Waarom heb ik voor rembrandt gekozen?

Waarom heb ik voor Rembrandt gekozen?

De reden is niet omdat ik van mijn van achternaam ook van Rijn heet, het is omdat ik het leuk vind om over kunst te schrijven. Dat heb ik doordat mijn familie ook van kunst houdt Zelf teken ik ook niet in de stijl van Rembrandt, maar Manga en soms ook echte mensen zoals voor school. Ik uit alle Nederlandse schilders uit de Gouden eeuw voor Rembrandt gekozen, omdat ik toch wel nieuwsgierig ben naar zijn achtergrond. Waar is hij geboren hoe was zijn jeugd. Maar ook zijn latere leven, wie waren zijn kopers, zijn leerlingen ook nog beroemd geworden? Daarom is mijn deelvraag wat was de rol van Rembrandt in zijn tijd?

Wie was Rembrandt van Rijn?

Zijn familie en jeugd

Rembrandt werd geboren op 15 juli 1606 in Leiden. Deze datum is bekend omdat boekverkoper Jan Jansz. Orlers die datum noemt in zijn "Beschrijvinge der Stadt Leyden' uit 1641. Het boek van Jan Jansz. Orlens is een van de belangrijkste informatiebronnen over de jeugd van Rembrandt. Rembrandt was de jongste zoon van Harmen Gerritson van Rijn en Neeltje Willemsdochter van Suydtbroeck. Alleen zijn zusje Elysabeth was jonger. De vader van Rembrandt was net als de grootvader, de overgrootvader en de betovergrootvader van Rembrandt molenaar van beroep. De molen stond aan de rand van Leiden. Zijn moeder Neeltje van Suydtbroeck kwam uit een welgesteld bakkersgezin. De molen stond op de wal in het noorden van de Wittepoort, de stad lag er niet zo ver van af. De ouders van Rembrandt maalden mout. Mout was erg belangrijk voor bier. Het beroep molenaar lijkt een laag beroep. Maar toch waren stonden de ouders van Rembrandt niet erg ver af van de zogenoemde gegoede burgerij. De vader van Rembrandt zag kans om een grote kavel met nieuwbouw percelen te kopen toen Rembrandt ongeveer vijf jaar oud was. Op deze kavels werden huurwoningen gebouwd. Dit bleef jarenlang in het bezit van de familie van Rijn. De ouders van Rembrandt kregen door de kavels toch nog een heel som geld in hun bezit. De vader van Rembrandt was niet alleen molenaar maar ook nog Heer, hij was de door het stadsbestuur benoemde opzichter. De vader van Rembrandt was de opzichter van de buurt Pellecaenshouc, in dit deel leefde de familie van Rijn. Rembrandt zijn vader bleef dit werk doen van 1602 tot 1624. Een broer van Rembrandt genaamd Adriaen zou dit overnemen. Rembrandt zou als enige van de tien kinderen, een goede schoolopleiding krijgen. Want als oudste broer zou broer Gerrit zijn vader als molenaar opvolgen. Maar helaas Gerrit kreeg een ongeluk, waardoor Gerrit zijn rechterhand niet meer goed kon gebruiken. De tweede broer Adriaen had als beroep schoenmaker, maar omdat de oudste zoon een ongeluk had gehad, nam Adriaen als op n na oudste zoon, de taak als molenaar van zijn vader over. Een andere broer genaamd Willem werkte bij een bakker, maar veel is over deze broer niet bekend. De wetenschappers weten niet zeker hoe de jeugd van Rembrandt was. Maar n ding is wel zeker, de ouders van Rembrandt hadden er geen moeite mee dat Rembrandt schilder wilde worden. De ouders van Rembrandt deden Rembrandt zelfs bij een goede Leidse schilder in de leer.

