De Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd

Illustratie

De illustratie op de voorkant stelt de Slag bij Lexington voor. Deze strijd was het eerste gewapende conflict dat plaatsvond in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Op de voorgrond zijn de dappere Amerikaanse minutemen afgebeeld. Op de achtergrond is het Britse leger van generaal Thomas Gage te zien. Je kunt duidelijk zien dat de Amerikanen worden afgebeeld als individu, in tegenstelling tot de Britten. Deze worden weergegeven als een grote groep gezichtloze soldaten.

Illustratiebron

Inleiding

'Ik verklaar in alle oprechtheid dat ik mijzelf van minder kaliber acht dan het opperbevel waarmee U mij vereerd heeft.'

Dit is wat George Washington zei, toen hij op 3 juli 1775 benoemd werd tot opperbevelhebber van het Amerikaanse leger. Maar waarom was er berhaupt een leger nodig? Waarom kwam het tussen Groot-Brittanni en haar kolonin tot een oorlog terwijl deze het altijd goed hebben kunnen vinden? Hoe hebben de Amerikanen zo'n succes weten te boeken? In dit verslag over de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd kun je dit allemaal terugvinden.

Op het moment dat ik hoorde dat we een praktische opdracht moesten maken, is dit onderwerp niet het eerste onderwerp dat in me opkwam. Ik moet zelfs eerlijk toegeven dat ik niets wist over de onafhankelijkheidsoorlog en dat ik zelfs niet wist wie George Washington was. Juist daarom leek het mij een uitdaging om dit onderwerp te kiezen.

Ik ben tijdens het maken van dit verslag tot de volgende hoofdvraag gekomen:

Hoe heeft de wereldmacht Groot-Brittanni de onafhankelijkheidsoorlog kunnen verliezen?

Ik ben tot deze hoofdvraag gekomen, omdat ik me tijdens het schrijven van dit verslag begon af te vragen hoe Groot-Brittanni kon verliezen; het was immers een wereldmacht met een enorm sterke vloot en een groot leger tegen een leger van opstandige burgers. Als je dit zo leest zou je de Amerikanen toch niet als overwinnaars verwachten? Ik vond het interessant om dit verder uit te zoeken, dus naast deze hoofdvraag ben ik tot een aantal deelvragen gekomen die mij gaan helpen met het beantwoorden van de hoofdvraag. De deelvragen luiden als volgt:

  • Voorgeschiedenis, wat waren de oorzaken en de aanleiding tot de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog?
  • Het verloop, hoe is de Amerikaanse revolutie verlopen?
  • Wat waren de gevolgen van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog voor Europa?

Ik ga nu beginnen met het schrijven van mijn praktische opdracht over de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. Dit doe ik door per deelvraag informatie te zoeken. Deze informatie verwerk ik vervolgens met behulp van tussenkopjes in mijn verslag. Ik zal mijn deelvragen beantwoorden door aan het eind van iedere deelvraag een conclusie te trekken en door al deze conclusies samen te voegen, hoop ik een antwoord te krijgen op de hoofdvraag. De laatste deelvraag zal ik waarschijnlijk niet nodig hebben om de hoofdvraag te beantwoorden. Ik gebruik deze deelvraag dan ook meer ter onderbouwing van mijn verslag.

Voorgeschiedenis, wat waren de oorzaken en de aanleiding tot de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog?

Inleiding

Voordat de oorzaken van deze 'revolutie' aan bod kunnen komen, moet er natuurlijk eerst aandacht worden geschonken aan het begin van de Engelse overheersing in 'de nieuwe wereld'. Wanneer arriveerden de Britten en hoe is Brits-Amerika eigenlijk tot stand gekomen? Hiervoor gaan we terug in de tijd, naar het jaar waarin de Engelsen een permanente nederzetting vestigden in de wouden aan de oostkust, het jaar 1607.

De eerste nederzetting en uitbreiding

Na verschillende mislukte pogingen slaagden de Britten er in het jaar 1607 in om een vestiging te stichten in de kolonie Virginia. Deze kolonie is vernoemd naar de Engelse koningin Elisabeth, die de 'virgin queen' werd genoemd. Behalve het feit dat deze nederzetting in de huidige deelstaat Virginia ligt, was het ook zo dat de nederzetting zich had gevestigd aan de James-rivier, die vernoemd is naar de opvolger van Elisabeth, Jacobus I (heersend over Engeland sinds 1603). Het eerste fort dat de Engelsen oprichtten werd tevens naar deze koning vernoemd en draagt de naam Jamestown. De leider van de eerste kolonie, John Smith, schreef het volgende over Amerika: 'Nog nooit tevoren hebben hemel en aarde zich in zo'n volmaakte harmonie verenigd om een woonplaats te verschaffen aan de mens.'Uit dit citaat blijkt hoe overweldigend de 'nieuwe wereld' wel niet geweest zou moeten zijn in die tijd. Uiteraard heeft dit citaat ook een functie, namelijk reclame. De 'nieuwe wereld' moest worden aangeprezen, omdat men meer kolonisten nodig had om deze 'nieuwe wereld' te kunnen beheersen. In het beginstadium waren het alleen de Engelse compagnien die interesse toonden, het was immers een nieuw land en er was zat om te ontginnen en te handelen. Door het nieuwe Amerika aan te prijzen, trok men steeds meer nieuwe kolonisten aan en kregen de Engelsen niet te maken met dezelfde problematiek als de Nederlandse kolonies in Nieuw-Amsterdam en aan de Hudson rivier. Deze kolonies gingen namelijk ten onder wegens een tekort aan mankracht. Intussen begint Engeland steeds meer zijn stempel te drukken op Amerika. In het jaar 1620 wordt Massachusetts ingelijfd door de Engelsen en al snel lijkt Engeland zijn grip op de 'nieuwe wereld' verder te verstevigen. Er ontstonden niet alleen nederzettingen door speciaal opgezette expedities (Massachusetts en Virginia), maar er ontstonden ook nederzettingen door deze te schenken aan vooraanstaande Engelse particulieren. Hiervan zijn Maryland (cadeau gedaan door Koning Karel I aan Cecil Calvert, ook wel Lord Baltimore) en Pennsylvania ( cadeau gedaan door koning Karel II aan Quaker William Penn) goede voorbeelden.

Er was nog een manier waarop kolonin ontstonden. Kolonin kwamen ook voort uit afsplitsingen binnen de 'nieuwe wereld' zelf. Zo is de kolonie Connecticut ontstaan door het vertrek van een groep kolonisten uit Massachusetts en Rhode Island is ontstaan door het toedoen van n man, genaamd Roger Williams. Hij kreeg het aan de stok met de regeerders van de kolonie, waarop hij in de wildernis Rhode Island stichtte.

Logischerwijs bleven de kolonin groeien en aan het eind van de zeventiende eeuw telde de 'nieuwe wereld' al meer dan 250.000 inwoners. Ten tijde van de Amerikaanse Revolutie telde Amerika al ruim 2.500.000 inwoners.

Elk van hen had een moeizame zeereis van ongeveer 5000 kilometer afgelegd, maar waarom zou men aan zo'n degelijke reis beginnen? Volgens mij spelen er twee belangrijke motieven, namelijk;

  • De hoop op een beter bestaan
  • Godsdienstvrijheid, veel mensen ontliepen het religieuze conflict dat in Europa speelde tussen de protestanten en de rooms-katholieken.

Het noorden

In de loop der tijd begonnen de kolonin zich in te richten naar bepaalde modellen. In het beste geval zijn er drie verschillende typen onderscheiden; het Noorden, midden en Zuiden. Elk van deze drie typen had zijn eigen karakter en zijn eigen economische omstandigheden. Zo was het Noorden, New England, een gebied dat voor een groot deel onvruchtbaar was en het bestond uit een rotsachtig gebied. De grond hier was voor het grootste deel niet geschikt voor de landbouw, dus werden er andere economische inkomstenbronnen gezocht. In het Noorden leefde men met name van de handel, visvangst en (later) ook van de industrie. De bevolking bestond hier voor het grootste gedeelte uit Puriteinen. Een puritein is een aanhanger van het puritanisme. Centraal in het puritanisme staan de persoonlijke relatie met God en Christus door het geloof en de levensheiliging van de christen. Belangrijke onderdelen van de puriteinse levensstijl zijn een intensieve studie van de Bijbel en een strikte zondagsheiliging.

De steden in het Noorden werden dan ook gekenmerkt door vrij democratische gemeenschappen die werden overheerst door de algehele eenheid van kerk en staat. De eerste barstjes in deze strakke bestuursvorm begonnen zich te tonen in het jaar 1636 toen Roger Williams vertrok naar Rhode Island. Wel werd het Noorden steeds milder door de groeiende welvaart en uiteindelijk verdween het Puriteinse gedachtegoed uit de bestuursvorming. Toch was het niet helemaal verdwenen, een voorbeeld hiervan is de universiteit Harvard (gesticht in 1636).

