Grondlegger van de psychodynamische therapie

Inleiding

Begin 20ste eeuw, je ligt op een divan in een klein kamertje in Wenen. Achter je op een stoel, buiten je gezichtsveld, zit een man. Hij zit daar zodat zijn gezichtsuitdrukking je vrije associatie niet benvloed. Jij zegt alles wat in je opkomt, je maakt je hoofd helemaal leeg. Maar ook als je denkt dat je hoofd leeg is, blijf je doorpraten. Je hoeft je niet in te houden, dat is juist iets wat je niet moet doen. Deze man is er om je te helpen, hij luistert aandachtig naar je. Hij wil op deze manier gedachtes, ervaringen uit het verleden of herinneringen 'verplaatsen' van het onbewuste naar het bewuste. Waarschijnlijk zijn de gedachtes, ervaringen of herinneringen al lang in het onbewuste, misschien zelfs wel sinds je 12e, of nog langer geleden. Je dacht dat je er van af was, maar het tegendeel is waar. Alles in je onbewuste oefent nog steeds zijn invloed uit.

De methode die hij hier gebruikt is nieuw voor deze tijd. Of het werkt? Je weet het nog niet, je hebt zo je twijfels. De goed uitgewerkte theorien van deze goed geschoolde man klinken allemaal wel geloofwaardig, maar zijn ze ook te bewijzen?

De man die ik hierboven bedoel is natuurlijk Sigmund Freud. Deze man stierf iets langer 70 jaar geleden, maar zijn naam leeft vandaag de dag nog steeds. Zijn theorien zijn natuurlijk veel besproken, maar zijn aanloop naar de psychologische wereld een stuk minder. Hier wilde ik toch wat meer over weten, hoe is hij terechtgekomen in de psychische wereld? En toen hij zichzelf eenmaal psychiater mocht noemen, wat heeft hij dan bedacht en gedaan dat er zelfs een hele bibliotheek naar hem vernoemd is met daarin alleen maar boeken door hem en over hem geschreven?

Dat Sigmund Freuds goede theorien heeft ontwikkeld is wel duidelijk

In hoeverre kun je Sigmund Freud een wetenschapper noemen?

Hoe heeft Sigmund Freud de stap van de medische naar de psychische wereld gemaakt?

Freud is natuurlijk nog steeds wereldberoemd. Ik denk dat je er wel vanuit mag gaan dat iedereen wel eens van deze man gehoord heeft. Zijn ideen zijn ongetwijfeld in elk land bekend. Maar wat weten we eigenlijk verder over hem? Waar komt hij vandaan? Wat voor een opleiding heeft hij gedaan? Wat heeft hem genspireerd om te gaan doen wat hij deed? Wie hebben er een belangrijke rol gespeeld voor zijn ideen en theorien? Hoe is hij, als neuroloog, uiteindelijk psychiater geworden?

Zoon van Jacob en Amalia Freud

Op zes mei 1856 werd Sigismund Schlomo Freud geboren in Freiberg (huidig: Prbor), het stadje lag destijds in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk en in het hedendaagse Tsjechi. Sigmund was zelf een athest, maar hij was wel van Joodse afkomst. Toen Sigmund drie jaar oud was verhuisde hij met zijn familie naar Leipzig, en een jaar later naar Wenen waar Sigmund tot 1938 bleef. Sigmund was de oudste zoon van Amalia en Jacob Freud, behalve Sigmund kregen Amalia en Jacob nog 5 dochters en een zoon. Jacob Freud had al twee zoons uit een vorig huwelijk. Opmerkelijk is dat Jacobs oudste zoon, Emanuel, ouder was dan Amalia Freud. Jacobs tweede zoon, Philipp, was een jaar jonger dan Amalia.

Freuds opleiding

In het begin kreeg Freud thuis les van zijn vader, daarna ging hij naar een priv school (lagere school), en toen hij negen jaar was ging hij naar het gymnasium. Sigmund schreef in zijn autobiografie dat hij graag advocaat wilde worden, maar door het gedicht 'de Omarmende Moeder' van de populaire docent en zoloog Carl Brhl bedacht hij zich. Sigmund besloot door dit gepassioneerde gedicht over de natuur dat hij de natuur wilde bestuderen en begon in 1873 als medisch student aan de Universiteit van Wenen, waar hij zijn naam, Sigismund, veranderde in Sigmund. Hij volgde dan wel medisch onderwijs, maar naar eigen zeggen heeft hij nooit een voorkeur gehad voor het werk van arts. Sigmund schreef na zijn studietijd: `Ik werd meer bewogen door een soort honger naar kennis.

Het Fysiologisch Instituut

terwijl de gemiddelde medisch student hier vijf jaar over doet. Na het slagen voor zijn medische examens nam Freud een baan aan als assistent-docent in het Fysiologisch Instituut van Ernst Brcke. Het was een slecht betaalde baan maar Freud genoot van het onderzoek. In april 1982 ontmoette Sigmund tijdens een bezoek aan een van zijn zusjes de jonge vrouw Martha Bernays. Al binnen twee maanden had Sigmund zich met Martha Bernays verloofd. Ernst Brcke, die zich geen eeuwige student kon veroorloven, greep zijn kans om Freud te vertellen dat hij beter ergens anders kon gaan werken om zijn aanstaande te kunnen onderhouden. Dit deed hij dan ook; Freud ging in het algemeen ziekenhuis in Wenen werken.