Zijn leertijd

Zodra Rembrandt tien was bezocht hij een Latijnse school. De kinderen kregen op deze school les in klassieke talen, literatuur en geschiedenis en er werd zelfs tekenles gegeven. Toen Rembrandt veertien was werd hij ingeschreven als "studiosus litterarum' aan een Leidse universiteit. In dezelfde tijd leerden de broers van Rembrandt handwerk. In plaats van zijn stad als man van de wetenschap te dienen[i], trekt het schilderen Rembrandt nog steeds aan. Om deze reden gaat Rembrandt in de leer bij een schilder. Een plaatselijke en bekende figuurschilder is Jacob Isaacsz Swanenburg. Hij zal Rembrandt de eerste technische beginselen van het schilderen bijbrengen[ii], zoals panelen voorbereiden en verf wrijven. De schilder laat Rembrandt waarschijnlijk ook een invloedrijk boek lezen. Het Schilder-Boeck van Carel van Mander uit 1604. Het is een goed instructieboek voor de hoe de leermeesters het noemen "leerlustighe Jeught"[iii]. Er zijn verschillende hoofdstukken. De hoofdstukken zijn tekenen, de compositie van historiestukken, proportieleer, lichtval en hoe ze met het verf om moeten gaan. Rembrandt gaat steeds vooruit, de vorderingen van Rembrandt, wordt met blijdschap bekeken door Leidse kunstliefhebbers. Rembrandt neemt een merkwaardig besluit, want nu Rembrandt goed genoeg is om als zelfstandige te beginnen, gaat Rembrandt nog zes maanden stage lopen bij P. Lastman in Amsterdam. Hij verschilt ook met veel jonge schilders van zijn tijd. Want als een van de weinige jonge schilders is Rembrandt niet in Itali geweest. De reden wordt door Rembrandt verklaart als, dat je ook in Holland de Italiaanse kunst kunt bestuderen. Jan Lievens die al vroeg een leerling van Lastman was, heeft Rembrandt waarschijnlijk ervan verzekerd dat het atlier van Lastman een goede plek was om de Italiaanse kunst te bestuderen. Jan Lievens is namelijk wel in Itali geweest en heeft daar in eigen stijl Bijbelse en mythologische onderwerpen op klein formaat gemaakt. Het is zeker dat Rembrandt net als Lastman een historisch schilder wilde worden. Rembrandt wilde zich namelijk niet beperken tot stillevens, landschappen of portretten. Van Mander noemt zulke specialismen een "sijd-wegh der Consten"[iv].

Terug in Leiden

In 1626 is Rembrandt weer terug in Leiden. Hier ontwikkelt hij zijn eigen stijl, waar vooral de Claire obscure (verschil tussen licht donker) vooral opvalt. De bonte kleuren worden vervangen door bruine en grijze tinten. Rond 1630 wordt het monochroom schilderen in Holland modern. Het verschil in monochrome en polychrome schilderijen is het aantal kleur- variaties dat de schilder gebruikt. Voor monochrome schilderijen zet de schilder de compositie op in 1 basiskleur en kiest daar kleurvariaties bij, zodat 1 kleurtoon heerst. Polychrome hebben meer kleurvariaties, waardoor het minder een geheel wordt. Maar nu weer verder over Rembrandt. In Leiden maakt hij soms zelfportretten in exotische kleding. In 1628 is de kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh in Leiden. Hij heeft Rembrandt drie jaar eerder in Amsterdam ontmoet. Hij zal een grote rol spelen in Rembrandt zijn leven. Dankzij Hendrick Uylenbrurgh verkoopt Rembrandt zijn eerste "tronies"aan Amsterdamse klanten. Later zal hij trouwen met de nicht van Hendrick, Saskia Uylenburgh.

