De klassieke periode

De externe rechtsgeschiedenis.

  • Plaats het jaar waarin de casus zich afspeelt meer precies binnen de periode van het Romeinse recht.
  • De casus speelt zich af in 41 na Chr. dit is in de Klassieke periode die loopt van het jaar nul tot ca. 250 na Christus. Deze periode is tevens het Principaat.[1] Deze benaming is te danken aan Octavianus, hij kreeg in 27 v. Chr. de titel Princeps senatus wat inhield dat de keizer de algehele macht toekwam. [2]

    De casus speelt zich af in Rome, waar het economisch goed gaat. De landbouw was traditioneel het voornaamste middel van bestaan. Het Romeinse rijk was flink uitgebreid dit zorgde voor welvaart, Rome was het bestuurlijk middelpunt van het Rijk. Het was een periode van rust en vrede, ook wel de Pax Romana genoemd.[3]

    Keizer in de periode van de casus was Claudius I hij regeerde van 41 tot 54 n. Chr. Hij was een keizer van de Julisch-Claudische dynastie, deze bestond uit Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius en Nero. Zij waren verbonden door huwelijk en adoptie. Claudius was de vierde princeps van het Romeinse Rijk na Augustus en de opvolger van Caligula die in 41 n. Chr. werd vermoord door de Preatoriaanse Garde. Claudius had een waterhoofd, kwijlde voortdurend en liep scheef omdat een been korter was dan het andere, dit zorgde ervoor dat hij niet altijd even serieus werd genomen, maar achter zijn uiterlijk zat een verstandige en belezen man.[4]

  • Bespreek welke ontwikkelingen in het recht, de rechtswetenschap en de rechtspraktijk ten tijde van en kort voor casus gaande zijn.
  • Het principaat was het gevolg van een reeks burgeroorlogen die het einde voor de republiek betekenden. Augustus is verantwoordelijk voor een aantal belangrijke veranderingen in de politieke structuur van de Romeinse samenleving.

    Augustus hield een schijnrepubliek aan maar geleidelijk wordt de republiek aan de kant gezet. De ambten van de Republiek (senaat, praetor, 2 consuls en volksvergadering) blijven wel bestaan maar verliezen hun macht alle macht wordt uiteindelijk bij de Keizer geconcentreerd. De Keizer had nu het imperium proconsulare (proconsul), dit wil zeggen dat hij opperrechter, opperbevelhebber en bestuurder van het keizerrijk was. De comitia werd niet meer betrokken bij de wetgeving. De senatusconsulta nemen die plaats over, en krijgen kracht van wet, de senaat handelt naar de oratio van de keizer. Later is de senaat zelfs niet meer nodig en kan de Keizer zelf wetgeving maken: constitutio. Door de uitholling van de bevoegdheden van de magistratuur en de senaat en het praktisch verdwijnen van de volksvergadering ontbrak de "balance of power' dit werkte corruptie in de hand. [5]

    Er komt ook een nieuwe vorm van procederen erbij in de tijd van het Keizerrijk, namelijk de extraordinaria cognitio, deze bestaat nog maar uit n fase die zich afspeelt voor een keizerlijke ambtenaar.[6]

  • Wie heeft als eerste een onderscheid gemaakt tussen publiekrecht en privaatrecht?

De jurist Domitius Ulpianus maakte voor het eerst onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht dit onderscheid was ook belangrijk met betrekking tot de belastingen. Zijn belangrijkste tijdgenoten waren Papinianus (waar hij leerling van was) en Paulus. Hij was afkomstig uit een vooraanstaande provinciale familie die reeds lang van het Romeinse burgerrecht genoot. Over zijn carrire is niet veel bekend, wel is bekend dat hij in het eerste decennium van de derde eeuw nauw in verbinding stond met het keizerlijke hof en dat hij in 222 praefectus praetorius werd. Het werk van Ulpianus is terug te vinden in de Digesten van het Corpus Iuris Civiles van Justinianus. Ruim 40% van de teksten in de Digesten is van Ulpianus. Ulpianus schreef een commentaar over het Hadriaanse Edict in 83 boeken en over het Ius Civile in 53 boeken. Het wordt vaak gezegd dat met de moord op Ulpianus de Klassieke periode van het Romeinse Recht eindigt. [7]

Het vigerende rechtssysteem

Territoir:

Het rechtssysteem had gelding over het hele Romeinse Rijk, dit rijk omvatte West-Europa behalve Ierland en Scandinavi en strekte zich uit rond de Middelandse Zee.

