Genoemd worden als

Wat is nou eigenlijk de definitie van een kasteel?

Een kasteel mag kasteel genoemd worden als het gebouw bewoonbaar en ook verdedigbaar was. Alhoewel het woord 'kasteel' nog niet bestond in de middeleeuwen. De benaming voor kasteel was toen: Huus, strake huus, steenhuus, toren, torne, veste of gemengde versies van deze woorden. Maar nu is het ook niet echt anders, we praten namelijk ook over: Slot loevestein, Huis Bergh, Kasteel Doorwerth, de Leidse Burucht, de Schierstins en Borg Verhildersum. Al die begrippen betekenen eigenlijk allemaal het zelfde: versterkte woning.

In de Middeleeuwen, ongeveer duizend jaar geleden, werden kastelen gebouwd. Het was een onrustige tijd. De mensen voelden zich niet echt veilig. Er was niet n machtige koning die alleen heerste. Er waren allemaal kleine heersers. Die vochten veel tegen elkaar om de machtigste te worden. Daarom bouwden zij sterke forten om zich te verdedigen. De eerste kastelen waren van hout. Ze bestonden uit een houten toren met daaromheen een wal van aarde en een gracht. Bovenop die wal stond meestal een hek van houten palen met scherpe punten. Later kwamen er kastelen van steen. Die konden niet zo makkelijk in brand vliegen en ze waren veel sterker dan hout. Ze hadden dikke muren, kleine, smalle vensters, een slotgracht en een ophaalbrug. Die kon omhoog gehaald worden wanneer er gevaar dreigde. Dan kon niemand meer het kasteel binnen. Zo'n kasteel werd gebouwd op een heuvel of bij een brede rivier. Dan was het voor de vijand extra moeilijk om het kasteel te veroveren. Het voedsel voor de kasteelbewoners kwam van de boeren uit de omgeving. Die kregen in ruil daarvoor bescherming van de kasteelheer. Als de vijand er aan kwam, konden de boeren vluchten binnen de muren van het kasteel. Na de uitvinding van het buskruit waren de kastelen niet zo veilig meer. Een kanon kon de dikke muren wl beschadigen of vernielen. Daarom werden ze sinds die tijd niet meer gebruikt als fort, maar meer als woonhuis.

Het begin

Gewapende conflicten kwamen in onze streken vroeger veel vaker voor dan tegenwoordig. Strijd tussen steden, ook tussen adellijke heren en religieuze en politieke meningsverschillen leidden heel makkelijk tot militaire acties, die uiteraard ook veel kleiner waren dan de oorlogen van deze tijd.

De middelen van verdediging moesten natuurlijk gelijke tred houden met de technieken van de aanval. Voor de uitvinding van het buskruit waren een hoge stadsmuur en een stevige toren waaruit boogschutters een goed zicht hadden om zo de vijanden voldoende af te schrikken. Ook kastelen en burchten waren in die tijd nog bijna onneembare vestingen, die slechts door een langdurige belegering uitgehongerd konden worden. de technische ontwikkelingen veranderen dit allemaal: hoge torens bleken juist heel kwetsbaar voor kanonskogels, en boogschutters konden met hun pijlen weinig schade aanrichten. De stenen kastelen werden betonnen forten en de Nederlanders ontdekten dat het wonen onder de zeespiegel ook militaire voordelen kon hebben.

Defensieve objecten waren gebouwd om vijandelijke krachten te weertaaan en dus waren ze vaak ook prima in staat om het uit te houden in het fort tijdens aanvallen.

Het begon rond het jaar 1000 dat de kastelen ook bewoonbaar werden en niet alleen verdedigbaar. Rond die tijd waren er vooral mottekastelen: eenvoudige kastelen op een hoge heuvel die vaak van hout waren. Hier een voorbeeld van: de motte Montferland: daar werd een bestaande heuvel verhoogd tot een motte. Ooit was er een houten kasteel wat later vervangen word door steen. (hier later meer over) De keizer gaf stukken land in leen aan hertogen en graven, die toen het daar voor het zeggen hadden en dat lieten ze merken door kastelen te bouwen.

Van hout naar steen

De oudste kastelen waren van hout, er was toen nog geen baksteen en in Nederland was nauwelijks tot geen natuursteen dus dat moest van ver komen. De romeinen hadden wel bakstenen in de vroege middeleeuwen al gentroduceerd in Nederland, maar in de loop van tijd is de kennis van het bakproces verloren gegaan en daarom bouwde ze voornamelijk nog met hout.