Rembrandt zijn leven met Saskia

Op 8 juni 1633 tekent Rembrandt in Friesland een portret van Saskia. Uit het onderschrift blijkt dat Rembrandt en Saskia zich hebben verloofd. Doordat Rembrandt in de stad meer dan twee jaar woonachtig is krijgt Rembrandt het poorterschap van Amsterdam. Hierdoor kan Rembrandt lid worden van de gilde en krijgt hij de begrafenispenning wat in die tijd gebruikelijk was. Daarop staat zijn naam "Rembrandt Hermans S(childer). Op 10 juni doet Rembrandt een aangifte van zijn voorgenomen huwelijk met Saskia. Zijn moeder doet bij de notarile akte in Leiden toestemming voor de echtverbintenis. Zijn moeder zal zelf niet aanwezig zijn op de "grote" dag. Hendrick en Rembrandt reizen samen naar Saskia in Friesland voor een groot bruiloftsfeest. Het huwelijk van Rembrandt en Saskia wordt voltrokken op 22 juni 1634 in de Sint Anna parochie in de grietenij Het Bildt. Maar de wittebroodsweken van Rembrandt en Saskia duren niet lang, drie weken na de plechtigheid schildert Rembrandt in Rotterdam het portret van Haesje van Cleyburg. Rembrandt heeft nu de titel "coopman tot Amstelredam". Rembrandt en Saskia wonen eerst bij Hendrick Uylenburgh. Maar zodra hun eerste kind komt zoeken ze hun eigen huis. Op 15 december wordt Rumbartus geboren. Maar hij leeft niet lang, maar 2 maanden. Later wordt er nog een dochter geboren aan de Binnen-Amstel. Zij krijgt de naam Cornelia. Maar ook zij leeft niet lang, maar twee weken. Ook hun derde kind, ook met de naam Cornelia leeft niet lang. Rembrandt lijkt zijn eigen familie vergeten te zijn. De zaken van Rembrandt gaan goed, Rembrandt geeft veel geld uit op veilingen. Daar koopt hij vooral oude prenten, kunstboeken, curiosa en tekeningen. Die dingen verzamelt Rembrandt voor zijn plezier of gebruikt hij ze als studieobject. Maar hij koopt niet die spullen alleen daarvoor. Het is ook een investering voor zijn (prenten)handel. Zijn verzameling geeft tegelijkertijd een glans aan zijn artistieke maatschappelijke status. En dan hebben ze nog een beetje geluk met kinderen. Op 22 september 1641 wordt een zoon Titus geboren. Hij zal van de vele kinderen die ze gehad hebben als enige volwassen worden. Maar dan wordt Saskia ziek. Ze maakt een testament waarin ze zegt dat Rembrandt het vruchtgebruik van haar goederen krijgt, maar dan mag hij niet hertrouwen. Saskia ziet vanuit haar ziektebed op de binnenplaats in een getimmerde galerij, hoe een groot groepsportret zich ontwikkelt. Wij zullen dit schilderij later kennen als de Nachtwacht. Een van Rembrandt zijn leerlingen Samuel Hoogstraten schrijft dat Rembrandt met dit schilderij alles overtreft, wat tot dan toe aan schuttersstukken in Holland is gemaakt[v]. Na negen maanden ziektebed sterft Saskia op 14 juni 1642.

Rembrandt zijn laatste jaar

In zijn laatste levensjaar schildert Rembrandt nog drie zelfportretten. In het begin van oktober komt er een man langs die liefhebber van oudheden is. In de collectie ziet hij graag 'Antiquititen en Rarityten'. Maar twee dagen na zijn bezoek sterft Rembrandt. Rembrandt is gestorven op 4 oktober 1669

  1. Het Rembrandt boek blz. 11
  2. Het Rembrandt boek blz. 11
  3. Het Rembrandt boek blz. 11
  4. Het Rembrandt boek blz. 12
  5. Het Rembrandt boek blz. 63

In wat voor tijd leefde Rembrandt?

Toen Rembrandt werd geboren heette ons land de Republiek der Verenigde Nederlanden. Rembrandt was geboren in 1606. Dit was in de tijd van de Gouden Eeuw.De Gouden Eeuw duurde van 1600 tot 1714. Als je de naam Gouden Eeuw hoort, dan denk je waarschijnlijk al snel aan de VOC. Vandaar dat ik ook een stukje besteed aan de VOC.

