Die kleine heersers

Wat is de definitie van een kasteel?

Het woord 'kasteel' bestond nog niet in de Middeleeuwen. De benaming voor kasteel was toen: Huus, strake huus, steenhuus, toren, torne, veste, ridderhofstad of gemengde versies van deze woorden. En nu is het ook niet echt anders, we praten namelijk ook over: Slot loevestein, Huis Bergh, Kasteel Doorwerth, de Leidse Burucht, de Schierstins en Borg Verhildersum. Al die begrippen betekenen eigenlijk allemaal het zelfde: versterkte woning. Daarmee komen we bij de definitie: Een kasteel mag kasteel genoemd worden als het gebouw bewoonbaar en ook verdedigbaar was.

Omdat er niet n machtig koninkrijk was dat de baas was, werden er enorm veel kleine oorlogen gevoerd, waar heel veel mensen last van hadden. Rijke mensen, (later werden dat de ridders) gingen zo sterk mogelijke huizen bouwen om zich te beschermen tegen al die gevaren. Later toen het feodaal stelsel goed was ingevoerd, had de ridder ook nog de plicht om de mensen die op zijn grondgebied woonden, te beschermen. Hij had dus een groot en stevig huis nodig. Hieruit is het middeleeuwse kasteel dan ontstaan zoals we dat nu kennen.

Waarom werden kastelen gebouwd?

In de Middeleeuwen, ongeveer twaalfhonderd jaar geleden, werden er kastelen gebouwd. Het was een onrustige tijd en de mensen voelden zich niet snel veilig. Er waren ook veel rovers en andere agressieve lieden die het op andermans bezit gemunt hadden, denk maar aan de Vikingen. Daarom bouwden zij sterke forten om zich te verdedigen. Maar ook was er niet n machtige koning die alles heerste, maar er waren veel kleine heersers. Die vochten veel tegen elkaar om de machtigste te worden. Die kleine heersers waren vooral hertogen en graven die van de keizer stukken land in leen kregen, en door kastelen te bouwen lieten ze merken dat zij nu de baas waren. De eerste kastelen, wat voornamelijk de huizen waren van de ridders, zagen er anders uit als we ons vaak voorstellen. Ze waren van hout, en bestonden uit een houten toren met daaromheen een wal van aarde en een gracht. Bovenop die wal stond meestal een hek van houten palen met scherpe punten, een palissade. Deze soort kastelen werden ook wel motte-kastelen genoemd. Dit was het eerste soort kasteel dat niet alleen verdedigbaar, maar ook bewoonbaar was. Het houten huis werd eerst vervangen door steen: de donjon. Pas wat later ging men ook er een stenen muur omheen bouwen. Die konden niet zo makkelijk in brand vliegen en steen is veel sterker dan hout. Ze hadden dikke muren, kleine, smalle vensters, een slotgracht en een ophaalbrug. Die kon omhoog gehaald worden wanneer er gevaar dreigde. Dan kon niemand meer het kasteel binnen. Zo'n kasteel werd gebouwd op een heuvel of bij een brede rivier. Dan was het voor de vijand extra moeilijk om het kasteel te veroveren. Het voedsel voor de kasteelbewoners kwam van de boeren uit de omgeving. Die kregen in ruil daarvoor bescherming van de kasteelheer. Als de vijand er aan kwam, konden de boeren vluchten binnen de muren van het kasteel. Na de uitvinding van het buskruit, wat in de 13e eeuw werd uitgevonden, waren de kastelen niet zo veilig meer. Aan het eind van de 14e eeuw werd het kanon uitgevonden door die Italianen. Rond 1500 waren de eerste succesvolle overwinning door het kanon, want hij kon de dikke muren wl beschadigen of vernielen. Daarom werden de kastelen ze sinds die tijd niet meer gebruikt als fort, maar meer als woonhuis.

Dat komt omdat de eerste kastelen van hout werden gemaakt, en er daarvan ook geen een meer over is omdat ze nu allemaal verrot zijn of verbrand Dit houten huis stond vaak op een grote heuvel om zo goed zicht te hebben over een ruim gebied. Om het huis was een palissade: een muur van houten palen met een scherpe punt. Deze kastelen hadden meestal ook al een ophaalbrug boven een gracht voor wat extra bescherming.