Demografie:

Bovenaan de sociale piramide stond de Keizer. De bevolking werd onderverdeeld in honestiones (Hogere klasse: Equites en Senatores) en de Humiliores (onderlaag).

De Honestiones waren de leidende groep en bestonden uit ongeveer 1% van de hele bevolking. Helemaal onderaan stonden de slaven. [8] In de periode van de casus beleefde het Romeinse rijk een periode van grote welvaart. Er was een levendige handel.

Bestuur:

De Keizer neemt de permanente tribunicia potestas aan, dit wil zeggen onschendbaarheid van de volkstribunen.

De macht van de volksvergadering werd overgedragen aan de senaat en de senaatsbesluiten (senatusconsulta) krijgen wetgevende kracht, de senatusconsulta worden echter zodanig benvloed door de Keizer dat het een verkapte vorm van keizerlijke wetgeving is. Later vaardigt de Keizer zelfs zonder de Senaat wetgeving uit (constitutiones). De wetgevende macht ligt dus eerst indirect en later direct bij de Keizer.

Ook juristen kregen meer invloed, Augustus verleende aan sommige het ius publice respondendi toe, dat is het recht om juridische adviezen te geven in naam van de Keizer. De uitvoerende macht ligt bij de Keizer en zijn ambtenaren apparaat. De rechtsprekende macht ligt bij de Praetor en bij de Keizer.[9]

Rechtsbronnen:

De belangrijkste rechtsbronnen zijn de leges en ius.

De senatusconsulta verdringen de plebiscita, en zijn een belangrijke bron van recht.

Later kan de Keizer zelf wetgeving maken zonder tussenkomst van de Senaat: de constitutiones (leges).

De constitutiones zijn te onderscheiden in:

edicten: deze hebben algemene gelding en onbeperkte geldingsduur.

Rescripten: dit zijn antwoorden van de Keizer (of uit naam van de Keizer) op een rechtsvraag.

Ook de ius respondendi zijn een bron van recht, dit zijn adviezen van juristen die aangewezen zijn door de Keizer.[10]

Rechtswetenschap:

Het principaat is tevens het tijdperk van de volle bloei en de ontplooiing van de rechtswetenschap. De juristen richten zich meer op de ontwikkeling van het privaatrecht en de keizers op richten zich meer op het publiekrecht. Hiervoor bestonden twee redenen. Er zat niet echt een verband in de vele keizerlijke constituties op het gebied van publiekrecht, en ze hadden vaak een beperkte werking. Deze verbrokkeling van materie vonden zij niet interessant genoeg. Pas naarmate de juristen meer bestuursfuncties gingen bekleden, kwam hierin enige verandering.

De literatuur uit deze periode heeft een millennium later onuitwisbaar haar stempel gedrukt op de continentale rechtswetenschap in Europa.

Masurius Sabinus: Hij was n van de belangrijkste juristen van de 1e eeuw. Hij werd een succesvolle leraar in Rome en hij leende zijn naam aan de Sabinianen. Een van zijn belangrijkste werken was Libri tres iuris civiles. Hij bekleedde geen hoge ambten in de magistratuur en verdiende zijn geld met giften van zijn studenten. Later werd hij gepromoveerd tot equite. Hij had de reputatie als een bekwaam jurist en hij was bevoorrecht met het ius publice respondendi.