De VOC stond voor de verenigde Oost-Indische compagnie. De VOC werd opgericht in 1602. De VOC was een van de meest welvarende handels- en transportondernemingen. Door de grote welvaart kwam ook onze cultuur tot bloei. We hadden niet ineens een van de welvarendste handels- en transportondernemingen. Eerst waren het de Portugezen die een van de meest welvarendste handel hadden. Maar op een gegeven moment konden ze niet meer genoeg peper en andere specerijen aan Europa voorzien zodat er een daling van prijzen volgde. Het gevolg was dat Nederland zelf voor de producten wilde zorgen. Dit konden ze doen doordat ze genoeg kapitaal en kennis hadden voor de vaart naar Azi

.

Door dat we veel handel dreven met andere landen hadden we ook van alles, zoals peper en andere specerijen. Op de schilderijen van Rembrandt kun je zien dat Rembrandt in de tijd van de Gouden Eeuw leefde. Doordat Rembrandt zoveel spullen kocht van de markten, gebruikte hij het ook vaak in de afbeeldingen op zijn schilderijen.

Nederland word zelfstandig

De Nederlanden waren onder leiding van Spanje, maar op een gegeven moment hadden de Nederlanden genoeg van de uitbuiting en misbruik. De Nederlanden kwamen in opstand tegen de heersende Spaanse monarchie. De Tachtigjarige Oorlog was een zware oorlog maar al snel kwam er uitzicht op bevrijding en souvereiniteit. Duurde de oorlog echt tachtig jaar? De oorlog werd al snel beslist in de beroemde slag bij Nieuwpoort in 1600. Het twaalfjarig Bestand werd gesloten in 1609. Hierdoor werd de Republiek der Nederlanden als zelfstandige staat erkend. Ook al was de Republiek der Nederlanden enkele tientallen jaren daarvoor niet als zelfstandige staat erkend zo gedroeg de Republiek der Nederlanden zich wel. Rembrandt had zich nog niet eens zolang of nauwelijks in Amsterdam gevestigd of de Republiek de Nederlanden was al n van de machtigste landen van Europa. De Republiek sloot verbonden met Zweden en Frankrijk.

Hoe was Amsterdam in de tijd van de Gouden Eeuw.

Het is niet overdreven om Amsterdam in de zeventiende eeuw Nederland de staat Amsterdam te noemen. Vanaf het einde van de zestiende tot het midden van de achttiende eeuw was Amsterdam een van de grootste en belangrijkste steden. Een gewapend Nederlandse schip had als thuishaven Amsterdam. De Amsterdamse haven had meer dan de helft van de schepen en controleerde de graanhandel van de Oostzeekust naar de Middellandse zee. Toen de grote hongersnood in Zuid en West Europa aanhield van de zestiende tot halverwege de zeventiende eeuw, maakte Amsterdam veel winst met de graanhandel. De kooplieden van Amsterdam wisten dan ook de geldstroom te benvloeden. De mensen konden dan ook in veel landen de winstgevende markten naar zich toe trekken. Dit deden ze door de eigenaar uit te kopen. Amsterdam werd een grote bron van handelen. Mensen uit andere landen kwamen naar Amsterdam om producten te kopen. Amsterdam had de hele wereld in haar zak.

Amsterdam was in de tijd van Rembrandt een explosief van een economische groei. Door de economische groei, groeide ook de bevolking mee. De bevolking was enorm gegroeid. In vijftig jaar tijd had het volk zich bijna verdrievoudigd. Veel mensen die in Amsterdam woonden, waren geboren in andere steden. Dat was bijna driekwart van de Amsterdamse mensen. Dit kwam doordat de rijken hun geld niet meer veilig konden investeren door de Spanjaarden. De keus van hun verhuizing was vaak naar Amsterdam. Maar zoals altijd heeft niet iedereen het goed getroffen. Er waren ook mensen die niet deelnamen aan de rijkdom. Dit waren de bedelaars. Vrouwen- en kinderarbeid kwam steeds vaker voor. Het verschil tussen arm en rijk was groot. De mensen die op het platteland werkten kwamen in de hoop voor werk naar de stad. Maar jammer genoeg lukte het niet altijd om werk te vinden in de stad. De werkgelegenheid was verbonden aan de seizoenen. De mensen in Amsterdam ontdekten dat ze er iets tegen moesten doen. De bedelaars en landlopers werden zwaar gestraft. Maar om de mensen toch een normaal leven te proberen te laten leiden, kwamen de tucht en spinhuizen. De tuchthuizen waren voor mannen en de spinhuizen waren voor vrouwen, in de hoop dat mensen die moesten vastzitten toch nog een ambacht konden leren. De enige erkende godsdienst was het calvinisme. De Amsterdamse stadsbestuurders bleven formeel achter dit geloof en het economisch systeem dat van de gilde staan.