Het midden

Het midden kende twee grote kolonin, namelijk New York en Pennsylvania. New York, de kolonie die eerst in Nederlandse handen was gevallen, werd in 1664 veroverd door de Britten (Nederland had New York geruild voor Suriname) en Pennsylvania werd gesticht door William Penn. Deze twee gebieden kregen een veel gevarieerder karakter dan Nieuw-Engeland. Dit kwam in New York doordat deze kolonie de rol van handelscentrum vervulde en in Pennsylvania kwam het door godsdienstige redenen. William Penn had besloten zijn land te gebruiken voor, zoals hij het zelf noemde, zijn heilige experiment. Hij stelde zijn land open voor armen en voor alle mensen die werden vervolgd wegens hun geloof. Ondertussen ging William Penn naar Europa. Hij trok door Nederland en Duitsland, op zoek naar groeperingen die hij vervolgens kon overhalen om naar zijn kolonie Pennsylvania te verhuizen.

Op deze manier stroomde de kolonie van William Penn vol met mensen (waaronder erg veel Duitsers) en in een snel tempo werd de hoofdstad van Pennsylvania, genaamd Philadelphia, de grootste stad van de 'nieuwe wereld'. Doordat de kolonie Pennsylvania voornamelijk gebruikt werd als toevluchtsoord voor normale mensen kwam er in deze omgeving al vroeg een echte, sterke democratie op gang.

New York had een samenleving die over vrijwel de hele wereld voorkomt, namelijk de multiculturele samenleving. Toen de kolonie nog in handen van de Nederlanders was, tussen 1624 en 1664 dus, kwamen er al mensen uit alle uithoeken van de wereld naar New York getrokken. Door deze verschillende culturen waren de Hollandse invloeden al snel verdwenen, maar de Hollandse vrolijkheid en de losheid maakten New York een veel gezelligere en aangenamere stad dan bijvoorbeeld Boston, dat Puriteins was.

Het zuiden

Dan zijn we aangekomen bij het derde en tevens het laatste type, namelijk het Zuiden. De grens tussen het midden en het Zuiden ligt tussen Pennsylvania en Maryland. Ook dit type heeft weer een geheel eigen karakter. De grond die dit gebied bezit is zeer vruchtbaar en daarnaast heeft het zuiden goede verbindingen met de open zee. Deze twee factoren zorgen voor een goede agrarische combinatie. Deze combinatie maakte het mogelijk dat er in Virginia tabak werd verbouwd en in Noord- en Zuid-Carolina waren indigo en rijst de belangrijkste gewassen. In het westen ontstond een samenleving met daarin veel vrije, zelfstandige boeren in de bergachtige gebieden. In de kuststreken ging het er echter anders aan toe. Hier werd voornamelijk met slaven gewerkt. Het eerste schip met slaven kwam aan in Virginia in het jaar 1619 en vanaf dat moment bloeide de slavenhandel op. Van slavenhandel in het Noorden was bijna geen sprake, omdat de economische omstandigheden het daar niet toelieten. In het Zuiden ontstonden echter grote plantages langs de kusten en in de loop van de tijd ontstonden deze ook verder landinwaarts. Een nieuwe aristocratie (een heerschappij waarin een kleine groep de macht had, dit waren vaak edelen) nam hier de leiding over de duizenden slaven. Hierdoor ontstond er een grote tegenstelling in de Zuidelijke staten tussen de aristocratische provincies aan de kust en de westelijke, meer democratische, gebieden aan de voet van de bergen. Een soortgelijke tegenstelling ontstond op deze manier ook tussen de Noordelijke en de Zuidelijke staten.

Naast de verschillende kenmerken per gebied bestond er uiteraard ook een algemene cultuur. Door middel van de verspreiding van kranten en pamfletten in de achttiende eeuw

werd gezorgd voor een grotere eenheid dan men had gedacht. Door deze verspreiding was het mogelijk om het hele volk te bereiken. De vrijheid van drukpers was trouwens n van de eerste rechten die de Amerikanen hadden.

Ook de democratie kreeg de mogelijkheid te groeien in Amerika. Zo had men in enkele kolonin al vroeg vormen van medezeggenschap binnen het bestuur. Al in het jaar 1619 had men een adviserend lichaam in Virginia (House of Burgesses) en Massachusetts volgde niet veel later, in 1644, met een wetgevende vergadering die opgedeeld was in twee kamers. Ook andere kolonin van New-England vormden verschillende vormen van zelfbestuur.

Het begint er zowaar op te lijken dat Engeland zijn interesse in Amerika had verloren, maar dat is echter niet zo. Als Engeland vond dat de Amerikanen zich te veel vrijheid toeeigende in de vorm van een wetsvoorstel, werd dit voorstel verworpen. Zo werd ook de grondwet die Massachusetts in 1684 klaar had liggen nietig verklaard. De grondwet voor Massachusetts bleef echter niet lang uit, want de beslissing om deze grondwet nietig te verklaren werd in 1688, tijdens de 'Glorious Revolution', teruggedraaid.

'De Glorious Revolution is de benaming van de machtsovername door de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland op uitnodiging van een aantal protestantse leiders in Londen.'

Het nationalisme, of beter gezegd, het patriottisme begon langzamerhand te groeien binnen de Verenigde Staten. Men voelde zich niet langer een Nederlander, Engelsman, Duitser of Europeaan, maar men werd zich bewust van het feit dat men Amerikaan was. Een Franse emigrant, genaamd Hector St. John de Crvecoeur, bracht het Amerikaanse zelfbewustzijn als eerste onder woorden. Hij schreef onder andere: 'Hier worden mensen van alle natin samengesmolten tot een nieuw mensenras. De Amerikanen zijn de pelgrims van het Westen, nieuwe, gelijke mensen.'

In Europa bleef men achter qua gedachtegoed. Waar Amerika zijn zelfbewustzijn ontwikkelde, liep Europa nog steeds met een bord voor de kop. Europa bleef er namelijk heilig van overtuigd dat de Europeaan superieur was en daardoor het recht had te domineren en uit te knijpen. Toch enigszins vreemd als je je bedenkt dat het achttiende eeuwse denkbeeld voornamelijk bestond uit filosofen die de vrijheid en gelijkheid verheerlijkten, zoals John Locke, Charles de Montesquieu en Jean-Jacques Rousseau.

Frankrijk en Engeland

Al jaren lang bevochten deze twee Europese grootmachten elkaar op het Europese vasteland, maar deze strijd begon zich te verplaatsen naar de andere continenten. Logischerwijs was de 'nieuwe wereld' n van deze continenten. Hier bevochten Engeland en Frankrijk elkaar. Spanje was tevens aanwezig in Amerika. Men kreeg nagenoeg geen adempauze tussen alle conflicten. Hieronder staan de belangrijkste conflicten opgesomd met daarbij een korte uitleg;

Queen Ann's War

Dit was de tweede in een serie van vijf oorlogen tussen Frankrijk en Engeland. Deze oorlogen moesten bepalen wie de heerschappij kreeg over Noord-Amerika. Het is de equivalent van de Spaanse successieoorlog op het Europese vasteland op Amerikaans grondgebied. Naast de twee grootmachten vochten ook Indiaanse stammen mee aan de Franse zijde. Deze oorlog werd gewonnen door de Britten en daarop verworven zij Nova Scotia, Hudsonbaai en Saint Kitts en Nevis.

King George's War

Dit was de derde in een serie van vijf oorlogen tussen Frankrijk en Engeland. Deze oorlog liep van 1744 tot 1748 en maakte deel uit van de Oostenrijkse successieoorlog. King George's War was een oorlog die uitliep in een zogenaamd Status quo ante bellum, oftewel, alles bleef hetzelfde als voor de oorlog.

French and Indian War

Dit is de naam waaronder de oorlog tussen Engeland en Frankrijk bekend staat in de V.S.. Deze oorlog liep van 1754 tot aan 1763. In 1756 liep de oorlog tussen Frankrijk en Engeland uit tot een conflict van mondiaal niveau, die ook wel bekend staat als de zevenjarige oorlog. Deze oorlog werd alweer door de Britten gewonnen, wat hen bij de Vrede van Parijs in 1763 de volgende staten opleverde; Nieuw-Frankrijk ten oosten van de Mississippi en Spaans Florida. Nieuw-Frankrijk ten westen van de Mississippi werd overgenomen door Spanje.

