Psychische aandoeningen meervoudig

Samenvatting

Dit verslag richt zich door middel van literatuuronderzoek op crossculturele verschillen op psychopathologisch gebied. In dit artikel wordt betoogd dat kennis van culturen noodzakelijk is voor het behandelen van psychische problemen. Daarom moeten behandelaren bij de diagnostiek, de classificatie en de behandeling van met name patinten die uit een andere (sub)cultuur komen rekening houden met hun culturele achtergronden.

Nog steeds wordt de huidige psychodiagnostiek vooral gedomineerd door het natuurwetenschappelijk perspectief van de biologische aspecten en de medische modellen.

Dit doet echter geen recht aan het inzicht dat psychische aandoeningen meervoudig bepaald zijn.

Behalve een deskundige biomedische benadering, voor zover gendiceerd, heeft de patint ook recht op een benadering, afgestemd op zijn cultuurgebonden opvattingen over ziekte, ziektegevoel, ziektegedrag en rolverhoudingen tussen patint en arts. Hiermee kan men het risico dat behandelingen uiteindelijk toch mislukken door gebrek aan compliance en therapietrouw van de patint aanzienlijk verkleinen.

Inleiding

Het aantal emigraties in de wereld is in de laatste decennia aanzienlijk gestegen. Volgens de cijfers van de Vereinigde Naties leefden in 1960 75 miljoen mensen ergens anders dan waar zij geboren en opgegroeid waren. In 2005 was dit aantal opgelopen tot 191 miljoen.

Er is culturele diversiteit in Nederland omdat een deel van de bevolking (20% volgens het Centraal Bureau van Statistiek, 2008) elders geboren en opgegroeid is, of ouders heeft voor wie dat geldt. De verzamelnaam voor deze groepen is 'allochtonen'

Allochtonen dragen in hun denken, voelen en handelen althans gedeeltelijk een culturele erfenis mee die verschilt van datgene waaraan "Nederlanders" gewend waren: ze zijn, met een zeer Nederlandse term, 'andersdenkenden' (Hofstede,2005). De cultuurdiversiteit van verschillende groepen in de samenleving vergt begrip en aanpassing van beide kanten.

Toch kijken veel mensen negatief tegen aanpassingen en het woord integratie aan. Het wordt gezien als iets waarbij veel moet en de discussies gaan meestal over wie zich nou "hoort" aan te passen.

Een aantal van de allochtonen hebben in hun land van herkomst een geschiedenis opgebouwd met misschien stressvolle ervaringen zoals oorlog en geweld. Niet iedereen heeft het land van herkomst vrijwillig verlaten. Ze worden onderworpen aan een geheel nieuwe omgeving met andere normen, waarden en gebruiken. Het is in het belang van de samenleving om de rol van de cultuur niet te onderschatten en elkaar te respecteren. Zo kan men de samenleving enigzins "gezond" houden (Hwang et al. (2008).

De vraag die in dit artikel centraal staat is: Op welke wijze benvloedt cultuur het ontstaan van en het omgaan met psychische stoornissen.

Allereerst wordt besproken wat cultuur precies is. Vervolgens worden de resultaten besproken van verschillende onderzoeken naar de effecten van cultuur. Daarna worden de beperkingen van die onderzoeken beschreven. Tenslotte wordt gekeken hoe de gevonden effecten te verklaren zijn vanuit de psychologie.

Cultuur

Volgens Van Dale zijn er 3 betekenissen aan het woord verbonden: (a) verbouw van gewassen (cultuur in agrarische zin), (b) op voedingsbodem gekweekte bacterin en (c) het geheel van geestelijke verworvenheden van een land, volk enz.; beschaving: eetcultuur, wooncultuur.

Cultuur is oorspronkelijk een agrarische term. Cultuur in het algemeen verwijst naar het patroon van menselijke activiteiten en de symbolische structuren die deze activiteiten een zekere betekenis geven. Er bestaan uiteenlopende definities van de term cultuur, die duiden op verschillende theoretische benaderingen voor de beeldvorming of evaluatie van de menselijke activiteit en diens producten. In psychologische zin zijn alle sociaal overgedragen vormen van menselijk denken, voelen en handelen oftewel 'de collectievementale vrprogrammering die de leden van n groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere' (Hofstede, 2005).

'Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: ''Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard.'' ''Goed, vader,'' antwoordde deze, maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: ''Nee, ik wil niet''; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee had de wil van zijn vader gedaan?' (Mattheus, 21:28-31).

