De amerikaanse revolutie

Inleiding

Voordat de oorzaken van deze 'revolutie' aan bod kunnen komen, moet er natuurlijk eerst aandacht worden geschonken aan het begin van de Engelse overheersing in 'de nieuwe wereld' . Wanneer arriveerden de Britten en hoe is Brits-Amerika eigenlijk tot stand gekomen?

Hiervoor gaan we terug in de tijd, naar het jaar waarin de Engelsen een permanente nederzetting vestigden in de wouden aan de oostkust, het jaar 1607.

De eerste nederzetting en uitbreiding

Na verschillende mislukte pogingen slaagden de Britten er in het jaar 1607 in om een vestiging te stichten in de kolonie Virginia. Deze kolonie is vernoemd naar de Engelse koningin Elisabeth, die de 'virgin queen' werd genoemd. Behalve het feit dat deze nederzetting in de huidige deelstaat Virginia ligt, was het ook zo dat de nederzetting zich had gevestigd aan de James-rivier, die vernoemd is naar de opvolger van Elisabeth, Jacobus I (heersend over Engeland sinds 1603). Het eerste fort dat de Engelsen oprichtten werd tevens naar deze koning vernoemd en draagt de naam Jamestown. De leider van de eerste kolonie, John Smith, schreef het volgende over Amerika: 'Nog nooit tevoren hebben hemel en aarde zich in zo'n volmaakte harmonie verenigd om een woonplaats te verschaffen aan de mens.' Uit dit citaat blijkt hoe overweldigend de nieuwe wereld wel niet geweest zou moeten zijn in die tijd. Uiteraard heeft dit citaat ook een functie, namelijk reclame. De 'nieuwe wereld' moest worden aangeprezen, omdat men meer kolonisten nodig had om deze nieuwe wereld te kunnen beheersen. In het beginstadium waren het alleen de Engelse compagnien die interesse toonden, het was immers een nieuw land en er was zat om te ontginnen en te handelen. Door het nieuwe Amerika aan te prijzen, trok men steeds meer nieuwe kolonisten aan en kregen de Engelsen niet te maken met dezelfde problematiek als de Nederlandse kolonies in Nieuw-Amsterdam en aan de Hudson rivier. Deze kolonies gingen namelijk ten onder wegens een tekort aan mankracht. Intussen begint Engeland steeds meer zijn stempel te drukken op Amerika. In het jaar 1620 wordt Massachusetts ingelijfd door de Engelsen en al snel lijkt Engeland zijn grip op de nieuwe wereld verder te verstevigen. Er ontstonden niet enkel nederzettingen door speciaal opgezette expedities (Massachusetts & Virginia), maar er ontstonden ook nederzettingen door deze te schenken aan vooraanstaande Engelse particulieren. Hiervan zijn Maryland (cadeau gedaan door Koning Karel I aan Cecil Calvert, ook wel Lord Baltimore) en Pennsylvania ( cadeau gedaan door koning Karel II aan Quaker William Penn) goede voorbeelden.

Er was nog een manier waarop kolonin ontstonden. Kolonin kwamen ook voort uit afsplitsingen binnen de 'nieuwe wereld' zelf. Zo is de kolonie Connecticut ontstaan door het vertrek van een groep kolonisten uit Massachusetts en Rhode Island is ontstaan door het toedoen van n man, genaamd Roger Williams. Hij kreeg het aan de stok met de regeerders van de kolonie, waarop hij in de wildernis Rhode Island stichtte.

Logischerwijs bleven de kolonin groeien en aan het eind van de zeventiende eeuw telde de 'nieuwe wereld' al meer dan 250.000 inwoners. Ten tijde van de Amerikaanse Revolutie telde Amerika al ruim 2.500.000 inwoners.

Elk van hen had te ontbering van een zeereis van ongeveer 5000 kilometer begaan, maar waarom zou men aan zo'n degelijke reis beginnen? Volgens mij spelen er twee belangrijke motieven, namelijk;

  1. De hoop op een beter bestaan
  2. Godsdienstvrijheid, velen ontliepen het religieuze conflict dat in Europa speelde tussen de protestanten en de rooms-katholieken.