De bloei van kunst en de wetenschap

Veel dingen bloeiden op in deze tijd zoals: beeldende kunst, letterkunde, geneeskunde, architectuur, religie en denken en exacte wetenschappen. Doordat de mensen zoveel geld hadden was er ook werk voor de schilders. Veel rijke mensen wilden wel een schilderij van een bekende schilder aan de muur hebben hangen. Veel rijke mensen, ook wel gegoede burgerij genoemd, lieten graag een portret van zichzelf maken, of portretten waar ze met hun hele familie op staan.

De kopers van Rembrandt

Een van de eerste kopers van een Rembrandt was Joan Huydecoper van Maarsseveen. Joan Maarsseveen kwam uit Amsterdam. Maar een van de belangrijkste mensen die Rembrandt en Lievens ooit ontmoet hadden was Constantijn Huygens. Dit kwam doordat Constantijn Huygens, net als zijn vader Christiaan Huygens, de secretaris was aan het hof van de Oranjes. Christiaan Huygens was de secretaris van Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. Dankzij de ontmoeting met Constantijn konden Rembrandt en Lievens zich aan het hof voorstellen. Constantijn Huygens was namelijk niet alleen secretaris, maar ook een belangrijke adviseur op het gebied van kunst. Het belangrijkste aan hun ontmoeting was toen Rembrandt en Lievens werden voorgesteld aan het stadhouderlijk hof in Den Haag. Frederik Hendrik en Amalia van Solms waren toen de mensen aan wie Rembrandt en Lievens voorgesteld werden. Frederik Hendrik was erg onder de indruk van Rembrandt en Lievens, want Frederik kocht verschillende schilderijen van Rembrandt en Lievens. De eerste schilderijen kocht Hendrik in 1628 en 1629. Rembrandt kreeg tot in 1633, 13 opdrachten van Frederik Hendrik. Maar de stadhouder was niet als enige genteresseerd in Rembrandt. Rembrandt had namelijk ook andere opdrachtgevers in Den Haag, Maurits Huygens- de broer van Constantijn- en de hofschilder Jacques de Gheyn III (1596-1641). Voor Maurits en Jacgues schilderde Rembrandt in1632 twee zogenaamde vriendenportretten. De schilderijen waren op kleine panelen geschilderd. Maurits stond links en Jacques de Gheyn rechts. De schilderijen vielen niet bij iedereen in de smaak.

Constantijn Huygens vond de schilderijen niet geweldig en de waardering voor de jonge Rembrandt raakte in 1633 bekoeld. In hetzelfde jaar schreef hij acht hekeldichtjes over de portretten die Rembrandt geschilderd had. Een van de hekeldichtjes ging over het schilderij die Rembrandt voor De Gheyn geschilderd had. Constantijn schreef bijvoorbeeld dat hij het schilderij helemaal niet vond lijken. De kritiek die hij Rembrandt gaf zal Rembrandt niet veel uitgemaakt hebben, want Rembrandt woonde toen al in Amsterdam. Aldaar verdiende Rembrandt zijn geld en kreeg hij veel waardering met het schilderen van portretten. Het maakte Rembrandt niet uit wie zijn koper was: een chirurg, prinses, predikant of scheepsbouwer zolang ze maar betaalden voor zijn werk. Zaken zijn zaken en geld stinkt niet.

