The boston tea party

Het begin...

Tussen 1619 en 1700 groeide het aantal kolonisten dat naar Amerika trok sterk. De kolonie werd nu niet meer gezien als alleen exploitatiekolonie, maar meer als vestigingskolonie. Kolonisten uit verschillende Europese landen trokken naar de kolonie, en probeerden de macht te krijgen. Ook de Nederlanders kwamen naar de kolonie, het bleek echter al snel dat Nederland geen grote machthebber zou worden in Amerika. De meeste kans op de macht lag vooral bij de Spanjaarden, Fransen en Britten. Zij streden vanaf 1619 voor de macht over de kolonie. In 1754 leken de Britten voor de winst te gaan. Tussen 1754 en 1763 probeerden zij namelijk de andere machthebbers te verdrijven in de French War en de Indian War. De Britten kwamen het sterkst uit de strijd en wisten de Fransen weg te jagen. Deze oorlogen hadden de Britten echter wel veel geld gekost. Om de kolonie te verdedigen hadden ze veel moeten opofferen en ging het financieel dus niet meer zo goed. Ze hadden hier echter snel een oplossing voor bedacht. De Britten vroegen van de kolonisten een vergoeding in de vorm van belastingen voor de verliezen die het Britse Rijk had geleden doordat ze de kolonie had verdedigd. Daarnaast verboden de Britten de kolonisten ook om de gebieden aan de westkant van de Appalachen te veroveren. De kolonisten waren het hier echter niet mee eens. De meeste kolonisten waren inmiddels van een generatie die nog nooit in Groot-Brittanië was geweest en dus geen enkele sympathie voelde voor het Britse Rijk. Er volgden al snel veel meer belastingen voor de kolonisten, waaronder de Stamp Act, de Sugar Act en de Tea Act van 1733. De Britse overheid voerde de Tea Act in om de corruptie van de theehandel in de kolonie tegen te gaan. De Tea Act hield in dat de East India Company het alleenrecht kreeg om thee te verkopen aan de koloniën zonder dat zij last hadden van koloniale invoerrechten. Hierdoor konden zij de thee voor een lagere prijs verkopen, waardoor het smokkelen van de thee werd tegengegaan. Alleen de schepen van de East India Company kwamen de meeste Amerikaanse havens niet in. De kolonisten weigerden om deze schepen toe te laten in hun havens. Er was echter wel een haven waar de schepen wel gewoon toegelaten werden: Boston.

The Boston Tea Party

Als reactie op de Tea Act vond op 16 december 1773 de Boston Tea Party plaats. Er waren drie schepen van de East India Company vol met thee Boston binnengevaren. In de nacht van 16 december voerden patriotten een snood plan uit. Een groep kolonisten verkleedde zich als indianen om vervolgens de drie schepen op te gaan. In alle stilte gooiden zij alle thee overboord. Een van de patriotten was George Hewe. Hij verteld enkele jaren later zijn beleving van de Boston Tea Party:

Hij beschrijft hier hoe ze de thee overboord hebben gegooid, dat ze werden omcirkeld door Britse soldaten maar niet werden aangevallen en dat ze de overgebleven thee net zo lang onder water hebben geduwd totdat de thee onbruikbaar was.

Toen deze actie bij de Britse overheid bekend werd waren de Britten woedend. Ze reageerden door de haven in Boston meteen te sluiten en de Britse overheid besloot om voortaan de kolonie vanuit eigen land te gaan besturen. De kolonisten verloren hun zelfbestuur volledig en ook werden ze verplicht de Britse troepen, die de Britse overheid had gestuurd als reactie op de Boston Tea Party, onderdak te bieden.

In 1774 kwamen afgevaardigden van 12 van de 13 koloniën bijeen om te overleggen hoe zij gingen reageren op de nieuwe wetten van de Britse overheid. Deze bijeenkomst werd het Eerste Continentale Congres genoemd. Bij deze bijeenkomst waren onder meer George Washington en John Hancock (leider van de Boston Tea Party) aanwezig. De afgevaardigden besloten om pas belasting te betalen als zij hun rechten terugkregen en ook vertegenwoordiging kregen in de regering. Ook besloten ze om alle Britse producten te boycotten. Daarnaast begonnen de koloniën begin 1775 al met voorbereidingen voor een eventuele oorlog. Er kwamen burgermilities, die de Minutemen werden genoemd.