Modellen van kolonin

Het Noorden

In de loop der tijd begonnen de kolonin zich in te richten naar bepaalde modellen. In het beste geval zijn er drie verschillende typen onderscheiden; het Noorden, midden en Zuiden. Elk van deze drie typen had zijn eigen karakter en zijn eigen economische omstandigheden. Zo was het Noorden, Nieuw Engeland, een gebied dat in grote mate onvruchtbaar was en bestond uit een rotsachtig gebied. De grond hier was voor het grootste deel ontoereikend voor de landbouw, dus werden er andere economische inkomstenbronnen gezocht. In het Noorden leefde men met name van de handel, visvangst en (later) ook van de industrie. De bevolking bestond hier voor het grootste gedeelte uit Puriteinen. Een puritein is een aanhanger van het puritanisme. Centraal in het puritanisme staan de persoonlijke relatie met God en Christus door het geloof en de levensheiliging van de christen. Belangrijke onderdelen van de puriteinse levensstijl zijn een intensieve studie van de Bijbel en een strikte zondagsheiliging.

De steden in het Noorden werden dan ook gekenmerkt door vrij democratische gemeenschappen die werden overheerst door de algehele eenheid van kerk en staat. De eerste barstjes in deze strakke bestuursvorm begonnen zich te tonen in het jaar 1636 toen Roger Williams vertrok naar Rhode Island. Wel werd het Noorden steeds milder door de groeiende welvaart en uiteindelijk verdween het Puriteinse gedachtegoed uit de bestuursvorming. Toch was het niet helemaal verdwenen, een voorbeeld hiervan is de universiteit Harvard (gesticht in 1636).

Het midden

Het midden kende twee grote kolonin, namelijk New York en Pennsylvania. New York, de kolonie die eerst in Nederlandse handen was gevallen, werd in 1664 veroverd door de Britten (Nederland had New York geruild voor Suriname) en Pennsylvania werd gesticht door William Penn. Deze twee gebieden kregen een veel gevarieerder karakter dan Nieuw-Engeland. Dit kwam in New York doordat deze kolonie de rol van handelscentrum vervulde en in Pennsylvania kwam het door godsdienstige redenen. William Penn had besloten zijn land te gebruiken voor, zoals hij het zelf noemde, zijn heilige experiment. Hij stelde zijn land open voor armen en voor alle mensen die werden vervolgd wegens hun geloof. Ondertussen ging William Penn naar Europa. Hij trok door Nederland en Duitsland, op zoek naar groeperingen die hij vervolgens kon overhalen om naar zijn kolonie Pennsylvania te verhuizen.

Op deze manier stroomde de kolonie van William Penn vol met mensen (waaronder erg veel Duitsers) en in een snel tempo werd de hoofdstad van Pennsylvania, genaamd Philadelphia, de grootste stad van de 'nieuwe wereld'. Doordat de kolonie Pennsylvania voornamelijk gebruikt werd als toevluchtsoord voor normale mensen kwam er in deze omgeving al vroeg een echte, sterke democratie op gang.

New York had een samenleving die over vrijwel de hele wereld voorkomt, namelijk de multiculturele samenleving. Toen de kolonie nog in handen van de Nederlanders was, tussen 1624 en 1664 dus, kwamen er al mensen uit alle uithoeken van de wereld naar New York getrokken. Door deze verschillende culturen waren de Hollandse invloeden al snel verdwenen, maar de Hollandse vrolijkheid en de losheid maakten New York een veel gezelligere en aangenamere stad dan bijvoorbeeld Boston, dat Puriteins was.