Het antwoord op deze bijbelse vraag luidt: de laatste. Indonesische kerkgangers, aan wie een

Nederlandse zendeling deze parabel voorlegde, waren het niet eens met dit antwoord. Zij kozen voor de eerste zoon, want deze had de harmonie binnen het gezin bewaard en had zijn vader niet tegengesproken. Of hij werkelijk naar de wijngaard was gegaan, was in hun ogen van secundair belang (Hofstede 1991, zoals beschreven in Kortmann, 1995).

De vraag wie van de twee wellicht enige antisociale persoonlijkheidstrekken had, zal door

Nederlandse en Indonesische psychiaters vermoedelijk ook op een verschillende manier beantwoord worden. Nederlanders kiezen waarschijnlijk voor de eerste zoon, want deze loog; Indonesirs voor de tweede, want die was brutaal, ook al werd dit gevolgd door berouw hierover. Brutaliteit tegen ouders wijst in de Indonesische cultuur waarschijnlijk meer op een lacunair geweten dan liegen.

Cultuur, omgeving en psychopathologie hebben dus iets met elkaar te maken.

Tijdens het zoeken naar een geschikt artikel ben ik "The 5d Model" (figuur 1) van Professor Hofstede tegengekomen. In deze overzichtelijke grafiek heb ik Iran (mijn land van herkomst) en Nederland (waar ik het grootste deel van mijn leven woon) tegen elkaar uitgezet.

Omdat de uitleg van deze termen en bespreking ervan een geheel eigen betoog vereisen heb ik een korte uitleg van deze termen als bijlage toegevoegd.

Onderzoeken naar de effecten van cultuur

Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar de effecten van cultuurdiversiteit op psychische gezondheid.

Er is bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar variaties in hoe depressies en gegeneraliseerde angststoornissen zich presenteren. Hier uit is gebleken dat sommige klachten vooral cultuurspecifiek kunnen zijn. Onderzoek heeft bevestigd dat in de niet-westerse culturen de klachten vooral lichamelijk van aard (gesomatiseerd) zijn (Kirmayer, 2001).

Aan het eind van de jaren tachtig was het percentage gedwongen opnamen van Surinamers en

Antillianen in het voormalig Provinciaal Ziekenhuis Santpoort beduidend groter dan dat van autochtone Nederlanders (Dekker e.a. 1990, zoals beschreven in Kortmann, 1995).

In een ander onderzoek toonde Kleinman door middel van analyse van verslagen van twee verschillende behandelaars van Chinese en Amerikaanse afkomst, de diversiteit van de aanpak aan (Kleinman et al, zoals beschreven in Kirmayer, 2001). De Chinese behandelaar sprak in termen van neurasthenie en van een fysieke ziekte waarmee de patint moest leren omgaan. Hij benadrukte het belang van goede interpersoonlijke verhoudingen en trachtte met moralistische aansporingen en advies de zieke ertoe te bewegen de harmonie met zijn familie te herstellen. Daarbij schreef hij medicatie voor. De Amerikaanse psychiater hanteerde een andere behandelstrategie: hij richtte zijn depressiebehandeling vooral op psychologische rouwverwerking. Hij probeerde de ambivalente gevoelens van zijn patint ten opzichte van diens overleden vader en daarmee diens intiemste zieleroerselen bloot te leggen door middel van duidingen .

Uit onderzoeken blijkt dat vrouwen en meisjes van Afrikaanse afkomst die een besnijdenis hebben ondergaan uiteenlopende reacties hebben op en belevenissen hebben bij de besnijdenis. Voor sommigen is het zonder meer een traumatiserende gebeurtenis, anderen hebben het over de trots door de statusverhoging en het plezier en de cadeaus naderhand. In een pilotstudie in Dakar onder 47 vrouwen blijkt dat 30% van de vrouwen en meisjes die een besnijdenis hebben ondergaan lijden aan PTSS, 26,4% last heeft van depressieve symptomen en 21,7% van affectieve stoornissen. Onder de 24 vrouwen en meisjes die geen besnijdenis hebben ondergaan werd slechts een vrouw gediagnosticeerd met een affectieve stoornis.

Er werden steekproeven genomen uit de Surinaamse (n = 101), Marokkaanse (n = 51), Turkse (n = 63) en autochtoon Nederlandse (n = 59) ggz-populatie. De gegevens zijn verzameld aan de hand van meervoudige methodologie (semi-gestructureerde interviews en standaard vragenlijsten) en geanalyseerd met behulp van multivariate technieken.