De strenge Engelse politiek

Na deze voor Engeland gunstig uitgepakte oorlog kwam er een nieuwe, Engelse politiek. Deze was vele malen strenger en logischer. Er werd een systeem opgezet naar de ideen van het mercantilisme. Het mercantilisme is een economische leer uit de zeventiende en achttiende eeuw die stelt dat de handel en nijverheid in de eerste plaats moeten worden bevorderd als middel van macht en rijkdom. Het was de bedoeling meer te exporteren dan te importeren, om zo de rijkdom, bestaande uit veel goud en zilver, verder aan te vullen.De schulden die over waren gebleven na de oorlog moesten worden betaald, en ook de belangen van de Engelse handel moesten veilig worden gesteld. Doordat de oorlog ook deels ter bescherming van de Amerikanen is gevoerd, is het niet meer dan logisch dat deze ook mee moesten betalen aan de oorlogsschuld. Hierdoor moesten er nieuwe belastingen worden opgelegd, wat leidde tot grote onvrede onder de inmiddels redelijk welvarende

en zeer zelfstandige Amerikanen. Zij moesten namelijk niets hebben van deze Engelse bemoedering. In 1764 werd de Sugar Act (de Suikerwet) ingevoerd, wat inhield dat er invoerrechten geheven werden op veel producten die Amerika binnenkwamen. Na de invoering van deze wet deden de Amerikanen hun best om inwendige en uitwendige belastingen van elkaar te onderscheiden. Ze vonden dat het Engelse parlement wel het recht had om belastingen te heffen die in het belang waren van de hele wereld, de 'external taxes', maar belastingen opleggen in Amerika zelf was niet de bedoeling. Het was moeilijk om de grens tussen deze twee belastingen te trekken, dus erg succesvol was het onderscheid maken niet. Toen de Stamp Act (de Zegelwet), ingevoerd in 1765, ook alleen maar leidde tot protesten en woedende Amerikanen begon men zich af te vragen of de kolonin berhaupt wel door het Britse Parlement bestuurd knden worden. De Stamp Act hield in dat er belasting betaald moest worden over bijna alles wat op papier werd gedrukt. Een bekende leus uit deze tijd is 'No taxation without representation', oftewel; geen belasting zonder vertegenwoordiging.

De Amerikanen waren namelijk alleen bereid de opgelegde belasting te betalen als zij vertegenwoordigd zouden worden in het Britse Parlement, maar dit ging de Britten toch net iets te ver. Dit leidde er dan ook toe dat de Zegelwet in het jaar 1766 weer werd ingetrokken. Alsof dit alles nog niet genoeg was, kwamen er een jaar later wr nieuwe belastingswetten, gemaakt door minister Townshend. Verrassend genoeg werden deze wetten de 'Townshend Acts' genoemd en ze hielden onder andere in dat er belasting geheven moest worden over verf, thee, glas, lood en papier. Opnieuw barstte het protest onder de Amerikanen los en het verzet van de Amerikanen tegen de Engelse regelingen groeide steeds verder en verder aan. In de kolonie Massachusetts was het verzet het grootst. Samuel Adams riep het bestuur van deze kolonie op om te gaan klagen bij de Engelse koning George III. Het bestuur moest hem vragen of het heffen van belastingen voortaan door de kolonin zelf geregeld kon worden. Naast dit beklag schreef Massachusetts ook een brief naar de andere kolonin, met daarin het voorstel om bij elkaar te komen. Deze brief wordt de 'Circular Letter' genoemd. Alle kolonin, behalve New Hampshire, begonnen na de bijeenkomst met het tegenhouden van producten die vanuit Engeland naar Amerika werden gexporteerd. Deze boycot had een groot succes, want de import in Amerika daalde in een jaar tijd met ongeveer een miljoen dollar. Ook in Boston waren wat spanningen. Er werd voor gezorgd dat belastingsambtenaren in hun werk werden belemmerd en de assemblee werd ontbonden omdat deze niet wou afzien van de Circular Letter. Om de orde een beetje te herstellen werden Britse soldaten geplaatst in Boston. Dat de Britse regering de Townshend Act beter in kon trekken was de Engelsen inmiddels wel duidelijk, maar ze wilden niet zwak overkomen door toe te geven. In het begin van het jaar 1770 wordt de Townshend Act onder premier Frederick North dan toch gedeeltelijk ingetrokken. Omdat Engeland wou laten zien dat ze nog steeds de baas was over de kolonin trok ze alleen de belasting op thee niet in.

De spanningen in Boston waren ondertussen verder opgelopen, want de mensen begonnen zich steeds meer te irriteren aan de Britse soldaten die daar rondliepen. Op 5 maart 1770 loopt het dan ook uit de hand. Een aantal werkloze arbeiders waren de soldaten aan het uitdagen door dingen naar ze te gooien. Een soldaat opende per ongeluk het vuur, waarop de rest van de soldaten ook begon te schieten. Hierbij zijn een aantal Amerikanen omgekomen, wat niet erg bevorderlijk was voor de relatie tussen Engeland en de kolonin. Deze gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan als 'The Boston Massacre' (de slachting van Boston).

Na de Boston Massacre bleef het onrustig in de kolonin, maar in het jaar 1773 liep het weer uit de hand.

Een grote Britse handelsonderneming gevestigd in India (de East India Company) had namelijk last van grote financile problemen en om een faillissement te voorkomen moest de handelsonderneming veel thee verkopen.

'Met deze wet kreeg de Britse Oost-Indische compagnie het monopolierecht om thee naar Amerika te verschepen zonder de Britse uitvoerrechten te betalen.' De Britse regering vergat echter dat de Amerikanen weer de dupe werden van deze wet. In Amerika moesten de invoerrechten namelijk nog wl betaald worden en daar hadden de kolonin niet mee ingestemd. Ze zagen deze wet dus ook als 'een belasting zonder vertegenwoordiging', iets wat ze niet accepteerden.

De Boston Tea Party

Later in het jaar meerden er in Boston drie theeschepen aan en de inwoners van Boston vonden dat de thee moest worden teruggestuurd, maar de Britten stemden hier natuurlijk niet mee in. Als gevolg hiervan ging een groep kolonisten op initiatief van John Hancock, verkleed als indianen, aan boord van de aangemeerde schepen. De groep werd geleid door Samuel Adams. Hier braken ze alle theekisten open en de inhoud werd overboord gegooid. De kolonisten wilden met deze actie laten zien hoe boos ze waren over de Theewet, maar de Britse regering antwoordde met harde maatregelen.

In maart 1774 werden als antwoord op de Boston Tea Party de 'Coercive Acts' bekend gemaakt. De zogenaamde 'Dwangwetten' moesten de kolonisten dwingen om zich aan de wet te houden. Deze wetten hielden het volgende in:

  • De haven van Boston werd gesloten voor alle handel.
  • Het zelfbestuur van Massachusetts werd uit handen genomen en de gouverneur van Massachusetts werd vervangen door de Britse legerleider Thomas Gage.
  • Ambtenaren in dienst van de Engelse koning mochten niet meer voor de koloniale rechtbank komen, maar moesten worden berecht in Engeland.
  • De kolonisten moesten verplicht onderdak verlenen aan Britse soldaten.

In de maand juni van 1774 krijgt het Engelse parlement het voor elkaar om de woede van de Amerikanen ng verder aan te wakkeren door de 'Quebec Act' te introduceren. Hierin stonden bestuursregels voor de gebieden die Engeland had veroverd van Frankrijk. Deze gebieden kregen een wetgevende macht met door Engeland benoemde leden. Ook kregen de katholieken het recht op een openbare functie. (Dit was zelfs in Engeland niet toegestaan!) In Quebec werd deze wet met open armen ontvangen, want hier woonden immers veel Franse katholieken, maar voor de Amerikaanse kolonisten was er geen reden tot juichen. Deze voelden voor de katholieken weinig sympathie, enigszins logisch, aangezien ze zelf protestant waren. Hier komt nog bij dat de wet ook gold voor bijvoorbeeld Illinois, waar weinig Fransen woonden.

Het Continentaal Congres

De Coercive Acts en de Quebec Act werden door de kolonisten bestempeld als 'Onduldbare wetten'. Als reactie op deze wetten lieten de kolonin in september 1774 een congres bijeenkomen in Philadelphia om te bespreken wat ze aan de Britse wetten konden doen; het Continentaal Congres. Alle kolonin stuurden afgevaardigden naar het congres, op Georgia na. Deze kolonie zat namelijk verwikkeld in een strijd met de inheemse bevolking en wilde de steun van de Britten niet verliezen. Veel van deze afgevaardigden zetten zich al fel in voor onafhankelijkheid. Een aantal bekende namen zijn Samuel Adams en John Adams uit Massachusetts, John Dickinson uit Pennsylvania en Patrick Henry en George Washington uit Virginia. Tijdens het congres kwamen de afgevaardigden met revolutionaire ideen, die vervolgens ook op papier werden gezet. Ze verklaarden de Coercive Acts voor ongeldig, deden een oproep aan de kolonin om milities van vrijwilligers op te zetten en te trainen en als klap op de vuurpijl begonnen de kolonisten met het boycotten van alle handel met Engeland. (Een militie is een groep burgers die zich tot een strijdlustige organisatie georganiseerd hebben.)[9] Naast dit alles kwamen de afgevaardigden ook nog met een verklaring waarin stond waar ze voor- en tegen waren.