Cocane om beroemd te worden

Toen Freud het laboratorium verliet had hij geen geld. Freud wilde graag een grote wetenschappelijke ontdekking doen, want dan zou hij beroemd worden en dus genoeg geld hebben. Freud begon met een onderzoek naar cocane, nadat hij er genteresseerd in was geraakt doordat hij een verslag had gelezen van een Duitse legerarts die beweerde dat cocane het uithoudingsvermogen van de soldaten verbeterde. In zijn tijd was er nog maar weinig bekend over cocane. Freud testte het middel op zichzelf en was er heel positief over, het gaf hem nieuwe energie. Zelf had hij geen last van bijwerkingen van het middel en beval het aan voor verdovingen en allerlei kwaaltjes. Freud vertelde twee vrienden van hem, beide oogheelkundigen, over de verdovende werking van cocane. Samen met n van de vrienden, Leopold Knigstein genaamd, begon Freud te experimenteren met cocane. Ze testten de effecten ervan op het oog van een hond. In de zomervakantie van dat jaar (1884) ging Freud Martha Bernays opzoeken, hij had haar al een jaar niet gezien. Door dit bezoek is het onderzoek onderbroken. Toen Freud terugkwam kwam hij erachter dat niet Knigstein, maar zijn andere vriend genaamd Carl Koller experimenten had uitgevoerd met de cocane. Koller had ook over de verdovende werking gerapporteerd en werd hierdoor beroemd. Freuds onderzoek had dus wel roem opgeleverd, maar niet voor hem zelf.

Het begrip hysterie

Door zijn werk als dokter in het algemeen ziekenhuis van Wenen, en de ondersteuning van Brcke had Freud een reisstudiebeurs gekregen. Nadat hij in de herfst van 1885 Martha Bernays had bezocht, reisde hij naar Parijs om daar voor vijf maanden te gaan studeren bij de Franse medische beroemdheid Jean-Martin Charcot. Door deze beroemdheid kwam Freud voor het eerst in aanraking met hypnose. Charcot was het hoofd van een afdeling vol patinten die leden aan een aandoening aan het zenuwstelsel. Deze aandoening werd gekenmerkt door beroertes, tijdens de beroertes verliezen de patinten onder andere hun bewustzijn. In de zaal waren ook patinten die niet leden aan deze aandoening, maar aan hysterie. Deze patinten hadden geleerd om de beroertes na te bootsen. In die tijd was het begrip hysterie eigenlijk nog een groot raadsel. In de loop der eeuwen waren er allerlei verhalen en theorien rondom hysterie. Zo werd er bijvoorbeeld eerst gedacht dat alleen vrouwen het zouden hebben, en dat het kwam omdat de baarmoeder naar de keel was gestegen. Het wondermiddel zou dan zijn om te niesen, om de baarmoeder terug op zijn plaats te krijgen. Later werd er beweerd dat hysterie zijn oorzaak vond in seksuele ontbering bij vrouwen. Bijvoorbeeld als vrouwen iets pornografisch hadden gelezen. Er werd dan aangeraden dat de vrouwen voor de winter seks moesten hebben met een man. Toen Freud medicijnen ging studeren was hysterie niet meer alleen bekend als vrouwenziekte, want er waren ook genoeg mannen bekend die er last van hadden. Hysterie was volgens velen wel te wijten aan gefrustreerde seksuele verlangens.

De verklaring van Paul Briquet

Freud's ervaring met hysterie werd bepaald door Jean-Martin Charcot en nog een andere Franse arts, genaamd Paul Briquet. In 1859 had Paul Briquet de symptomen van 430 hysterische patinten onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat er per 20 vrouwen die aan hysterie leden er ook n man was die eraan leed. En ten tweede bleek dat veel prostituees aan hysterie leden, terwijl het bij nonnen zelden voorkwam. Deze bevindingen waren in tegenspraak met de seksuele hypothese. Paul Briquet verklaarde hysterie als een neurose, hij beweerde dat hysterie naar boven kwam bij emotionele mensen en dat het te maken had met de uiting van emoties en passies.

Vier stadia van een hysterische aanval

Jean-Martin Charcot en een assistent beschreven de hysterische aanval in vier stadia. Dit gebruikten ze om onderscheid te maken tussen een aanval van hysterische patinten en een epileptische aanval. De vier stadia waren: aura, de aanval zelf, een clowneske fase, en de ontknoping. 'Aura' was de voorbode van de aanval, de aanval zelf was natuurlijk gewoon de aanval zelf, de patinten schreeuwden, verloren het bewustzijn en kregen stuipen. In de clowneske fase maakten de patinten gebaren die leken op uitdrukkingen van emoties en tot slot, in de ontknoping lachten of huilden de patinten. Charcot was gefascineerd door deze aanvallen, en dan in het bijzonder het doel erachter; de patinten probeerden iets te zeggen met deze aanvallen. Hij vond dat het leek alsof geesten het lichaam van de patinten wilden binnendringen bij zo'n aanval, en was ook hierdoor bijzonder gefascineerd. Charcot wilde, net als Freud op een wetenschappelijke manier aantonen dat heksen, geesten, demonen en dat soort dingen niet bestonden.

