Oorspronkelijk

Artikel 1

1. Een inheemse soort is een soort die oorspronkelijk in een bepaald gebied voorkomt.

Toelichting: Wat oorspronkelijk precies betekent is onderdeel van discussie. In wetenschappelijke kringen wordt over het algemeen gesteld dat soorten die zich na de laatste ijstijd (in Nederland) hebben gevestigd inheemse soorten zijn. De grens van oorspronkelijkheid ligt dan ongeveer op 10.000 jaar.

2. Nieuwe dieren en planten, maar ook schimmels en bacterin kunnen in Nederland terechtkomen. Hebben deze soorten het hier naar hun zin en slagen ze erin zich voort te planten, dan kunnen ze zich hier blijvend vestigen. In dit geval spreken we van uitheemse of niet-inheemse (gevestigde) soorten.

Toelichting: Het zijn vaak soorten die met behulp van de mens, al dan niet opzettelijk, zijn gentroduceerd en niet tot de oorspronkelijke flora of fauna behoren. Zij kunnen schade veroorzaken door concurrentie, predatie, bastaardering, het overbrengen van parasieten en ziekten, economische schade en verstoring van ecosystemen.

Soorten kunnen in een bepaald gebied slechts enkele keren worden gesignaleerd, zonder dat ze daar een gevestigde populatie hebben. In dat geval spreekt men van dwaalgasten. Voorbeelden voor Nederland zijn potvis, maanvis, vale gier, groene reiger.

3. Planten verspreiden zich meestal door de verspreiding van zaden. Zaden worden verspreid door wind of dieren.

4. Ja, dat is heel goed mogelijk. Alle soorten verspreiden zich op de een of andere manier en kunnen zo in verschillende gebieden terecht komen.

Je kunt beargumenteren dat als soorten op eigen kracht een gebied binnenkomen dat dit geen uitheemse, maar inheemse soorten zijn.

5. Nee, wanneer je mensen ook via evolutie tot een natuurlijke soort rekent. Ja, wanneer je bewuste verspreiding of doelgerichte verspreiding van andere soorten tot een kunstmatige vorm van verspreiden rekent. Dan moet je cultuur en natuur wel als principile verschillende wijze van bestaan zien.

6. De volgende argumenten kunnen worden gebruikt:

Argumenten voor:

- De kastanjeboom kan zich prima in Nederland handhaven, groeien en voortplanten. Bovendien is de soort al 2000 jaar in Nederland aanwezig. Dit is lang genoeg om het een inheemse soort te noemen.

- De boom heeft mensen gebruikt om zich te verspreiden. Dit is niet zo verschillend als verspreiding door andere dieren.

- De kans bestaat dat de boom ook op eigen kracht Nederland had kunnen bereiken (volgens sommige wetenschappers is dit ook gebeurd.)

Argumenten tegen:

- De boom is door mensen ingevoerd en is daarmee kunstmatig in Nederland terecht gekomen.

- De soort had nooit door natuurlijke verspreiding in Nederland kunnen komen.

7. Kastanjebomen groeien en planten zich in Nederland voor. Dat wil zeggen dat ze zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat.

Toelichting: De dikste boom van Nederland is een kastanjeboom. Dit is de zogenaamde kabouterboom en groeit in Beek, nabij Nijmegen.

8. In principe zijn de populaties kastanjebomen in Nederland en Itali van elkaar gescheiden. In n van de populaties kunnen mutaties optreden die worden overgerfd op volgende generaties kastanjebomen. De omstandigheden in Nederland en Itali verschillen sterk en mutaties die in NL de fitness verhogen doen dat in Itali niet, en andersom. Zo groeien de populaties uit elkaar.

9. a. Antwoord: hei ? berken ? eiken vormen een successiereeks. Bij een successie maakt het ene organisme de biologische omstandigheden geschikt voor het andere organisme. Toelichting: volwassen eiken en beuken kunnen zich overigens redelijk redden op open vlakten. Ze zijn wel gevoelig voor wind en bliksem.

b. Antwoord: Dat je uiteindelijk als climaxorganisme overleeft betekent nog niet dat je daarom beter aangepast bent aan bodem en klimaat. Eigenlijk laten die organismen zich op die manier niet met elkaar vergelijken. Het zijn steeds de omstandigheden die bepalen of een organisme in een situatie kan overleven. Hei kan in heel andere omstandigheden overleven dan eiken. Er zijn veel meer factoren van belang dan alleen bodem en klimaat, zoals beschutting en begrazing.