Het congres besloot het hier voorlopig bij te laten en in het voorjaar weer bij elkaar te komen als er geen teken was van verbetering.

Generaal Thomas Gage adviseerde zijn koning om hard op te treden tegen de kolonisten en het antwoord van koning George III op het congres was dan ook duidelijk: 'De teerling is geworpen en de kolonin moeten f het hoofd buigen of de overwinning behalen.'

Er werd in Engeland wel enigszins geluisterd naar de punten van het Continentaal Congres. De Engelse premier William Pitt was dan ook bereid om met de kolonin tot een compromis te komen. Hij kwam met het voorstel om het Continentaal Congres officieel erkenning te geven, maar in ruil daarvoor moesten de kolonin wel de door Engeland opgelegde belastingwetten accepteren en ze moesten het Britse parlement erkennen als de hoogste wetgevende macht. Het Britse parlement keurde dit voorstel echter al meteen af en kwam zelf met andere plannen:

  • De kolonin mochten niet meer vissen in de Atlantische Oceaan.
  • De kolonin mochten alleen nog handelen met Groot-Brittanni.

Ook alle belastingwetten werden ingetrokken, op de belastingen die met handel te maken hadden na. Deze wetten werden natuurlijk niet zomaar ingetrokken. De kolonin moesten nu zelf voor de kosten van hun koloniale regering en voor de kosten van hun defensie opdraaien. Om dit te kunnen bekostigen mochten de kolonin vanaf nu zelf belastingwetten opstellen.

Het was nu overduidelijk dat de Britten en de dertien kolonin niet op n lijn konden komen, dus de kolonin bereidden zich voor op een gewapende strijd. In Massachusetts kwam een 'regering' van opstandelingen tot stand.

Nogmaals kregen de steden in de kolonin de oproep om milities van vrijwilligers op te zetten en overal in New England (bestaande uit de kolonin New Hampshire, Massachusetts, Connecticut en Rhode Island) werden Britse wapenarsenalen overvallen door de opstandelingen. Het kon nu niet lang meer duren voor een gewapende strijd zou losbarsten en in april 1775 kwam het inderdaad tot een definitieve uitbarsting.

Even tussendoor, het Britse en het Amerikaanse standpunt

Aan al het geklaag dat over en weer ging tussen de Britten en de Amerikanen over de belastingen, zit ook een ironische kant. Beide partijen gingen namelijk uit van dezelfde principes, namelijk principes die gebaseerd waren op de ideen van John Locke. In 1690 was namelijk zijn boek 'Second Treatise of Government' uitgekomen, en hierin zette hij uiteen dat iedere vorm van belasting dwingend was, omdat je hiermee de bezittingen van mensen afneemt, maar ondanks dit feit moeten regeringen wel het recht hebben om belastingen op te leggen. Als ze dit recht niet zouden hebben, konden regeringen hun taken namelijk niet uitvoeren. Locke vond dat burgers belastingplichtig waren, maar de belastingmaatregelen moesten wel worden door de meerderheid van het volk worden goedgekeurd.

Het Amerikaanse standpunt

Omdat de kolonisten geen vertegenwoordigers in het Britse parlement mochten hebben, waren de punten van Locke duidelijk voor de Amerikanen. De belastingen moesten namelijk opgelegd worden door het eigen bestuur en omdat iedere kolonie een eigen bestuur had, lag het recht om belastingen te heffen dus niet bij het Britse Parlement, maar bij de door het volk gekozen vertegenwoordigers in de kolonin. Hier zit echter een staartje aan, want de Amerikanen gaven zelf toe dat ze nooit vertegenwoordigd konden zijn in het Britse Parlement. De Britten hadden nu dus eigenlijk al geen keus meer, want de Amerikanen zouden blijven weigeren om de opgelegde belastingen te betalen.

Het Britse standpunt

Ook de Britten hadden een idee van Locke in hun achterhoofd, namelijk het idee dat het parlement de hoogste macht van een land is. Een citaat hierover van John Locke is het volgende: 'Er kan maar n macht de hoogste zijn, en dat is de wetgevende macht; de rest is daaraan ondergeschikt en moet daar ook ondergeschikt aan zijn.'

In het geval Engeland-Amerika was het Britse parlement dus de hoogste macht, wat betekende dat de Britten gewoon belasting op mochten leggen aan de Amerikanen volgens dit idee. Het grappige aan dit alles is dat de Britten en de Amerikanen tot een hele andere conclusie kwamen wat betreft de belastingheffing, terwijl ze uitgingen van hetzelfde principe.

Conclusie

Er zijn overduidelijk meerdere redenen te noemen waarom de Amerikanen besloten om tot oorlog over te gaan. Allerlei belastingwetten en Engelse bemoeienissen, zoals bijvoorbeeld de Stamp Act en de Townshend Acts, veroorzaakten bij de Amerikanen grote onrust en oproer. De Boston Tea Party wordt gezien als de aanleiding tot de onafhankelijkheidsoorlog, omdat Engeland hierdoor reageerden met wetten (de Coercive Acts en de Quebec Act) die niet meer door de Amerikanen werden geaccepteerd. De Amerikanen werden hierdoor eigenlijk gedwongen om de oorlog te starten, omdat er totaal niet naar ze geluisterd werd.

Het verloop, hoe is de Amerikaanse Revolutie verlopen?

Inleiding

Het is misschien wat laat om deze vraag nu pas aan bod te laten komen, aangezien de 'revolutie' verbaal al in volle gang was, maar ik heb er bewust voor gekozen om met deze vraag te wachten tot het moment waarop de verbale oorlog uitloopt tot een gewapend conflict en uiteindelijk tot een echte onafhankelijkheidsoorlog. In deze deelvraag gaan we het verloop van de revolutie bekijken vanaf het eerste conflict tot aan de vrede, en de erkenning van de Verenigde Staten van Amerika als een nieuwe natie.

De strijd kan beginnen als generaal Thomas Gage hoort dat de opstandelingen bezig zijn met het aanleggen van een opslagplaats voor wapens en kruit in de plaats Concord (ten westen van Boston). Op 18 april 1775 stuurde hij zijn legertroepen er op af met als doel het in beslag nemen van de voorraden en het arresteren van de opstandelingenleiders John Hancock en Samuel Adams. Wat Gage niet wist, is dat de opstandelingen door een gevluchte inwoner van Boston (Paul Revere) gewaarschuwd werden voor de troepen die op komst waren. De milities konden zich nu klaar maken voor het gevecht en met dank aan de 'minutemen' gebeurde dit erg snel. Soldaten die binnen een minuut klaar waren voor de strijd werden minutemen genoemd.

Op de weg naar Concord, bij het plaatsje Lexington, werden de Britten verrast door een ontvangstcomit van ongeveer 70 Amerikaanse soldaten. Na deze korte strijd met weinig tot geen verlies aan Britse zijde trokken de Britten verder naar Concord, waar ze werden aangevallen door een grotere groep Amerikanen. Er vielen aan Britse zijde 73 doden en 174 gewonden en aan Amerikaanse zijde 49 doden en 41 gewonden. Deze twee gewapende conflicten maakten duidelijk dat de verbale strijd was omgeslagen in een echte oorlog.

Het tweede Continentaal Congres

Half mei 1775 kwam er een Tweede Continentaal Congres bijeen in Philadelphia. Dit keer waren er vertegenwoordigers aanwezig uit lle kolonin, dus ook uit Georgia. Op het congres werd iedereen op de hoogte gesteld van de gebeurtenissen bij Lexington en Concord. Het Congres had wettelijk niet de bevoegdheid om iets te ondernemen en men wist eigenlijk niet goed hoe het nu verder moest, maar de oorlog gaf het Congres weinig keus. De afgevaardigden besloten uiteindelijk dat de kolonin naar de wapens moesten grijpen, dus werd er een beroepsleger opgericht. Op 3 juli 1775 werd George Washington, vertegenwoordiger van Virginia, benoemd tot opperbevelhebber van dit Continentale Leger.