Wat gezondheidsverschillen betreft blijkt de interculturele verschillen binnen migrantengroepen doorgaans meer uitgesproken gevarieerd is dan het verschil tussen migranten en autochtone Nederlanders. Tevens zijn socio-demografische factoren zoals opleidingsniveau en het hebben van betaald werk doorslaggevend voor de verschillen in gezondheidsproblemen en hulpzoekgedrag (Knipscheer, J.W. & Kleber, R.J., 2005).

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen de autochtone en allochtone clinten met schizofrenie of een aanverwante psychotische stoornis in de psychiatrische problematiek, zorgbehoeften en kwaliteit van leven. Beide groepen geven relatief weinig psychiatrische problematiek, relatief veel psychiatrische symptomen, relatief weinig onvervulde zorgbehoeften en een relatief hoge kwaliteit van leven aan.

Allochtone clinten hebben wel meer behoefte aan medicijnen dan autochtone patinten. De tevredenheid met de hulp is behoorlijk, maar een derde (overwegend meer Turken en Marokkanen) is ontevreden.

Mogelijke verklaring van de effecten van cultuur op de mentale gezondheid Grotendeels van zorgproblemen zoals ontevredenheid of ongelijke toegang tot zorg zijn niet langer alleen aan biomedische oplossingen te wijten (Kleinman et al,zoals beschreven in Kirmayer, 2001).

Omdat er in veel culturen een taboe rust op psychologie is er een grote kans op discriminatie en stigmatisering van mensen met een psychische problematiek. Psychische problemen worden veelal als aanstellerij gezien. Er is niet voldoende kennis over de reikweidte van de psychologie. Vooral in complexe en traditionele culturen bestaat de kans dat de term "gek" als een ongeneesbare ziekte, veelal als gevolg van een aangeboren of lichamelijke aandoening wordt gezien. Deze mensen (gekken) worden als gevaarlijk en onvoorspelbaar beschouwd. Dit kan leiden tot afwijzing, wat het zelfvertrouwen verlaagt en de persoon uitsluit van de samenleving. Ook kan dit leiden tot directe separatie (afsluiten in een soort gesticht).

Bij deze culturen wordt niet alleen de persoon, maar ook vaak de hele familie gestigmatiseerd. Dit kan leiden tot het verbergen of ontkennen van de bestaan van een persoon met een stoornis. Door dit gedrag kan een enorme druk op de persoon of familie ontstaan die soms tot somatisatie (het toewijzen van klachten aan lichamelijke problemen of het ervaren van lichamelijke klachten zonder dat er een medisch/biologische oorzaak wordt gevonden) van psychische problemen kan leiden. Dit is vaak het geval in niet-westers georinteerde landen en is vooral in traditionele culturen in hogere mate aanwezig. Uit een onderzoek in India is bijvoorbeeld gebleken dat het uiten van depressieve klachten meer sociale nadelen met zich meebrengt dan het uiten van lichamelijke klachten.

In veel andere culturen geven de biologische en de medische psychologie een verklaring voor het ontstaan van psychische stoornissen. Deze theorien beweren dat genetische oorzaken voor een sterke aanleg voor sommige psychische klachten zorgen (Grind, 2006). Een genetische basis en aanleg voor een psychische aandoening geeft meer blijk van onontkoombaarheid en kan als een ziekte worden gezien waar de persoon door is getroffen. In de westerse wereld en -culturen ligt echter een sterke nadruk op individualiteit en eigen verantwoordelijkheid.

Individualisme tegenover collectivisme (Hofstede, 2005). Individualisme staat voor een samenleving waarin de onderlinge banden tussen individuen los zijn: iedereen wordt geacht uitsluitend te zorgen voor zichzelf en voor zijn of haar naaste familie. Deze individualistische kijk van cultuur op de psychische problematiek kan als een zware norm worden ervaren en voor beperkingen in het samenleving zorgen, in de zin van: "je hoeft toch geen hulp te verwachten".

Collectivisme staat voor een samenleving waarin mensen vanaf hun geboorte opgenomen zijn in hechte groepen, die hun levenslang bescherming bieden in ruil voor onvoorwaardelijke loyaliteit.

Deze dimensie bepaalt of mensen bij voorkeur alln optreden of samen (Hofstede,2005). Dit is vooral in traditionele culturen sterk aanwezig . Omdat het erg makkelijk is om op hulp te rekenen van het gezin, kan het voorkomen dat persoon niet in staat is om het probleem zelfstandig te overkomen of het te accepteren. De controle en hulp die de familie en soms de gemeenschap biedt kan soms verstikkend zijn, maar het kan voor deze persoon ook een maatschappelijk geaccepteerde plek in de samenleving leveren.