Vanaf wanneer zij er kastelen in Nederland?

Gewapende conflicten kwamen in onze streken vroeger veel vaker voor dan tegenwoordig. Strijd tussen steden, ook tussen adellijke heren en religieuze en politieke meningsverschillen leidden heel makkelijk tot militaire acties, die uiteraard ook veel kleiner waren dan de oorlogen van deze tijd. Jaartallen!

De middelen van verdediging moesten natuurlijk gelijke tred houden met de technieken van de aanval. Voor de uitvinding van het buskruit waren een hoge stadsmuur en een stevige toren waaruit boogschutters een goed zicht hadden om zo de vijanden voldoende af te schrikken. Ook kastelen en burchten waren in die tijd nog bijna onneembare vestingen, die slechts door een langdurige belegering uitgehongerd konden worden. de technische ontwikkelingen veranderen dit allemaal: hoge torens bleken juist heel kwetsbaar voor kanonskogels, en boogschutters konden met hun pijlen weinig schade aanrichten. De stenen kastelen werden betonnen wanneer? forten en de Nederlanders ontdekten dat het wonen onder de zeespiegel ook militaire voordelen kon hebben.

Defensieve objecten waren gebouwd om vijandelijke krachten te weerstaan en dus waren ze vaak ook prima in staat om het uit te houden in het fort tijdens aanvallen.

Bestuur vanuit het kasteel

Het kasteel werd vaak ook gebruikt als een bestuurlijke plek, aangezien veel kastelen centraal lagen en er om de kastelen heen

Van hout naar steen

De oudste kastelen waren van hout, er was toen nog geen baksteen en in Nederland was nauwelijks tot geen natuursteen dus dat moest van ver komen. De romeinen hadden wel bakstenen in de vroege middeleeuwen al gentroduceerd in Nederland, maar in de loop van tijd is de kennis van het bakproces verloren gegaan en daarom bouwde ze voornamelijk nog met hout.

Natuursteen wat steviger en minder brandbaar is dan hout was in Nederland alleen in het zuiden schaars te vinden: de gele mergelsteen, die wel minder stevig was dan baksteen. De muur van mergelsteen moest daarom dus ook dikker zijn dan baksteen. Ook werd een vulkanische steensoort: tufsteen, gebruikt bij de Nederlandse kastelenbouw zoals bij de Leidse Burcht. Maar hiervoor moesten de stenen wel eerst over grote afstanden worden vervoerd en dat was voor de gemiddelde kastelenbouwer eigenlijk te duur.

Midden in de 12e eeuw werd de fabricage van baksteen herontdekt in Nederland. Het begon in Friesland met de kloostermoppen, ze werden zo genoemd omdat ze bij de bouw van kloosters veel werden gebruikt. Het waren vrij grote stenen, zo'n ongeveer 30 cm lang, die na de loop van tijd meer een lengte kreeg die we nu normaal vinden. Het baksteen was ook nog beter dan natuursteen omdat het meer vuurbestendig was. Nog een voordeel was dat het maken van baksteen relatief goedkoper was dan het maken van hout en natuursteen aangezien de grondstof: klei goed te vinden was langs de Nederlandse rivieren. De stenen hoefde ook niet meer over lange afstanden vervoert te worden aangezien ze in steenovens ter plaatse gebakken werden. Een voorbeeld hiervan is dat een oven bij het Betuwse kasteel Hernen is gevonden.

Kasteel van Coevorden

Het kasteel werd in de 11e eeuw gebouwd in opdracht van de bisschop van Utrecht, die toen heer van het hele gebied was. Het lag op een strategische plaats, namelijk op de kruising van twee belangrijke handelswegen. Wie naar Groningen wilde reizen moest de moerassen oversteken en dan kon alleen via Coevorden. Een voorde betekend daarom ook een 'oversteek plaats'. Als eerst was kasteel van Coevorden waarschijnlijk een stevige houten toren op een kunstmatige afgeplatte heuvel, een motte. Door de jaren heen is deze toren vervangen door een stenen vierkante toren waarvan de resten in het muurwerk van het bestaande kasteel is teruggevonden. Aan het begin van de motte is langzamerhand een voorburcht met houten gebouwen ontstaan waar brood werd gebakken, paarden werden gestald en waar bier werd gebrouwen.