De Slag van Lexington en Concord

Op 19 april 1775 was het dan zover. De spanningen waren zo hoog opgelopen dat de kolonisten en de Britten nu lijnrecht tegenover elkaar stonden. De Amerikaanse burgermilities hadden in Concord, dat dicht bij Boston lag, een opslagplaats voor wapens. Toen dit bekend werd bij de Britten, besloten ze deze opslagplaatsen te vernietigen. Deze plannen werden echter bekend bij de Minutemen, waardoor er een confrontatie plaatsvond: de Slag van Lexington en Concord. De Slag van Lexington bleek uiteindelijk het begin van de Amerikaanse Revolutie te zijn.

De Britten trokken eerst op naar Lexington. Hier werden ze opgewacht door de Amerikaanse Burgermilities. De Minutemen waren echter in de minderheid, waardoor ze zich al snel moesten terugtrekken. De Britten leken nu een vrije doortocht te hebben naar de opslagplaatsen in Concord. Maar ook in Concord was het bericht aangekomen dat de Britse soldaten hun opmars maakten om de opslagplaatsen te vernietigen, en deze keer hielden de revolutionairen wel stand. Ze wisten de Britse soldaten te verslaan en ze terug te dringen naar Boston. Deze overwinning had een grote betekenis voor de revolutionairen. Voor het eerst werden de Britse soldaten, waarvan gedacht werd dat ze onoverwinnelijk waren, verslagen door de Amerikaanse burgermilities. Er vielen zelfs ruim 250 doden onder de Britse soldaten.

De Slag van Lexington en Concord was de aanleiding tot vele veldslagen tussen de Britse en de Amerikaanse troepen. De Amerikaanse troepen moesten na de Slag van Lexington en Concord snel nieuwe soldaten werven, aangezien ze nog steeds sterk in de minderheid waren. Uit alle koloniën kregen de mannen een oproep om te vechten tegen de Britten. Vooral bij de stad Boston, die in Engelse handen verkeerde, werd zwaar gevochten. Op 17 juni 1775 vindt in Boston een grote veldslag plaats. Het was de Slag van Bunker Hill, die een grote impact had op de Britse overheid. De Britten verloren namelijk veel mankracht, ondanks dat ze uiteindelijk wel de overwinning naar zich toe wisten te trekken. De Britse overheid zag hierdoor in dat ze niet eenvoudig van de revolutionairen zouden winnen. Na deze veldslag waren de revolutionairen bereidt om vrede te sluiten. Het Continental Congress probeerde in juli 1775 te onderhandelen met Koning George III voor vrede om verdere verliezen aan beide zijden te voorkomen. Koning George III ging hier echter niet op in, en verklaarde de oorlog aan de staten die nog enige weerstand zouden bieden.

Het Continental Congress, onder leiding van John Hancock, besloot hierop te antwoorden door het verzet uit te breiden. Het verzet zou nu niet alleen meer over land plaats vinden, maar ook over zee. Daarnaast kregen de revolutionairen ook buitenlandse hulp. Door middel van wapens probeerden Frankrijk en ook Spanje de revolutionairen te steunen.