Rembrandt in Amsterdam

Voor Rembrandt naar Amsterdam kwam woonde hij eerst in Leiden en in Den Haag. Rembrandt had in Leiden kopers maar dat waren er zo weinig dat Rembrandt er niet bekend werd. Rembrandt ging naar Amsterdam want daar had hij goede kansen om een bekend schilder te worden. In 1628 was de doorbraak van Rembrandt in Amsterdam. Een regent Joan Huydecoper kocht een tronie van Rembrandt. Joan was opgegroeid in een huis tegenover het huis waar Uylenburgh zou wonen. Een wapenhandelaar voor de kardinaal Richelieu, bleef een tijdje in Amsterdam. Hij heeft in hetzelfde jaar als Joan Huydecoper ook een schilderij gekocht. Rembrandt schilderde in zijn eerste jaar in Amsterdam meer schilderijen dan in de andere steden waar Rembrandt eerst gewoond had.

Kopers van Rembrandt zijn schilderijen

Lord Ancrum

Lord Ancrum was toen hij in Holland was, in contact gekomen met Huygens. Via Huygens is lord Ancrum in contact gekomen met Rembrandt. De Lord kocht een paar schilderijen van Rembrandt.

De Nachtwacht

Dit is een van de bekendste schilderijen van Rembrandt. Rembrandt schilderde dit schilderij in opdracht van.... en kreeg er 1600 gulden voor. De naam dat Rembrandt aan dit schilderij gaf was "De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren". Ja het is een mond vol. In 1638 besloot een groep schutters om zichzelf te laten schilderen door Rembrandt. De schutters moesten ongeveer 100 gulden betalen om geschilderd te worden. De kapitein en de luitenant hebben waarschijnlijk apart betaald en dan wel meer dan 100 gulden.

Johannes Wtenbogeart

Rembrandt maakte een portret van Johannes Wtenbogeart. Deze man was een remonstrantse predikant. Rembrandt maakt het schilderij op 13 april 1633.

Jan Rijcksen

Jan Rijcksen liet een levensgroot dubbelportret maken van zijn vrouw en zichzelf. Jan Rijcksen was een scheepsbouwmeester. Zijn vrouw en hij waren allebei rooms-katholiek.

Nicolaes Ruts

Nicoleas Ruts was een Amsterdamse koopman. Het zelfportret van deze Amsterdamse koopman is geschilderd in 1631.

Cornelis Claesz Anslo

Cornelis Claesz Anslo was een rijke Amsterdamse reder en lakenhandelaar. Hij liet zich samen met zijn vrouw Aeltje Gerritsdr Schouten portretteren. Het portret dat Rembrandt voor ze maakte zou in hun nieuwe huis komen te hangen.

Nicolaes van Bambeeck

Deze man was een rijke wolhandelaar. Net als Rembrandt kwam ook hij uit Leiden en was in Amsterdam bijna zijn buurman. Als hij het zelfportret van Rembrandt ziet, wil Nicolaes in de dezelfde houding geschilderd worden als Rembrandt. Ook van zijn vrouw liet Nicolaes een portret maken.

Herman Doomer

Herman was de lijstenmaker van Rembrandt. Ook hij liet zich door Rembrandt schilderen.

Rembrandt kreeg niet alleen maar opdrachten om iemand te portretteren, ook kreeg hij een opdracht om voor het stadhouderlijke Kwartier twee schilderijen te maken voor het binnenhof. Op deze schilderijen was de kruisoprichting en de kruisafname te zien.

Rembrandt werd niet alleen opgemerkt door Nederlandse mensen. In 1640 schrijft een Engelse man met de naam Peter Mundy die in Holland is voor zaken, in zijn reisverslag dat er in Holland veel goede schilders zijn. Peter Mundy was onder de indruk van Rembrandt.