Natuursteen wat steviger en minder brandbaar is dan hout was in Nederland alleen in het zuiden schaars te vinden: de gele mergelsteen, die wel minder stevig was dan baksteen. De muur van mergelsteen moest daarom dus ook dikker zijn dan baksteen. Ook werd een vulkanische steensoort: tufsteen, gebruikt bij de Nederlandse kastelenbouw zoals bij de Leidse Burcht. Maar hiervoor moesten de stenen wel eerst over grote afstanden worden vervoerd en dat was voor de gemiddelde kastelenbouwer eigenlijk te duur.

Midden in de 12e eeuw werd de fabricage van baksteen herontdekt in Nederland. Het begon in Friesland met de kloostermoppen, ze werden zo genoemd omdat ze bij de bouw van kloosters veel werden gebruikt. Het waren vrij grote stenen, zo'n ongeveer 30 cm lang, die na de loop van tijd meer een lengte kreeg die we nu normaal vinden. Het baksteen was ook nog beter dan natuursteen omdat het meer vuurbestendig was. Nog een voordeel was dat het maken van baksteen relatief goedkoper was dan het maken van hout en natuursteen aangezien de grondstof: klei goed te vinden was langs de Nederlandse rivieren. De stenen hoefde ook niet meer over lange afstanden vervoert te worden aangezien ze in steenovens ter plaatse gebakken werden. Een voorbeeld hiervan is dat een oven bij het Betuwse kasteel Hernen is gevonden.

Kasteel van Coevorden

Het kasteel werd in de 11e eeuw gebouwd in opdracht van de bisschop van Utrecht, die toen heer van het hele gebied was. Het lag op een strategische plaats, namelijk op de kruising van twee belangrijke handelswegen. Wie naar Groningen wilde reizen moest de moerassen oversteken en dan kon alleen via Coevorden. Een voorde betekend daarom ook een 'oversteek plaats'. Als eerst was kasteel van Coevorden waarschijnlijk een stevige houten toren op een kunstmatige afgeplatte heuvel, een motte. Door de jaren heen is deze toren vervangen door een stenen vierkante toren waarvan de resten in het muurwerk van het bestaande kasteel is teruggevonden. Aan het begin van de motte is langzamerhand een voorburcht met houten gebouwen ontstaan waar brood werd gebakken, paarden werden gestald en waar bier werd gebrouwen.

Het werd beschermd door een gracht en een vervaarlijke houten muur van puntige eikenhouten palen, en was alleen bereikbaar via een ophaal brug. Dat was geen overbodige luxe, gezien de vele aanvallen die door de jaren heen op de burcht zijn gepleegd. Van dat eerste kasteel is tegenwoordig bijna niet meer te zien aangezien in 1402 de bisschop het flink heeft laten verbouwen. De motte werd verlaagd en vergroot, de gracht schoof een stuk op en de toren op de motte werd gesloopt. De bisschop heeft toen een nieuw stenen kasteel laten bouwen wat bestond uit een woonhuis een kapel en vier hoektorens, een poortgebouw en ringmuur. Alleen is die versie ook niet echt meer zichtbaar aangezien de hertog Karel van Egmond het in 1527 weer heeft laten verbouwen. Toen is onder andere de blauwe toren gebouwd: een ronde lage toren met een verdieping, waaronder een gevangenenkelder was. In de 16e eeuw was het kasteel opgenomen in de verdedigingswerken van de vestingstad. Daarna ging het snel mis: de torens gingen kapot en de kelders verzwakten, van de roemruchte burcht blef maar weinig over. Het kasteel werd toen gebruikt als drostenhuis, militair hospitaal, pakhuis en opslagplaats.

Kasteel Rosendael

Kasteel Rosendael ligt in een overgangsgebied tussen de hooggelegen Veluwe en het laaggelegen IJsseldal. Hierdoor was er altijd genoeg water in de gracht rondom het kasteel om de vijanden het moeilijk te maken en waren de bewoners altijd voorzien van genoeg en vers water. De oudste schriften vermelden dat het kasteel Rosendael minimaal in 1314 gesticht is. Het heeft een ronde donjon, de grootste van Nederland, is het enigste wat nu nog over is van het kasteel. Uit onderzoek is gebleken dat dit oorspronkelijk een uitspringende toren was van een enorm vierkant kasteel. De afmetingen van de donjon: de diameter is 16 meter en de hoogte van de donjon was oorspronkelijk rond de 25 meter ook de muren zijn tussen de 2.5 en 4 meter dik wat waarschijnlijk was bedoeld om indruk te maken en de hoge status van de graven en hertogen uit te stralen.