Het Zuiden

Dan zijn we aangekomen bij het derde en tevens het laatste type, namelijk het Zuiden. De grens tussen het midden en het Zuiden ligt tussen Pennsylvania en Maryland. Ook dit type heeft weer een geheel eigen karakter. De grond die dit gebied bezit is zeer vruchtbaar en daarnaast heeft het zuiden goede verbindingen met de open zee. Deze twee factoren zorgen voor een goede agrarische combinatie. Deze combinatie maakte het mogelijk dat er in Virginia tabak werd verbouwd en in Noord- en Zuid-Carolina waren indigo en rijst de belangrijkste gewassen. In het westen ontstond een samenleving met daarin veel vrije, zelfstandige boeren in de bergachtige gebieden. In de kuststreken ging het er echter anders aan toe. Hier werd voornamelijk met slaven gewerkt. Het eerste schip met slaven kwam aan in Virginia in het jaar 1619 en vanaf dat moment bloeide de slavenhandel op. Van slavenhandel in het Noorden was bijna geen sprake, omdat de economische omstandigheden het daar niet toelieten. In het Zuiden ontstonden echter grote plantages langs de kusten en in de loop van de tijd ontstonden deze ook verder landinwaarts. Een nieuwe aristocratie (een heerschappij waarin een kleine groep de macht had, dit waren vaak edelen) nam hier de leiding over de duizenden slaven. Hierdoor ontstond er een grote tegenstelling in de Zuidelijke staten tussen de aristocratische provincies aan de kust en de westelijke, meer democratische, gebieden aan de voet van de bergen. Een soortgelijke tegenstelling ontstond op deze manier ook tussen de Noordelijke en de Zuidelijke staten.

Naast de verschillende kenmerken per gebied bestond er uiteraard ook een algemene cultuur. Door middel van de verspreiding van kranten en pamfletten in de achttiende eeuw

werd gezorgd voor een grotere eenheid dan men had gedacht. Door deze verspreiding was het mogelijk om het hele volk te bereiken, de vrijheid van drukpers was tevens n van de eerste rechten die de Amerikanen verworven hadden.

Ook de democratie kreeg de mogelijkheid te groeien in Amerika. Zo had men al vroeg in enkele kolonin vormen van medezeggenschap binnen het bestuur. Zo had men in 1619 al een adviserend lichaam in Virginia (House of Burgesses). Massachusetts volgde niet veel later, in 1644, met een wetgevende vergadering die opgedeeld was in twee kamers. Ook andere kolonin van Nieuw-Engeland bleven niet achter, ook zij vormden verscheidene vormen van zelfbestuur.

Het begint er zowaar op te lijken dat Engeland zijn interesse in Amerika had verloren, maar dat is echter niet zo. Als Engeland vond dat de Amerikanen zich te veel vrijheid toeeigende in de vorm van een wetsvoorstel, werd deze simpelweg nietig verklaard. Zo werd ook de grondwet die Massachusetts in 1684 klaar had nietig verklaard. De grondwet voor Massachusetts bleef echter niet lang uit, want de beslissing om deze grondwet nietig te verklaren werd niet veel later, in 1688, terug gedraaid tijdens de 'Glorious Revolution'.

'De Glorious Revolution is de benaming van de machtsovername door de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland op uitnodiging van een aantal protestantse leiders in Londen.'

Het nationalisme, of beter gezegd, het patriottisme begon langzamerhand te groeien binnen de Verenigde Staten. Men voelde zich niet langer een Nederlander, Engelsman, Duitser of Europeaan, maar men werd zich bewust van het feit dat men Amerikaan was. Een Franse emigrant, genaamd Hector St. John de Crvecoeur, bracht het Amerikaanse zelfbewustzijn als eerste onder woorden. Hij schreef onder andere: 'Hier worden mensen van alle natin samengesmolten tot een nieuw mensenras. De Amerikanen zijn de pelgrims van het Westen, nieuwe, gelijke mensen.'

In Europa bleef men achter qua gedachtegoed. Waar Amerika zijn zelfbewustzijn ontwikkelde, liep Europa nog steeds met een bord voor de kop. Europa bleef er namelijk heilig van overtuigd dat de Europeaan superieur was en daardoor het recht had te domineren en uit te knijpen. Toch enigszins vreemd als je je bedenkt dat het achttiende eeuwse denkbeeld voornamelijk bestond uit filosofen die de vrijheid en gelijkheid verheerlijkten, zoalsLocke, Montesquieu en Rousseau.