Het werd beschermd door een gracht en een vervaarlijke houten muur van puntige eikenhouten palen, en was alleen bereikbaar via een ophaal brug. Dat was geen overbodige luxe, gezien de vele aanvallen die door de jaren heen op de burcht zijn gepleegd. Van dat eerste kasteel is tegenwoordig bijna niet meer te zien aangezien in 1402 de bisschop het flink heeft laten verbouwen. De motte werd verlaagd en vergroot, de gracht schoof een stuk op en de toren op de motte werd gesloopt. De bisschop heeft toen een nieuw stenen kasteel laten bouwen wat bestond uit een woonhuis een kapel en vier hoektorens, een poortgebouw en ringmuur. Alleen is die versie ook niet echt meer zichtbaar aangezien de hertog Karel van Egmond het in 1527 weer heeft laten verbouwen. Toen is onder andere de blauwe toren gebouwd: een ronde lage toren met een verdieping, waaronder een gevangenenkelder was. In de 16e eeuw was het kasteel opgenomen in de verdedigingswerken van de vestingstad. Daarna ging het snel mis: de torens gingen kapot en de kelders verzwakten, van de roemruchte burcht blef maar weinig over. Het kasteel werd toen gebruikt als drostenhuis, militair hospitaal, pakhuis en opslagplaats.

Ook had Kasteel van Coevorden een bestuurlijke functie door middel van de stationering van permanente bisschoppelijke dienaren voor de gezagsuitoefening naar binnen.

Kasteel Amerongen

In 1286 vroegen de gebroeders Henric en Diederic Borre toestemming aan graaf Floris V om bij het dorp Amerongen een versterkt huis te bouwen. De broers zijn de grondleggers van het nu ruim 700 jaar oude kasteel. Het nageslacht van de gebroeders van Borre ging de geschiedenis in met de naam Borre van Amerongen. Een tak echter vormt hier op een uitzondering; in 1360 trouwde de laatste (vrouwelijke) telg van het geslacht Van Zeist met een Borre van Amerongen. Zij kregen een zoon die de naam van de moeder aan nam, maar het familiewapen van de vader. Hoewel de mannelijke lijn van de familie met de naam Borre van Amerongen uitstierf, bleef een directe lijn (met Borre van Amerongen familiewapen, maar met de naam Van Zeist) bestaan.

Aan de ene kant van het kasteel liggen de uiterwaarden van de Nederrijn en aan de andere kant een landrug waar verkeer overheen ging. Vanaf deze plek kon men de scheepvaart en het verkeer controleren. Omdat dit de Hertog van Gelre een doorn in het oog was viel hij in 1427 het kasteel aan en verwoeste het. Het kasteel werd na deze verwoesting groter en sterker herbouwd. Daarna werd het kasteel nog meerdere keren aangevallen. Nadat de familie Borre van Amerongen was uitgestorven kwam het kasteel in handen van verschillende andere adellijke families.

Slot Loevestein

Slot Loevestein is gebouwd door Drik Loef van Horne, heer van Altena tussen 1358 en 1375, het precieze jaartal is hier niet bekend. Dric Loef begon met een simpele toren maar al binnen 10 jaar bouwt hij het op tot een echt kasteel, ook wel genoemd het stenen huis van Loef. Tot ongeveer het jaar 1397 is het kasteel op sommige plekken nog veranderd, bijvoorbeeld in hoogte. Slot Loevestein lag vroeger op een erg gelegen en strategische plek, namelijk op de plaats waar de rivier de Waal en de Maas bij elkaar komen tot de Boven-Merwede. Het kasteel werd rond 1400 gebruikt om tol te heffen van de omringde burgers. Het slot was een klein stukje Hollands, omringt door Gelders gebied.

Het kasteel was een niet al te aantrekkelijke woonplaats voor edelen aangezien het land buiten het kasteel soms onder water kwam staan, en het kasteel in die situatie een belangrijke broedplaats word voor muizen en ook andere ongedierte, meer dan het normaal al is. Slot Loevestein werd in de 14e eeuw gebruikt als gevangenis tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, wat een conflict was tussen de Hoeken en Kabeljauwen waar adel en steden betrokken bij waren. Maar ook functioneerde het kasteel als staatsgevangenis tijdens de Republiek.