De onwetende hysterische patinten

Het werd duidelijk dat hysterische patinten zelf niet wisten dat ze fysiek in orde waren. Dit was te vergelijken met gehypnotiseerde patinten die zich nadat ze uit hun trance waren gekomen niets meer konden herinneren van hun trance. Charcot raakte hierdoor genteresseerd in de manieren waarop ideen buiten het normale bewustzijn de geest op de n of andere manier toch kunnen benvloeden. In de jaren 80 van de 19e eeuw hield Charcot zich vooral bezig met de hysterische verlamming. De symptomen van hysterische verlamming waren niet hetzelfde als die van een echte epileptische aanval, dat was al duidelijk geworden door het onderzoek van Charcot en zijn assistent over de vier stadia. Ook Freud merkte dit op, hij zag dat bij hysterische verlamming de schouders vaak erger aangetast zijn dan de handen en voeten, terwijl bij een echte verlamming de delen die het verst van het lichaam vandaan zijn, de handen en voeten dus, er het ergste aan toe zijn. Oftewel, het is een verlamming zoals de hysterische patinten denken dat een verlamming is en niet zoals een verlamming echt in zijn werk gaat.

Van hysterie naar hypnose

Het verband tussen patinten die zelf niet weten dat ze ziek zijn en gehypnotiseerde mensen die zich niet bewust zijn van de factoren die hun gedrag bepalen was voor Charcot erg interessant. Hij heeft zich er dan ook in verdiept. Behalve dat hij het verschil tussen een fysieke en een hysterische verlamming kon aantonen, kon hij ook een hysterische verlamming voortbrengen bij mensen onder hypnose. Hiermee toonde hij aan dat hysterische ziektebeelden geen fysieke oorzaak hebben, maar een psychologische, en dus niets te maken hebben met het lichaam maar met de geest.

De invloed van Parijs op Freud

Toen Freud eenmaal terug was in Wenen begon hij met wat hij de rest van zijn leven ook zal gaan doen: hij begon na te denken over het onbewuste. Hij dacht na over het effect van geestelijke ervaringen op lichamelijke dingen (zoals de hysterische verlamming) maar ook over bijvoorbeeld seksuele lust. Over dit soort dingen bleef hij de rest van zijn leven nadenken. Je kunt dus wel zeggen dat Freuds bezoek aan Parijs zijn hele doen, laten, en denken sterk heeft benvloed. Freud heeft ook ooit geschreven, een hele tijd nadat hij naar Frankrijk was geweest, dat Charcot een van zijn grootste leermeesters was. Dit zou kunnen zijn omdat heel veel van Freuds eigen werk gebaseerd is op de ideen van Charcot. Door de invloed van Parijs is Freud in de psychiatrische wereld gestapt. Dit is niet zo heel gek, want in de tijd dat Sigmund Freud leefde was psychiatrie als het ware een vorm van neurologie, en Freud was opgeleid als neuroloog. Psychiaters in die tijd zochten de oorzaken van psychiatrische stoornissen altijd in de hersenen of in het zenuwstelsel. In 1886 opende Freud zijn eigen privkliniek in Wenen.

Sigmund Freud had dus niet altijd al het plan om te gaan doen wat hij tijdens lijn leven heeft gedaan. In eerste instantie wilde hij advocaat worden, maar door n gedicht heeft hij dit idee laten varen. Als hij dit niet had gedaan, zou de (psychische) wereld van vandaag er waarschijnlijk heel anders hebben uitgezien. De Oostenrijkse wetenschapper Ernst Brcke heeft een grote rol gespeeld in het denken van Sigmund Freud. Maar deze rol was niet zo groot als de rol van Jean-Martin Charcot. Charcot was de man die het denken van Freud zodanig heeft benvloed en door wie Sigmund Freud dusdanig werd genspireerd, dat veel van zijn theorien op Charcot's ideen zijn gebaseerd. De dingen waarover Freud na zijn bezoek aan Parijs is gaan nadenken vormen de basis van zijn levenswerk. Je kunt dus wel stellen dat met het bezoek aan Parijs de ontwikkeling van Sigmund Freud als psychiater tot stand is gekomen. Voor zijn bezoek aan Parijs was hij, zoals hij was opgeleid, gewoon een neuroloog. Natuurlijk was hij na zijn terugkeer in Wenen niet meteen een psychiater te noemen, hij moest nog wel de nodige ervaring opdoen, maar hij heeft in Parijs wel een duwtje in de richting van de psychische wereld gekregen. Dat Freud psychiater is geworden heeft natuurlijk ook te maken gehad met het fijt dat neurologie en psychiatrie in zijn tijd heel dicht bij elkaar stonden. Hierdoor was de stap van de medische wereld naar de psychische wereld niet zo groot.

