148 voor definitieve aanwijzing in procedure gebracht. Het is de bedoeling dat er voor december 2010 160 Natura gebieden voor definitieve aanwijzing in procedure zijn gebracht.

Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn

De Europese unie heeft aan gegeven in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn waar welke soorten en welke natuurgebieden (habitats) beschermd moeten worden door de lidsaten.

De Vogelrichtlijn heeft een lijst van 187 zeldzame of bedreigde vogelsoorten. Er zijn voor deze vogelsoorten speciale beschermingszones (Vogelrichtlijngebieden) aangewezen.

De Habitatrichtlijn dateert uit 1992. De bescherming van natuurlijke en halfnatuurlijke habitats staan centraal. Er worden 500 plantensoorten, 200 diersoorten (geen vogels) en 198 habitats genoemd in de bijlagen van de Habitatrichtlijn. Ze worden verdeeld over verschillende soorten regio's en in prioritaire en niet prioritaire soorten. (Wikipedia, Vogel en Habitatrichtlijn)

Beleidsdoelen

er is geen beleidsmatige koppeling tussen deze en de natuurdoelen van de EHS. Wel geven de onder de natuurdoelen liggende natuurdoeltypen aan welk habitattype ze omvatten. Tevens zijn de VHR-soorten, met uitzondering van trekvogels, als doelsoorten in het beleid opgenomen (Bal et al., 2001). Echter, de natuurdoeltypen (en zeker de natuurdoelen) zijn veelal te breed gedefinieerd om sturend voor de habitattypen te zijn en de VHR-soorten vormen slechts een klein percentage van het totaal aantal doelsoorten.
De doelen van de VHR zijn niet te halen zonder aanvullend nationaal beleid.

Natuurbeschermingswet

Dit was de theorie we gaan nu over naar de praktijk, Deze praktijk valt behoorlijk tegen in Nederland. Nederland bestond ooit grotendeels uit moerassen, maar niemand zal deze levensgevaarlijke oernatuur graag terug willen. Na 1850 heeft de grootschalige industrialisering en huizenbouw te in Nederland te ingrijpend veranderd om een terugkeer naar hat pastorale landschap mogelijk te maken.

Wie toch nog wat van de Nederlandse natuur wil redden, zal een stuk pragmatischer te werk moeten gaan. In 1968 deed de overheid een eerste stap door het invoeren van een natuurbeschermingswet. De wet maakte het mogelijk om bepaalde gebieden of diersoorten te beschermen.

Ook begon de overheid met het instellen van nationale parken. Er waren weliswaar al twee nationale parken, maar die waren particuliere initiatieven: Nationaal Park Veluwezoom en Nationaal Park de Hoge Veluwe.

Natura 2000 en stikstof

Eind maart 2010 is de Natuurbeschermingswet gewijzigd als gevolg van de Crisis en Herstel wet. Hierdoor is de provincie verplicht om maatregelen te nemen om de instandhoudingdoelstellingen te halen, bijvoorbeeld om eisen te stellen aan activiteiten die een negatief effect kunnen hebben op de natuurdoelen.

In de meeste Natura 2000 is de stikstofdepostie te hoor waardoor er niet word voldaan aan de instandhoudingdoelstellingen. Om de stikstofdepositie te verlagen rond de Natura 2000 gebieden komt provincie Overijssel met het Beleidskader Natura 2000 en stikstof. Provincie Overijssel heeft 25 Natura 2000 gebieden. In de meeste beheerplannen van de Natura 2000 gebieden moet de hoeveelheid stikstof in de lucht aanzienlijk omlaag. Provincie Overijssel komt daardoor met het Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) (Beleidskader Natura 2000 en stikstof) Bedrijven binnen een straal van 10 km hebben een vergunning nodig op grond van Natuurbeschermingswet.

De provincie Overijssel heeft voor 2010 1,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor luchtwassers voor de intensieve veehouderij. Dit bedrag is toegevoegd aan de landelijke subsidieregeling voor luchtwassers. Ondernemers kunnen hun subsidieaanvraag indienden via het LNV- loket. Hierdoor ontstaan er meer mogelijk heden voor bedrijven om zich te ontwikkelen. Verder zal er bij piekbelasting van indivuduele bedrijven bij natuurgebieden worden opgelost door technische voorzieningen aan te brengen of door verplaatsing van deze bedrijven. (Provincie overrijsel)

Boddenbroek

Boddenbroek is het kleinste Natura 2000 gebied in Nederland. Het gebied is geselecteerd omdat er zeer vermoedelijk herstelmaatregelen nodig zijn. Het natuurgebied ligt in de buurt van Bentelo in twente en is eigendoen van de Stichting Twickel. De stichting bestaat uit totaal 500 hectare natuurgebied verdeeld over 20 terreinen. De Boddenbroek bestaat uit een stukje heide, bos en een vennetje midden in het gebied. De totale oppervlakte is 5 hectare.

Er heeft van 1990 tot 1998 in de Boddenbroek herstelbeheer plaatsgevonden, gericht op het dichtgegroeide van, de verbraste heide en de verruigde blauwgraslanden. Er zijn tevens ook herstelmaatregelen voor de hydrologie getroffen: water pijl verhogen met behulp van een stuw in de Drekkerstrang (opzetten van de beekpeil), dempen van diepe sloten ten westen en noorden van Boddenbroek. Vanaf 1998 zijn ze overgegaan naar onderhoudsbeheer: kleinschalig en intensief maaien, plaggen, tegengaan opslag etc. in 2005 is de ven opnieuw opgeschoond.

Vanaf 1990 namen er veel (rode lijst) soorten spactaculair toe, is de laatste jaren toch weer een achteruitgang in de vegetatie geconstateerd. Bijvoorbeeld zij de Vetblad en Vleeskleurige Orchis na tijdelijke uitbreiding weer is verdwenen.

Communicatieplan.
Doelgroep bepalen.

De doelgroep zijn de ondernemers rondom het Natura 2000 gebied, de Boddenbroek. Hierin stellen wij het bedrijf van de familie Haverkate te Ambt Delden centraal.Doel

Het doel van deze voorlichtingsavond is om de ondernemers te informeren over de Natura 2000. Om te kijken wat de mogelijkheden of beperkingen zijn voor de ondernemers.Boodschap.

De doelstelling is om de ondernemers voldoende te informeren over de beperkingen voor de bedrijfsvoering van het natura 2000 gebied de Boddenbroek. En te kijken welke uitbereidings mogelijkheden er zijn op de bedrijven. En voor de andere bedrijven rond om het natuurgebied de Boddenbroek. Hoe werkvormen middelen

Tijdens deze informatiebijeenkomst staat het interactieve karakter centraal. Hierdoor is er gekozen voor het model: praatbijeenkomst. Hierdoor kunnen de genodigden/deelnemers inhaken op bepaalde zaken tijdens de presentatie. Aan de hand van stellingen zullen de voorlichters de verschillende aspecten van het onderwerp behandelen.

Voor de presentatie zijn de volgende middelen nodig:

Laptop en beamer

Papier met daarop de stellingen over het onderwerp

Deelnemers

Logistiek

De voorlichting word gehouden op de Christelijke Agrarische Hogeschool te Dronten. In de filmzaal zal de presentatie worden gehouden; in de filmzaal zijn de juiste voorzieningen zoals een beamer, laptop en veel ruimte aanwezig. Deze locatie is zeer goed bereikbaar met het openbaar vervoer en er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig bij de school.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!