Een veel besproken voorbeeld van het verschil tussen de omgang met personen met psychische problemen in gendustrialiseerde (individualistische) en traditionelere (collectivische) culturen is onderzoek naar schizofrenie. In veel traditionele culturen zoals Colombia, Nigeria en India werden mensen met schizofrenie meer opgenomen in de maatschappij. Na verloop van tijd waren aanzienlijk meer personen hersteld in vergelijking met een aantal andere landen waar een meer individualistische cultuur heerste.

Een andere dimensie volgens Hofstede is masculiniteit tegenover femininiteit: de mate van masculiniteit of femininiteit is in hoeverre waarde wordt gehecht en toegekend aan traditioneel mannelijke en vrouwelijke rollen. In veel traditionele culturen hoort een man waarden zoals competiviteit, assertiviteit, ambitie en het vergaren van rijkdom en weelde te hebben. Tegenover deze waarden horen vrouwelijke waarden als bescheiden gedrag, dienstbaarheid en solidariteit aan echtgenoot en gezin te staan. Een heel bekende uitspraak die op masculinieit wijst is: mannen huilen niet. Hofstede bestempelde Japan als de meest masculiene samenleving en Zweden als de meest feminiene samenleving, ook de Nederlandse samenleving werd als zeer feminien bestempeld (Hofstede, 2005).

De diversiteit van de aanpak en de kijk op de psychische aandoeningen kunnen de vorm van psychische klachten en het verloop ervan bepalen. Iemand met schizofrenie wordt wellicht meer als een patint erkend dan iemand die depressieklachten heeft. Zelfs binnen de traditionele culturen zijn enorme verschillen in normen te vinden. Wat in het ene land of gebied gewoon is, is in een ander land of gebied totaal onacceptabel.

Het is bekend dat cultuur zeker van invloed is op het voorkomen en het beloop van psychische problemen en ook op het wel of niet zoeken van hulp hiervoor. Deze invloed is door Hwang, Myers, Abe-Kim en Ting (2008) samengevat in het Cultural Influences on Mental Health (CIMH) model. Zij hebben daarbij onderscheid gemaakt tussen zes gebieden waarop cultuur invloed uitoefent: (a) de prevalentie van psychische ziekten, (b) de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van psychische ziekten, (c) de uiting van gevoelens van spanning, (d) het diagnostiseren en het vaststellen van de psychische ziekte, (e) manieren waarop wordt omgegaan met de ziekte en de manier waarop hulp wordt gezocht en (f) de behandeling en interventies. Deze gebieden zijn van elkaar afhankelijk. Het uiten van gevoelens van spanning heeft bijvoorbeeld gevolgen voor het bepalen van de diagnose (Hwang et al., 2008).

"Lang is het percentage vrijwillige psychische opnamen van allochtonen achtergebleven bij dat van autochtone Nederlanders. Dit kan worden gezien als een voorbeeld van onvoldoende aandacht voor de cultuur van de patint, met als gevolg een niet-meewerkende patient. Om dezelfde reden was de gemiddelde opnameduur van allochtonen korter en gingen laatstgenoemden vaker en sneller tegen het advies van hun arts met ontslag dan autochtonen Migranten voelen zich in de cultuur van de Nederlandse APZ-en niet erg thuis. Zij maken er pas gebruik van wanneer ze vanwege escalerende psychiatrische problematiek volkomen met de rug tegen de muur staan" (Kortmann, 1995).

Om een patint te kunnen begrijpen en aanvoelen moet een behandelaar zich kunnen verdiepen in de ziekte-ervaring van de patint, wat inhoudt dat de behandelaar zijn/haar status zou moeten kunnen aanpassen. Hij of zij moet vragen naar de beleving van de patient zelf en naar hoe de patient over zijn/haar ziekte denkt. Hierdoor kan de therapeut zicht krijgen op de manier waarop de patint en diens omgeving tegen de problematiek aankijken. Deze kennis is nodig om door een juiste inventarisatie een maatwerk aan behandeling voor iemand met een psychische aandoening te kunnen realiseren. Hiermee kan de medewerking van de patint en trouwe deelname aan de therapie aanzienlijk verhoogd worden (Kortmann, 1995).

Discussie en conclusie

Psychologie ontwikkelt snel en is afhankelijk van veel factoren. Het ontstaan en het verloop van psychopathologie is onder meer afhankelijk van biologische, psychologische en omgevingsfactoren. Cultuur en omgevingsfactoren kunnen een oorzaak zijn van psychische stoornissen.