Door het verhaal van Hugo de Groot en de boekenkist is het kasteel erg beroemd geworden.

Kasteel Muiderslot

Het kasteel Muiderslot is waarschijnlijk door Floris V (1254-1296), graaf van Holland en Zeeland, gebouwd, of Floris had het kasteel gekocht, dus helemaal zeker is het niet. Het Muiderslot licht aan de monding van de Vecht in de Zuiderzee, tegenwoordig het IJsselmeer, en vlak daarnaast een haven van Muiden. Floris kon tol heffen voor langsvarende schepen door midden van een ketting over de Vecht.

Het Muiderslot is een middeleeuws kasteel wat nog in goede staat verkeerd. Het kasteel is een vierkante waterburcht. Het heeft een gracht met een ophaalbrug, en naast het kasteel is een pruimenboomgaard die ook al bestond in de 13e eeuw.

Na de dood van Floris V werd 'het Huys van Muyden', dat diende als ambtswoning voor de baljuw, niet meer als erfelijke leen uitgegeven, maar kreeg het als zetel van Grafelijke of Bisschoppelijke ambtenaren die hier als slotvoogd het gezag voerden en als baljuw en ambtenaar recht spraken. Naast Floris V was de belangrijkste bewoner Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647), die een keerpunt in de geschiedenis van het 'Kasteel der Graaflijkheidt tot Muiden' heeft veroorzaakt. In 1609 werd Hooft benoemd tot drost van Muiden, baljuw van aarden en het Gooiland en kasteelheer van het Muiderslot. Hooft nodigde regelmatig gasten uit op het slot waaronder Bredero, Vondel, Hugo de Groot, Laurens Reael, Samuel Coster en Constantijn Huygens, een paar redelijk beroemde mensen uit die tijd. Er werd gezongen en gediscussieerd over literatuur en kunst. In de negentiende eeuw kregen de bijeenkomsten op het Muiderslot de naam

'Muiderkring'. Dit doet vermoeden dat er sprake was van een geregeld vergaderen

van leden van literair Nederland. In werkelijkheid was er meer sprake van het onregelmatig samenkomen van vrienden. Deze Muiderkring was echter wel lange tijd belangrijk voor het literaire leven in de zeventiende eeuw. Met name in het toneelstuk dat Hooft in 1613 schreef, Geeraerdt van Velsen, waarin de geschiedenis van Floris V beschreven wordt, is voor het Muiderslot een belangrijke rol weggelegd.

Een belangrijke functie van het Muiderslot was het tol heffen op de schepen die over de Vecht voeren. Het werd vooral bewoond door slotvoogden, een soort opzichters die het kasteel bestuurden voor hun heer. Het kasteel zelf had dus niet echt een bestuurlijk functie. In de Franse tijd werd het gebruikt als kazerne voor de Franse troepen. Pas in de 17e eeuw kreeg het kasteel een culturel

Pas in de 17e eeuw kreeg het kasteel een culturele functie. Pieter Cornelisz Hooft, een schrijver die het kasteel toen beheerde, verzamelde hier andere schrijvers, geleerden en kunstenaars. Voorbeelden hiervan zijn Vondel, Huygens, Bredero en Maria Tesselschade.

vooral een verdedigingsfunctie. De brede gracht, de metersdikke muren, de vijf torens, de strategische bouwen weggemetselde schietgaten herinneren nog hieraan.