Wat waren de belangrijkste ideen van Sigmund Freud en hoe werden deze in de praktijk gebracht?

Sigmund Freud was natuurlijk nooit zo bekend geworden als hij niet een aantal belangrijke ideen had gehad. Hij heeft met zijn ideen de basis gelegd voor de psychodynamische therapie.

De psychoanalyse is de methode die Freud heeft ontwikkeld om neurosen (psychische stoornissen, waarbij het persoon in kwestie nog wel contact heeft met de werkelijkheid), te behandelen. De psychoanalyse is voor de meeste mensen redelijk moeilijk om te begrijpen. Binnen de psychoananalyse zijn er namelijk nog verschillende 'onderdelen'. Alle onderdelen die ik hieronder zal bespreken zijn essentieel in de psychoanalyse.

Vrije associatie

Een belangrijk onderdeel in de psychoanalyse is de vrije associatie. De vrije associatie is tot stand gekomen door een patinte van Freud. Emmy von N. werd een keer boos toen Freud haar vroeg naar een gebeurtenis waar zij het over had gehad. Ze wilde dat Freud ophield met vragen stellen en haar gewoon liet zeggen wat ze te zeggen had. Freud deed geen pogingen meer om Emmy te onderbreken en bleef gewoon naast haar zitten zo lang als ze dat wilde. De behandeling van Emmy von N. leidde tot een succes, en dit was ook het geval bij latere patinten op wie Freud de vrije associatie losliet.

Verschillende niveaus van bewustzijn

Op basis van eigen ervaringen met zowel patinten als met het analyseren van zichzelf, ontwikkelde Sigmund Freud een theorie die volgens hem zowel het functioneren van 'normale' als 'gestoorde' mensen kon verklaren. Freud maakte onderscheid in niveaus van bewustzijn: het bewuste, het voorbewuste, en het onbewuste. Deze theorie onderscheidde zich heel duidelijk van andere theorien, maar het bestaan van verschillende stadia van bewustzijn was niet de ontdekking van Freud. In de negentiende eeuw waren er al verschillende mensen geweest die het hadden over het onderbewuste in de mens.

Toch was Freuds theorie wel vernieuwend, hij was namelijk de eerste die inhoud gaf aan de verschillende stadia van bewustzijn. Zoals hierboven al genoemd, benoemde hij het bewuste, het voorbewuste, en het onbewuste. Het bewuste bestaat uit alle gedachten, waarnemingen, gevoelens en herinneringen die direct toegankelijk zijn. Het voorbewuste is niet direct toegankelijk, maar kan wel vrij gemakkelijk naar het bewuste worden gehaald. Het onbewuste bestaat uit alle gevoelens, ervaringen uit het verleden, neigingen en motieven die zich niet in het bewuste bevinden, en ook niet zomaar naar het bewuste te krijgen zijn, omdat het bijvoorbeeld te veel schaamte of te veel angst oproept. Ervaringen uit het verleden kunnen in het onbewuste liggen, omdat ze bijvoorbeeld te pijnlijk zijn en om die reden zijn verdrongen, maar het kan natuurlijk ook gewoon dat de persoon de ervaring is vergeten. Ondanks dat deze gevoelens, ervaringen uit het verleden, neigingen en motieven zich niet in het bewuste bevinden, oefenen ze vanuit het onbewuste wel hun invloed uit. Zo komt het ook wel eens voor dat iets vanuit het onbewuste doorlekt naar het bewuste, dit gebeurt bijvoorbeeld bij versprekingen. Een situatie die vaker voorkomt, waarin het onbewuste zich toont is de droom, hier zal ik later nog op terugkomen.

Toen hij in Parijs was, heeft Freud geleerd dat mensen onder hypnose een opdracht kunnen krijgen die ze pas uitvoeren na de hypnose. De betreffende mensen, die de opdracht vervolgens uitvoerden, meenden dat ze dit uit zichzelf deden. Deze les heeft er mede voor gezorgd dat Freud ervan overtuigd was dat het onbewuste

een enorme invloed heeft op het doen en laten van de mens.

De drie elementen van persoonlijkheid

Naast het onderverdelen van het bewustzijn, heeft Freud ook de geest onderverdeeld in drie belangrijke elementen: het id, het ego en het superego. (Of es, ich und ber-ich.) Deze drie elementen zijn overigens niet apart terug te vinden in de hersenen, maar worden vooral gebruikt om de werking van de geest duidelijk uit te kunnen leggen.