De natuurwetenschappelijke visie is vooral biologisch georinteerd en zoekt de oorzaken van psychische aandoeningen in biochemische verstoringen in de hersenen. Een voorbeeld hiervan is dat hersenziekten de oorzaak zijn van stoornissen in beleving en gedrag.

Deze visie word echter steeds bijgesteld en genuanceerd. Het wordt benadrukt dat kennis van culturen noodzakelijk is voor een effectieve behandeling van psychische problematiek.

De bevindingen vanuit onderzoeken benadrukken de samenhang van culturele verschillen en gezondheidsproblemen. Het verschil zit vooral in hulpzoekgedrag en de waardering van de zorg door allochtonen.

Omdat behandeling een op maat gemaakt plan moet zijn, is kennis en begrip over de beleving van de patint en ook diens cultuur noodzakelijk.

Referentielijst

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2008). Jaarrapport integratie 2008.
  • Grind, W.A. van de (2006). Biologiseren van hersenziekten als enige weg naar genezingsmogelijkheden. Neuropraxis, 10, 3-7.
  • Hofstede, G. (2005), Allemaal andersdenkenden: omgaan met cultuurverschillen.
  • Hwang, W-C., Myers, H. F., Abe-Kim, J., & Ting, J. Y. (2008). A conceptual paradigm for understanding culture's impact on mental health: The cultural influences on mental health (CIMH) model. Clinical Psychology Review, 28, 211-227
  • Knipscheer, J.W. & Kleber, R.J. (2005). Migranten in de GGZ: Empirische bevindingen rond gezondheid, hulpzoekgedrag, hulpbehoeften en waardering van zorg. Tijdschrift voor Psychiatrie, 47, 753-759.
  • Kortmann, F.A.M. (1995). Psychopathologie, cultuur en omgeving. Tijdschrift voor psychiatrie, 37, 5-12.
  • Kirmayer, L. J. (2001) Cultural variations in the clinical presentation of depression and anxiety: implications for diagnosis and treatment. Journal of Clinical Psychiatry, 62 (suppl.13), 22-28
Bijlage:

Uitleg termen van Hofstede:

  • Machtsafstand - De mate van machtsafstand wordt afgeleid uit de relatieve waardering van maatschappelijke ongelijkheid en hirarchie. Latijns-Amerikaanse en Arabische landen scoren hier hoog. Nederland scoort laag. Scandinavische landen scoren extreem laag.
  • Individualisme - De mate van individualisme (vs. collectivisme) is hoog in de Verenigde Staten en laag in Japan. De indivudualisme-scores voor landen lijken evenredig te lopen met het BNP van het desbetreffende land; "Rijke" landen zijn individualistisch en arme landen zijn in het algemeen collectivistischer.
  • Masculiniteit - De mate van masculiniteit of femininiteit geeft aan in hoeverre waarde wordt gehecht aan traditioneel mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten. Mannelijke waarden zijn onder meer competiviteit, assertiviteit, ambitie en het vergaren van rijkdom en weelde, waartegenover vrouwelijke waarden als bescheiden gedrag, dienstbaarheid en solidariteit staan. Ook geldt dat er in "masculiene" landen een duidelijke rolverdeling is tussen man en vrouw waar dit niet het geval is in laagscorende landen, de rolverdeling tussen man en vrouw lijkt hier meer elkaar te overlappen. Hofstede bestempelde Japan als de meest masculiene samenleving en Zweden als de meest feminine samenleving, ook de Nederlandse samenleving werd als zeer feminien bestempeld.
  • Onzekerheidsvermijding - De mate van onzekerheidsvermijding door regelgeving, formele procedures en rituelen. Hoe hoger de score, hoe meer men genegen is om berekenend te werk te gaan in het internationale zakendoen. Dit heeft te maken met de angst voor het onzekere, en dus voor alles wat anders is. Hoogscorende landen hebben de neiging alles onder controle te willen hebben waar laagscorende landen een natuurlijke kalmte lijken te hebben en alles op zich af laten komen. Mediterrane landen en Japan, Duitsland en Belgi scoren hier hoog, Nederland scoort middelmatig en Engeland scoort laag.
  • Lange- of kortetermijndenken - In deze later toegevoegde vijfde dimensie wordt (oosterse) volharding in de ontwikkeling en toepassing van innovaties gesteld tegenover (westerse) drang naar waarheid en onmiddellijk resultaat.

Please be aware that the free essay that you were just reading was not written by us. This essay, and all of the others available to view on the website, were provided to us by students in exchange for services that we offer. This relationship helps our students to get an even better deal while also contributing to the biggest free essay resource in the UK!