De leerlingen van Rembrandt

Rembrandt was niet alleen schilder maar ook nog eens een meester. Rembrandt nam net als zijn meester Uylenburgh, leerlingen aan. Deze leerlingen moesten betalen voor hun opleiding. Zij leerden vooral door het namaken van Rembrandt zijn schilderijen. Deze schilderijen die zijn leerlingen maakten, bleven in het bezit van Rembrandt. Dit zorgde ook voor een deel van inkomsten. Rembrandt had zijn eerste leerling in 1627. De naam van zijn eerste leerling was Gerard Dou, die tot 1631 een leerling van Rembrandt zou blijven. Gerard was geen beginneling. Hij werkte als een volleerd glasschilder bij zijn vader. Maar omdat Gerard roekeloos was wilde zijn vader hem bij ladders en steigers weghouden. De leerlingen of hun ouders betaalden voor een jaar les zo'n honderd gulden. Je kreeg dan niet alleen les, maar ook onderdak en eten. Rembrandt had drie verschillende soorten leerlingen in zijn atelier rondlopen. Je had de leerlingen die net als Rembrandt zelfstandige schilders wilde worden, zij waren tussen de twaalf en veertien jaar oud. Deze leerlingen kwamen vaak van een andere leermeester af. De tweede soort leerlingen waren eigenlijk de assistenten van Rembrandt. Als zij hun leerperiode hadden afgesloten bij Rembrandt bleven ze daar werken om te helpen met de instructie, bijvoorbeeld: Ferdinand Bol. En als derde had je de amateur- schilders. Zij hoefden niet te leven van het schilderen. Ze gingen op les als onderdeel van hun opvoeding. Dus eigenlijk de mensen die van goede afkomst zijn. In deze groep had je bijvoorbeeld Karel van der Pluym. Veel van Rembrandt zijn leerlingen werden beroemd. Je had verschillende soorten fasen bij de lessen. Als leerling mocht je niet meteen met een leven model werken. De leerlingen moesten eerst prenten, portretten en tekeningen naschilderen en tekenen. Rembrandt liet ook zijn eigen werk naschilderen door zijn leerlingen. Later mochten de leerlingen zelf gaan schilderen over de onderwerpen die zij zelf gekozen hadden. Deze schilderijen werden nog vaak door de leermeester verbeterd. Rembrandt handelde niet alleen in zijn eigen schilderijen, maar ook in de kopien en zelf gemaakte schilderen van zijn leerlingen. Rembrandt kreeg op een geven moment zoveel leerlingen, dat Rembrandt een pakhuis aan de Bloemgracht moest huren om al zijn leerlingen onder te brengen. In het pakhuis laat Rembrandt kamertjes afschutten, zodat de leerlingen naar zijn idee een eigen ruimte hadden. Rembrandt maakte vaak een ronde om zijn leerlingen aanwijzingen te geven voor hun werk. Sommige leerlingen van Rembrandt zijn erg bekend geworden. Ik geef een korte biografie van een aantal van zijn leerlingen. Hierin laat ik zien wat voor invloed Rembrandt op hem heeft gehad.

Later zal er grote vraag komen wie wat geschilderd zou hebben. Omdat Rembrandt steeds breder en meer als een schilder ging werken en niet zo veel aandacht besteedde aan kleding, lijkt zijn werk eigenlijk helemaal niet op het werk van Gerard Dou. Gerard werkte altijd met veel geduld aan zijn schilderijen. En hij werkte zijn kunstwerken steeds perfectionistischer af. Maar toch leek hun schilderstijl in de jaren 1628 tot begin 1630 zo erg veel op elkaar, dat mensen nog steeds bezig zijn de juiste naam onder de juiste schilderijen te zetten. Er zijn zelfs schilderijen waar allebei hun naam op staan. Er zelfs een schilderij nog aan Dou toegekend terwijl het schilderij onder Rembrandt zijn naam werd uitgegeven.