Het id is al bij de geboorte aanwezig en ligt in het onbewuste. Je zou kunnen zeggen dat het vooral primitief is. Hiermee wordt bedoeld dat het lustprincipe overheersend is. Het id laat zich leiden door het instinct en is meestal gericht op het zo snel mogelijk bevredigen van behoeften, zoals honger, dorst of seks.

het onbewuste, gedeeltelijk in het voorbewuste en gedeeltelijk in het bewuste. Het superego bevat de normen en waarden die grotendeels het doen en laten van de mens bepalen. Je zou kunnen zeggen dat het ons geweten is, dat zich ontwikkelt tussen het derde en het vijfde levensjaar. Het superego ontwikkelt zich vooral op basis van de omgang van een kind met zijn ouders of andere gezaghebbende personen.

Net als het superego bevindt het ego zich gedeeltelijk in het onbewuste, gedeeltelijk in het voorbewuste en gedeeltelijk in het bewuste. Het ego is rationeel en is eigenlijk de bemiddelaar tussen het id en het superego. Behalve in het bemiddelen in het conflict tussen het Id en het Superego, moet het ego ook nog rekening houden met de beperkingen die de buitenwereld met zich meebrengt, het zogenaamde realiteitsprincipe of realiteitszin.

Volgens Freud zal er altijd een onoplosbaar conflict blijven bestaan tussen het id en het superego. Dit komt omdat het id en het superego allebei proberen om het gedrag te sturen, maar dan wel in een uiteenlopende richting, daarbij komt dan nog de buitenwereld die ook nog beperkingen met zich meebrengt. Men spreekt van een gezonde persoonlijkheid als het ego er alsmaar opnieuw in slaagt op het evenwicht tussen het id en het superego te bewaren. Als het ego hiertoe niet in staat is ontstaan er problemen. Door het volgende citaat uit het door mij gebruikte naslagwerk 'Psychotherapie, van theorie tot praktijk' zal ik de verhouding tussen de verschillende elementen van persoonlijkheid schetsen: 'Een jongen ziet in de winkel een lekkere zak drop liggen, waarvoor hij niet genoeg geld bij zich heeft. Het Id zet hem aan lekker te gaan genieten en de drop gewoon stiekem in zijn zak te laten glijden. Het Superego zal hem voorhouden dat dit neerkomt op stelen en dus moreel verwerpelijk is. Het ego wijst erop dat hij morgen zijn zakgeld krijgt en hij dus beter even kan wachten. De uitkomst van dit conflict bepaalt of de jongen de drop inderdaad laat liggen of toegeeft aan zijn driftleven.'

De drifttheorie

In zijn drifttheorie legde Freud de nadruk op het menselijk functioneren, dat al van jongs af aan wordt bepaald door driften in het id. Binnen de verschillende driften beschouwde hij de seksuele drift als de belangrijkste. Na zijn ervaringen met soldaten uit de Eerste Wereldoorlog kwam hij tot de conclusie dat de doodsdrift (agressie), net zo belangrijk is als de seksuele drift. Deze agressieve drift heeft twee kanten: het kan vernietigend zijn voor de mensen om je heen, maar deze drift zorgt er ook voor dat mensen voor zichzelf op komen. Als driften niet bevredigd kunnen worden ontstaan spanning en frustratie.

Jongen kinderen leren al dat ze niet altijd hun zin krijgen, wat betekent dat hun driften niet altijd bevredigd kunnen worden. Op de een of andere manier moeten ze hun wil dan een beetje aanpassen, zodat het wel bevredigd kan worden. Het komt wel eens voor dat driften niet meer in toom te houden zijn en naar buiten komen op een beetje een aparte manier. Hiermee bedoel ik te zeggen dat de intentie van wat iemand eigenlijk wil niet altijd even duidelijk is.

Afweermechanismen

Als driften niet zijn toegestaan door het superego, of als ze niet bevredigd kunnen worden in verband met het realiteitsprincipe, dan is het ego in staat om deze driften te remmen.

Onbewust maakt het ego dan gebruik van afweermechanismen. Freud was degene die tot deze theorie kwam, maar zijn dochter Anna (samen met een aantal egopsychologen) is degene die de verschillende afweermechanismen heeft uitgewerkt.

De verschillende afweermechanismen verdedigen het Ego voor de bewustwording van impulsen uit het onbewuste die niet mogen doordringen in het bewuste.

Als de geest geen gebruik zou maken van afweermechanismen zouden mensen continu geconfronteerd worden met angst, schaamte en/of andere vervelende gevoelens. Als dit proces van het afweren van bepaalde wensen of herinneringen te vaak gebeurt, ontstaan er problemen. Volgens de psychodynamische benadering is het goed om zo min mogelijk af te weren. Hoe minder gebruik je maakt van afweermechanismen, hoe gezonder de geest. Er is namelijk veel (geestelijke) energie voor nodig en het gaat ten koste van de flexibiliteit van het ego. Sommige afweermechanismen vertekenen de realiteit en bovendien is er geen enkel afweermechanisme dat iets oplost. Ze zorgen er alleen maar voor dat bedreigende gedachten uit het bewuste worden gebannen. Vanuit het onbewuste blijven deze gedachten hun invloed uitoefenen, dit gebeurt in vorm van verschillende symptomen. Hoe meer het ego afweert, hoe meer de symptomen zich op gaan stapelen. Vandaar dat het niet goed is om teveel gebruik te maken van afweermechanismen.