Het complex deed in de 14e eeuw dienst als n van de residenties van de hertogen van Gelre

Slot Loevestein

Slot Loevestein is gebouwd door Drik Loef van Horne, heer van Altena tussen 1358 en 1375, het precieze jaartal is hier niet bekend. Dric Loef begon met een simpele toren maar al binnen 10 jaar bouwt hij het op tot een echt kasteel, ook wel genoemd het stenen huis van Loef. Tot ongeveer het jaar 1397 is het kasteel op sommige plekken nog veranderd, bijvoorbeeld in hoogte. Slot Loevestein lag vroeger op een erg gelegen en strategische plek, namelijk op de plaats waar de rivier de Waal en de Maas bij elkaar komen tot de Boven-Merwede. Het kasteel werd rond 1400 gebruikt om tol te heffen van de omringde burgers. Het slot was een klein stukje Hollands, omringt door Gelders gebied.

Het kasteel was een niet al te aantrekkelijke woonplaats voor edelen aangezien het land buiten het kasteel soms onder water kwam staan, en het kasteel in die situatie een belangrijke broedplaats word voor muizen en ook andere ongedierte, meer dan het normaal al is. Slot Loevestein werd in de 14e eeuw gebruikt als gevangenis tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, wat een conflict was tussen de Hoeken en Kabeljauwen waar adel en steden betrokken bij waren. Maar ook functioneerde het kasteel als staatsgevangenis tijdens de Republiek.

Door het verhaal van Hugo de Groot en de boekenkist is het kasteel erg beroemd geworden.

Kasteel muiderslot

Muiderslot

Een belangrijke functie van het Muiderslot was het tol heffen op de schepen die over de Vecht voeren. Het werd vooral bewoond door slotvoogden, een soort opzichters die het kasteel bestuurden voor hun heer. Het kasteel zelf had dus niet echt een bestuurlijk functie. In de Franse tijd werd het gebruikt als kazerne voor de Franse troepen. Pas in de 17e eeuw kreeg het kasteel een culturel

Pas in de 17e eeuw kreeg het kasteel een culturele functie. Pieter Cornelisz Hooft, een schrijver die het kasteel toen beheerde, verzamelde hier andere schrijvers, geleerden en kunstenaars. Voorbeelden hiervan zijn Vondel, Huygens, Bredero en Maria Tesselschade.

Het verdwijnen van de militaire functie

De militaire functie van het kasteel verdween in de 16e eeuw met de opkomst van de nationale staten en het krachtiger worden van het centrale gezag. Veel kastelen werden verbouwd tot landhuizen of buitenplaatsen.

Van verdedigbare vesting tot landhuis

In de periode van het jaar 1000 tot ongeveer 1550 verscheen in ons land een groot aantal kastelen. De oorlogstechnologie was nog niet sterk ontwikkeld en kastelen waren nog goed verdedigbaar. Aan het eind van de 15e eeuw werden met buskruit geladen kanonnen het normale strijdmiddel. Hiertegen waren de kastelen niet meer bestand, hoe dik men de muren ook maakte. De militaire functie van het kasteel verdween in de 16e eeuw met de opkomst van de nationale staten en het krachtiger worden van het centrale gezag. Veel kastelen werden verbouwd tot landhuizen of buitenplaatsen.

VAN ROND TOT VIERKANT

De eerste kastelen waren meestal rond. Vanaf ongeveer 1400 ging men vierkante kastelen bouwen. Die waren prettiger om in te wonen. Ze waren ook beter te verdedigen, want de verdedigers hadden vanaf een rechte muur een beter uitzicht over de omgeving dan vanaf een ronde muur. Deze vierkante kastelen hadden hoge muren van soms wel twee meter dik. In die muren zaten smalle schietgaten. Er was 1 grote poort met een valhek. Bij de poort was ook een ophaalbrug over de gracht. Eerst stak de donjon als belangrijkste woontoren overal boven uit, maar later werden alle torens even hoog. En in het hele kasteel kwamen kamers om in te wonen.