The Declaration of Independence: de strijd tot aan Yorktown

Op 17 maart 1776 wisten de revolutionairen eindelijk Boston te veroveren. De stad die tot dan toe in Engelse handen was geweest, werd nu bezet door de revolutionairen. De revolutionairen wisten dit te bereiken door de Britten terug te dringen. De revolutionairen hadden namelijk kanonnen op een heuvel geplaatst. Deze heuvel keek over de hele stad uit, waardoor de Britten zich op geen enkele manier meer zouden kunnen verdedigen. De revolutionairen trokken Boston binnen, en ze voelden nu dat er een grote overwinning in zat. Er werd een comité opgesteld om een onafhankelijkheidsverklaring op te stellen. Dit comité bestond uit vijf mannen: Benjamin Franklin, Thomas Jefferson, John Adams, Robert Livingston en Roger Sherman. De onafhankelijkheidsverklaring werd opgesteld en op 2 juli 1776 stemde het Continental Congress voor de onafhankelijkheid. Op 4 juli werd the Declaration of Independence goedgekeurd en vanaf dat moment was de oorlog officieel. De onafhankelijkheidsverklaring werd ondertekend door 56 namen, en de afscheiding van Engeland was een feit. In de onafhankelijkheidsverklaring waren de belangrijkste punten gelijkheid, vrijheid, en het recht op (het najagen van) geluk:

Ook werd het belang van de saamhorigheid benadrukt tijdens de ondertekening van de verklaring:

De 56 revolutionairen die de onafhankelijkheidsverklaring ondertekende waren afkomstig uit 13 staten. Deze 56 revolutionairen werden later de Founding Fathers genoemd, samen met andere strijders voor de onafhankelijkheid:

Deze 13 staten komen ook terug in de Amerikaanse vlag. De vlag bestaat namelijk uit 13 horizontale strepen, die de 13 staten die de Declaration of Independence opstelden uitbeelden, en uit 50 sterren die de 50 huidige staten uitbeelden.

De onafhankelijkheidsverklaring was grotendeels gebaseerd op de ideeën van Locke en Rousseau, twee filosofen uit de verlichting. Ook had de Nederlandse opstand tegen Spanje een grote rol in de ideeën van de onafhankelijkheidsverklaring. De verklaring was dan ook voornamelijk gebaseerd op de ideeën van vrijheid, gelijkheid en volkssoevereiniteit.

Maar ondanks de ondertekening van the Declaration of Independence gaven de Britten zich niet gewonnen. Er werden grote groepen Britse soldaten richting New York gestuurd. Door de nieuwe soldaten ontstonden nieuwe en bloedige veldslagen rond New York. De Britten wisten zo het Amerikaanse leger, onder leiding van George Washington, terug te dringen tot aan New Jersey en Pennsylvania. Maar in New Jersey wisten de Amerikanen een grote overwinning te boeken. Het zelfvertrouwen schoot hierdoor ook weer aardig omhoog, omdat de Britten zich weer over hadden moeten geven. Met twee verrassingsaanvallen op Britse soldaten wisten de Amerikanen hier weer de bovenhand te krijgen in de strijd.

Naast deze overwinning op de Britten wisten de Amerikanen nog een succes te boeken. Aan de hand van Benjamin Franklin werd een bondgenootschap gesloten met Frankrijk. De Fransen hadden al een lange geschiedenis met Engeland, en wilden maar al te graag wraak nemen voor de nederlaag die zij geleden hadden tijdens de zevenjarige oorlog. De Fransen zagen de Verenigde Staten als een eigen staat, en besloten te helpen in de strijd tegen de Britten. Wel eisten de Fransen dat de hulp wederzijds zou zijn. Ook de Amerikanen zouden de Fransen moeten steunen in het geval dat Groot-Brittannië de oorlog zou verklaren aan Frankrijk. De Britten voelden het steeds heter worden onder hun voeten en al helemaal toen verschillende vredespogingen werden afgeslagen. Daarnaast kreeg Groot-Brittannië ook te maken met Spanje. Spanje stond aan de zijde van Frankrijk in de oorlog tegen de Britten, waardoor de Britten er nog een vijand bij hadden. Wat wel weer een opluchting was voor de Britten, was dat Spanje alleen Frankrijk hielp in hun oorlog tegen Groot-Brittannië, en niet de Verenigde Staten in hun oorlog tegen Groot-Brittannië. Spanje erkende de Verenigde Staten namelijk niet als onafhankelijke staat. Nederland zou in 1782 het tweede land zijn dat de Verenigde Staten erkende als een zelfstandige staat.