De fasen van persoonlijkheidsontwikkeling

Freud ging er vanuit dat ervaringen in de eerste levensjaren van de mens grotendeels het functioneren van volwassenen bepalen. Freud schonk om deze rede veel aandacht aan de ontwikkeling van jonge kinderen, en dan vooral op seksueel gebied. Volgens hem doorliep elk kind 5 ontwikkelingsfasen met elk typische kenmerken, deze fasen worden de psychoseksuele fasen genoemd. Ook meende Freud dat alle kinderen al vanaf hun geboorte in staat zijn tot erotische activiteit, dit gebeurde volgens hem via de huid, de mond, de anus en natuurlijk de geslachtsdelen.

De eerste fase noemde Freud de orale fase (0-1 jaar). Deze fase loopt vanaf de geboorte tot ongeveer het tweede levensjaar. In deze levensfase zijn kinderen bezig om de omgeving te ontdekken en het kennismaken met objecten, dit laatste doen ze voornamelijk door dingen in hun mond te stoppen. De seksuele drift van het kind wordt in dit stadium vooral bevredigd door borstvoeding. Net als in de andere fasen kan in deze fase fixatie optreden, dit gebeurt als conflicten niet goed opgelost worden. De gevolgen hiervan kunnen zijn dat volwassenen te veel eten, drinken, roken of praten. Allemaal activiteiten waarbij de mond een rol speelt dus.

De volgende fase is de anale fase (1-3 jaar). In deze fase begint de zindelijkheidstraining. Kinderen worden zich in deze fase bewust van het 'genot' van het ontlasten. Als er in de anale fase fixatie optreedt, beweert Freud, wordt het kind als volwassenen heel erg netjes en zal altijd alles opruimen.

Vervolgens is er de fallische fase (3-6 jaar). Dit is Freuds beroemdste ontwikkelingsstadium. In deze fase begint te ontwikkeling van het superego, maar centraal staat het oedipuscomplex, bij meisjes heet dit het elektracomplex. In het kort uitgelegd betekent dit dat het jongetje jaloers is op zijn vader en diens plaats in wil nemen naast zijn moeder. Bij meisjes is dit natuurlijk precies andersom. Als de conflicten die gepaard gaan met het oedipuscomplex (en voor meisjes het elektracomplex) niet goed worden opgelost worden gevoelens naar het onbewuste verbannen. Vanuit daar blijven de gevoelens hun invloed uitoefenen, wat kan leiden tot allerlei problemen op latere leeftijd. Als er in dit stadium fixatie optreedt, kan dat leiden tot arrogantie, ijdelheid, egocentrisme of een niveau van zelfvertrouwen dat als onrealistisch wordt gezien.

Vervolgens komt een kind in de latentieperiode (6-12 jaar).Dit is de rustigste fase in de kinderlijke ontwikkeling. Seksualiteit is in deze fase vrijwel niet van belang. Het kind is in deze fase vooral bezig met leren en presteren.

De laatste fase van persoonlijkheidsontwikkeling is de genitale fase. Deze fase speelt zich af vanaf de pubertijd tot aan de volwassenheid. Volgens Freud is deze fase het einde van de ontwikkeling van persoonlijkheid. De seksuele drift wordt in deze periode bevredigd door geslachtsgemeenschap.

Freud meende dat deze vijf fasen dan wel biologisch bepaald waren, maar dat de reactie van de ouders op de behoeften van het kind een enorme invloed had op de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind. De manier waarop het kind leert omgaan met zijn/haar driften is namelijk bepalend voor de rest van zijn/haar leven. Elke fase heeft te maken met bevrediging. Ouders moeten deze bevrediging in bepaalde mate toestaan; niet te veel, maar ook niet te weinig. Als je deze fasen goed doorloopt, zal je een gezonde persoonlijkheid ontwikkelen. Als iemand te weinig bevrediging krijgt in een bepaalde fase zal diegene hier altijd naar blijven verlangen.

De droomduiding

'De interpretatie van dromen is de Koninklijke weg naar kennis van de onbewuste activiteiten van de geest.'

Als men vroeger wakker werd en zich een droom herinnerde, dacht men altijd dat dit een boodschap was van een hogere macht. Tegenwoordig denkt nog maar een klein percentage van de mensheid er zo over. Toen de natuurwetenschap tot bloei kwam, heeft men deze gedachte over dromen laten varen. Toen ontstond er natuurlijk de vraag waar dromen dan wel vandaan komen, en natuurlijk de vraag naar de betekenis van dromen. Freud was ook genteresseerd in dromen. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar dromen, veel dromen geanalyseerd en zelfs een heel boek over dromen geschreven: die Traumdeutung. In zijn boek probeerde hij duidelijk te maken dat dromen gecreerd worden door eigen geest.