Frankrijk en Engeland

Al jaren lang bevochten deze twee Europese grootmachten elkaar op het Europese vasteland, maar deze strijd begon zich te verplaatsen naar de andere continenten. Logischerwijs was de 'nieuwe wereld' n van deze continenten. Hier bevochten Engeland en Frankrijk elkaar. Spanje was tevens aanwezig in Amerika. Men kreeg nagenoeg geen adempauze tussen alle conflicten. Hieronder staan de belangrijkste conflicten opgesomd met daarbij een korte uitleg;

Queen Ann's War

Dit was de tweede in een serie van vijf oorlogen tussen Frankrijk en Engeland. Deze oorlogen moesten bepalen wie de heerschappij kreeg over Noord-Amerika. Het is de equivalent van de Spaanse successieoorlog op het Europese vasteland op Amerikaans grondgebied. Naast de twee grootmachten vochten ook Indiaanse stammen mee aan de Franse zijde. Deze oorlog werd gewonnen door de Britten en daarop verworven zij Nova Scotia, Hudsonbaai en Saint Kitts en Nevis.

King George's War

Dit was de derde in een serie van vijf oorlogen tussen Frankrijk en Engeland. Deze oorlog liep van 1744 tot 1748 en maakte deel uit van de Oostenrijkse successieoorlog. King George's War was een oorlog die uitliep in een zogenaamd Status quo ante bellum, oftewel, alles bleef hetzelfde als voor de oorlog.

French and Indian War

Dit is de naam waaronder de oorlog tussen Engeland en Frankrijk bekend staat in de V.S.. Deze oorlog liep van 1754 tot aan 1763. In 1756 liep de oorlog tussen Frankrijk en Engeland uit tot een conflict van mondiaal niveau, die ook wel bekend staat als de zevenjarige oorlog. Deze oorlog werd alweer door de Britten gewonnen, wat hen bij de Vrede van Parijs in 1763 de volgende staten opleverde; Nieuw-Frankrijk ten oosten van de Mississippi en Spaans Florida. Nieuw-Frankrijk ten westen van de Mississippi werd overgenomen door Spanje.

De strenge Engelse politiek

Na deze voor Engeland gunstig uitgepakte oorlog kwam er een nieuwe, Engelse politiek. Deze was vele malen strenger en logischer. Er werd een systeem opgezet naar de ideen van het mercantilisme. Het mercantilisme is een economische leer uit de zeventiende en achttiende eeuw die stelt dat de handel en nijverheid in de eerste plaats moeten worden bevorderd als middel van macht en rijkdom. Het was de bedoeling meer te exporteren dan te importeren, om zo de rijkdom, bestaande uit veel goud en zilver, verder aan te vullen.[9] De schulden die over waren gebleven na de oorlog moesten worden betaald, en ook de belangen van de Engelse handel moesten veilig worden gesteld. Doordat de oorlog ook deels ter bescherming van de Amerikanen is gevoerd, is het niet meer dan logisch dat deze ook mee moesten betalen aan de oorlogsschuld. Hierdoor moesten er nieuwe belastingen worden opgelegd, wat leidde tot grote onvrede onder de inmiddels redelijk welvarende en zeer zelfstandige Amerikanen. Zij moesten namelijk niets hebben van deze Engelse bemoedering.