Kastelen in Nederland

Veel kastelen in Nederland zijn reeds verdwenen, soms is alleen het kasteelterrein nog aanwezig, andere kastelen zijn totaal verbouwd en hebben niets meer van hun vroegere vorm behouden en van weer andere zijn er slechts nog restanten aanwezig. Toch zijn er nog kastelen die veel hebben behouden van hun oorspronkelijke vorm, zelfs uit de Middeleeuwen. Het is een stukje tastbare Nederlandse geschiedenis. De naam kasteel is afkomstig van het Latijnse woord Castrum, dat legerplaats betekent, dus bedoeld voor militairen doeleinden zowel oorlogvoering als bescherming. In de vroege Middeleeuwen vonden de burgers er onderdak bij eventueel onraad en oorlogsdreiging, maar ook werd vanuit het kasteel vaak oorlogshandelingen verricht. De bouwstijl van een kasteel hing af van de omgeving en de wijze van oorlogsvoering, bij veranderde militaire strategie veranderde ook de bouwvormen van de kastelen. Daarnaast ontstonden ook de zogenaamde landhuizen, deze waren niet bedoeld voor oorlogvoering en bescherming. Dit waren huizen van grootgrondbezitters die vanuit hun huis macht uit oefende en hun grondbezit beheerde. Na de Middeleeuwen werd de functie van het kasteel totaal anders omdat zij hun verdedigbare en strategische functie verlorren en ging het wooncomfort een belangrijke plaats innemen. Veel kastelen werden in die tijd verbouwd tot woonkasteel, zeker na de 15e eeuw was dit het geval, veel werden er ook afgebroken om plaats te maken voor een riante buitenplaats en werden er grote parken aangelegd om in te kunnen vertoeven. Ik nodig U uit ook eens een bezoekje te brengen aan een van onze kastelen en U zult merken dat U er na verloop van tijd steeds meer inzicht in zult krijgen, bijvoorbeeld over de verschillende bouwstijlen , iedere tijd en streek heeft zijn eigen kenmerken. Mocht U er een keer op uit gaan, neem dan zeker U kinderen mee, ook zij vinden het vaak spannend. Ik wens U veel plezier op een van de tochtjes die U misschien gaat ondernemen.

Kastelen rond de 18e eeuw

Jongere kastelen en buitenhuizen worden in veel gevallen niet meer particulier bewoond. Het aantal landgoederen dat nog op de oude wijze wordt gexploiteerd, is sterk afgenomen. Particuliere kasteel en landgoedeigenaren hebben zich aaneengesloten in de stichting tot behoud van particuliere historische buitenplaatsen, die probeert een aanvaardbaar midden te vinden tussen het belang van de eigenaar en de maatschappelijke betekenis van dit erfgoed. Enkele huizen worden verhuurd als kantoor, andere zijn de representatieve zetels geworden van instellingen, scholen en organisaties zoals Nijenrode, Beverweerd of Groeneveld in Baarn. Daarbij zijn soms ingrijpende verbouwingen bepleegd. Een aaltal huizen is in bezit van stichtingen als de Vrienden der Geldersche Kasteelen. Deze is er in geslaagd bezittingen als Rosendael, Verwolde en de Cannenburch open te stellen voor publiek, ze met respect voor de bouwgeschiedenis te restaureren en in te richten in bewoonde stijl. Een museale bestemming garandeert bij Amerongen of Huis Doorn het behoud van de oude meubilering den de bijzondere sfeer. In een groeiend aantal kastelen , zoals Rosendael, worden nevenruimten verhuurd voor bijeenkomsten en congressen. Weer anderen hebben een hotel- of restaurantfunctie gekregen.

Voor middeleeuwse gebouwen resteert vrijwel altijd een representatieve functie als gemeentehuis of een museale bestemming. De kastelen en landhuizen Dussen, Rossum, Scherpenzeel, Rams Woerthe en De Paauw werden gemeentehuis, en Doorwerth, Sypestein en Duivenvoorde museum. Vele kastelen werden ook uitgebreid gerestaureerd. ( blz 239)

Kasteel Groeneveld

In 1696 kocht marcus Mamuchet grond in Baarn en liet het kasteel Groeneveld in 1710 bouwen. Het was in de zeventien en achttiende eeuw gebruikelijk voor rijke mensen, voornamelijk in de buurt bij Amsterdam, om een buitenplaats te laten bouwen waar ze lekker kunnen uitrusten in de zomer. In feite waren dit een zomerhuizen. Dit soort kastelen liggen vaak op de grens van lage natte veengronden en hoge droge zandgronden. Een paar voorbeelden hiervan zijn buitenplaatsen in 't Gooi, langs de Vechtstreek en aan de kust zoals de Keukenhof. Toen het kasteel in 1710 gebouwd was bestond het uit het middeldeel: een oranjerie en een koetshuis. De volgende bewoner kocht het kasteel op de veiling samen met de ambachtsheerlijkheid Eemnes-Binnen en -Buiten. Rond het jaar 1760 werden aan het kasteel twee halfronde vleugels gebouwd.