Sempronius Proculus: Hij was n van de eerste leiders van de school die zijn naam draagt. Mogelijk is hij geboren tussen 12 en 2 v. Chr. en is hij na 66 overleden. Een belangrijk werk van hem zijn zijn Brieven (Epistolarum Libri VIII) dit was een casustisch opgezet handboek bestemd voor het onderwijs.[11]

De juristen groepeerden zich in twee "scholae", de Sabiani en de Proculiani. Het verschil tussen deze scholen is nog steeds niet duidelijk. De tegenstellingen tussen de beide scholen komen vooral naar voren bij de beantwoording van bepaalde rechtsvragen.[12]

Jurisdictie:

In deze periode ging procederen via het Formula-proces dit proces bestond uit twee fases.

  1. In iure: in deze fase komen de partijen voor de praetor, die gaat dan bepalen of er sprake is van een geschil. Als dit inderdaad het geval is dan moet dit worden vastgelegd in een formula.
  2. Apud Iudicem: dit is de tweede fase en deze vindt plaats voor de rechter. De beide partijen moeten het eens zijn met de door de praetor ingestelde actie.

Dit proces wordt in de na-klassieke periode geleidelijk vervangen voor het Cognitio-proces.[13]

De oplossing van de casus.

Casus:

Septimus en zijn vrouw wonen samen met hun 5 kinderen in een insula in de suburbs van Rome. Op een dag is er een lichte aardbeving en stort de insula in.

De twee jongste kinderen en de oudste zoon overleven dit ongeluk niet.

Septimus's vrouw heeft een flinke wond in haar gezicht en is voor het leven getekend, ook heeft ze de komende maanden verzorging van een arts nodig.

Quintus Lepidus is de eigenaar van het gebouw en heeft bij de bouw voor goedkoop beton gekozen, dit is de oorzaak van het instorten van het gebouw.

Zaakschade: Septimus heeft zaaksschade want hij is zijn woning kwijt met daarin zijn bezittingen.

Letselschade: De vrouw van septimus heeft letselschade want ze heeft een wond opgelopen. Septimus en zijn vrouw hebben veel leed door het verlies van hun 3 kinderen.

Vermogensschade: Septimus ontvangt geen loon meer van zijn zoon. En hij zal kosten kwijt zijn voor de verzorging van zijn vrouw.

De Lex Aquilia is hier van toepassing.

Dit is een plebiciet uit het jaar 287/286 v. Chr en kreeg door de Lex Hortensia algemeen kracht van wet.

Hoofdstuk 1 heeft betrekking op het onrechtmatig doden van slaven en viervoetig vee. Incidenteel ook bij vrije personen als het ging om een zoon die onder de vaderlijke macht stond, dan kon er vergoeding van de genezingskosten en inkomensderving worden geist.

Hoofdstuk 3 heeft betrekking op het onrechtmatig verbranden, breken of vernielen van slaven of viervoetig vee. In de klassieke periode vielen ook zaken hieronder.

De voorwaarden voor een Actio legis Aquilia:

  1. Damnun: zaakschade
  2. Corrumpere: alle vormen van beschadigen
  3. Corpore datum: schade toegebracht door een handelen of nalaten
  4. Iniura: de schade is zonder rechtvaardigingsgrond toegebracht.
  5. Dolus en culpa:het moet opzettelijk zijn toegebracht.
  6. Causaal verband: er moet een causaal verband zijn tussen de geleden schade en de onrechtmatige daad[14]

Kan Septimus schadevergoeding vorderen voor de dood van zijn oudste zoon aan Quintus Lepidus?

Septimus kan een Actio legis aquilia beginnen omdat hij de inkomsten van zijn zoon mist dit valt onder de uitzondering en daarmee onder hoofdstuk 1.

Er is sprake van zaakschade (damnun) want, Septimus's zoon is dood en omdat de zoon zijn verdiensten thuis inleverde mist Septimus hierdoor inkomen. Deze schade is zonder rechtsgrond toegebracht, doordat Quintus Lepidus opzettelijk gekozen heeft voor een goedkoper beton, terwijl hij wist dat er vaker aardbevingen voorkwamen in Rome, dit is opzettelijk onvoorzichtig handelen en bevat dus de dolus en culpa. Door dit ondoordacht en onvoorzichtig handelen van Quintus Lepidus is het gebouw ingestort, dit kwam niet door de lichte aardbeving want andere gebouwen bleven wel staan, dit impliceert dus het causale verband.