Freud kwam er in zijn onderzoek naar dromen achter dat een droom een nabootsing is van gedachtes. De verschillende gedachten waarop een droom gebaseerd is worden met behulp van beelden weergegeven. Daarnaast merkte Freud op dat de droom veel korter is dan de gedachtes waarop de droom gebaseerd is. Verder ontdekte hij dat een droom ontstaat door een onbelangrijke gebeurtenis op de droomdag (de dag voorafgaand aan de droom). Nog iets anders dat voor iedere droom geldt, is dat iedere droom een jeugdherinnering en een dagresidu bevat. De dromer heeft in de loop van de dag een aantal ervaringen gehad die gerelateerd zijn aan die jeugdherinnering. De voorvallen van die dag vormen het zogenaamde dagresidu in de droom. Een ander kenmerk van dromen is dat ze allemaal vervullingen van wensen zijn. Bij de ene droom is dit direct te merken, bij de andere droom wordt dit pas duidelijk na het uitvoerig analyseren van de droom. Vooral bij kinderdromen is de wensvervulling erg gemakkelijk te herkennen. Kinderdromen hangen altijd samen met het leven van overdag. In de droom wordt een wens vervuld die in de loop van de droomdag is ontstaan, maar niet is bevredigd. Het feit dat kinderdromen duidelijker zijn dan dromen van volwassenen heeft te maken met een soort innerlijke censor. Kinderen hebben deze censor namelijk nog niet gevormd. Deze innerlijke censor is in staat om de betekenis van dromen op verschillende manieren te vervormen.

Erg belangrijk in Freuds werk over dromen is het onderscheid tussen de latente en de manifeste droominhoud. De manifeste droominhoud is de droom zelf zoals je die herinnert als je wakker wordt, meestal is dit in een symbolische vorm. De latente droominhoud is de diepere betekenis achter de droom. Het proces van transformatie van de latente naar de manifeste droominhoud, oftewel het creren van de droom uit droomgedachten, wordt droomarbeid genoemd. Op basis van de relatie tussen de manifeste en de latente droominhoud zijn er 3 categorien:

  1. De zinvolle en begrijpelijke droom. In deze categorie vallen de kinderdromen, maar ook volwassenen kunnen dit soort dromen hebben.
  2. De onderling samenhangende dromen met een duidelijke betekenis die verwarring opwekken. Een voorbeeld: je droomt dat er een dierbare is gestorven, terwijl je geen aanleiding hebt om dit te verwachten of te vrezen. Je kunt zo vertellen wat er in je droom is gebeurd, het zijn niet allerlei onsamenhangde, onduidelijke gebeurtenissen. Maar wrom droom je dit? Hoe ben je op de gedachte gekomen dat er een dierbaar iemand zou sterven?

  3. Verwarrende, zinloze, onbegrijpelijke dromen waarin niets lijkt samen te hangen, kortom: de droom waar geen touw aan vast is te knopen.

Sigmund Freud heeft ongetwijfeld veel tijd besteed aan het analyseren van dromen. Hij heeft hier wel met veel plezier aan gewerkt. Het interpreteren van een droom is te vergelijken met het oplossen van een raadsel, behalve de dromen die ik voor het gemak maar even 'type 1' noem. Je kunt niet zomaar een schema opzetten en elke droom even snel interpreteren. De innerlijke censor waar ik het eerder dit hoofdstuk al over heb gehad maakt het vaak moeilijk om achter de diepere betekenis te komen. Daarbij betekenen de symbolen in dromen voor iedereen iets anders, dit op basis van de levensgeschiedenis. Een auto bijvoorbeeld kan voor de een iets moois betekenen, terwijl het bij de ander vervelende herinneringen oproept. Je hebt volgens Freud wel symbolen die bij iedereen hetzelfde betekenen, bijvoorbeeld messen verwijzen naar de penis.

Therapie

De ideen van Sigmund Freud worden vooral in de praktijk gebracht in de behandelkamer. De ideen die ik hierboven heb behandeld zijn allemaal heel belangrijk geweest in de psychoanalytische therapie. De vrije associatie wordt gezien als de belangrijkste tactiek binnen de psychoanalyse. Vrije associatie heeft vaak ook te maken met dromen, de clint vertelt over zijn/haar dromen. Het nut hiervan is dat de therapeut inzicht krijgt over onbewuste conflicten en wensen van de clint. Voor clinten is het niet makkelijk om vrij te associren, omdat de clint moeite heeft om pijnlijke, beschamende of beangstigende gevoelens en gedachten onder ogen te komen. Om deze gevoelens en gedachten niet onder ogen te hoeven komen, maken veel clinten gebruik van weerstand. Dit kan bewust of onbewust gebeuren. Voorbeelden hiervan zijn telkens te laat komen, tijdens de sessie de hele tijd zwijgen, geen oogcontact maken met de therapeut, een bepaald onderwerp constant vermijden, of juist de hele tijd over hetzelfde onderwerp beginnen.