Het landgoed om het kasteel is zo'n 130 ha.

Paleis Huis ten Bosch

Het paleis ligt in het Haagse Bos in Den Haag tussen de Bezuidenhoutseweg en de Benoordenhoutseweg. De hoofdentree bevindt zich aan de Leidsestraatweg, aan de noordwestkant van het paleis. Op 2 september 1645 legde koningin Elizabeth Stuart, aangehuwde nicht van stadhouder Frederik Hendrik, de eerste steen voor het paleis wat toen Sael van Oranje moest gaan heten. Het is een zomerverblijf voor Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. Het ontwerp is gemaakt door architect Pieter Post. Stadhouder Willem IV heeft het paleis grondig gerenoveerd en uitgebreid. Zo zijn er, door ontwerp van Danil Marot, onder andere 2 vleugels aan het paleis gebouwd. Ook werd het voorhuis vergroot en kwam er een tweede verdieping bij.

Het paleis werd in beslag genomen als oorlogsbuit en overgedragen aan de staat door de Fransen in 1795. Hierna werd het even als gevangenis gebruikt en drie jaar later kwam het onder gezag van het Uitvoerend Bewind(naam van de regering van de Bataafse Republiek tussen 1798 en 1801).

Het paleis was even later voor zes stuivers bereikbaar voor mensen als museum door de Nationale Konst-Gallerij. In 1805 was het paleis een woonhuis voor een raadspensionaris en voor Lodewijk Napoleon. Napoleon werd in 1806 als koning van Holland benoemd. Ook had hij veel invloed in de inrichting van het kasteel aangezien nog veel meubilair er nu nog steeds in het veel in het kasteel nu.

In 1815 werd Nederland een monarchie met koning Willem I. Het huis ten Bosch werd weer woonhuis aan de Oranjes.

Het Paleis Huis ten Bosch was in de Tweede Wereldoorlog bijna afgebroken door de Duitse bezetters omdat er een tankgracht voor de verdediging moest worden aangelegd. Het paleis werd tijdens de oorlog redelijk zwaar beschadigd en na de oorlog werd het weer gerestaureerd en weer bewoonbaar gemaakt. Koningin Juliana en prins Bernhard ontvingen van de Nederlanders een stukje tuin als cadeau voor 12.5 jarig huwelijk. Sinds 1981 woont ook koningin Beatrix met haar gezin in het paleis. Ze zitten vooral in de Wassenaarse vleugel. De andere vleugel, de Haagse, wordt gebruikt als gastenverblijf en voor steunende doeleinden. Ook heeft het hoofdgebouw een representatieve functie.

Bronnenlijst Carsten

  • http://www.koninklijkhuis.nl/Geschiedenis
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Paleis_Huis_ten_Bosch
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Groeneveld_(Baarn)
  • http://keeskasteel.blogspot.com/
  • http://www.apeldoorn-onderwijs.nl/kasteel/kasteel.htm#3
  • http://www.iselinge.nl/Scholenplein/pabolessen/02032akasteel/website/index.htm
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Muiderslot_by_Edi_Weissmann.jpg
  • http://home.tiscali.nl/~kastelenzuidholland/Pages/Inleiding.htm
  • http://www.vensteropdevecht.nl/Processes/Machtsvorming1100-1400.htm
  • http://www.uitinbrabant.nl/uib/brabant/site/nieuws/backgrounddetail/B_901289.html
  • http://groniek.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/41/178_1/HisErf_8/00000100.pdf
  • http://entoen.nu/media/04365458_Loevestein.jpg
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Slot_Loevestein
  • http://www.slotloevestein.nl/documents/museum/geschiedenis.xml?lang=nl
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Duurstede
  • http://www.absolutefacts.nl/kastelen/data/duurstede.htm
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Amerongen
  • ht
  • tp://www.kastelenbeeldbank.nl/_themas/Grote-Reeks/arts/bundel%20NKS%20-%203%20-%20Hans%20J.pdf
  • http://www.iselinge.nl/Scholenplein/pabolessen/02032akasteel/website/index.htm

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!