Omdat velen nog aarzelden om het woord

onafhankelijkheid te gebruiken, wisten de

afgevaardigden niet goed wat ze moesten doen. De meesten wilden gewoon bij het Britse rijk blijven, alleen niet onder leiding en controle van het Britse Parlement. De meer radicale afgevaardigden pleitten wel voor onafhankelijkheid. Op aandringen van de meerderheid stelde het Congres in juli een petitie op die bedoeld was voor koning George III.

Deze petitie werd de 'Olive Branch Petition' (Olijftakpetitie) genoemd. Hierin werd het voorstel gedaan om de oorlog te staken, zodat men de problemen verbaal op kon lossen. Het Congres verzekerde en verklaarde aan de koning het volgende: 'Wij willen liever met zijn allen als vrije mensen sterven dan als slaven verder leven. Wij hebben niet de bedoeling de mooie Unie te verbreken die al zo lang tussen ons bestaat.'[15] De koning moest echter niets hebben van het Congres en zonder ook maar een blik op de petitie te werpen, verwierp hij deze. Hij verklaarde dat de Amerikanen in opstand waren.

e 'Common Sense'

Een fel voorstander van de Amerikaanse onafhankelijkheid was Thomas Paine. Hij werd geboren in Engeland, maar in het jaar 1774 emigreerde hij naar Amerika. In januari 1776 gaf hij een pamflet uit dat pleitte voor een directe Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, genaamd de 'Common Sense'. Volgens Paine was onafhankelijkheid voor mensen met een gezond verstand (=Common Sense) het enige juiste antwoord op de botte houding van de Britten. Het pamflet werd ontzettend populair en veel mensen zijn er anders door gaan denken wat de onafhankelijkheid betreft. Thomas Paine kreeg met zijn pamflet erg veel aanhang, maar het verlangen naar onafhankelijkheid nam niet alleen hierdoor toe.

De roep naar onafhankelijkheid nam ook toe omdat;

  • koning George III de Olive Branch Petition verwierp zonder er ook maar een blik op te werpen.
  • koning George III duizenden Duitse soldaten had ingehuurd om te vechten in de kolonin.

Dat de koning soldaten uit het buitenland haalde en deze vervolgens op zijn eigen onderdanen liet schieten, gaf voor veel mensen de doorslag om de onafhankelijkheid te steunen.

In de herfst van 1776 kwam John Adams met het idee dat de kolonin zich moesten losmaken van moederland Engeland. Eerder had hij er bij het Congres al op aangedrongen dat iedere kolonie een eigen, nieuwe regering moest vormen, maar ook hij had het woord onafhankelijkheid toen nog niet durven gebruiken. Adams was namelijk bang dat de conservatieven zijn plan niet zouden steunen. Gelukkig voor hem kwam er steun voor de onafhankelijkheid uit het zuiden. Op 7 juni kwam Richard Henry Lee uit Virginia namelijk met een verdrag. Hierin stelden de opstandelingen onder andere dat

'de verenigde kolonin vrije en onafhankelijke staten zijn, in ieder geval zouden moeten zijn... en dat elke politieke binding tussen deze staten en de staat Groot-Brittanni verbroken zou moeten worden.'

Adams hoopte dat iedereen voor zou stemmen, maar tijdens de debatten die gevoerd werden bleek dat een aantal kolonin tegen was. Daarop werd besloten de stemming uit te stellen. Ondertussen benoemde het Congres een commissie om een onafhankelijkheidsverklaring op te stellen, voor het geval dat het toch zo ver zou komen. De commissie bestond uit vijf personen, waaronder Adams en Benjamin Franklin uit Pennsylvania. Het belangrijkste lid was Thomas Jefferson, degene die uiteindelijk de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring schreef.

De Onafhankelijkheidsverklaring

De Onafhankelijkheidsverklaring van Jefferson bestond uit drie delen;

In het eerste deel maakte hij duidelijk waarom de Onafhankelijkheidsverklaring was geschreven. Uit respect voor ieders mening besloot het Congres dit te doen tot in de kleinste details.

In het tweede deel werden aan de hand van ideen van John Locke de principes uiteengezet waar de kolonisten in geloofden. Een citaat hiervan is het volgende: 'Wij houden de volgende waarheden voor vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met onvervreemdbare rechten; dat daartoe behoren het leven, de vrijheid en het streven naar geluk. Dat om die rechten veilig te stellen regeringen worden opgericht onder de mensen die hun rechtmatig gezag ontlenen aan de instemming van hun onderdanen. Dat wanneer enige vorm van regering een bedreiging vormt van deze doeleinden, het volk het recht heeft die regeringsvorm te wijzigen of af te schaffen, en een nieuwe regering in te stellen.'

In het derde en tevens laatste deel stond een waslijst van aanklachten tegen de Engelse koning George III. De aanklacht was niet gericht tegen het parlement, maar tegen de koning, omdat hij met het verwerpen van de Olive Branch Petition de grote vijand werd.

Jefferson zette uiteen dat de tirannie van de koning de Amerikanen ertoe heeft gedwongen om zich af te scheiden van Groot-Brittanni. Het doel van het derde deel was de koning duidelijk maken dat hij zijn plicht om zijn onderdanen te beschermen aan zijn laars had gelapt, en dat dit voor de kolonisten de reden was om te streven naar onafhankelijkheid.

John Adams en Benjamin Franklin brachten nog een paar kleine wijzigingen aan in de Onafhankelijkheidsverklaring van Jefferson en presenteerden het daarna aan het Congres. Er moest echter eerst worden beslist over de onafhankelijkheid zelf. Adams en zijn medestanders deden alle mogelijke moeite om de andere kolonin over te halen om ook te streven naar onafhankelijkheid. Op 2 juli waren ze er in geslaagd alle kolonin over te halen, behalve New York,

dat gebeurde pas twee weken later.

Op 4 juli keurde het Congres de Onafhankelijkheidsverklaring goed en binnen een week werd deze overal in het land voorgelezen aan een enthousiast publiek. In New York werd het standbeeld van George III, dat was geplaatst nadat hij de Zegelwet had ingetrokken, tegen de vlakte gegooid. Engeland had de kans voorbij laten gaan om de kolonin opnieuw voor zich te winnen en nu was het, helaas voor de koning, te laat om nog tot een compromis te komen. De kolonin zouden of onafhankelijk worden, of opnieuw veroverd moeten worden.

Goed en slecht nieuws voor de Amerikanen

Kort nadat het Congres de Onafhankelijkheidsverklaring had goedgekeurd kwam er goed nieuws voor de Amerikanen. Frankrijk en Spanje hadden besloten om de kolonisten te hulp te komen. Dat deden ze met name om hun grote Europese rivaal Engeland te treffen. Bij de Fransen speelde ook de revanchegedachte een rol, want ze wilden de Britse overwinning in de zevenjarige oorlog wreken. Koning Lodewijk XVI van Frankrijk stuurde voor 1.000.000 dollar wapens en ook Spanje steunde de kolonisten met schenkingen.

De Britten hadden ondertussen een enorme strijdmacht op de been gebracht. Washington verwachtte dat de Britten op zouden trekken naar New York, en hij kreeg gelijk. Generaal William Howe landde op 2 juli met 32.000 soldaten op Long Island. Zijn broer, admiraal Richard Howe, stond aan het hoofd van de sterke Britse vloot.

De situatie zag er niet best uit voor de kolonisten en eind augustus behaalden de Britten dan ook een klinkende overwinning in de slag om Long Island. Washington werd verdreven. In oktober kwam het er nog somberder uit te zien voor de Amerikanen toen de Britse vloot een aantal Amerikaanse schepen vernietigde op het Champlainmeer. Een paar dagen later leed Washington opnieuw een nederlaag, nu bij White Plains, en twee weken later verloren de kolonisten twee forten bij New York. Washington trok zich terug in Pennsylvania en het Congres vluchtte naar Philadelphia.

Amerikaanse comeback

Aan het eind van 1776 zag het er niet zo best uit voor de Amerikaanse kolonisten. Thomas Paine schreef een nieuw pamflet, The American Crisis. Hiermee probeerde hij de Amerikanen een hart onder de riem te steken. Een stukje uit het pamflet gaat als volgt:

'Dit zijn de momenten waarop de mens op de proef gesteld wordt. Alleen mooi-weersoldaten en salonpatriotten onttrekken zich in deze tijden van crisis aan hun plicht. Degenen die hun plicht trouw vervullen verdienen echter alle lof en de grootste dank.'