In 1764 werd de Suikerwet (the Sugar Act) ingevoerd, wat inhield dat er invoerrechten geheven werden op veel producten die Amerika binnenkwamen. Na de invoering van deze wet deden de Amerikanen hun best om inwendige en uitwendige belastingen van elkaar te onderscheiden. Ze vonden dat het Engelse parlement wel het recht had om belastingen te heffen die in het belang waren van de hele wereld, de 'external taxes', maar belastingen opleggen in Amerika zelf was niet de bedoeling. Het was moeilijk om de grens tussen deze twee belastingen te trekken, dus erg succesvol was het onderscheid maken niet. Toen de Zegelwet (the Stamp Act), ingevoerd in 1765, ook alleen maar leidde tot protesten en woedende Amerikanen begon men zich af te vragen of de kolonin berhaupt wel door het Britse Parlement bestuurd knden worden. De zegelwet hield in dat er belasting betaald moest worden over bijna alles wat op papier werd gedrukt. Een bekende leus uit deze tijd is 'No taxation without representation', oftewel; geen belasting zonder vertegenwoordiging.

De Amerikanen waren namelijk alleen bereid de opgelegde belasting te betalen als zij vertegenwoordigd zouden worden in het Britse Parlement, maar dit ging de Britten toch net iets te ver. Dit leidde er dan ook toe dat de Zegelwet in het jaar 1766 weer werd ingetrokken. Alsof dit alles nog niet genoeg was, kwamen er een jaar later wr nieuwe belastingswetten, gemaakt door minister Townshend. Verrassend genoeg werden deze wetten de 'Townshend Acts' genoemd en ze hielden onder andere in dat er belasting geheven moest worden over verf, thee, glas, lood en papier. Opnieuw barstte het protest onder de Amerikanen los en het verzet van de Amerikanen tegen de Engelse regelingen groeide steeds verder en verder aan. In de kolonie Massachusetts was het verzet het grootst. Sam Adams riep het bestuur van deze kolonie op om te gaan klagen bij de Engelse koning George III. Het bestuur moest hem vragen of het heffen van belastingen voortaan door de kolonin zelf geregeld kon worden. Naast dit beklag schreef Massachusetts ook een brief naar de andere kolonin, met daarin het voorstel om bij elkaar te komen. Deze brief wordt de 'Circular Letter' genoemd. Alle kolonin, behalve New Hampshire, begonnen na de bijeenkomst met het tegenhouden van producten die vanuit Engeland naar Amerika werden gexporteerd. Deze boycot had een groot succes, want de import in Amerika daalde in een jaar tijd met ongeveer een miljoen dollar. Ook in Boston waren wat spanningen. Er werd voor gezorgd dat belastingsambtenaren in hun werk werden belemmerd en de assemblee werd ontbonden omdat deze niet wou afzien van de Circular Letter. Om de orde een beetje te herstellen werden Britse soldaten geplaatst in Boston. Dat de Britse regering de Townshend Act beter in kon trekken was de Engelsen inmiddels wel duidelijk, maar ze wilden niet zwak overkomen door toe te geven. In het begin van het jaar 1770 wordt de Townshend Act onder premier Frederick North dan toch gedeeltelijk ingetrokken. Omdat Engeland wou laten zien dat ze nog steeds de baas was over de kolonin trok ze alleen de belasting op thee niet in.

De spanningen in Boston waren ondertussen verder opgelopen, want de mensen begonnen zich steeds meer te irriteren aan de Britse soldaten die daar rondliepen. Op 5 maart 1770 loopt het dan ook uit de hand. Een aantal werkloze arbeiders waren de soldaten aan het uitdagen door dingen naar ze te gooien. Een soldaat opende per ongeluk het vuur, waarop de rest van de soldaten ook begon te schieten. Hierbij zijn een aantal Amerikanen omgekomen, wat niet erg bevorderlijk was voor de relatie tussen Engeland en de kolonin. Deze gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan als 'The Boston Massacre' (de slachting van Boston).

Het bleef al die tijd onrustig in de kolonin, maar in het jaar 1773 liep het weer uit de hand. Een grote Britse handelsonderneming gevestigd in India (de East India Company) had namelijk last van grote financile problemen en om een faillissement te voorkomen moest de handelsonderneming veel thee verkopen.