De andere punten die ik hierboven heb genoemd zijn geen tactieken, maar zijn wel belangrijk in de psychoanalyse. Dat de theorie over de verschillende niveaus van bewustzijn erg belangrijk is, spreekt denk ik voor zich. Dit is natuurlijk zo omdat de hele psychoanalyse van Freud gebaseerd is op het onbewuste. Het wordt ook wel een tocht door het onbewuste genoemd. Tijdens deze tocht wordt de clint zich bewust van conflicten uit de vroege kindertijd. Hier zie je ook meteen het belang van de vroegkinderlijke ontwikkeling in terug. Vooral in de fallische fase ontstaan conflicten die op latere leeftijd kunnen leiden tot een psychische stoornis. Stoornissen ontstaan als het ego niet in staat is om het conflict tussen het id en het superego op te lossen. In de voorgaande zin heb ik alle 3 de elementen van persoonlijkheid al genoemd, dit benadrukt maar weer de essentie hiervan. De drifttheorie is ook erg belangrijk, want zonder de driften uit het id zouden conflicten niet ontstaan. De afweermechanismen zorgen ervoor dat gedachtes of gevoelens naar het onbewuste worden 'verplaatst'. Dat het proces van afweren belangrijk is binnen de psychoanalyse hoef ik niet uit te leggen, want heel de psychoanalyse draait om het afgeweerde materiaal in het onbewuste.

Er wordt beweerd dat de persoonlijkheid van mensen kan veranderen door ervaringen uit de vroege kindertijd her te beleven. Door het onbewuste bewust te maken, verschuiven de verdrongen herinneringen en conflicten van het id naar het ego. Met het versterkte ego kunnen mensen gemakkelijker omgaan met conflicten en afweermechanismen doordat het ego zijn bemiddelende rol tussen het id en het superego beter kan uitvoeren.

Welke negatieve kritiek is er op de ideen van Sigmund Freud?

Conclusie

Epiloog

Literatuurlijst

  • Margaret Muckenhoupt, Sigmund Freud, verkenner van het onbewuste (2001)
  • Walter Vandereycken, Ron van Deth, Psychotherapie, van theorie tot praktijk (2003)
  • Frans Verstraten, Psychologie in een notendop(2006)
  • Gillian Butler, Freda McManus, de kortste introductie PSYCHOLOGIE (1998)
  • Sigmund Freud (vertaald door Tinke Davids) - Het onderbewuste, de draagbare Freud, een keuze uit zijn werk (2006)

Bijlage

In het jaar 1886 opende Sigmund Freud als neuroloog zijn eigen privpraktijk in Wenen. In die tijd had hij zelf nog geen behandelmethoden ontwikkeld. Hij gebruikte bestaande behandelmethoden om zijn patinten te helpen. Freud had vooral veel patinten die leden aan hysterie. Dit was wel anders dan hij gewend was in Parijs. De patinten van Freud hadden namelijk subtielere symptomen. Deze patinten hadden bijvoorbeeld geen aangeleerde toevallen, maar verlammingen van n enkel ledemaat of aanvallen van duizeligheid. Freud gebruikte net als andere negentiende-eeuwse neurologen verschillende methoden om de hysterische patinten te behandelen. Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie, op basis van eigen ervaringen in zijn praktijk, dat hypnose de beste behandelmethode was voor hysterische patinten.

Freud had gezien hoe Charcot hysterische patinten kon beheersen door middel van hypnose, maar Charcot gebruikte hypnose nooit om hysterische symptomen te genezen. Hij had hypnose bedoeld om voorbeelden van een studie te laten zien. Zelf zei Charcot dat het te vergelijken was met wat de kikker voor de fysiologie had betekend.

De werking van hypnose was, ondanks de aandacht die hypnose had gekregen door de demonstraties van Charcot, nog niet duidelijk vastgesteld. Niemand wist nog hoe de vork in de steel zat. Verschillende mensen, waaronder Charcot, geloofden dat hypnose werkte door een biologische energie. Ze dachten dat een deel van het lichaam fysiek veranderde als een persoon in trance was. Met dit idee was lang niet iedereen het eens, Sigmund Freud was een van die mensen. Hij geloofde dat de verklaring fysieke en psychologische processen bevatte. Hij veronderstelde dat de geestelijke activiteit en de fysiologische staat afhankelijk van elkaar waren, maar niet identiek. Om dit te verduidelijken zal ik een voorbeeld gebruiken; een persoon wordt 's nachts wakker door een hard geluid. Natuurlijk wordt de persoon in kwestie niet rustig wakker, het hart klopt snel, het persoon zweet en zit rechtop in bed. Dit is de fysieke reactie, die zal bij vrijwel iedereen hetzelfde zijn. De geestelijke reactie daarentegen hangt af van verschillende factoren, zoals voorgaande ervaringen en leefomstandigheden. Als je bijvoorbeeld in het verleden slachtoffer bent geweest van geweld of je woont in een buurt waar veel criminaliteit is, zal je geestelijke reactie over het algemeen zijn dat je verschrikkelijk bang bent. Als je in een rustige buurt woont (en van slapen houdt), zal je vooral gerriteerd zijn door het geluid en verder niet echt bang zijn.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!