Ondanks het bondgenootschap tussen Frankrijk en Amerika bleven er gewonden en doden vallen aan de zijde van de revolutionairen. Tijdens de vele veldslagen tussen het Amerikaanse leger en de Britten werden de Amerikanen meerdere malen verslagen. Maar uiteindelijk bereikte het bondgenootschap zijn doel. In oktober 1781 werd Yorktown de stad van de overwinning. De Amerikanen wisten met hulp van de Franse legers onder leiding van LaFayette de Britten op de knieën te brengen in de Britse vestingen in Yorktown. De Britse generaal Cornwallis moest zich met zijn troepen overgeven. Deze veldslag bleek de Britten fataal te worden, en de overwinning voor de Amerikanen was daar.

Het verdrag van Versailles

In Parijs werden vervolgens lange vredesbesprekingen gehouden tot in november 1782 resultaat werd geboekt. Het vredesvoorstel had zijn eerste vormen gekregen, en de belangrijkste punten waren de Britse erkenning van de Verenigde Staten als onafhankelijke staat, de terugtrekking van de Britse legers en dat de Britten alle veroverde gebieden moesten afstaan.

Op 19 april 1783 werd het Verdrag van Versailles dan getekend. Eindelijk was er de onafhankelijkheid waar de Amerikanen zo naar gestreefd hadden. Maar ze waren er nu nog niet. Met de ondertekening van het Verdrag werd een grote stap gezet naar zelfbestuur, maar nu kwam eerst de lastige taak om een eigen staat te gaan vormen.

The Constitution of the United States

De grondwet die er nu namelijk was, de Articles of Confederation, betrok alleen de onafhankelijkheid van de Amerikanen ten opzichte van de Britten. Het betrok geen zaken die op de vorming van de eigen staat betrekking hadden, dus het was noodzakelijk om een nieuwe grondwet op te stellen. Dit ook omdat het land te kampen kreeg met grote oorlogsschulden. In 1787 komt er een eerste grondwet, die op 8 juli 1788 wordt aangevuld door de Constitution of the United States. Daarnaast roept het Continental Congress ook de Bill of Rights uit. De Bill of Rights had vooral betrekking op de rechten van de bevolking, die in deze nieuwe staat natuurlijk ook gewaarborgd moesten worden. Hieronder staan de eerste 10 amendementen die op 4 maart 1789 werden vastgelegd in The Bill of Rights.

In de Constitution werd onder andere bepaald dat er nooit meer één persoon aan de macht mocht zijn. En dus werd ook hier weer teruggekeken naar de Verlichting. De trias-politica van Montesquieu werd ingevoerd. Er kwam een uitvoerende macht, een wetgevende macht en een rechterlijke macht. De uitvoerende macht zou worden uitgevoerd door de president. De wetgevende macht zou worden uitgevoerd oor een volksvertegenwoordiging en de rechterlijke macht kwam in handen van het 'Supreme Court', het hooggerechtshof. De rechterlijke macht kreeg ook de taak om nieuwe wetten op te stellen, die zouden aansluiten bij de Constitution.

Het enige wat uiteindelijk nog leek te ontbreken, was de eerste president. Deze werd in 1789 verkozen: George Washington. Hij was een van de belangrijkste personen uit de revolutie, de leider van het Amerikaanse leger, en dus leek dit een logische keuze voor de Senaat. Inderdaad een keuze voor de Senaat, want er was in de nieuwe staat, de Verenigde Staten, nog geen kiesrecht voor het volk. George Washington wordt met een grote meerderheid benoemd tot de eerste president van de Verenigde Staten. De inauguratie vond plaats op 30 april 1789 in New York. Naast president George Washington werd een tweede belangrijke persoon uit de revolutie benoemd tot vicepresident. Dit was John Adams, één van de vijf mannen die de onafhankelijkheidsverklaring van 1776 hadden opgesteld. Aan de hand van George Washington en John Adams werd de Verenigde Staten de onafhankelijke staat waar zo hard voor gestreden was.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!