'Met deze wet kreeg de Britse Oost-Indische compagnie het monopolierecht om thee naar Amerika te verschepen zonder de Britse uitvoerrechten te betalen.'De Britse regering vergat echter dat de Amerikanen weer de dupe werden van deze wet. In Amerika moesten de invoerrechten namelijk nog wl betaald worden en daar hadden de kolonin niet mee ingestemd. Ze zagen deze wet dus ook als 'een belasting zonder vertegenwoordiging', iets wat ze niet accepteerden.

De Boston Tea Party

Later in het jaar meerden er in Boston drie theeschepen aan en de inwoners van Boston vonden dat de thee moest worden teruggestuurd, maar de Britten stemden hier natuurlijk niet mee in. Als gevolg hiervan ging een groep kolonisten op initiatief van John Hancock, verkleed als indianen, aan boord van de aangemeerde schepen. De groep werd geleid door Samuel Adams. Hier braken ze alle theekisten open en de inhoud werd overboord gegooid. De kolonisten wilden met deze actie laten zien hoe boos ze waren over de Theewet, maar de Britse regering antwoordde met harde maatregelen.

In maart 1774 werden als antwoord op de Boston Tea Party de 'Coercive Acts' bekend gemaakt. De zogenaamde 'Dwangwetten' moesten de kolonisten dwingen om zich aan de wet te houden. Deze wetten hielden het volgende in:

  • De haven van Boston werd gesloten voor alle handel.
  • Het zelfbestuur van Massachusetts werd uit handen genomen en de gouverneur van Massachusetts werd vervangen door de Britse legerleider Thomas Gage.
  • Ambtenaren in dienst van de Engelse koning mochten niet meer voor de koloniale rechtbank komen, maar moesten worden berecht in Engeland.
  • De kolonisten moesten verplicht onderdak verlenen aan Britse soldaten.

In de maand juni van 1774 krijgt het Engelse parlement het voor elkaar om de woede van de Amerikanen ng verder aan te wakkeren door de 'Quebec Act' te introduceren. Hierin stonden bestuursregels voor de gebieden die Engeland had veroverd van Frankrijk. Deze gebieden kregen een wetgevende macht met door Engeland benoemde leden. Ook kregen de katholieken het recht op een openbare functie. (Dit was zelfs in Engeland niet toegestaan!) In Quebec werd deze wet met open armen ontvangen, want hier woonden immers veel Franse katholieken, maar voor de Amerikaanse kolonisten was er geen reden tot juichen. Deze voelden voor de katholieken weinig sympathie, enigszins logisch, aangezien ze zelf protestant waren. Hier komt nog bij dat de wet ook gold voor bijvoorbeeld Illinois, waar weinig Fransen woonden.

Het Continentaal Congres

De Coercive Acts en de Quebec Act werden door de kolonisten bestempeld als 'Onduldbare wetten'. Als reactie op deze wetten lieten de kolonin in september 1774 een congres bijeenkomen in Philadelphia om te bespreken wat ze aan de Britse wetten konden doen; het Continentaal Congres. Alle kolonin stuurden afgevaardigden naar het congres, op Georgia na. Deze kolonie zat namelijk verwikkeld in een strijd met de inheemse bevolking en wilde de steun van de Britten niet verliezen. Veel van deze afgevaardigden zetten zich al fel in voor onafhankelijkheid. Een aantal bekende namen zijn Samuel Adams en John Adams uit Massachusetts, John Dickinson uit Pennsylvania en Patrick Henry en George Washington uit Virginia. Tijdens het congres kwamen de afgevaardigden met revolutionaire ideen, die vervolgens ook op papier werden gezet. Ze verklaarden de Coercive Acts voor ongeldig, deden een oproep aan de kolonin om milities van vrijwilligers op te zetten en te trainen en als klap op de vuurpijl begonnen de kolonisten met het boycotten van alle handel met Engeland. ('Een militie is een groep burgers die zich tot een strijdlustige organisatie georganiseerd hebben.') Naast dit alles kwamen de afgevaardigden ook nog met een verklaring waarin stond waar ze voor- en tegen waren.

Het congres besloot het hier voorlopig bij te laten en in het voorjaar weer bij elkaar te komen als er geen teken was van verbetering.