Kan Septimus schadevergoeding vorderen voor het verlies van zijn bezittingen.

Aangezien in de klassieke periode ook het beschadigen van zaken onder hoofdstuk 3 van de Lex Aquilia viel, kan Septimus ook schadevergoeding krijgen voor zijn bezittingen die zich in de insula bevonden tijdens het instorten. Het gaat hier om hetzelfde delict dus dezelfde toetsing als hierboven al is weergeven.

Kan Septimus schadevergoeding vorderen voor het letsel van zijn vrouw?

De letselschade van zijn vrouw kan niet op Quintus Lipidus worden verhaald omdat zijn vrouw geen slaaf of viervoetig vee is en dus niet op waarde geschat worden.

Kan Septimus schadevergoeding vorderen voor de dood van zijn kinderen?

Ook de dood van zijn kinderen kan geen schadevergoeding opleveren, omdat de kinderen nog geen inkomen hadden en geen slaven of viervoetig vee waren en dus niet op geld waardeerbaar zijn.

Conclusie:

Quintis Lepidus is schadevergoeding schuldig aan Septimus voor het gederfde inkomen van zijn zoon, omdat hij voldoet aan alle voorwaarden van de lex Aquilia Dit bedrag is even hoog als het hoogste inkomen van de zoon van het afgelopen jaar. Tevens kan hij schadevergoeding krijgen voor zijn bezittingen die zijn verwoest. De vergoeding zal dan even hoog zijn als de waarde van de spullen die ze de dertig dagen na het ongeluk gehad zouden hebben. Omdat Quintus ontkend de laedens te zijn zal hij een dubbele boete krijgen.

  1. D. Heirbaut, Privaatrechtsgeschiedenis van de Romeinen tot heden,Gent:Academia press 2005
  2. Donderdag, april 8, 2010,(http://www.vita-romana.com/index2.html?http://www.vita-romana.com/algemeen/index.shtml?http://www.vita-romana.com/algemeen/inhoudiframe.shtml?http://www.vita-romana.com/algemeen/algemeen.shtml)
  3. D. Heirbaut, Privaatrechtsgeschiedenis van de Romeinen tot heden,Gent:Academia press 2005
  4. Donderdag, april 8, 2010, (http://www.roman-emperors.org/claudius.htm)
  5. G.C.J.J. van den Bergh, Geleerd recht. Een geschiedenis van de Europese rechtswetenschap in vogelvlucht, Nijmegen: Kluwer 2007.
  6. J.E. Spruit, Coniectanae neerlandica iuris romani. Inleidende opstellen over Romeins Recht, Zwolle:W.E.J. Tjeenk Willink 1974
  7. J.E. Spruit, Cunabula Iuris. Elementen van het Romeinse privaatrecht, Deventer: Kluwer 2003
  8. C. de Koninck, Beknopte encyclopedie van het Romeinse recht,
  9. G.C.J.J. van den Bergh, Geleerd recht. Een geschiedenis van de Europese rechtswetenschap in vogelvlucht, Nijmegen: Kluwer 2007.
  10. D. Heirbaut, Privaatrechtsgeschiedenis van de Romeinen tot heden,Gent:Academia press 2005
  11. J.E. Spruit, Enchiridium. Een geschiedenis van het Romeinse privaatrecht, Deventer: Kluwer 1994
  12. J.E. Spruit, Coniectanae neerlandica iuris romani. Inleidende opstellen over Romeins Recht, Zwolle:W.E.J. Tjeenk Willink 1974
  13. L. Coenraad, Het beginsel van hoor en wederhoor in het Romeinse procesrecht, Rotterdam: Gouda Quint 2000
  14. R. Feenstra & L. Winkel, Vergelding en vergoeding; Enkele grepen uit de geschiedenis van de onrechtmatige daad, Deventer: Kluwer 2002

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!