Eind december waren er ongeveer 1200 Britse soldaten gelegerd in Trenton, New Jersey. Washington stond met een veel grotere legermacht aan de andere kant van de rivier, maar voor veel militieleden zat hun dienstplicht er op 1 januari op. Bovendien had hij dagelijks te maken met deserteurs, waardoor het aantal soldaten terugliep. Hij wist dat hij iets moest ondernemen en terwijl de Britten kerst vierden op 25 december, stak Washington met zijn leger de rivier de Delaware over om ze in de rug aan te vallen. De Britse soldaten werden volkomen verrast. De Amerikanen telden slechts vier gewonden, terwijl ze meer dan 1000 Britse soldaten krijgsgevangen maakten.

Overwinning in New Jersey

Generaal Howe moest er niet aan denken dat hij zich zou moeten overgeven aan de Amerikanen en hij stuurde onmiddellijk generaal Charles Cornwallis met een groter leger naar New Jersey voor de confrontatie met Washington. Deze had de militieleden een beloning van 10 dollar in het vooruitzicht gesteld als ze zouden bijtekenen.

Cornwallis zette met zijn leger van 5000 man Washington bij Trenton vast bij de rivier. Maar omdat hij de definitieve aanval uitstelde tot de volgende dag, lukte het Washington om weg te komen. Via achterafweggetjes slaagde hij erin om achter de linies van Cornwallis te komen. Hij wilde met zijn milities het Britse wapendepot in New Brunswick aanvallen. Onderweg sloeg hij bij Princeton een aanval van een Brits regiment af. Zijn mannen waren echter te uitgeput om door te stoten naar New Brunswick, Washington. Hij sloeg zijn winterkamp op in Morristown. De Britten bleven in New Jersey. Door de overwinningen bij Trenton en Princeton hadden de Amerikanen weer wat lucht gekregen. Half maart keerde het Congres terug in Philadelphia, waar ze een paar weken later het ontwerp voor een nieuwe, eigen Amerikaanse vlag goedkeuren.

In het voorjaar van 1777 voerde het Britse leger twee grote aanvallen uit. Maar omdat ze apart gepland waren was er nauwelijks sprake van enige cordinatie. De ene aanval was gericht op New York, de andere op Philadelphia.

De noordelijke aanval stond onder leiding van generaal John Burgoyne. Hij wilde vanuit Canada optrekken naar New York en zo het opstandige New England isoleren van de andere kolonin. Hij vertrok in juni 1777 met een leger van bijna 8000 soldaten uit Canada en veroverde in juli Fort Ticonderoga, maar zijn opmars werd daarna vertraagd door de dichte bossen en bergen waar hij doorheen moest. In september kwam hij aan bij Saratoga, New York, waar hij op Amerikaanse milities stuitte. Op 19 september vond een veldslag plaats zonder een duidelijke overwinnaar. De Amerikanen hielden stand en kregen steeds meer steun van nieuwe vrijwilligers die zich aanmeldden. Burgoyne kreeg echter geen versterking en moest zelf een oplossing bedenken voor de moeilijke positie waarin hij verwikkeld zat. Terwijl Burgoyne naar het zuiden

oprukte maakte Howe zich klaar om uit New York te vertrekken. Hij ging over zee naar Pennsylvania. Als Howe en Burgoyne met elkaar hadden kunnen communiceren, dan had Howe zich bij Burgoyne kunnen aansluiten om vervolgens samen bij Saratoga de Amerikanen te verslaan, maar helaas. Howe had meer succes dan Burgoyne. Eind augustus ging hij ten zuidwesten van Philadelphia aan land en versloeg Washington in de Slag bij Brandywine. Weer moest het Continentaal Congres hals over kop uit Philadelphia vertrekken. Na de Amerikanen nederlagen toegebracht te hebben bij Paoli en Germantown trok Howe eind september Philadelphia binnen.

Een onvoorziene nederlaag

In oktober kwam het tot een nieuwe confrontatie tussen het Britse leger van Burgoyne en de Amerikanen onder leiding van de jonge generaal Benedict Arnold. De Amerikaanse generaal Horatio Gates streek met de eer, terwijl de overwinning aan Arnold te danken was. Arnold zou later in dienst treden bij de tegenpartij, omdat hij geen promotie kreeg en omdat hij verliefd werd op een loyaliste. Burgoyne moest zich terugtrekken en werd kort daarna ingesloten bij de rivier de Hudson. Op 17 oktober 1777 moest hij zich met zijn 6000 soldaten en bijna 30 kanonnen overgeven. Het was een onverwachte nederlaag voor de man die zijn leger kort daarvoor nog 'onverslaanbaar' had genoemd.

Ondanks de nederlaag besloot de Britse regering om de oorlog voort te zetten. De oppositie diende een voorstel in om de door de Amerikanen gehate wetten te herroepen, maar dat werd weggestemd. In plaats daarvan besloot het Britse Parlement om 13 miljoen pond vrij te maken om de oorlogsinspanningen te financieren. Kort na de overwinning bij Saratoga maakte Frankrijk bekend dat ze de Verenigde Staten officieel erkenden als onafhankelijke staat. Op 6 februari 1778 tekenden Frankrijk en Amerika een bondgenootschap. Ze zouden de strijd voortzetten tot de onafhankelijkheid was bereikt. Beide partijen beloofden geen verdrag met Groot-Brittanni te zullen sluiten zonder toestemming van de ander. Frankrijk stemde ermee in dat alle grondgebied dat Amerika op de Britten zou veroveren van Amerika zou zijn. De alliantie was een grote overwinning voor de Amerikanen.

De vredescommissie

Toen de Britse regering hoorde van het bondgenootschap tussen Frankrijk en Amerika, werden er twee dingen besloten. Het eerste besluit was de terugtrekking van het Britse leger uit Philadelphia en de vervanging van generaal Howe door generaal Henry Clinton, die het leger terug moest brengen naar New York.

Daarnaast besloot de Britse regering een vredesvoorstel te doen wat neerkwam op terugkeer naar de situatie van voor 1763. De regering zou alle belastingmaatregelen terugdraaien, en ook andere wetten waar de Amerikanen bezwaar tegen hadden aangetekend intrekken. De Britten waren zelfs bereid af te zien van het recht om belastingen op te leggen, en stelden voor vertegenwoordigers van de kolonin op te nemen in het Britse parlement. De Amerikanen moesten dan wel hun streven naar

onafhankelijkheid opgeven. De Britten hoopten dat deze voorstellen het Congres zouden bereiken voordat de alliantie met Frankrijk getekend zou worden. Op 4 mei ondertekende het Congres echter de overeenkomst met Frankrijk. Clintons leger maakte zich op om Philadelphia te verlaten. Het Congres verwierp de vredesvoorstellen in duidelijke bewoordingen: 'Wij zijn bereid... om vredesvoorstellen in overweging te nemen als de koning van Engeland duidelijk laat zien dat hij daar oprechte bedoelingen mee heeft. En onder oprechte bedoelingen verstaan wij dat hij zich bereid toont de onafhankelijkheid van al onze staten te erkennen.'

Problemen

Clinton voerde zijn leger naar New York, maar hij vorderde erg langzaam en zijn leger was heel kwetsbaar. Washington rukte op door New Jersey en viel Clintons leger bij Monmouth aan in de rug. Op zich hadden de Amerikanen de slag makkelijk kunnen winnen, want hun leger was veel groter, maar door misrekeningen moesten ze zich terugtrekken en konden ze een nederlaag nog maar tegenhouden. Washington had de grootste moeite om zijn troepen te hergroeperen. Na Monmouth zette het Britse leger de tocht naar New York voort. In de twee jaren daarna werden er geen belangrijke veldslagen geleverd. Clinton bleef in New York, omdat hij te weinig soldaten had om Washington te kunnen verslaan. Het ironische hieraan is dat Washington ook te weinig manschappen had om Clinton aan te vallen. Zijn grootste zorg was het op sterkte houden van zijn leger.

In deze periode kampte Amerika met grote problemen, vooral wat geld betrof. De dollar werd massaal bijgedrukt, met als gevolg dat deze tijdens de oorlog sterk in waarde daalde. In 1779 was een dollar nog maar tien cent waard. Hierdoor rezen de prijzen de pan uit. Bloem bijvoorbeeld was in 1781 2000 procent duurder dan in 1776. Tegelijk was er een schaarste aan goederen. Handelaren en winkeliers hielden spullen vast. Omdat de prijzen almaar stijgen kun je je spullen beter morgen dan vandaag verkopen, zo redeneerden ze. Boeren verborgen hun vee en groenten omdat ze bang waren dat het leger die zou vorderen. Later in de oorlog nam de rijke zakenman Robert Morris de leiding over de financin en wist hij met behulp van zijn kennis van de zakenwereld weer orde op zaken te stellen. Zonder zijn hulp zouden de soldaten geen voedsel of soldij meer gekregen hebben, en zou de nieuwe regering gevallen zijn.