Het antwoord van koning George III op het congres was duidelijk: 'De teerling is geworpen en de kolonin moeten f het hoofd buigen of de overwinning behalen.'

Er werd in Engeland wel enigszins geluisterd naar de punten van het Continentaal Congres. De Engelse premier William Pitt was dan ook bereid om met de kolonin tot een compromis te komen. Hij kwam met het voorstel om het Continentaal Congres officieel erkenning te geven, maar in ruil daarvoor moesten de kolonin wel de door Engeland opgelegde belastingwetten accepteren en ze moesten het Britse parlement erkennen als de hoogste wetgevende macht. Het Britse parlement keurde dit voorstel echter al meteen af en kwam zelf met andere plannen:

  • De kolonin mochten niet meer vissen in de Atlantische Oceaan.
  • De kolonin mochten alleen nog handelen met Groot-Brittanni.

Ook alle belastingwetten werden ingetrokken, op de belastingen die met handel te maken hadden na. Deze wetten werden natuurlijk niet zomaar ingetrokken. De kolonin moesten nu zelf voor de kosten van hun koloniale regering en voor de kosten van hun defensie opdraaien. Om dit te kunnen bekostigen mochten de kolonin vanaf nu zelf belastingwetten opstellen.

Het was nu overduidelijk dat de Britten en de dertien kolonin niet op n lijn konden komen, dus de kolonin bereidden zich voor op een gewapende strijd. In Massachusetts kwam een 'regering' van opstandelingen tot stand. Nogmaals kregen de steden in de kolonin de oproep om milities van vrijwilligers op te zetten en overal in New England (bestaande uit de kolonin New Hampshire, Massachusetts, Connecticut en Rhode Island) werden Britse wapenarsenalen overvallen door de opstandelingen. Het kon nu niet lang meer duren voor een gewapende strijd zou losbarsten en in april 1775 kwam het inderdaad tot een definitieve uitbarsting.

Het eerste conflict

De strijd kan beginnen als generaal Thomas Gates hoort dat de opstandelingen bezig zijn met het aanleggen van een opslagplaats voor wapens en kruit in de plaats Concord (ten westen van Boston). Hij stuurde zijn legertroepen er op af met als doel het in beslag nemen van de voorraden en het arresteren van de opstandelingenleiders John Hancock en Samuel Adams. Wat Gates niet wist, is dat de opstandelingen door een gevluchte inwoner van Boston (Paul Revere) gewaarschuwd werden voor de troepen die op komst waren. De milities konden zich nu klaar maken voor het gevecht en met dank aan de 'minutemen' gebeurde dit erg snel. 'Soldaten die binnen een minuut klaar waren voor de strijd werden minutemen genoemd'

Op de weg naar Concord, bij het plaatsje Lexington, werden de Britten verrast door

Hoofd- en deelvragen inclusief literatuurlijst

Wat waren de gevolgen van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, ook wel de Amerikaanse Revolutie, ten opzichte van de onderlinge Europese verhoudingen?

De Amerikaanse Revolutie, wat was/waren de aanleiding(en) tot een algehele revolutie?

  • Wat was de aanleiding tot de Amerikaanse Revolutie?
  • Welke gebeurtenis zorgde voor een escalatie in de relatie tussen de V.S. en Engeland?

Het verloop, hoe is de Amerikaanse Revolutie verlopen en was deze 'revolutie' ook daadwerkelijk een revolutie?

  • Hoe verliep de Amerikaanse revolutie?
  • Valt de term revolutie binnen deze onafhankelijkheidsstrijd op zijn plaats?

Wat waren de gevolgen van de onafhankelijkheidsstrijd voor Europa?

  • De gevolgen, wat waren de gevolgen voor de handelsrelaties tussen Amerika en Europa?
  • De gevolgen, heeft deze revolutie de Engelse status van grootmacht schade toegebracht?
  • De gevolgen, heeft de revolutie gevolgen gehad voor de diplomatieke verhoudingen binnen Europa?

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!