Toelichting: Voor het voortbestaan van hei in Nederland op de droge zandgronden heb je schapen en de mens nodig. Wanneer schapen niet de jonge aanplant opeten ontstaan er stuiken en bomen, en de hei verdwijnt uiteindelijk. Je zou kunnen beargumenteren dat hei een climaxvegetatie is zolang er grazende schapen zijn..

10. a. Beide soorten groeien goed en planten zich voort. Dit wil zeggen dat ze goed zijn aangepast. Wellicht dat ze in andere klimaten nog sneller groeien en voortplanten. Maar dat staat los van hun succes in Nederland.

b. Het is toeval dat Waterpest en Japanse duizendknoop zo goed aan de Nederlandse situatie zijn aangepast. Dat ze goed aangepast zijn blijkt uit het feit dat zij zich geweldig goed konden voortplanten,( ten koste van andere organismen?).

c. Die kans is normaal gesproken erg klein. De omstandigheden, zowel biotisch als abiotisch, zijn zeer verschillend. De meeste uitheemse soorten die van ver weg komen redden het niet in Nederland.

d. De natuurlijke vijanden van de twee plantensoorten komen niet in Nederland voor. Inheemse planten hebben hier wel natuurlijke vijanden. Daarnaast zijn de klimatologische omstandigheden geschikt om te groeien en is er voldoende voedsel aanwezig. De combinatie van deze factoren leiden tot een succesvolle introductie van uitheemse soorten.

11. a. Waterpest en Japanse duizendknoop hebben (nog) geen natuurlijke vijanden en groeien uitstekend in een vreemd gebied. Het zijn dan wel geen landbouwgewassen, maar als je ze zou verbouwen heb je nauwelijks bestrijdingsmiddelen nodig, omdat er nauwelijks vraat zal zijn.

Toelichting: Mochten er toevallig wel natuurlijke vijanden zijn meegekomen (of uitgezet) dan kan dit weer problemen opleveren, omdat deze op hun beurt geen natuurlijke vijanden hebben. Denk aan het uitzetten van de reuzenpad in Australi ter bestrijding van de rietsuikerkever in rietsuikerplantages. De pad at liever allerlei inheemse soorten op en vormt nog steeds een plaag.

b. Aan het succes dat uitheemse soorten, zoals waterpest, Japanse duizendknoop en kastanjebomen, in Nederland hebben, kun je afleiden dat deze soorten uitstekend zijn aangepast aan de omstandigheden in NL. Of een uitheemse soort beter of slechter is aangepast dan inheemse soorten verschilt per soort.

Artikel 2 (http://vijvervisinfo.net/0_plagen.htm)

1. Opzettelijke (of kunstmatige) invoer van een soort in een gebied waarin deze oorspronkelijk niet thuishoort.

2. a. Mogelijk antwoord: de variatie in een gebied van soorten,

b. Antwoord: vernietiging van het leefgebied van organismen.

c. Antwoord: Chemische bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden om ziekten, plagen of onkruiden in de landbouw te bestrijden of organismen te bestrijden die hinderlijk of schadelijk zijn.

3. Onder invloed van succesvolle uitheemse soorten zullen inheemse soorten:

(i) zich aanpassen f

(ii) uitsterven.

4. uitspraak a: men kan denken aan de bedreiging van soortenrijkdom. Wanneer een organisme gaat overheersen, en op die manier schade toebrengt aan de diversiteit van een gebied, zou dat op den duur aan de stabiliteit van een ecosysteem niet ten goede komen. (Wanneer men er van uitgaat dat soortenrijkdom een stabiele factor vormt voor ecosystemen.)

Zo uitgelegd is deze uitspraak een geschikt argument.

Je zou echter ook andersom kunnen redeneren: door het voorkomen van nieuwe, uitheemse soorten wordt de biodiversiteit juist groter

uitspraak 2: Het is duidelijk dat bij ingrijpende invasies inheemse soorten zich zullen moeten aanpassen of uitsterven. Dit proces is juist evolutie. Als faunavervalsing iets doet in het evolutieproces is het juist evolutie versnellen. Dit proces zal overigens anders zijn dan als er geen invasie was geweest. Zonder verdere uitwerking is dit echter een loos argument.

uitspraak 3: In natuurlijke systemen is concurrentie een basis voor de ontwikkeling. Dit is dus juist zo natuurlijk als het maar kan zijn. Of het wenselijk is, is een tweede. Bovendien dienen zich ook zonder ingrijpen van mensen telkens uitheemse soorten aan om een concurrentiestrijd te voeren over leefruimte en voedingsstoffen. Ook dit argument is zonder verdere uitwerking niet geschikt in deze discussie.

5. Esthetische, ethische en historische redenen

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!