De loyalisten

Een ander probleem waar de opstandelingen mee te kampen hadden waren de loyalisten. Naar schatting bestond meer dan twintig procent van de bevolking uit loyalisten, wat neerkwam op zo'n 500.000 mensen. Zij maakten het de koloniale legers heel lastig. Meer dan 30.000 loyalisten vochten in de oorlog mee aan de kant van de Britten, en degenen die niet meevochten konden makkelijk Amerikaanse troepenbewegingen doorgeven. Loyalistische boeren gaven de Britten het eten en drinken dat ze de opstandelingen onthielden. Twee keer baseerden de Britten hun strategie op de steun die ze van de loyalisten hoopten te krijgen. Toen ze eind 1777 naar Philadelphia en in 1780 naar het zuiden optrokken rekenden ze op steun van vele loyalisten die er woonden. Maar die steun bleef beperkt. Overal waar de Britten wegtrokken gingen de loyalisten met hen mee. Men schat dat zeker 80.000 loyalisten tijdens en na de onafhankelijkheidsoorlog Amerika hebben verlaten.

Inmiddels verplaatste de oorlog zich naar het zuiden. En van de redenen hiervoor was het idee dat het uitgedunde Britse leger meer succes zou hebben in het relatief dunbevolkte zuiden dan in het noorden. De Britten hoopten slaven in het zuiden ertoe over te halen om met het Britse leger mee te

vechten. Dat zou de opstandelingen zwakkeren het Britse leger sterker maken.

De zuidelijke campagne begon in 1779. In de herfst van dat jaar veroverden de Britten Savannah in Georgia. Clinton bezette in mei 1780 Charleston. Daarbij werden meer dan 5000 Amerikaanse soldaten gevangen genomen. Washington stuurde een deel van zijn leger naar het zuiden, met als bevelhebber de door het Congres benoemde generaal Gates. Britse troepen versloegen onder leiding van generaal Cornwallis de Amerikanen bij Camden in South Carolina. Hierbij vielen aan Amerikaanse zijde 900 doden en werden 1000 soldaten gevangen genomen. Gates moest plaats maken voor generaal Nathaniel Greene. Cornwallis was ondertussen North Carolina binnengetrokken, waar hij bij Kings Mountain en Cowpens op onverwacht heftige tegenstand van de Amerikanen stuitte. Hij versloeg de Amerikanen in de slag bij Guilford Court House maar had daarbij wel zware verliezen geleden. Hij trok zich terug in Wilmington in North Carolina om op versterking te wachten.

Cornwallis begon het jaar daarop aan een campagne in Virginia, waar hij met zijn leger van 7500 man de Amerikanen aanviel waar hij maar kon. In augustus bereikte hij de stad Yorktown, waar hij opgesloten raakte. Zijn situatie werd nog penibeler toen de Franse vloot de Britse vloot versloeg in Chesapeake Bay, waardoor Cornwallis niet meer bevoorraad kon worden. Ook vluchten kon niet meer. Eind september trok Washington met zijn leger het gebied binnen. Cornwallis kwam met zijn leger van 8000 soldaten tegenover een Amerikaanse overmacht van 16.000 man te staan. Vanaf 9 oktober werden de Britten dag en nacht bestookt door de Amerikanen. Uitbraakpogingen mislukten en op 19 oktober moest Cornwallis zich overgeven.

De vrede van Parijs

Yorktown was de laatste grote slag van de onafhankelijkheidsoorlog. Er vonden hier en daar nog wel een aantal gewapende conflicten plaats en het zou nog twee jaar duren voordat er echt vrede zou zijn. Op 27 februari 1782 stemde het Britse Parlement tegen voortzetting van de oorlog en op 5 maart stemde het voor vredesonderhandelingen met de Verenigde Staten. De onderhandelingen vonden plaats in Parijs. Benjamin Franklin, John Adams en John Jay waren de Amerikaanse onderhandelaars. Richard Oswald, een Schots zakenman die een tijd in Virginia gewoond had, voerde onderhandelingen namens Groot-Brittanni. Amerika's eerste eis was erkenning als onafhankelijke natie. Met veel tegenzin gingen de Britten in september 1782 op deze eis in.

De definitieve versie van het vredesverdrag werd eind november van dat jaar opgesteld. Amerika kreeg alle gebieden ten oosten van de Mississippi, behalve Florida. Florida en een stuk land tussen de zee en de Mississippi werden namelijk aan Spanje gegeven, dat in 1779 mee was gaan vechten tegen de Britten (zie figuur 4). Amerika kreeg ook het recht om te vissen in de wateren voor de Canadese oostkust.

Een regeringswisseling in Groot-Brittanni zorgde voor enige vertraging, maar uiteindelijk werd het vredesverdrag op 3 september 1783 in Parijs getekend. De oorlog was nu definitief voorbij, en op 30 april 1789 werd George Washington uitgeroepen tot de allereerste president van Amerika. Zijn opvolger werd John Adams.

Conclusie

Wat begon met het heffen van belastingen, eindigde uiteindelijk in een echte oorlog. In het begin van de oorlog vochten nog maar weinig Amerikanen voor echte onafhankelijkheid, maar op aandringen van John Adams, een zeer belangrijke naam in de geschiedenis van deze oorlog, werd de Amerikaanse revolutie toch een onafhankelijkheidsoorlog. Ik moet wel zeggen dat de Amerikanen weinig keus hadden. Ze moesten wel overgaan op een onafhankelijkheidsoorlog om zo van de bemoeizieke koning George III af te zijn. Aan beide kanten, Engeland en Amerika, verliep de oorlog niet erg soepel; beiden leden nederlagen, waardoor de moed in de schoenen zonk. Maar aan de andere kant werden er ook veldslagen gewonnen door beide partijen, wat weer leidde tot vreugde en doorzettingsvermogen. De Amerikanen waren echter wel in het voordeel ten opzichte van de Britten. De Britten hadden namelijk weinig tot geen goede strategien gebruikt tijdens de oorlog en moesten zich vaak terugtrekken, veldslagen werden onnodig verloren, de communicatie verliep slecht er was ook zeker sprake van een slechte bevoorrading, omdat ze op het Amerikaanse platteland vaak niet verzekerd waren van voedsel. Hierdoor moesten de Britten vaak wachten op voedsel uit het moederland, wat erg lang duurde. Ook George Washington was een groot voordeel voor de Amerikanen, omdat hij zijn leger goed op de been wist te houden, ondanks de problemen waar de Amerikanen mee te kampen hadden, zoals de geldcrisis en de loyalisten. Het grootste voordeel voor de Amerikanen zal ongetwijfeld de buitenlandse steun zijn, omdat deze landen zorgden voor veel meer manschappen, veel wapens en Frankrijk nam de Britse vloot onder handen.

Wat waren de gevolgen van de onafhankelijkheidsoorlog voor Europa?

Inleiding

De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog was voor de Amerikanen met succes geslaagd, maar het succes was natuurlijk niet iedereen gegund; De onafhankelijkheidsoorlog had een aantal positieve en negatieve gevolgen. Voor Amerika zijn de gevolgen uiteraard positief, maar geldt dit ook voor een aantal landen in Europa? Wat heeft de afloop van de oorlog voor deze landen betekend? In deze deelvraag gaan bekijken wat de onafhankelijkheidsoorlog betekend heeft voor de drie Europese landen die hier fanatiek aan hebben meegedaan; Engeland, Frankrijk en Spanje.

De gevolgen voor Groot-Brittanni

Voor het Britse rijk had de onafhankelijkheidsstrijd grote gevolgen; ze waren namelijk alle dertien Amerikaanse kolonin kwijtgeraakt en ze moesten ook al een deel van hun veroverde land afstaan aan Spanje. Hierdoor wilden ze kosten wat het kost Canada behouden, maar ook hier was iets mis mee. Tijdens de strijd om de onafhankelijkheid waren er namelijk zo'n 40.000 loyalisten naar Canada gevlucht en hier kregen zij land toegewezen door de Britse regering. Na de oorlog wilden deze mensen dezelfde rechten als de mensen in de dertien kolonin, en omdat Canada eerder een Franse kolonie geweest was werd de Britse regering gedwongen tot de opdeling van Canada in Engelstalige en Franstalige provincies.

Nog een gevolg van de oorlog voor de Britten was het feit dat ze de koloniale gebieden in Ierland dreigden te verliezen. De Ieren hadden namelijk voor elkaar gekregen dat hun parlement meer beslissingen mocht nemen, maar een groot deel van de verkregen bevoegdheden werd door de Britse regering in de loop van de negentiende eeuw weer ingetrokken. De katholieken in Ierland streefden nu inmiddels ook naar onafhankelijkheid en ze haalden hun hoop uit hetgeen dat de Amerikanen al gelukt was.