De voorburcht.

Het erf binnen de muren van het kasteel werd uitgebreid. Er werden stallen, schuren,koetshuizen, werkplaatsen en bediendenwoningen gebouwd. Soms bouwden ze zelfs hele boerderijen! Soms leek een kasteel een klein dorp.

De eerste kastelen

WAAROM KWAMEN ER KASTELEN?

Zoals je in het hoofdstuk 'Het feodaal stelsel' kunt lezen, was de tijd vlak na het vertrek van de Romeinen uit West-Europa een chaotische tijd. Er was geen rust en stabiliteit. Er waren veel rovers en andere agressieve lieden die het op andermans bezit voorzien hadden, denk maar aan de vikingen.

Omdat er niet n machtig koninkrijk was dat de baas was, werden er enorm veel kleine oorlogen gevoerd, waar heel veel mensen last van hadden. Rijke mensen, (later werden dat de ridders) gingen zo sterk mogelijke huizen bouwen om zich te beschermen tegen al die gevaren. Later toen het feodaal stelsel goed was ingevoerd, had de ridder ook nog de plicht om de mensen die op zijn grondgebied woonden, te beschermen. Hij had dus een groot en stevig huis nodig. Hieruit is het middeleeuwse kasteel dan ontstaan zoals we dat nu kennen.

DE EERSTE KASTELEN

De eerste kastelen, dat wil zeggen de huizen waar ridders woonden, zagen er anders uit dan dat we ons meestal voorstellen. Dit komt omdat er nu niet n meer van over is gebleven, ze waren namelijk van hout gemaakt. Een dergelijk vroeg kasteel wordt een motte-kasteel genoemd.Het bestond uit een houten huis van 1 of 2 verdiepingen waar de ridder en zijn familie woonden. Dit huis was op een, vaak kunstmatige, aarden heuvel gebouwd, zodat de omgeving goed in de gaten gehouden kon worden.

Om het huis heen was een muur van houten palen gemaakt, die palissade genoemd wordt. Wel hadden deze kastelen al een poort en vaak ook een ophaalbrug. Je snapt wel dat deze kastelen niet zo erg stevig waren. Het huis en de muur waren bijvoorbeeld al brandbaar.Zodra men daarom de kennis, de handigheid en het geld had, werden de kastelen van steen gemaakt. In veel landen werden deze stenen uit de rotsen gehakt, maar in Nederland zijn de meeste kastelen van bakstenen gemaakt. (Behalve enkele kastelen in Limburg, die zijn van kalkzandsteen bebouwd).

Eerst werd het huis van hout vervangen voor een stenen toren, de donjon. Pas later ging men er ook een stenen muur omheen bouwen.

In de Middeleeuwen, ongeveer duizend jaar geleden, werden kastelen gebouwd. Het was een onrustige tijd en de mensen voelden zich niet echt veilig. Er was niet n machtige koning die alleen heerste maar er waren allemaal kleine heersers. Die vochten veel tegen elkaar om de machtigste te worden. Daarom bouwden zij sterke forten om zich te verdedigen. De eerste kastelen waren van hout. Ze bestonden uit een houten toren met daaromheen een wal van aarde en een gracht. Bovenop die wal stond meestal een hek van houten palen met scherpe punten. Later kwamen er kastelen van steen. Die konden niet zo makkelijk in brand vliegen en ze waren veel sterker dan hout. Ze hadden dikke muren, kleine, smalle vensters, een slotgracht en een ophaalbrug. Die kon omhoog gehaald worden wanneer er gevaar dreigde. Dan kon niemand meer het kasteel binnen. Zo'n kasteel werd gebouwd op een heuvel of bij een brede rivier. Dan was het voor de vijand extra moeilijk om het kasteel te veroveren. Het voedsel voor de kasteelbewoners kwam van de boeren uit de omgeving. Die kregen in ruil daarvoor bescherming van de kasteelheer. Als de vijand er aan kwam, konden de boeren vluchten binnen de muren van het kasteel. Na de uitvinding van het buskruit waren de kastelen niet zo veilig meer. Een kanon kon de dikke muren wel beschadigen of zelfs vernielen. Daarom werden ze sinds die tijd niet meer gebruikt als fort, maar meer als woonhuis.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!