Gebrand van den Eeckhout was net als Rembrandt niet alleen een schilder. Gerbrandt maakte niet alleen schilderijen, prenten en tekeningen, maar ook boekillustraties en ontwerpen voor de edelsmeedkunst. Gerbrandt raakte tijdens zijn leerperiode goed bevriend met Rembrandt. Rembrandt zijn invloeden in de schilderstijl Gerbrandt zijn het donkere kleur gebruik en het gebruik van Clair-obscur. Rembrandt was niet de enige schilder die Gerbrandt benvloedde, Gerbrandt nam ook dingen van Lastman over. Gerbrandt maakte net als zijn meester vooral portretten en historiestukken. Naast het schilderen werd Gerbrandt ook gewaardeerd als taxateur en kunstkenner.

Leendert van Beyeren

Was een van de leerlingen die niet van het schilderen hoefde te leven. Hij ging in de leer bij Rembrandt als een deel van de opvoeding. Er is geen schilderij bekend waarvan de mensen met zekerheid kunnen zeggen dat die van Leendert is.

Ferdinand Bol Zelfportret

Ferdinand heeft een tijdje in atelier van Rembrandt gewerkt. Het is niet zeker waar Ferdinand heeft leren schilderen, dat was in Dordrecht of Utrecht bij schilder Abraham Bloemaert. Na het werken in het atelier van Rembrandt werd Ferdinand zelfstandig schilder in 1642. Ferdinand heeft veel historiestukken en portretten geschilderd. Hij schilderde veel in de stijl van Rembrandt, maar later in 1650 werkte Ferdinand in een stijl met meer kleuren en eleganter.

Carel Fabritius

Hij was een leerling-medewerker van Rembrandt in 1641. Hij werd benvloed door de stijl van Rembrandt. Vooral in schilderijen zie je de stijl van Rembrandt terug. Later als Carel in Delft woont krijgt hij zijn eigen schilderstijl. Maar later zou Carel in de trompe-l'oeil stijl schilderen. Trompe-l'oeil stijl schilderen is Frans voor gezichtsbedrog. Carel zou n van de beste leerlingen van Rembrandt zijn.

Conclusie

Rembrandt was een beroemde kunstenaar. Door zijn bekendheid wilde de rijke mensen dat hij hun schilderde. Want als je een werk van een beroemd kunstenaar aan je muur had hangen was dat een teken van je rijkdom. De tijd waar Rembrandt in leefde, was geen tijd waar de ontwikkelingen stil stonden. Door de welvaart was Nederland een rijk land. Maar het was niet allemaal rozengeur en maneschijn. Er waren ook veel arme mensen, het verschil tussen rijk en arm was groot. Rembrandt werd al

Bronnen

Boeken

Rembrandt in Leiden Ingrid Brons en Annemarie Postma, Boekhandel Kooyker*) , [S.l.] : VVV Holland Rijnland, 2005

Het Gouden Eeuw boek Jeroen Giltaij en Ronald de Leeuw, Zwolle : Waanders, cop. 2004

Rembrandts Nachtwacht Willem Hijmans, Luitsens Kuiper en Annemarie Vels Heijn, A.W. Sijthoff/Leiden 1976

Rembrandt zijn leven, zijn schilderijen Gary Schwartz, Koninklijk Smeets offset b.v. Weert 1984

Rembrandt zijn leven, zijn werk, zijn tijd B. Haak, Nedelands boekenclub 's-Gravenhage geen datum bij

Europa in de Gouden eeuw Lekturama- Rotterdam, geen datum bij

Internet

http://kennisbieb.web-log.nl/kennisbieb/2006/09/rembrandt_van_r.html

http://www.beleven.org/verhalen/rembrandt/

http://www.rembrandthuis.nl/2004/leerlingen.html

http://www.amsterdam.info/nl/geschiedenis/gouden-eeuw/

http://www.cultuurwijzer.nl/www.cultuurwijs.nl/nwc.rijksmuseumamsterdam/cultuurwijs.nl/i000045.html

http://voc-kenniscentrum.nl/vocbegin.html

Plaatjes

http://www.rijksmuseum.nl/aria/artists.jsp?char=A&lang=nl

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!