Weer een ander gevolg voor het Britse rijk was een nieuw conflict met Frankrijk. Engeland ging namelijk na het verlies van de onafhankelijkheidsoorlog haar aandacht vestigen op India, een andere Britse kolonie. Hier raakten deze twee weer in strijd.

De gevolgen voor Frankrijk

In economisch en ideologisch opzicht had de onafhankelijkheidsstrijd ook grote gevolgen voor Frankrijk en deze leidde zelfs indirect tot de Franse Revolutie. Na de zevenjarige oorlog had Frankrijk namelijk al een schuld opgelopen van 7 miljard francs en door de steun die Frankrijk aan Amerika bood in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog werd deze schuld nog eens verdubbeld. Hierdoor draaide het in Frankrijk uit op een economische crisis, n van de aanleidingen tot de Franse Revolutie.

Het Franse volk was razend enthousiast over de gebeurtenissen die in Amerika hadden plaats gevonden en over de ideen die uit Amerika vandaan kwamen. Er werden in overal in Frankrijk pamfletten en boeken gepubliceerd over de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog en de nieuwe natie genaamd de Verenigde Staten van Amerika. Er werd zelfs een vertaling uitgegeven van de nieuwe, Amerikaanse grondwet.

Dat de Fransen zo genteresseerd waren in de Amerikaanse ideen kwam duidelijk naar voren in de idealen die ze hadden in de Franse Revolutie. Deze waren namelijk hetzelfde als de idealen van Thomas Jefferson in de Onafhankelijkheidsverklaring.

De gevolgen voor Spanje

Ook Spanje had last van schulden doordat ze de Amerikanen in hun strijd om onafhankelijkheid steun hadden geboden, en ook de Spaanse regering werd door de oorlog verzwakt. Toen Amerika eenmaal onafhankelijk was, kreeg Spanje de angst dat diens eigen kolonin ook gingen streven naar onafhankelijkheid. Dit gebeurde inderdaad; de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd was voor de Spaanse kolonin een voorbeeld geworden. Spanje verloor alle kolonin op het Amerikaanse vasteland in de eerste helft van de negentiende eeuw.

Ook Nederland liet zich inspireren door de onafhankelijkheidsoorlog. Eind achttiende eeuw kwamen de Nederlanders door het succes van de Amerikanen namelijk tot het besluit om zich tegen Frankrijk te verzetten.

Conclusie

De gevolgen van de onafhankelijkheidsoorlog voor de Europese landen waren vooral gebiedsverlies;

Groot-Brittanni verloor alle kolonin op het Amerikaanse vasteland, op Canada na, en dreigde ook de Ierse kolonin te verliezen.

Spanje won Florida en een stukje land tussen de zee en de rivier de Mississippi, maar verloor deze kolonin al snel weer als gevolg van het streven van deze kolonin naar onafhankelijkheid. (Naar voorbeeld van de dertien kolonin.)

Economisch waren de gevolgen ook niet lekker, want zowel Frankrijk als Spanje waren belast met enorme schulden. Naast dit alles verspreidde ook de Amerikaanse ideologie zich over Europa.

Conclusie

Zoals ik in de inleiding al zei, Groot-Brittanni was een wereldmacht met een enorm sterke vloot en een groot leger. Hier komt nog bij dat het met Groot-Brittanni economisch goed ging en de koning was vastbesloten om de kolonin te houden. De Amerikanen daarentegen moesten hun leger nog helemaal opbouwen, zaten met geldproblemen en ze hadden niet eens een centrale regering. Hoe hebben de Britten dan in hemelsnaam kunnen verliezen? Die conclusie ga ik nu trekken.

Hoe heeft de wereldmacht Groot-Brittanni de onafhankelijkheidsoorlog kunnen verliezen?

Doordat de Engelse koning George III begon met het heffen van allerlei belastingen in zijn kolonin en door deze later ook nog een aantal dingen te verbieden heeft hij de Amerikanen flink tegen zich opgezet. De Amerikanen waren waarschijnlijk geen oorlog tegen Engeland begonnen als de koning gewoon naar ze geluisterd had, maar omdat George III keer op keer weer met nieuwe, vervelende wetten kwam, werden de Amerikanen eigenlijk gedwongen tot oorlog met het moederland.

Aan het begin van de oorlog zou je bijna denken dat de Amerikanen geen enkele kans van slagen hadden; hun leger moest immers nog helemaal opgebouwd worden, een centrale regering was er niet, en er heerste een grote geldcrisis in Amerika. Daartegenover stond dat de Britten met hun grote leger en sterke vloot oppermachtig leken, maar gedurende de oorlog bleek dat de Britten helemaal niet zo sterk stonden. Ze maakte namelijk geen gebruik van goede strategien, ze hebben het leger van Washington nooit kunnen verslaan, ze hebben zich erg vaak moeten terugtrekken en ze verloren veldslagen terwijl ze deze makkelijk hadden kunnen winnen. Ook de communicatie tussen de Britten en hun bevoorrading verliepen niet soepel. Kortom, de Britten hebben dus veel cruciale fouten gemaakt tijdens de oorlog, maar het feit dat Groot-Brittanni de oorlog niet heeft kunnen winnen is niet alleen aan de fouten van de Britten te wijten. De Amerikanen hadden op hun beurt namelijk een goede strijd geleverd. Een erg groot voordeel voor de Amerikanen was hun opperbevelhebber George Washington. Hij wist zijn leger in tijden van tegenspoed namelijk staande te houden. Toen de landen Spanje en Frankrijk uiteindelijk ook nog gingen meevechten aan Amerikaanse zijde, was de oorlog voor de Britten eigenlijk al verloren, omdat deze landen de Amerikanen flinke steun boden in de vorm van het cadeau doen van wapens en manschappen, en Frankrijk wist tevens de Britse vloot te bestrijden.

Kortom, Groot-Brittanni heeft de onafhankelijkheidsoorlog kunnen verliezen;

  • doordat ze in militair opzicht faalde
  • doordat de communicatie tussen de Britten slecht verliep
  • doordat de Britten last hadden van een slechte bevoorrading
  • doordat de Amerikanen goede tegenstand boden
  • en doordat Amerika steun kreeg van Frankrijk en Spanje

Epiloog

Toen ik begon met het schrijven van dit verslag, waren mijn hoofd- en deelvragen anders dan nu. Oorspronkelijk had ik de volgende hoofdvraag;

Wat waren de gevolgen van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, ook wel de Amerikaanse Revolutie, ten opzichte van de onderlinge Europese verhoudingen?

met de volgende deelvragen;

De Amerikaanse Revolutie, wat was/waren de aanleiding(en) tot een algehele revolutie?

  • Wat was de aanleiding tot de Amerikaanse Revolutie?
  • Welke gebeurtenis zorgde voor een escalatie in de relatie tussen de V.S. en Engeland?

Het verloop, hoe is de Amerikaanse Revolutie verlopen en was deze 'revolutie' ook daadwerkelijk een revolutie?

  • Hoe verliep de Amerikaanse revolutie?
  • Valt de term revolutie binnen deze onafhankelijkheidsstrijd op zijn plaats?

Wat waren de gevolgen van de onafhankelijkheidsstrijd voor Europa?

  • De gevolgen, wat waren de gevolgen voor de handelsrelaties tussen Amerika en Europa?
  • De gevolgen, heeft deze revolutie de Engelse status van grootmacht schade toegebracht?
  • De gevolgen, heeft de revolutie gevolgen gehad voor de diplomatieke verhoudingen binnen Europa?

Tot mijn grote teleurstelling heb ik veel moeten schrappen. Dit komt doordat mijn computer gecrasht is en toen dat gebeurde zijn er redelijk grote stukken tekst verloren gegaan. Ik ben niet erg tevreden over het werk dat ik nu heb geleverd, omdat ik toch nog meer tijd nodig had om een gedeelte van de informatie opnieuw te verwerken en ook nog de rest van het verslag te maken. Doordat ik bepaalde dingen heb moeten schrappen, moest ik ook mijn hoofdvraag weer helemaal omgooien. Voor mijn gevoel ik het verslag gewoon nog niet af. Dit alles heeft mij echt ontzettend veel stress bezorgd en ik heb zelfs bepaalde proefwerken verprutst en slapen overgeslagen, omdat ik zo ontzettend graag een goed cijfer wilde voor deze praktische opdracht.

Het schrijven ging me ook niet echt gemakkelijk af. Het duurde erg lang voordat ik een stukje van maar 100 woorden op papier had staan en telkens wist ik niet hoe ik verder moest. Zelf zit ik hier heel erg mee, want het ging echt hl erg traag. Ik moet nu dan ook eerlijk zeggen dat ik blij ben dat ik deze praktische opdracht achter de rug heb.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!